10 Meest Bizarre Sporten ooit op de Olympische Spelen

Sinds de eerste moderne Olympische Spelen in Athene, in 1896 om precies te zijn, hebben de meest uiteenlopende sporten hun weg gevonden naar de talloze arena’s waar sindsdien is gestreden. De traditionele sporten zoals hardlopen, worstelen en verspringen behoorden ook toen al tot de kern van het grootste sportevenement ter wereld. Elke vier jaar werpen de Olympische Zomerspelen hun schaduw ver vooruit en vormen ze het onbetwiste hoogtepunt van dat jaar. In het begin waren het alleen de mannen die zich mochten presenteren in hun betreffende sport. Pas later werden vrouwen toegelaten, en nog weer later werden vrouwen ook in de fysiek zware sporten geaccepteerd. Desalniettemin is er in de loop van de tijd genoeg te zien geweest. Veel bijzondere, gekke en zelfs vergeten sporten waren ooit Olympisch. Wat zijn de 10 meest bizarre Olympische sporten ooit?

10. Duivenschieten

duiven schieten

Je zou denken aan het kleiduivenschieten, maar dit was op de Olympische Spelen van Parijs in 1900 echter niet het geval. Mannen richtten met grote precisie hun wapens op de arme duiven die werden losgelaten. Na veel protesten wereldwijd werd de sport door het Olympisch comité vervolgens snel in de ban gedaan, om nooit meer terug te keren. Het doden van dieren als sport bleek een stap te ver.

9. Touwtrekken

Touwtrekken

Deze sport werd voor het eerst beoefend op de Olympische Spelen van 1900 en heeft het tot 1920 volgehouden. Groot-Brittannië was een meester in de sport en nam vele gouden medailles naar huis. Ze hadden uiteindelijk evenveel medailles al de rest van de landen samen op dit onderdeel in die jaren. Het ging bij de touwtrekken net zoveel om techniek en samenwerking als om kracht. De sport werd echter niet overal voor vol aangezien en van het programma gehaald, dit tot teleurstelling van de Britten die een goede pot touwtrekken wel konden waarderen. Tegenwoordig bestaat er nog steeds een internationale associatie, het TWIF, die met regelmaat kampioenschappen organiseert.

8. La Canne

La Canne (1924)

Het is een sport die te vergelijken is met het schermen dat we vandaag nog kennen en nog steeds een Olympische sport is. La Canne werd echter met een stok beoefend. Het was een soort Franse Martial Arts die op de spelen van 1924 werd ingevoerd. Wegens impopulariteit en de opkomst van het schermen werd het later verwijderd van de Spelen.


7. Tandem Wielrensprint

Tandem Bicycle Sprint (1906)

Een van de leukste sporten om te zien moet het tandem sprinten op de fiets zijn geweest. De mooie plaatsjes uit het verleden zijn de stille getuigen van deze prachtige sport. In die dagen was de tandem nog echt een bezienswaardigheid en de sport had dan ook niet te lijden onder een gebreken aan aandacht. Vanaf 1906 tot 1972 werd de tandem verreden. Twee mannen zaten achterelkaar op de fiets en trapten zo hard ze konden. De eerste bestuurde daarnaast ook de fiets en was vaak groter, om de tweede uit de wind te houden. 2000 meters scheidden de mannen van een gouden medaille. Een fascinerende sport die helaas niet meer verreden wordt. Er zijn de laatste jaren stemmen opgegaan om de sport weer in ere te herstellen.

6. Kegelzwaaien

Club Swinging (1904)

In het rijtje van meest bizarre sporten mag deze zeker niet ontbreken. Kegelzwaaien werd slechts twee keer beoefend op de Olympische Spelen, in 1904 en 1932, maar heeft toch een diepe impact gehad. Het behoorde tot de ritmische gymnastiek. De atleet moest kaarsrecht overeind blijven staan waarna de kegels door de lucht gingen. Een gestandaardiseerd systeem zorgde voor de beoordeling, die door een jury werd verricht. Helaas waren de juryleden nogal eens partijdig en waren de uitslagen niet altijd even eerlijk.

5. Snelwandelen

Snelwandelen

De eerste sport in het lijstje dat nog steeds op de Olympische Spelen aanwezig is én waar veel mensen een beetje meewarig en lacherig naar kijken: snelwandelen. De bizarre looppatronen van de snelwandelaars worden vaak geridiculiseerd. Toch is het een interessante sport om te zien en vergt het nogal wat van het uithoudingsvermogen. Sinds 1904 is snelwandelen aanwezig op de Spelen. Het is de bedoeling om een van de voeten aan de grond te houden tijdens het wandelen. Doe je dit niet dan volgt kwalificatie. In het verleden zat de spanning dan ook voornamelijk in de diskwalificaties. Met moderne camera’s is echter goed waar te nemen dat veel atleten stiekem veel vaker hun twee voeten van de grond hebben dan gedacht. Misschien een reden om de sport voorgoed vaarwel te zeggen?

4. Solo gesynchroniseerd zwemmen

Solo Synchronized Swimming (1984)

In 1984 was het zover en werd deze sport voor het eerst beoefend. Tot 1992 was het op de Spelen een serieuze aangelegenheid. Op muziek werd een choreografie uitgevoerd die het midden hield tussen een dans en een sportwedstrijd. Het was specifiek voor vrouwen. De synchronisatie was dat de dansroutine werd gesynchroniseerd door de atleet zelf, helemaal alleen. Een opmerkelijke rits aan uitvoeringen kwam voorbij. Na de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona was het echter genoeg geweest. Synchroniseren, daar had je kennelijk toch twee mensen voor nodig.


3. Touwklimmen

touwklimmen

Het is iets dat je doet op de basis- en middelbare school. Vroeger kon je er ook een gouden medaille mee winnen. Touwklimmen was een sport die de harten van velen sneller liet kloppen. Vanaf de eerste spelen in 1896 tot 1932 was het een serieuze sport. 15 meter lang was het touw waarlangs de atleten hun weg moesten vinden. Zo snel mogelijk naar boven klimmen was het devies. De winnaar was degenen die in de onderlinge wedstrijden het snelst naar boven klom. Niet zelden ging door de snelheid de controle verloren en viel iemand pardoes uit de touwen. Misschien dat daar de uitdrukking ‘uit de touwen geslagen’ vandaan komt. Griekenland was een erkend kampioen in deze sport. Touwtrekken had op het laatst te weinig aanhangers om Olympisch te blijven.

2. Stortduiken

stortduiken

Een moderne variant van het aloude in het water springen, dat was stortduiken waar de atleten vanuit een stilstaande positie zo’n 18 inches boven het water staan om vervolgens een mooie knal te maken, zo ver mogelijk weg. Degene met de verste afstand had gewonnen. In 1904 werden de enige drie medailles in St. Louis, de Verenigde Staten, aan drie Amerikanen uitgedeeld. Het waren de eerste duikevenementen die op de Spelen werden uitgeoefend. In die zin was stortduiken een voorloper van het moderne duiken, waar het vooral om de schoonheid gaat. Een grappig detail is dat duikers zich niet mochten bewegen nadat de duik was voltooid. Ze moesten stil in het water blijven liggen wachten op de jury. William Dickey is de enige gouden medaillewinnaar van deze sport.

1. Zwemmen met hindernisbaan

zwemmen met hindernis

De bizarste sport die ooit op de Olympische Spelen heeft plaatsgevonden is zonder twijfel het zwemmen met hindernisbaan. Dit zorgde voor hilarische taferelen. Het vond plaats in 1900 in Parijs, een Olympische Spelen waar nogal wat sporten uit dit lijstje vandaan komen. 200 meter ver moesten de zwemmers overbruggen. Dat lijkt niet zo ver. Onderweg moesten echter palen worden beklommen, geroeid worden in een boot en door boten gelopen worden die in de weg laten alvorens weer zwemmend af te sluiten. Het was een sport zonder toekomst. Vijf landen deden mee aan de hindernisbaan. De winnaar was Frederick Lane, een Brit, die met een tijd van 2:38.4 minuten zijn naaste belager Otto Wahle uit Oostenrijk nipt te vlug af was. De Oostenrijkers en Britten waren sowieso de erkende hindernisbaannemers. Helaas voor hen eindigde de sport waar het begon: op de burelen van het Internationaal Olympisch Comité.