10 Feitjes Over De Beruchte Psycholoog Sigmund Freud

Sigmund_Freud_2“Wat een freudiaanse verspreking!” Dit is zo langzamerhand een heuse uitdrukking geworden in de Nederlandse taal. Het betekent dat de spreker van de (ver)spreking onbedoeld zijn onderbewuste heeft bekend gemaakt met zijn of haar woorden. Tegenwoordig wordt deze uitroep wel eens gebruikt voor het voor gek zetten van mensen die (onbewust) een seksueel getinte uitdrukking hebben laten vallen. De oorsprong van dit gezegde, echter, komt van een beroemde (beruchte) psycholoog van bijna een eeuw geleden. Sigmund Freud, of zoals zijn naam bij geboorte volledig werd geboekt ‘Sigismund Schlomo Freud’, werd geboren in Freiberg, Oostenrijk, op de 6e mei 1856. Hij studeerde en werd doctor aan de Universiteit van Wenen en deed veel onderzoek naar neurologische aandoeningen. Het zou echter niet dit werk zijn dat hem beroemd zou maken, maar zijn therapeutische technieken zoals ‘vrij associëren’ en psychoanalyse. Daarnaast waren zijn ideeën over het onbewuste nieuw en baanbrekend (en niet altijd even geaccepteerd, noch altijd even correct). We kennen hem ook als de geestesvader van het Oedipus complex, het idee dat men in infantiele stadia van ontwikkeling bepaalde tekorten op kan doen, en die vervolgens op seksueel gebied kan verwerken op latere leeftijd, hetgeen zich kan ontaarden in een neurologische aandoening. Met andere woorden, ben je op latere leeftijd kierewiet, dan komt dat doordat je op jongere leeftijd iets tekort of teveel hebt ontvangen. We gaan daar later (iets) nader op in.
Tegenwoordig kennen we Freud voornamelijk als een oversekste viezerik die blijkbaar niets anders kon dan alle problemen van zijn clientèle (voornamelijk vrouwen) te relateren aan penisnijd. Echter, niets is minder waar. Freud was een voorloper in zijn gebied en hoewel zijn ideeën niet veel resonantie hebben gevonden in wat er later bekend is geworden over de menselijke psyche, maakte hij het wel mogelijk voor zijn nakomende collega’s om openlijk over de (on)bewuste geest te praten en na te denken. In de tijd voor Freud waren er slechts weinig die dit deden, na hem werd het veld van psychologie eindelijk volledig omarmd en beoefend. Hoewel zijn inzichten zelf niet veel hebben bijgedragen aan onze kennis over de psyche, heeft hij wel degelijk een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de psychologie.

Voldoende reden dus om een lijstje te maken met merkwaardige feiten over Sigismund Schlomo Freud waar weinig mensen vanaf weten. Waarom? Omdat zulke feitjes leuk zijn om te delen. Wij delen ze graag met jullie, en wellicht kan jij ze later met vrienden delen, en zo een goeie indruk achterlaten als alwetende.

10. Freud als junkie?

We beginnen met een minder mooi aspect van Sigmund, namelijk zijn drugsverslaving. Denk nu niet dat hij, voldoet aan het beeld van drugsverslaafden zoals we dat tegenwoordig kenen: stiekem, in een donker steegje duistere handeltjes drijven met ongure drugdealers, niets daarvan. Vieze naalden en dergelijke waren niet van toepassing op Freud, noch was er enige vorm van geheimzinnigheid rondom zijn ‘gebruik’. Sigmund was namelijk 100 % open en eerlijk over zijn passie rondom cocaïne. Hij vertelde zijn verloofde er alles van (nog vóór dat ze in het huwelijksbootje stapten) en voerde experimenten uit met het spul, op zichzelf. Hij schreef bovendien een aantal artikelen over de miraculeuze toepassingen van dit wondermiddel (een manuscript is zelfs toepasselijk genaamd ‘on coca’). Hij schreef onder andere (met zekere rechtvaardigheid, want cocaïne kan hier inderdaad voor gebruikt worden) over het verdovende effect ervan. Dat gezegd hebbende, gebruikte hij veel meer cocaïne dan strikt noodzakelijk voor deze wetenschappelijke onderzoeken. Het mag duidelijk zijn dat Freud niet immuun was voor de aantrekkingskracht van een van de meest verslavende drugs in zijn tijd beschikbaar.
Freud geloofde dat cocaïne bepaalde geestelijke en lichamelijke ziekten kon genezen, en onder andere kon fungeren als antidepressivum. Merkwaardig genoeg schreef hij zelfs over het nut van cocaïne als middel tegen drugs verslaving, vooral tegen morfine verslaving. Zoals de Engelse uitspraak ‘fight fire with fire’, gaat, dacht Freud dus dat de ene drugs verslaving kon worden behandeld met een andere. Natuurlijk was cocaïne in zijn tijd nog niet wijdverspreid bekend als een drug, en morfine was in die tijd een heuselijk probleem.
Overigens is cocaïne inderdaad te gebruiken als een verdovend middel, mits het in gecontroleerde omstandigheden wordt toegediend en wordt gestopt na de noodzaak voor verdoving verdwenen is. Zoals zoveel drugs, heeft ook cocaïne dus positieve bijwerkingen, mits met mate gebruikt. De nadelige effecten zijn echter zo groot dat het niet de moeite waard is!

9. Vrouwenhaat

Hoewel we graag toegeven dat Freud een ietwat verkeerd begrepen genie is, blijft het ook een feit dat in veel van zijn geschreven teksten een misselijkmakend soort vrouwenhaat schuil gaat. Freud had nogal een lage dunk van vrouwen, zelfs een haat, volgens sommigen. Het ergste is dat hij geloofde dat alle ‘fouten’ die hij zag in vrouwen (want het was de schuld van de vrouw dat hij ze haatte, uiteraard) hun oorsprong hadden in het feit dat vrouwen jaloers waren op mannen vanwege hun mannelijk geslachtsorgaan. Door het gebrek aan deze roede zouden vrouwen geen goed gevoel voor rechtvaardigheid hebben, zo meende Freud. Ze waren daarom dus ook sociaal zwak, jaloers, en ontzettend ijdel (allemaal vanwege het gebrek aan een spierloos en botloos stukje huid). Vandaar de term ‘penisnijd’. Daarnaast waren het vrouwen die ten grondslag lagen aan de problemen in de maatschappij.
Zo waren Freuds ideeën dus. We willen geen excuses maken voor een zo uitgesproken vrouwenhaat, maar wel een kanttekening plaatsten. De sociale kring waar Freud zich in verkeerde produceerde, door cultuur en opvoeding, vaak onopgeleide vrouwen die hun hele leven verteld was dat ze broos waren en in zouden storten bij de minste of geringste bries wind, of aanstootgevende situatie. Nogal een kunst dat deze vrouwen ijdel en zwak waren, ze waren vanaf kinds af aan getraind om zich zo te gedragen. Een dame die zich niet als broos en kwetsbaar presenteerde werd op neergekeken en uit de hogere sociale klasse verbannen. Daarnaast mocht een vrouw in die tijd nauwelijks alleen over straat, terwijl mannen alles mochten en konden doen wat ze maar wilden. Ik zou wellicht in die situatie ook jaloers zijn geweest!


8. Seksuele opvoeding?

Freud had een hoop goeie ideeën maar hij is vooral bekend en berucht geworden om zijn opmerkelijke ideeën rondom seksualiteit. De meeste van die theorieën zijn in de loop der jaren onjuist gebleken, maar desalniettemin hebben ze lange tijd een hele scharen aan aanhangers gehad. Aspecten van zijn originele theorie, zwaar aangepast en uitgebreid, hebben zelfs een weg gevonden in de tegenwoordige praktijken van psychotherapie, en als zodanig veel mensen in hun dagelijks leven kunnen helpen. De originele ideeën van Freud zelf, echter, ongezouten en onaangepast, zouden moeilijk te verteren zijn voor de moderne mens.
Sigmund geloofde ten eerste dat alle kinderen, vanaf hun eerste levensjaar, seksuele gevoelens waarborgden. Mocht je een zusje of broertje hebben, of een zoon of dochter, bedenk dan even hoe hij of zij als vijf jarige ‘seksuele gevoelens’ zou moeten hebben. Een akelige gedachte, niet?
Ieder kind zou door bepaalde fasen heen gaan, zo dacht Freud. Er was een orale fase, een anale fase en een fallische fase. Onderbrekingen in deze fasen in de kinderperiode zouden later in het leven leidden tot bepaalde tendensen en mogelijk zelfs psychische stoornissen. Kinderen die een soort fixatie in de orale fase ondervonden, bijvoorbeeld zouden later een onnatuurlijke neiging ontwikkelen om op dingen te kauwen, of om op iets te sabbelen.
Mocht je er meer van willen weten, hier is een korte samenvatting. In de eerste levensjaren gaan we door een korte orale periode (vanaf geboorte tot ongeveer ons eerste levensjaar). Dit is duidelijk te zien in baby’s, die ‘zien met hun mond’. Wanneer je je niet goed ontwikkelt in deze fase kan je later oraal agressief worden (kauwgom kauwers en pennen of nagelbijters), of oraal passief (gedrag als roken, overeten en orale seks bedrijven behoren tot de ‘psychische aandoeningen’ in deze categorie). Bovendien kan een probleem in de ontwikkeling in deze fase leiden tot een passieve, onvolwassen, en manipulatieve persoonlijkheid.
De anale fase, dan. Deze fase loopt vanaf ongeveer ons eerste levensjaar tot ons derde. Onderbreking in deze ontwikkelingsfase kan leiden tot anale retentie, of anale expulsie. Retentie leidt tot obsessieve netheid en ordelijkheid, terwijl expulsie leidt tot roekeloosheid, zorgeloosheid, rebellie en disorganisatie.
De fallische fase, van leeftijd drie tot zes, richt zich vervolgens op onze geslachtsorganen, en is de oorsprong voor het Oedipus complex (voor de heren en dames) en het Electra complex (enkel voor de dames). Na deze fase komt de latentie fase, waarin seksuele gevoelens groeien maar gefrustreerd worden doordat ze niet beantwoord worden (immers, op zesjarige leeftijd…).
Afijn, tot dusver een samenvatting van Freud’s ideeën over seksuele opvoeding. Er is natuurlijk veel meer geschreven over dit onderwerp dus als je meer wil weten, mijn advies is om met een samenvatting te beginnen!

7. Kanker

Freud had kanker. Dat is iets wat veel mensen niet weten. Hij heeft zelfs erg lang kanker gehad. Het is vermoedelijk deels de schuld van zijn bijna permanente rookgewoonten, wat hem in latere leeftijd mond-kanker opleverde. Hij rookte volgens sommige bronnen zo’n twintig sigaretten per dag. Hij onderging zo’n 34 operaties vanwege zijn kanker, maar ging er uiteindelijk toch aan onderuit. Ondanks al zijn kennis over het onbewuste kon hij niet van zijn gewoonte te roken afstappen. Maar wie weet hoe zeker men in die tijd was dat roken tot kanker leidde?

6. Vader van psychoanalyse

Eerder zeiden we al dat sommige ideeën van Freud in vermomde (aangepaste, uitgediepte) varianten nog altijd gebruikt worden in de tegenwoordige praktijk. Welnu, de meest bekende hiervan vindt uiting in zogeheten psychoanalyse. Psychoanalyse was in zijn tijd wellicht al bekend (sommige historici zeggen van wel, anderen van niet) maar duidelijk is dat Freud de eerste was die het grondig toepaste en gebruikte in zijn praktijk. Hij is de grote inspiratiebron voor de bekende psycholoog Carl Jung (onder andere). Psychoanalyse is een methode die onderdrukte gedachten uit het verleden probeert boven te halen, vanuit het onderbewuste naar het bewuste. Hypnose is een methode hiervoor, interpretatie van dromen een andere. Meer over dromen later…

5. Baarmoedernijd

We spraken al eerder over Freuds vrouwenhaat, en legden uit dat hij niet erg gestimuleerd werd in zijn geloof in de capaciteiten van vrouwen doordat hij nauwelijks onafhankelijke sterke vrouwen zou zijn tegengekomen, in zijn sociale milieu en tijd. Echter, het is niet zo dat feministische dames niet bestonden die tijd. Absoluut wel. Om Freuds theorie van penisnijd tegen te gaan kwam een feministe uit zijn eigen tijd, Karen Horney, met het idee ‘baarmoeder-nijd’, ook wel bekend als vagina-nijd. De theorie beschrijft uiteraard (even kinderachtig als Freuds theorie, zouden veel mensen tegenwoordig zeggen) dat mannen eigenlijk jaloers zijn op vrouwen, omdat ze geen baarmoeder bezitten en dus geen leven kunnen ‘creëren’. Om dit goed te maken, starten mannen bedrijven en industrieën, zodat ze ook het gevoel hebben iets gemaakt te hebben. Denk aan het verhaal Frankenstein. Dit is in feite een groot voorbeeld van een man met baarmoeder nijd. Freud zelf heeft nooit veel woorden vuil gemaakt aan zulke antithesen van zijn eigen gedachten. De dame in kwestie was vermoedelijk een ernstig geval van fallisch gefixeerd, volgens hem…


4. Dromen

Freud staat er minder bekend om, maar hij had ook het een en ander te zeggen over dromen. Sterker nog, gezien zijn focus op het onderbewuste, had hij nogal veel te zeggen over dromen. Dromen, zo dacht Sigmund, bestaan uit delen die je je kan herinneren, en delen die je je niet herinnert. Tot dusver is er weinig om het niet mee eens te zijn, iedereen ervaart wel dat dromen vaag zijn op sommige punten, maar kraakhelder op andere. Freud geloofde echter dat de onderdelen die je je herinnert, slechts dat is wat je dacht tijdens je droom, en dat dit verborg waar de droom werkelijk over ging. Of iets in die richting. In ieder geval waren dromen volgens hem een om wensen te vervullen die we in bewuste toestand niet kunnen verwerkelijken. Droom je dus wel eens van een grote prijs winnen, dan is het duidelijk dat je hier in werkelijkheid naar streeft. Droom je van naakt rondlopen… tja.

3. Het onderbewuste

Hoewel we tegenwoordig het onderbewuste (of onbewuste) voor veel van onze gedragingen de schuld geven, was Freud een van de eersten die serieus naar het onbewuste keek. Voor zijn tijd ging men er vaak van uit dat gedrag en gedachten bijna alleen maar door het bewuste werden bewerkstelligd. Als je dus een verslaafde was, of gek in het hoofd, deed je dat vast bewust. Was je niet in staat normaal te zijn, dan was je gewoon te zwak om je eigen psyche bewust tot orde te roepen. Freud echter, onderschreef de gedachte dat het onbewuste een groot deel van ons gedrag en onze gedachten beïnvloedde. Het onderbewuste, dat waren de processen in ons brein die werden uitgevoerd zonder dat we er actief over nadachten. In zekere zin zijn dit gedragingen zoals ademen bijvoorbeeld. Maar ook bepaalde gevoelens, emoties, en gewoonten, waar we zelden tot nooit actief over nadenken, maar die we toch ervaren.
Freud ging verder dan alleen erkennen dat het onderbewuste bestond. Hij postuleerde dat grote delen van ons gedrag en onze gedachten werden gedreven door dit onderbewuste, in plaats van het bewuste. Bijna alle acties die we als mens ondernemen, zo dacht Freud, hebben een grondslag in het onderbewuste. We denken misschien wel dat we bewust bezig zijn, maar in feite is het bewuste slechts een achteraf-uitleg van wat het onderbewuste allang heeft gedaan of gedacht.
Vrije wil, volgens Freud, was dus totaal iets anders dan wat wij denken dat het is. Met een onderbewuste dat doet en laat wat het wil, zonder dat we daar als bewust persoon iets over te zeggen hebben, hoe kan er dan nog een vrije wil zijn?

2. Oraal totaal gefixeerd

Eerder spraken we al van orale fixatie, met name orale passiviteit. In de vroege stadia van de ontwikkeling van een kind zou een onderbreking in de ontwikkeling kunnen leiden tot overmatige orale passiviteit in latere leeftijden, aldus Freud. Een van zijn studenten zou ooit een keer een analogie hebben getrokken tussen deze theorie en de onophoudelijke rookgewoonte van Freud. De student verdacht zijn docent ervan om zelf oraal gefixeerd te zijn, vandaar zijn dramatische hang naar sigaren. Hierop echter zou Freud hebben gereageerd “soms…. Is een sigaar enkel een sigaar”. Hiermee bedoelde hij natuurlijk dat in zijn geval er geen sprake was van fixatie, maar ‘slechts’ van vrije wil. Dat was in tegenspraak met andere gedachten die hij had, maar goed, consistentie was niet noodzakelijk om beroemd te worden.
Overigens is de hele passage met de rebellerende student van hierboven vermoedelijk in een latere tijd verzonnen. Veel mensen moeten, na zijn theorieën bekend werden, zich hebben afgevraagd hoe het met Freuds passie voor roken zelf zat. Hij heeft wel degelijk laten vallen dat sigaren essentieel waren voor zijn leven, en dat hij vermoedde dat ze zijn werk verbeterden. Als dat geen bevestiging is dat hij een orale fixatie had…

1. Polyglot

Tot slot, weinig mensen weten dit, maar Freud was een polyglot. Dat betekent niets meer of minder dan dat hij veel talen sprak. Poly staat voor veel, en -glot voor -talig. Freud sprak Duits (de voertaal in Oostenrijk), Italiaans, Grieks, Engels, Spaans, Hebreeuws en Latijns. Zeven in totaal dus. Daarnaast was hij niet bepaald een dommerd, op tien jarige leeftijd had hij namelijk al grote werken van Shakespeare gelezen, en hij werd toegelaten en studeerde cum laude af aan een van de meest prestigieuze hoge scholen in Oostenrijk.

Tot dusver dus feitjes over Freud. Zijn theorieën: verouderd. Zijn nalatenschap in de psychologie: voortdurend. We kunnen altijd terugkijken op de genieën van voorgaande eeuwen en lachen over hun merkwaardige gedachten, maar het feit blijft dat veel van deze mensen voorlopers waren in hun tijd, en op hun manier briljante ideeën hadden. Zo ook Freud. Hij had het lef en de flexibiliteit van geest om nieuwe theorieën te bedenken en op te schrijven, die ver voorbij de kennis van die tijd gingen. Ze waren vermoedelijk ver van correct, maar ze dreven de wetenschap van neuropsychologie wel voort. Zijn persoonlijkheid was wellicht minder mooi, maar dat hoeft niet in de weg te staan van zijn bijdrage aan de wetenschap!