Eeuwenlang heeft de mens geprobeerd de natuur te slim af te zijn. De vraag “Wordt het een jongen of een meisje?” hield koningen, boeren, artsen en tovenaars bezig.
De oplossingen die men bedacht, variëren van grappig tot regelrecht huiveringwekkend. Wat volgt, is een top 10 van de vreemdste oude methodes waarmee men dacht invloed te kunnen uitoefenen op het geslacht van een kind. Ze zijn echt ooit geprobeerd, maar geloof ons: geen enkele werkt.
1. De testikel-theorie
Oude medische teksten beweerden dat de linker testikel meisjes voortbracht en de rechter jongens.
Sommige mannen namen dat letterlijk: ze bonden de “verkeerde” testikel af of lieten hem zelfs volledig verwijderen in de overtuiging dat ze zo een zoon konden verwekken. Een gruwelijke en uiteraard zinloze daad, geboren uit onwetendheid en het verlangen om het lot te manipuleren.
2. Peterselie op het hoofd

Volgens een oude medische traditie moest een vrouw wat peterselie op haar hoofd leggen, liefst zonder dat ze wist waarom. Daarna moest men wachten tot ze met iemand sprak, want de eerste persoon tot wie ze het woord richtte, zou bepalen of ze een zoon of een dochter kreeg.
3. Drankje van de geslachtsdelen van een haas

De middeleeuwse verzameling Trotula bevatte een recept dat vandaag eerder thuishoort in een horrorfilm.
Het voorschrift luidde: droog de geslachtsdelen van een haas, maal ze tot poeder, meng het met wijn en laat beide partners ervan drinken vóór de daad. Men geloofde dat de levenskracht van de haas zich zo zou overdragen op het nageslacht, een wonderlijk staaltje magische logica met een stevige nasmaak.
4. De groenige vrouw
De oude Egyptenaren waren al vroeg geobsedeerd door geslachtsvoorspelling. Rond 2000 v.Chr. beschreef een papyrus een wel heel bijzonder advies: vrouwen met een groenige huidskleur zouden onvermijdelijk een zoon baren. Hoe men precies tot die kleurdiagnose kwam, blijft gissen, mogelijk dacht men dat het iets zei over de “levenskracht” van de vrouw.
5. Urine op graan

In dezelfde papyrus stond geschreven dat urine wonderbaarlijk veel kon onthullen. Vrouwen moesten op gerst en tarwe plassen: als de gerst eerder ontkiemde, zou het een jongen worden; de tarwe voorspelde een meisje. Verrassend genoeg was het eerste deel van dit experiment — het detecteren van zwangerschap — soms nog accuraat. Alleen dat geslacht voorspellen? Pure fantasie.
6. Rechts voor jongens, links voor meisjes

In de tijd van de oude Grieken dacht men dat het menselijk lichaam symmetrisch was opgebouwd met een mannelijke en vrouwelijke kant. Wie een zoon wilde, moest ervoor zorgen dat het zaad “van de rechterzijde” kwam of dat de vrouw op haar rechterzijde lag. Voor een dochter gold het omgekeerde. Hoe precies dat gecontroleerd moest worden? Daar liet men de fantasie maar op los.
7. Bed richting het noorden

Lang voor Feng Shui kenden sommige culturen hun eigen versie van slaapkamergeometrie. Men geloofde dat de richting waarin je sliep of de wind blies tijdens de conceptie, het geslacht bepaalde. Wilde je een jongen? Dan moest je bed noord-zuid staan. Voor een meisje was oost-west beter. Je zou haast denken dat de eerste kompasfabrikant hier gouden zaken mee deed.
8. De kracht van tijd en maanlicht
Volgens 19e-eeuws bijgeloof maakte zelfs het tijdstip van de liefde uit. Seks in de middag zou een meisje opleveren; ’s nachts, liefst onder een volle maan, een jongen. Het universum zou ritmes kennen die rechtstreeks doorwerkten in het nageslacht. Romantisch? Misschien. Wetenschappelijk? Absoluut niet.
9. De houten lepel onder het bed
De meeste “geslachtsbeïnvloedingsmethodes” waren gericht op het krijgen van een zoon. In veel samenlevingen golden jongens als waardevoller, vooral voor de erfopvolging. Koning Hendrik VIII liet zelfs zijn vrouw Anne Boleyn onthoofden nadat ze hem ‘slechts’ een dochter schonk, ironisch genoeg de latere koningin Elizabeth I, een van Engeland’s grootste heersers.
Maar niet iedereen droomde van een jongen. Volgens oude volksverhalen kon een vrouw die juist een dochter wilde, simpelweg een houten lepel onder haar bed verstoppen. En niet zomaar een: het moest écht hout zijn. Wie haar kansen verder wilde vergroten, legde ook nog een roze lint onder het kussen.
10. De “sterke zwemmers”-theorie van een heilige non

De 12e-eeuwse non en mystica Hildegard van Bingen had verrassend uitgesproken ideeën over voortplanting — ondanks haar celibataire leven. In haar medische geschriften beweerde ze dat het geslacht van een kind bepaald werd door de kracht van het mannelijk zaad. “Wanneer een man gemeenschap heeft en sterk zaad uitstoot,” schreef ze, “zal een zoon worden verwekt, want dat is Gods wil.” Was het zaad dun of zwak, dan volgde volgens haar een dochter.

Hildegard was niet zomaar iemand: ze was een heilige, componiste en gerespecteerde geleerde. Haar woorden droegen dus gewicht, hoe vreemd de theorie ook klinkt. Ironisch genoeg had ze zelf geen praktijkervaring, maar dat weerhield middeleeuwers er niet van om haar “advies” bloedserieus te nemen.
Na al die vreemde methodes eindigen we bij de enige die klopt: toeval. Het geslacht van een baby wordt bepaald op het moment van bevruchting, wanneer een spermacel met een X- of Y-chromosoom de eicel binnendringt. Statistisch is dat bijna een 50/50 kans, iets meer jongens dan meisjes, gemiddeld 105 op 100. Al het andere is bijgeloof, of op z’n best een curiositeit uit het verleden.