10 Bekende Filosofische Concepten

Filosofie is de kunde van de wijsheid en kennis. Immers, filosofie bestaat uit de woorden filos (houden van) en sofia (kennis, wijsheid). Met het doel kennis te vergaren en het te verspreiden naar de volgende generatie zijn filosofen al eeuwen lang bezig met vragen zoals ‘Wat moet ik weten, doen, hopen’ en ‘wat is de mens’. Om deze vragen te beantwoorden hebben zij vele mooie termen ontwikkelt, om vervolgens naar hartenlust over deze termen te bikkeren. Een positivistische solipsist, met neigingen tot existentialisme, bijvoorbeeld, zal het niet gauw eens zijn met een absurdistische determinist met utilitaire gedachten. Als dit je wonderlijk of misschien zelfs als klinkklare onzin in de oren klinkt, lees dan even snel dit lijstje door. Het zal je geen Master in Filosofie opleveren, maar met deze tien termen kun je op zijn minst iets meer halen uit de gemiddelde filosofie-discussie!

10. Solipsisme

Solipsisme komt van twee woorden: solus en ipse. Solus betekent enkel, of alleen (denk aan ‘solo’) en ipse betekent zelf. Solipsisme als woord betekent dus letterlijk ‘enkel de zelf’, maar voor filosofen staat het voor een probleem waarmee de Westerse filosofie al eeuwen lang kampt. Er is een extreme versie, de metafysische solipsisme, waarin een filosoof ervan uit gaat dat er slechts één enkele persoon bestaat, en al het andere, de wereld om ons heen, de communicatie en interactie met anderen, slechts in de gedachten van die ene persoon bestaan. De zwakkere variant van solipsisme is epistemologisch (epistemologisch betekent dat het gaat over kennisvergaring), deze vorm van solipsisme stelt voor dat men enkel en alleen kennis kan hebben van diens eigen geest en gedachten, en nooit van anderen of de wereld om ons heen.

De logische gedachtegang die solipsisten voorstellen gaat als volgt: 1) ik heb slechts inzicht in mijn eigen gedachtegang en bewustzijn, en 2) ik kan niet vanuit mijn eigen gedachten andermans bewustzijn weten, aantonen of bewijzen, derhalve kan 3) enkel mijn eigen gedachtegang werkelijk voor mij bestaan.


Een bekende filosoof, Bertrand Russell, en een tegenstander van solipsisme, heeft ooit gezegd (vrij vertaald): “Ooit ontving ik een brief van een eminente logicus, Mrs Christine Ladd-Franklin, waarin stond dat ze een solipsist was, en verrast was dat er geen anderen waren zoals haar. Haar verrassing verraste mij, komende van een logicus en een solipsist!”

9. Determinisme

Determinisme is een concept dat nogal bindend is: het staat voor het idee dat alle gebeurtenissen (inclusief onze gedachten en handelingen) veroorzaakt zijn door voorgaande gebeurtenissen volgens causale wetten (natuurkundige wetten van actie-reactie). De meest radicale opvatting van determinisme sluit derhalve vrije wil van de mens volledig uit. Volgens deze extreme gedachtegang was het volledig vastgesteld, al vanaf het begin der tijden, dat alle gebeurtenissen actie en reactie zouden veroorzaken, en derhalve heb ik dit een tijdje geleden getikt, en lees jij dit nu. Gelukkig zijn er veel deterministen die ook voor mildere opvattingen vatbaar zijn.

De opvattingen van Einstein zijn ook (grotendeels) deterministisch, zoals blijkt uit deze vrije vertaling van een van zijn vele uitspraken: “alles is vastgesteld, het begin zowel als het eind, door krachten waarover wij geen controle hebben. Het is bepaald voor de insect zowel als voor de ster. Mensen, planten, en kosmische stof, we dansen allemaal op een mysterieuze deun, in trance gebracht door een onzichtbare pijpspeler.”

8. Utilitarisme

Utilitarisme is een term die ook wel veel wordt gebruikt in de economie en in de ethiekleer. Utilitas komt uit het Latijn, en staat voor nut (denk aan het Engelse woord utility). Centraal aan dit concept staat het idee dat men morele waarde van handelingen kan ‘berekenen’, aan de hand van de hoeveelheid nut deze handeling levert. Ook wel bekend is de (utilitaristische) leus ‘het grootste nut (geluk en welzijn) voor de grootste groep mensen’. Sommige utilitaristen (bijvoorbeeld Peter Singer) betrekken dit nut ook op dieren, maar de meeste filosofen in deze traditie betrekken nut enkel tot mensen. David Hume is een vroege denker in het utilitarisme (1711-76) net als Jeremy Bentham (1748-1832) en John Stuart Mill (1806-73).

Met Mill werd het utilitarisme pas echt populair. In zijn boek ‘utilitarianism’ (drie maal raden waar het over ging) schreef hij (vrij vertaald): “Als we als fundamenten van ethiek het nut, ofwel het Grootste-Geluk-Principe, houden, stellen we dat acties Goed zijn in proportie tot in hoeverre zij Geluk bevorderen, en Slecht in proportie tot in hoeverre zij het omgekeerde bewerkstelligen. Geluk betekent bedoeld plezier, en afwezigheid van pijn, en het omgekeerde van geluk is pijn en afwezigheid van plezier.”


7. Epicurisme

Epicurisme is zowel een filosofische stroming, als een concept binnen de filosofie. De filosofische stroming (beter beschreven in een andere top tien lijst, genaamd ‘tien filosofische stromingen’) draait om het leven volgens eigen verlangens, maar met een gematigde inslag. Tegenwoordig zal je geen filosofen tegenkomen die volledig epicuristisch zijn, echter een bepaalde gedachtegang kan nog altijd als ‘epicuristisch’ worden betitelt, door een filosoof of een leek die interessant wil klinken. Wat dat dan betekent is dat de gedachtegang skeptisch is tegenover bijgeloof of geloof in Hogere Machten, en dat het enige wat betekenis heeft in het leven, zelfbevrediging is. Zelfbevrediging moet niet gezien worden in de seksuele betekenis, echter, maar in de absentie van pijn en angst, en het vervullen van verlangens, door kennis, vriendschap en moreel gedrag. Daarnaast was Epicurus, de grondlegger van deze ideeën, overigens niet wars van voedsel en seks…

Epicurus schreef (in het Oud Grieks, maar voor ons vertaald naar het Nederlands): “Verspil niet wat je hebt door te verlangen wat je niet hebt, onthoudt dat wat je nu hebt ooit behoorde tot de dingen die je verlangde”.

Een andere mooie quote van hem gaat over zijn opvattingen van dood, en weerspiegelt goed hoe een Epicuristisch denkend iemand vrij is van vrees (voor de dood). “Dood, het meest afschuwelijke van alle Kwaden, betekent niets voor ons, simpelweg omdat, wanneer wij Zijn, dood er nog niet is, en wanneer Dood er is, wij niet meer Zijn.”

6. Positivisme

Een positivistische opvatting houdt in (in zowel filosofie als andere disciplines) dat geldige kennis komt van empirische wetenschappen. Empirisch betekent op zijn beurt weer dat iets proef ondervonden is, of gebaseerd op waarnemingen en ervaringen. Positivisten geloven als zodanig dat kennis enkel kan worden vergaard door het toepassen van de wetenschappelijke methode, waarbij experimenteren en waarnemingen volgens strikte regels verlopen. Als zodanig kan kennis dus ook alleen maar worden toegepast op de waarneembare wereld, en niet op zaken die niet zintuigelijk controleerbaar zijn (zoals het hebben van een ‘onmeetbare’ ziel, maar later meer hierover, onder de nummer één van deze lijst). Veel positivistisch ingestelde filosofen geloven dat de wetenschap in de toekomst antwoord zal kunnen bieden op de problemen die we heden ten dage ondervinden.

Let op, positivisme in de volksmond tegenwoordig betekent vaak dat iemand een (overdreven) optimistische levenshouding erop na houdt. In de filosofie echter heeft positivisme toch echt meer de bovenstaande connotatie. Laat je dus niet foppen, als je met een filosoof over een positivist praat, dan is die positivist niet per definitie een optimist.

Auguste Comte wordt vaak gezien als de grondlegger van het positivisme, en tevens de eerste echte socioloog, of wel de eerste persoon die ‘sociale fysica’ aan de man bracht. Hij heeft ooit gezegd (volgens secundaire bronnen): “Men is niet toegelaten om vrij te denken over chemie of biologie, waarom zou men dan wel worden toegelaten over politieke filosofie?”

Een voorganger van de positivistische gedachtegang was de Britse bioloog Thomas Huxley (ook wel Darwin’s buldog genoemd vanwege zijn fervente verdediging van de evolutietheorie), Huxley heeft ooit gezegd: “Het is de diepste zonde jegens de menselijke geest om te geloven zonder bewijs.”

5. Absurdisme

Absurdistische denkers geloven dat het leven totaal geen betekenis heeft, en dat er geen rationele verklaring te geven is voor het leven. Derhalve is iedere poging om het heelal te begrijpen tot mislukking gedoemd. Het lijden van de mens is een resultaat van pogingen om rede of betekenis in hun leven te vinden, als gevolg lijden zij door hun falen. Het kennen of vinden van betekenis is onmogelijk vanwege de volgende redenen: a) onze relatie met de Werkelijkheid laat dit niet toe, wij kunnen niet met zekerheid iets weten over de werkelijkheid en b) zelfs al konden we dat, kunnen we het door imperfect communicatie toch niet aan anderen door vertellen.

Absurdisme staat lijnrecht tegenover absolutisme, het geloof in een absolute en universele (en veelal kenbare) Waarheid. Absurdisme is deel van een grotere stroming binnen de filosofie, namelijk existentialisme, en dit concept werd met name uitgewerkt door Albert Camus (hij leefde van 1913 tot 1960). Camus schreef onder andere (vrij vertaald) “je zal nooit gelukkig zijn als je blijft zoeken naar hetgene waar geluk uit bestaat. Je zal nooit leven als je blijft zoeken naar de betekenis van het leven.”

Salvador Dali, een bekende kunstenaar, had ook absurdistische neigingen, en schreef daarover: “Het is niet noodzakelijk voor het publiek om te weten of ik een grapje maak of serieus ben, net zo min als dat het noodzakelijk is dat ik dit zelf weet!”

4. Objectivisme

Objectivisme volgens Ayn Rand (een Amerikaanse filosofe die leefde van 1902 tot 1982), de grondlegger van deze gedachtestroom binnen de filosofie, volgt het idee dat de werkelijkheid onafhankelijk is van interpretaties van mensen. Dit lijkt vrij logisch, maar er zijn veel filosofische stromingen die dit idee betwijfelen. Objectivisme niet, echter, sinds het stelt dat de wereld vast staat ongeacht of wij het waarnemen, begrijpen of niet. Volgens objectivisten is dan ook kennis van deze objectieve context mogelijk, en het nastreven van je eigen rationele belang is ethisch, en zou ieders uiteindelijke doel moeten zijn. Met deze instelling heeft het objectivisme een grote overeenkomst met het kapitalistisch denken: zo lang iedereen zijn eigen (egoïstische) zelfbelang nastreeft, moet alles goed kunnen verlopen. Het enige sociale systeem dat coherent is met deze gedachtegang is de laissez-faire kapitalisme en een vrije markt economie.

Ayn Rand heeft onder andere het volgende erover te zeggen: “Primair pleit ik niet voor kapitalisme, maar voor egoïsme; en primair pleit ik niet voor egoïsme, maar voor de rede. Als (…) de rede erkend en consistent toegepast wordt volgt al het andere.” En tevens: “Kapitalisme is het enige systeem waar men vrij is om te functioneren en waar voortgang is vergezeld niet door gedwongen privatisering maar door een constante toename van het algemene niveau van welvaart, consumptie en genot van het leven.”

3. Seculier humanisme

Humanisme an sich is een levensbeschouwing die vele eeuwen lang heeft bestaan en vele vormen kent, maar het moderne humanisme wordt veelal seculier humanisme genoemd. Dit is een vorm waar, net als bij alle andere humanistische bewegingen, de mens centraal staat en de waarde van de mens als thema wordt gehandhaafd. Rechtvaardigheid, rede en morele ethiek staan centraal, en in het seculiere humanisme brengt men dit onderwerp tot uiting zonder religie erbij te gebruiken (wat wel het geval was voor de voorgaande humanisten van weleer).

Seculier humanisme verwerpt dus het idee van een Bovennatuurlijke schepper, het brengt de betekenis van het leven terug op aarde, en legt haar aan de voeten van de verantwoordelijke mens. Tevens is er voor een seculiere humanist geen absolute waarheid, of morele ethiek (men kan ook wel zeggen dat zij in plaats van absolutistisch, subjectivistisch zijn). Betekenis van het leven en moraliteit zijn uniek aan één persoon gebonden. Overeenkomend aan existentialisten geloven humanisten dus dat de mens de verantwoordelijkheid heeft zelf betekenis aan het leven te geven. Echter, een humanist zal altijd de waarde van zijn of haar medemens in gedachte houden, en leven volgens een rechtvaardigheid die vooropstelt dat iemands’ handelingen nooit een ander mogen verstoren in zijn/haar handelingen. Bekende filosofen en denkers uit de moderne tijd die onder andere humanistische patronen gebruikten zijn Friedrich Nietzsche, Bertrand Russell en Richard Dawkins.

De humanist Kurt Vonnegut beschreef Humanisme als volgt: “Sommige mensen weten dat ik noch Christen, Jood, noch Boeddhist ben, en evenmin een religieus persoon in andere zin. Ik ben een humanist, wat betekent, in dele, dat ik heb geprobeerd fatsoenlijk te leven, zonder enige verwachting voor beloningen of afstraffingen na mijn dood. … Mijn overgrootvader schreef bijvoorbeeld “Als wat Jezus zei Goed was, wat kan het dan nog ertoe doen of hij God was of niet”…”

2. Nihilisme

Nihilisme staat voor het ontkennen van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld. Nihil is Latijns voor niets (nada, noppes), en nihilisme als zodanig is historisch sterk verbonden aan het werk van de beroemde filosoof Friedrich Nietzsche. Nietzsche beschreef het onder andere als volgt: “Wat betekent nihilisme? Dat de belangrijkste Waarden zich onwaarden. Het mist een Ziel. Het mist een antwoord op de vraag ‘waartoe’?”. Bovendien was volgens Nietzsche nihilisme gekenmerkt door haar erkenning van ongeldigheid van moraal (moraal is subjectief en dus niet absoluut universeel geldig), ongeldigheid van waarheid (evenals moraal is de waarheid subjectief), en de ontkenning van het bestaan van god. Als uitweg voor het nihilisme zag Nietzsche het ontstaan van de übermensch, maar let op, dit is niet de übermensch die door de Nazi’s gebruikt werd in hun doctrines. Nietzsche ’s übermensch zou in staat zijn om bestaande (in zijn optiek foute) geloven en aannames van waarheid achter zich te laten, en eigen waarden kunnen scheppen, en eigen betekenis aan het leven te kunnen geven

Nietzsche schreef ook “Ieder geloof, iedere poging tot iets als waar te beschouwen, is per definitie fout sinds er simpelweg geen Ware wereld is”.

1. Dualisme

Dualisme betekent heel rudimentair simpelweg dat er twee tegenover elkaar staande concepten bestaan in eenzelfde wereld, zonder dat deze elkaar opheffen, in hun meest verfijnde grondbeginselen. Er zijn vele soorten dualistische entiteiten, maar in de filosofie vinden we met name drie sub-soorten dualisme: antropologisch, ethisch en kosmisch dualisme.

Antropologisch dualisme gaat over de tegenstelling tussen lichaam (sterfelijk en materieel) en de geest (onsterfelijk en immaterieel). Volgens dualisten zijn deze dingen aparte zaken en kunnen niet (nooit) eenzelfde zijn. Antropologisch dualisme betekent dus dat de ziel altijd niet materieel is en nooit iets materieels kan zijn. Eerder lazen we over het determinisme, een idee dat dit dualisme verwerpt, immers volgens determinisme is alles kenbaar aan de hand van materie. Volgens een deterministisch denker kan een immateriële ziel dus simpelweg niet bestaan. Als er al een ziel is, dan is deze materieel, en derhalve is er geen dualisme. Logischerwijze denkt een dualist daar anders over!

Ethisch dualisme gaat over een dialectiek tussen Goed en Kwaad, deze zijn volgens een dualistische opvatting afzonderlijke en tegengestelde entiteiten, die in hun rudimentaire vorm niet terug te brengen zijn tot kleinere eenheden, ze zijn in hun grondbeginselen anders ten opzichte van elkaar. Iets dat Goed is kan derhalve niet in een andere context of situatie Kwaad zijn, omdat het inherent bestaat uit andere eenheden. Het humanistische idee dat morele overwegingen context-afhankelijk zijn past dus niet in dit ethisch dualisme, het is ofwel goed ofwel kwaad.

Kosmisch dualisme houdt zich bezig met de tegengestelde polen geest en materie, eindigheid en oneindigheid en de tijdelijkheid versus de eeuwigheid. Het Chinese Yin en Yang komt hier ook bij kijken, het idee dat het universum uit twee tegengestelde elementen of krachten bestaat.

Een (lange) quote van filosoof Bertrand Russell kan Dualisme mooi samenvatten (wederom, zoals altijd, vrij vertaald): “Dood, zo zegt Socrates, is de scheiding van de ziel en het lichaam, en hier komen we tot Plato’s dualisme: tussen realiteit en schijn, ideeën en waarneembare objecten, rede en perceptie, ziel en lichaam. Deze paren zijn gelinkt, de eerste van ieder paar is superieur ten opzichte van de tweede zowel in werkelijkheid als in goedheid.”

We hopen dat deze lijst een hulp is bij de eerstvolgende conversatie met een filosoof, of leek-wijsgerige! Overigens, als je een beetje filosoof van kaliber voor je hebt, moet je nooit schromen om te vragen om uitleg. Vind de filosoof dat je deze termen moet kennen, dan is hij of zij hoogst waarschijnlijk simpelweg niet in staat ze kort en krachtig uit te leggen! Schroom niet, filosofen onder de lezers, om aan te vullen en te corrigeren waar nodig, de schrijver is ook maar een mens en derhalve in staat fouten te maken.

    1. Anoniem maart 25, 2016

    Jouw Reactie?