Top 10 Wetenschappelijke Klinkende Mythes Die Niet Waar Zijn!

De wetenschap, in de tegenwoordige tijd, staat voor betrouwbaarheid, voor heldere, repliceerbare, en ‘ware’ resultaten. Wetenschap is de studie van kennisverwerving door systematische objectieve (wetenschappelijke) methodes. Met andere woorden, volgens veel mensen: de wetenschap weerspiegelt de waarheid, in tegenstelling tot veel niet-wetenschappelijke (of pseudo wetenschappelijke) takken van sport (astrologie, alternatieve geneeskunde, natuur-religies?). Nu wil ik absoluut niet zeggen dat deze laatst genoemden geen basis van waarheid hebben, dat mag iedereen voor zichzelf beslissen. Wat echter wel zo is, is dat wetenschap de enige is die aan systematische en objectieve kennisvergaring doet, de anderen hebben ‘alternatieve’ methoden toegepast om tot hun conclusies te komen. Wetenschap onderzoekt, via experimenten, tests en metingen. Daarom vertrouwen we (veel mensen) tegenwoordig op de wetenschap, ‘alsof’ het de waarheid is.

Allemaal mooi en wel, maar ook de wetenschap kan ergens naast zitten. Wetenschappers hebben bijvoorbeeld eeuwen lang geloofd dat het lichaam en veel van de kwalen daarin veroorzaakt werden door een verkeerde balans in de vier sappen van het lichaam (ook wel de humores genoemd). Bloed, Gele gal, Zwarte gal en Slijm waren volgens deze leer in balans in een gezonde individu en niet gebalanceerd in een zieke (of dode). Recentelijk (de laatste paar eeuwen) heeft de wetenschap aangetoond dat dit gebalanceerde humores-gedoe niet geheel is zoals het werkelijk uitziet in ons lichaam. Een beetje wetenschapper zal niet schromen deze ‘verbeteringen’ binnen de wetenschap toe te geven. Immers, vooruitgang! Er is tegenwoordig wetenschappelijk bewijs dat het niet zo is. Onderzoek, experimentatie en metingen hebben dit aangetoond.

Echter, soms gebeurt er iets anders. Soms denken wij dat iets wetenschappelijk bewezen is, terwijl het helemaal niet zo is. Vermoedelijk is ooit iemand begonnen met zo’n feitje, door het te stellen, en vervolgens te roepen dat hij of zij wetenschappelijke onderbouwing had (wat wellicht niet zo was, of welke foutief was). In deze lijst verzamelen we tien verschijnselen die in de volksmond vaak worden genoemd als wetenschappelijke waarheden, terwijl in feite niets minder waar is.

10. De bananenboom

bananenboom
foto: Rsika / wikicommons


Bananen groeien in bomen. Dat weet iedereen. Sterker nog, de meeste mensen hebben wel eens een foto van (of een werkelijke) ‘boom’ gezien die volhangt met bananen. Echter, een bananenplant is een eenzaadlobbige plantensoort behorende tot het geslacht Musa, en dat is een kruidachtige plantenfamilie. Deze plantenfamilie heeft variaties aan kruiden die wel tot twaalf meter hoog kunnen worden, maar een kruid blijft een kruid, het is geen boom. Een biologische boom moet namelijk aan meer eisen dan alleen lengte voldoen, eer het een boom genoemd mag worden. Een boom heeft bijvoorbeeld een stam met een buitenste laag (vlak onder de bast) waardoor de plantsappen omhoog worden gezogen, en een middelste geheel dat stevigheid geeft, en dat bestaat uit grotendeels ´dood´ materiaal van voorgaande jaren. Ieder jaar schuift het buitenste laagje dat sappen transporteerde naar binnen en vormt er zich een nieuw buitenste laagje om de boom, vandaar de jaarringen in een stam van een boom, die je overigens in een bananenboom niet zal vinden. De stam van een bananenplant wordt dan ook schijnstam genoemd. Het is een opeenhoping van zogeheten bladvoeten. Tevens heeft een bananen-stam geen bast.

Andere feitjes over de bananenplant die overigens wel waar zijn:

  • De banaan is een van de oudst geteelde gewassen (door mensen verbouwd) ter wereld, en er werd al over deze plant geschreven in oude Boeddhistische geschriften, zes eeuwen voor christus. In opgravingen van overblijfselen van een oude beschaving op Papoea Nieuw Guinea werden tevens sporen gevonden die duiden op prehistorische bananenteelt en deze vondsten werden geschat op zeker 5000 jaar vóór Christus (mogelijk zelfs eerder).
  • De naam banaan komt sterk overeen met het Arabische woord Banan, en dat betekent vinger. Echter, etymologen vermoeden dat de oorsprong van het woord daadwerkelijk ligt in het Spaanse en Portugese bananas, en zij hebben het op hun beurt weer geleend uit het Wolof (West Frikaanse taal).
  • Een ‘tros’ bananen kan wel veertig kilo wegen.
  • Bananen zijn krom vanwege zwaartekracht: vanwege het gewicht hangt de bloemtros naar beneden, maar vanwege negatieve geotropie willen de bananen allemaal recht omhoog groeien. Dit geeft de bananen hun rare krommingen.

9. Dat is er eentje die alleen met zijn linker brein denkt!

brein

Veel pseudo-psychologen tegenwoordig hebben het over dominante hersenhelften. Zoiets, zo wil het verhaal, bepaalt je karakter, en ook hoe goed je bent in sociale omgang, wiskunde en dansen of zingen (om maar eens wat te noemen). Rechtse hersenhelft-dominante mensen zijn creatiever, bijvoorbeeld.

Is dat ook echt zo? Neen, is het antwoord. Uiteraard, want anders stond dit onderwerp niet in deze top tien. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat er niet zoiets is als dominantie van een hersenhelft over de andere. Het idee kwam van het feit dat er bepaalde centra in onze hersenen zijn, die bepaalde handelingen voor ons regelen, en die centra zijn asymmetrisch over de hersenhelften verdeeld (dat wil zeggen, het praat centrum is aan de ene kant, het rekencentrum aan de andere). Het idee van links of rechts dominerende hersenhelften was dat mensen meer actieve centra in één helft zouden hebben, en derhalve beter zouden zijn in al de zaken die aan die kant geregeld werden. Vandaar de linker of rechter helft dominantie.


Onderzoek dat gebruik maakte van neuro-imaging (hersen-fotografie, min of meer) vindt echter zulke dominantie niet terug. Iemand die goed in rekenen is, is dus niet per definitie een sociale paria, en vice versa, een charismatische charmeur is niet per se een discalculus. Het kan zijn dat je toch zo’n persoonlijkheid hebt, natuurlijk, maar het ligt niet aan links of rechts dominante hersenhelften! Het kan uiteraard altijd toevallig zo zijn dat bijna al jou ster-activiteiten zich bevinden in één hersenhelft, maar dat is niet genoeg reden om te vermoeden dat het bij iedereen altijd zo is.

8. Vleermuizen zijn blind

Vleermuizen

Vleermuizen gebruiken echolocatie, een manier van oriënteren waarbij niet zicht, of tast, maar gehoor gebruikt wordt om de afstand van de omgeving te bepalen. Een vleermuis ‘hoort’ dus zijn omgeving min of meer zoals wij die zien. Hij (of zij) zendt hoge geluiden uit en registreert met gigantische oren (relatief gezien hun lichaamsgrootte) van waar welk geluid terug kaatst. Door middel van deze terugkaatsing kan een vleermuis zeggen wat waar is, met precisie die wellicht nauwkeuriger is dan het gemiddelde zicht van een mens! Derhalve zijn vleermuizen blind…

Neen, uiteraard. Vleermuizen kunnen wel degelijk (iets) zien. Sterker nog, er is een grote onder-orde in de ruime hoeveelheid vleermuissoorten die we kennen die zich voornamelijk op zicht oriënteren, de zogeheten Megachiroptera (grote vleermuizen). Deze eten voornamelijk fruit. Fruit heeft niet de neiging om plotseling op te springen en weg te rennen, en het is dus relatief gemakkelijk voor een vleermuis om een appel te vangen, als hij eenmaal weet waar de appel is. Voor vele fruitsoorten is het juist beter om te zien, dan te horen. Wellicht is echolocatie wel nauwkeurig in het aangeven van ‘vormen’, maar kleuren kan je nog altijd niet zien met geluid. En een glanzende rooie appel, of mooie kers, die zie je het beste met ogen.

Echter, de andere grote groep vleermuissoorten eet voornamelijk vlees (let op, voornamelijk insecten), en deze vleermuissoorten gebruiken voornamelijk (maar niet uitsluitend) echolocatie. Omdat deze vleermuizen voornamelijk in de nacht jagen, en in (onverlichte) grotten wonen en overwinteren, is zicht niet bepaald de beste manier van manoeuvreren en jagen. Derhalve heeft de evolutie ervoor gezorgd dat deze vleermuizen in plaats daarvan gebruik maken van geluid. Echter, net als mensen kunnen vleermuizen nog altijd zien.

En dat is niet vreemd. Neem nou mensen, wij zijn gespecialiseerd in het zien, maar wij kunnen toch ook nog altijd horen en ruiken. Die andere manieren zijn dan wel niet ons meest belangrijke waarnemingsinstrument, desalniettemin brengen ze interessante en relevante informatie binnen. Zo ook voor vleermuizen. Ze vertrouwen voornamelijk op echolocatie, maar denk nou niet dat ze je daarom niet zullen zien of ruiken!

Vampier-vleermuizen, de meest gevreesde soort in afgelopen eeuwen, komen overigens niet voor in Europa. Er zijn enkele van deze diersoorten in midden en zuid Amerika. Deze (kleine diertjes niet groter dan je hand) zuigen inderdaad het bloed van hun ‘slachtoffers’, maar net als muggen drinken ze nooit alles op. Sterker nog, het bloedverlies door zo’n aanval is vaak nog niet eens genoeg om echt flauw van te worden. Een gemiddelde bloeddonatie zal je meer affecteren dan deze vleermuizen. Overigens voedt deze soort zich bijna nooit bij mensen, enkel bij andere diersoorten. Vermoedelijk is het te gevaarlijk om bij mensen, die doorgaans nogal hysterisch reageren, bloed te zuigen…

7. Alcohol doodt hersencellen

alcohol

Voordat ik in ga op deze mythe, even een disclaimer: Hersencellen worden wellicht niet gedood door alcohol, maar dat betekent niet dat alcohol onschadelijk is. Het is een van de meest gevaarlijke stofjes voor je lichaam. Hoewel het geen hersencellen doodt, maakt het de functie van je hersenen op den duur wel erg moeilijk. Gebruik met mate…

Goed, dat even terzijde. Het algemene geloof is, en dit wordt vaak onderstreept door goedbedoelde (media) campagnes die ons en onze kinderen probeert te leren niet te veel alcohol te drinken, dat je hersenen afsterven van alcohol consumptie. Dit is in werkelijkheid niet zo. Alcohol doodt geen hele hersencellen in een klap. Echter, wat het wel doet, is net zo schadelijk voor je lichaam. Alcohol zorgt er namelijk voor, op een biochemische wijze die we hier eventjes niet zullen behandelen maar kunnen samenvatten als gecompliceerd, dat je hersencellen niet meer met elkaar kunnen communiceren. De cellen veranderen van structuur en dit verstoort communicatie tussen cellen.

Nu moet je weten dat een gezond brein enkel en alleen gezond functioneert doordat het communiceert, juist doordat miljoenen hersencellen met elkaar in contact zijn. Als dit contact verstoord wordt, door alcohol bijvoorbeeld, dan ben je als geheel persoon ‘in big trouble’. Het resultaat lijkt op verlies van hersencellen, immers ze doen niet meer wat ze moeten doen, maar in werkelijkheid zijn ze niet écht gedood, simpelweg onnuttig gemaakt. Hoe dan ook, het is nooit verstandig om (te) veel alcohol te drinken, zeker niet als je hersenen nog in de maak zijn (adolescentie). Tenzij je natuurlijk je leven lang wil rondlopen met half-lamme hersencellen die niets anders doen dan in de weg zitten. Kijk, je moet het zelf weten, natuurlijk…

6. Vijf zintuigen is alles wat we hebben

zintuigen
foto: Allan-Hermann Pool / wikicommons

Zien, horen, ruiken, voelen en proeven. Dat is alles wat we hebben. Ten minste, dat is de traditionele combinatie aan zintuigen die ons van kinds af aan geleerd wordt. Echter, laten we kijken naar de biologische definitie (hier versimpelt in normale taal) van een zintuig: namelijk een orgaan of orgaansysteem dat ons in staat stelt om bepaalde dingen uit de omgeving waar te nemen. Zicht bestaat uit het organensysteem oog, oogkas, en alle bijbehorende rand-lichaamsdelen (bijvoorbeeld je wenkbrauw, je wimpers, et cetera, allemaal nodig om het oog goed te laten functioneren). Dit organensysteem stelt ons in staat om licht-weerkaatsing van objecten waar te nemen (de zon schijnt op een object, dit object weerkaatst delen van het licht, en dat deel dat weerkaatst wordt en op ons oognetvlies valt, is wat wij ‘zien’). Gehoor, reuk, tast en smaak werken min of meer op deze wijze. Allemaal zintuigen dus.

Echter, er zijn meer orgaansystemen die op zulke wijze dingen uit de omgeving waarnemen. De reden waarom wij deze niet zien als zintuigen, is omdat deze waarnemingen vaak worden doorgespeeld aan ons onderbewuste. Neem bijvoorbeeld het evenwicht. Ons evenwichtsorgaan (in de oor gelokaliseerd) seint direct naar ons onderbewuste door of we recht staan of niet, en of de wereld onder ons ‘recht’ is of niet. Dit is hoe wij recht overeind kunnen blijven staan. Ons evenwichtsorgaan seint namelijk constant door of we nog verticaal gepositioneerd zijn, of dat we ‘overhellen’. In dat geval maakt het onderbewuste een nanoseconde beslissing en seint snel naar je benen door om te corrigeren. Je schuift je voet een centimeter naar rechts en balans is hersteld. Of niet, in welk geval je evenwichtsorgaan wederom doorseint wat de afwijking is. Als je autoziek of zeeziek bent, komt dat vaak doordat je evenwichtssysteem hevig in de war raakt van die wereld die constant verandert van oriëntatie, je onbewuste kan het allemaal niet bijhouden. Het gevolg, je voelt je niet goed.

Ons zintuig ‘tast’ is ook niet zo simpel als het lijkt. Je huid heeft namelijk drie manieren van tast. Er is de bekende tast-tast, als in, je voelt je vingers bijvoorbeeld op een bureaublad rusten, of een persoon naast je tegen je schouder aanleunen. Dat is ‘voelen’. Maar er is tevens een apart systeem binnen je huid en hersenen aangelegd om koude en warmte te registreren. Dit aparte systeem functioneert afzonderlijk van voel-tast, en dat is maar goed ook, want anders zou je pas kunnen voelen dat een pan heet is, door hem aan te raken, in plaats van er dichtbij te komen met je vingers. Tot slot heeft je huid een apart systeem voor pijn. Als iemand je dus knijpt, zijn er twee systemen van toepassing (en drie als de knijper koude klauwen heeft!). Ten eerste is er voel-tast; je merkt dat de persoon je aanraakt. Ten tweede is er pijn-tast, je voelt dat de persoon je pijn-zenuwen heeft gestimuleerd.

Tot slot behandelen we nog proprioceptie (hoewel er meer zintuigen zijn, die we vanwege plaats gebrek even achterwege laten). Proprioceptie of positiezin laat een mens waarnemen waar zijn eigen lichaam is. Dat lijkt banale kennis, maar het is zeer nuttig, bijvoorbeeld als je moe bent en in je ogen wil wrijven, of een gaap wilt verbergen met je hand. Als je niet exact wist waar het einde van je arm en hand was, dan zou je meer dan eens per ongeluk jezelf een klap verkopen, terwijl je enkel beleefd je gaap wou verhullen. Proprioceptie geeft je onbewust een haarfijn vermogen om te ‘weten’ waar je lichaam is. Alcohol verstoort overigens onder andere deze proprioceptie. Vraag een goed dronken persoon maar eens om met gesloten ogen zijn neus aan te raken met zijn vinger. Vraag wel of hij het voorzichtig wil doen, om verwondingen te voorkomen!

5. Bijna alle lichaamswarmte gaat verloren via het hoofd

hoofd
foto: Boaz Gabriel Canhoto / Wikicommons

Je moet je warm aankleden en een hoed dragen en sjaal, want je verliest het meeste lichaamswarmte via je hoofd. Dat hoor je vaak genoeg. Het is echter niet (geheel) waar. Het vermoeden is dat deze mythe is ontstaan in een experiment in de jaren vijftig, waarbij deelnemers in extreem dikke pool-bekleding werden onderworpen aan extreem koude condities. Omdat ze geheel ingepakt waren behalve op hun hoofd, was het in dit geval inderdaad zo dat ze de meeste warmte verloren via hun hoofd.

In normale omstandigheden, echter, is dit absoluut niet het geval. Het lijkt echter wel zo, omdat het hoofd nou eenmaal gevoeliger is voor kou dan de meeste delen van het lichaam, dat je het sneller merkt als het koud is, aan je hoofd. Bedekken van het hoofd geeft dus veel meer het gevoel dat er warmte wordt behouden. Wanneer men echter test hoeveel hitte er per lichaamsdeel verloren raakt, bij mensen die enkel een zwempak dragen, dan is het hoofd in staat om slechts voor 10 % warmteverlies bij te dragen. Maar ja, inderdaad, als je de rest van je lichaam helemaal inpakt, dan zijn de onbedekte delen (zoals je hoofd) natuurlijk de grootste warmte-lekken.

4. Je kan de Grote Chinese Muur vanuit de ruimte zien

chinese muur
foto: Samxli / wikicommons

Met radar en satelliet-camera’s kan je tegenwoordig inzoomen tot in de achtertuin van je buur. Als je dat als ‘vanuit de ruimte’ interpreteert, dan kan je inderdaad de Chinese Muur ook zien. De Muur is namelijk waarschijnlijk groter dan de tuin van je buur (meestal). Maar met het blote oog kan je de Chinese Muur echt niet zien vanuit de ruimte. Met een haarfijne camera kan het mogelijkerwijze wel gefotografeerd worden, maar met het blote oog… nagenoeg niet. Het probleem is dat het materiaal waarmee de muur is gebouwd (natuursteen) bijna exact dezelfde kleur heeft als de omgeving (waarvan de natuursteen vermoedelijk kwam). Gelukkig kan het wel met radar!

3. Verschillende gebieden op je tong zijn verantwoordelijk voor smaak

tong

Het puntje van je tong is voor zoet en zout, en achterin ‘proef’ je bitter. Dat lijkt zo te zijn, en veel mensen geloven dat het ook echt zo is, maar is het waar? Neen, vandaar dat het in dit lijstje staat. Het is wél zo dat smaak papillen in verschillende soorten en maten voorkomen. Sommige smaak cellen zijn in staat om zoet of zout te herkennen, en andere bitter. In principe zijn er vijf soorten smaak te herkennen door cellen: zoet, zout, bitter, zuur en ‘hartig’ ( de meest recentelijk ontdekte smaak soort). Wetenschap vermoedt dat er nog meer smaak-soorten en bijbehorende cellen zijn, maar die zijn nog niet bekend. Echter, die gespecialiseerde smaakcellen bevinden zich niet in groepen of delen van je tong, maar overal op je tong. Er kan wel een verschil van persoon tot persoon zijn in de mate waarin de cellen aanwezig zijn (sommige mensen proeven zoet beter, of minder, bijvoorbeeld) en er schijnt ook een verschil te zijn tussen mannen en vrouwen, maar er zijn geen regio’s op je tong voor bitter, zoet of zout. Maar in principe heeft iedereen deze vijf (of meer) smaakreceptoren grofweg op alle delen van de tong.

2. Hersencellen kunnen zich niet regenereren

hersencellen

Wanneer je een hersencel hebt verloren, is hij voorgoed verloren, wil de mythe. Vanaf je 25e leeftijd is je hersennetwerk ongeveer klaar met groeien, en vanaf die leeftijd zal je alleen maar achteruit gaan, lijkt het wel. Maar dit is gelukkig niet helemaal waar. Sommige hersencellen kunnen net als andere cellen in je lichaam regenereren (opnieuw geproduceerd worden). Huidcellen, bijvoorbeeld, worden constant opnieuw aangemaakt. Dat moet ook wel, want je verliest huidcellen op een gruwelijk hoog tempo. Het zou niet handig zijn als je, iedere keer als je een schaafwond opliep, dat stukje huid voor de rest van je leven zou moeten missen. En dat hoeft ook niet, huid wordt netjes opnieuw aangemaakt.

Lang heeft men gedacht dat het met hersencellen niet zo was, dat deze niet ‘regenereerden’. Echter, dit is niet het geval voor alle hersencellen. Er zijn sommige soorten cellen in ons brein die wel degelijk kunnen regenereren. Het is met name het perifere zenuwstelsel dat in staat is tot regeneratie. Dit is het deel tussen het centrale zenuwstelsel (de grote regelaar) en de organen. Het bestaat onder andere uit al je zenuwen in je ruggengraat, je hersenstam (diep onderin je schedel gelokaliseerd) en enkele hersenzenuwen (onder andere). Het zijn de zenuwen die je spieren aansturen, die signalen van je zintuigen doorsturen en die je hele interne organensysteem (darm,. Maag, lever en ga zo maar door) regelen. Een niet geheel onbelangrijk deel van je lichaam dus, en het kan zich dus wel degelijk (tot zekere mate) regenereren. Dat wil niet zeggen dat een gebroken ruggengraat geen enkel probleem meer is, echter, dus wees toch maar voorzichtig.

1. Bliksem slaat nooit twee maal op dezelfde plek in

Bliksem

Bliksem heeft geen geheugen. Er is geen man (of vrouw) in de hemel met een grote hamer, speer, baard of wat dan ook, die de bliksem beheerst en haar naar de aarde stuurt. Net zo min kan bliksem de zondaar neerslaan, noch slaat het ‘nooit’ op dezelfde plek in als een voorgaande keer.

Sterker nog, bliksem wordt ‘aangetrokken’ tot hoge structuren, en als een landschap bepaalde uitstekende punten heeft (zoals het Amerikaanse Empire State Building), zal deze plek wel vaker dan twee keer worden geraakt door bliksem. Het is overigens gemeten voor dit specifieke gebouw. Vijfentwintig maal per jaar wordt het Empire State Building gemiddeld genomen geraakt door de bliksem.

Het beste wat je kan doen, in een onweersbui, is zorgen dat jij niet het hoogste punt in de omgeving bent. Echter, ga nooit onder een hoge boom staan want, hoewel de bliksem dan wel niet jou maar de boom zal raken, is het niet gegarandeerd veilig onder die boom. De boom kan immers omvallen, een tak kan afbreken, ga zo maar door. Hurken en je klein maken, dat is een geslaagde tactiek. Wat ook wil helpen is in een auto te gaan zitten (maar raak niks van metaal aan bij inslag!), of rubberen schoenen aantrekken. Rubber geleidt stroom namelijk niet. Het is niet zozeer de inslag van de bliksem, maar de stroom die door jou heen stroomt naar de aarde die dodelijk is. Als je die stroom onderbreekt door een niet-geleidende laag te dragen, ben je een stuk veiliger (hoewel je nog altijd een fikse schok kan krijgen). Het beste is natuurlijk om ergens te gaan schuilen en over het algemeen niet in een onweersbui buiten rond te lopen.

Dit lijstje maakt het maar weer eens duidelijk; laat je nooit zomaar bedotten doordat iemand zegt ‘dat is wetenschappelijk bewezen’. Altijd doorvragen naar waar, wanneer, en door wie dat wetenschappelijke bewijs dan wel niet werd geleverd, is mijn advies. Weet de tegenpartij niet te vertellen waar zijn wetenschappelijke kennis dan wel vandaan komt, heb je meteen aangetoond dat het een nogal onbetrouwbare bron is. Weet de tegenpartij het wel, en blijkt na controle dat hij of zij gelijk heeft, dan heb je een leuk nieuw feitje geleerd. Maar altijd eerst checken. Zo houden we de wereld mythe-vrij.