Gokken is al eeuwenlang een fascinerende bezigheid, maar wist je dat sommige van de meest iconische historische figuren echte waaghalzen waren? Van beroemde schrijvers tot koningen en zelfs maffiosi: gokken heeft niet alleen hun persoonlijke leven beïnvloed, maar ook grote gebeurtenissen in de geschiedenis. In dit artikel ontdek je 10 historische figuren die niet alleen risico’s namen in het leven, maar ook aan de goktafel.
1. Giacomo Casanova – Meer dan een rokkenjager

Bij Casanova is de kans groot dat je denkt aan zijn verleidingskunsten en avonturen met vrouwen. Minder bekend is dat deze Venetiaanse avonturier ook een groot liefhebber van gokken was. Hij had een voorliefde voor kaartspellen als faro, een populair spel in de 18e eeuw.
Hoewel hij door zijn charme vaak toegang kreeg tot de elitekringen van Europa, bracht zijn gokgedrag hem regelmatig in de problemen. Er zijn verhalen waarin hij zich tot vrienden en hooggeplaatste personen moest wenden om uit de schulden te komen. Net zoals bij zijn amoureuze escapades, leefde Casanova ook aan de goktafel op het scherpst van de snede.
2. Fyodor Dostojevski – De schrijver die alles verloor

Dostojewski had slechts twee maanden om het boek De Speler te schrijven, nadat hij 3.000 roebel van uitgever Stellovski had aangenomen om zijn schuldeisers af te kopen. Als hij niet vóór 1 november 1866 een manuscript van minstens 160 pagina’s afleverde, zou Stellovski negen jaar lang de rechten krijgen op al zijn werken, verleden en toekomst. In deze noodsituatie pauzeerde hij Misdaad en Straf. Hij haalde inspiratie uit zijn eigen gokverslaving, begonnen in 1863 tijdens een reis door Europa, waar hij gegrepen werd door roulette.
In De Speler toont hoofdpersonage Alexei Ivanovitsj dezelfde neerwaartse spiraal: hij denkt met genoeg doorzettingsvermogen de tafel te kunnen verslaan. Freud noemde dit een “grenzeloos egoïsme”, waarin de gokker empathie verliest en gelooft in een onfeilbaar spelsysteem. Ook nu blijft de verleiding groot, met de opkomst van online gokken buitenland als extra impuls. Dostojewski zelf joeg jarenlang verliezen achterna, tot een plotselinge openbaring hem bevrijdde en hij voorgoed afstand deed van zijn gokdroom.
3. Koning Hendrik VIII – De goklustige monarch

Koning Hendrik VIII van Engeland staat bekend om zijn vele huwelijken en de breuk met de Katholieke Kerk, maar hij had ook een onstilbare honger naar gokken. Of het nu ging om kaartspellen of dobbelspellen, Hendrik waagde graag een gokje.
Hij organiseerde weddenschappen aan het hof en kon soms exorbitant veel geld verliezen. Zo zijn er verhalen over koninklijke schatten die hij vergokte en zelfs over schulden die hij moest vereffenen met kostbaarheden uit zijn eigen paleis. Gokken was een belangrijk tijdverdrijf aan het Engelse hof en het gaf Hendrik VIII de mogelijkheid om zijn competitieve en avontuurlijke kant te tonen – al kostte dat hem soms een fortuin.
4. Keizer Claudius – De Romeinse keizer met een dobbelverslaving

Keizer Claudius (10 v.Chr.–54 n.Chr.) was de vierde keizer van Rome en stond bekend om zijn intellectuele interesses en hervormingen. Minder bekend is zijn onuitputtelijke liefde voor dobbelspellen. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Suetonius speelde Claudius zo graag dat hij zelfs een speciale kist liet maken, zodat hij ook onderweg in een hobbelige reiswagen met dobbelstenen kon spelen.
Zijn gokgedrag werd door veel tijdgenoten als ongepast gezien voor een keizer, maar Claudius bleef vol trots zijn passie voor kansspelen uitdragen. Men zegt zelfs dat hij overwoog een boek te schrijven over dobbelspellen, wat illustreert hoe diepgeworteld zijn fascinatie voor het gokken was.
5. Marie Antoinette – extravagantie , luxe en gokken

De Franse koningin Marie Antoinette is het boegbeeld van koninklijke extravagantie en luxe. Naast haar liefde voor dure jurken en sieraden, bracht ze ook graag avonden door met kaartspellen zoals pharo. Dit gokspel was enorm populair aan het Franse hof en Marie Antoinette kon er geen genoeg van krijgen.
Haar losbandige uitgaven, waaronder gokschulden, droegen bij aan haar reputatie van spilzucht en wereldvreemdheid – factoren die uiteindelijk ook de publieke opinie tegen haar keerden. Het is dan ook niet gek dat haar gokgedrag is blijven hangen in de geschiedenis, als symbool van de decadentie van het ancien régime.
6. Charles II van Engeland – De koning van weddenschappen

Na de strenge periode van het Engelse Gemenebest onder Oliver Cromwell, bracht koning Charles II weer levendigheid terug aan het hof. Een van zijn favoriete bezigheden was het aangaan van weddenschappen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Of het nu ging om paardenraces of absurde uitdagingen, Charles II zocht altijd naar manieren om het leven spannend te maken.
Gokken werd daardoor een integraal onderdeel van de hofcultuur, met alle excessen van dien. De koning stond bekend om zijn gulheid, maar ook om zijn neiging tot verkwisting. Zijn hofhouding volgde zijn voorbeeld en al snel werden luxe feesten en gokpartijen een vast element van het koninklijke leven.
7. Wyatt Earp – De gokker van het Wilde Westen

Wyatt Earp is vooral bekend als legendarische wetsdienaar en revolverheld in het Wilde Westen, met name door zijn rol bij de Schietpartij bij de O.K. Corral. Maar naast zijn werk als marshal en salooneigenaar was Earp ook een begenadigd pokerspeler. In de saloons van Dodge City en Tombstone verdiende hij bijverdiensten met kaartspellen en weddenschappen. Zijn reputatie als hardhandige maar rechtvaardige wetsdienaar hield mogelijk ook valsspelers in het gareel.
8. Voltaire – De slimme gokker

Voltaire, de beroemde Franse filosoof en schrijver, was niet alleen een meester in satire maar ook in wiskunde. Samen met een bevriende wiskundige ontdekte hij een zwakte in het Franse loterijsysteem. Door samen te werken en een strategie toe te passen waarbij ze veel loten kochten met een wiskundig voordeel, wisten ze enorme winsten binnen te halen. Dit leverde Voltaire een klein fortuin op, genoeg om zich financiële onafhankelijkheid te verschaffen en zijn carrière als schrijver en denker voort te zetten.
9. John Montagu, 4e Graaf van Sandwich – De man achter het broodje én de goktafel

John Montagu (1718–1792), beter bekend als de 4e Graaf van Sandwich, was een invloedrijke Britse staatsman en zeeheld, maar hij raakte onsterfelijk in de geschiedenisboeken als vermeende “uitvinder” van de sandwich. Volgens de bekende anekdote zou hij tijdens lange kaartavonden eten hebben besteld dat hij met één hand kon nuttigen, zodat hij niet van het spel hoefde weg te lopen. Of dit verhaal helemaal op waarheid berust, staat ter discussie, maar duidelijk is wel dat Montagu een fervent gokker was. Hij was vaak te vinden in Londense gentlemen’s clubs, waar hij zich bezighield met kaartspellen, weddenschappen en andere vormen van vermaak. Zijn reputatie als gokliefhebber is minstens zo legendarisch als het broodje dat zijn naam draagt.
10. Al Capone – De maffiabaas die gokte op alles

Al Capone is onlosmakelijk verbonden met de Amerikaanse droogleggingstijd en de georganiseerde misdaad in Chicago. Naast de illegale drankhandel runde hij ook gokholen en andere louche gelegenheden. Maar Capone was niet alleen een zakenman in de wereld van gokken; hij hield er zelf ook van om geld in te zetten op allerlei weddenschappen. Of het nu ging om kaartspellen of sportwedstrijden, deze meedogenloze maffiabaas waagde graag een gokje. Gokken was dan ook een belangrijk onderdeel van zijn criminele imperium, waarmee hij enorme winsten vergaarde maar ook veel vijanden maakte.
