Atleten gaan ver om te winnen, maar sommigen gaan te ver. Sporters hebben de meest bizarre, gevaarlijke en ronduit vreemde methodes gebruikt om hun prestaties te verbeteren. Van dierlijke organen tot vreemde cocktails: doping kent een lange, bizarre geschiedenis. Dit zijn de 10 vreemdste dopingmethodes die ooit zijn gebruikt.
1. Dierenorganen en bloed in de oudheid

Voordat er synthetische doping bestond, werd er in de natuur gezocht naar manieren om kracht en uithoudingsvermogen te vergroten. In oude culturen over de hele wereld werd het eten van rauwe dierenorganen – zoals lever, hart en testikels – gezien als een manier om de kracht van het dier over te nemen. Testikels, in het bijzonder van stieren, werden vaak geconsumeerd vanwege het geloof dat ze rijk waren aan testosteron en mannelijke kracht zouden bevorderen.
Daarnaast werd ook het drinken van bloed, zoals stierenbloed, in sommige tradities toegepast. Dit ritueel werd niet alleen gezien als een fysieke boost, maar ook als een spirituele handeling die moed en vitaliteit moest geven.
Moderne wetenschap legt uit dat het eten van rauwe dierlijke producten weinig tot geen effect heeft op prestaties en vaak meer risico’s met zich meebrengt, zoals infecties of voedselvergiftiging.
2. Strychnine – rattenvergif (19e eeuw)
In de late 19e en vroege 20e eeuw gebruikten atleten strychnine, een dodelijk rattenvergif (!), om hun prestaties te verbeteren. In kleine doses werkt het als een zenuwstimulator, waardoor sporters zich sterker en energieker voelden. Tijdens de marathon van de Olympische Spelen in 1904 nam de Amerikaan Thomas Hicks strychnine (gemengd met brandy!) om de finish te halen. Hij overleefde het nipt.
3. Schapenballen (begin 20e eeuw)

Voordat synthetische testosteron bestond, zochten atleten naar alternatieven om hun kracht en spiermassa te vergroten. Een van de vreemdste methodes was het eten van rauwe of gedroogde schapenballen, omdat men dacht dat ze testosteron bevatten.
Deze manier van doping was vooral populair in de jaren ’30 en ’40. Tegenwoordig klinkt het als een grap, maar toen werd het bloedserieus genomen.
4. Cocaïne (19e en vroege 20e eeuw)

Cocaïne werd in de late 19e eeuw gezien als een medicijn voor alles, inclusief sportprestaties. Wielrenners en hardlopers gebruikten cocaïne om vermoeidheid tegen te gaan en langer door te kunnen gaan. Het werd zelfs verwerkt in speciale ‘energiepillen’ en drankjes. Pas later realiseerde men zich hoe verslavend en gevaarlijk cocaïne eigenlijk is, maar tegen die tijd hadden veel atleten er al hun carrière én gezondheid mee verpest.
5. Schildpadschildsoep

In het oude China geloofde men dat schildpadschildsoep een magische krachtboost gaf. Atleten dronken liters van deze soep, omdat ze dachten dat ze daarmee de kracht en uithoudingsvermogen van een schildpad kregen.
De schildpad, symbool voor kracht en lang leven, inspireerde sporters tot het gebruik van deze eeuwenoude “doping.” Of het werkte? Waarschijnlijk niet, maar het geloof in de soep was sterk genoeg om het te proberen.
6. Varkenshersenen
In recente jaren kwam het gebruik van cerebrolysine, een extract van varkenshersenen, onder de aandacht in de sportwereld. Dit middel, oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van neurologische aandoeningen zoals Alzheimer, werd door sommigen gezien als een mogelijke prestatieverbeteraar.
Cerebrolysine bevat een complex mengsel van peptiden die zenuwcellen zouden ondersteunen, maar er is geen wetenschappelijk bewijs dat het enig effect heeft op de prestaties van gezonde atleten. Het gebruik ervan in de sport wordt daarom als ineffectief beschouwd en kan zelfs gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, waardoor het meer een pseudowetenschappelijk experiment is dan een echt dopingmiddel.
7. Ether inhaleren (19e eeuw)
Ether werd normaal gesproken als verdovingsmiddel gebruikt. In de 19e eeuw waren er sporters die dit spul inhaleerden om een “boost” te krijgen. Wielrenners inhaleerden ether vlak voor een wedstrijd om pijn en vermoeidheid tegen te gaan. Hoewel het een kortstondige euforie gaf, veroorzaakte het vaak misselijkheid, duizeligheid en zelfs bewusteloosheid.
8. Drinken van de eigen urine

Luke Cummo, voormalig MMA-vechter, trok de aandacht met zijn controversiële gebruik van urine-therapie. Hij geloofde dat het drinken van urine zijn lichaam ontgiftte en zijn prestaties verbeterde. Wetenschappelijk bewijs ontbreekt volledig, en experts waarschuwen voor de gezondheidsrisico’s.
9. Viagra

Het beroemde blauwe pilletje kennen we natuurlijk als middel tegen erectiestoornissen. Het wordt door sommige atleten ook gebruikt als een onconventioneel dopingmiddel.
Het idee: Viagra zou de bloedvaten verwijden, de zuurstoftoevoer naar spieren verbeteren en prestaties in duursporten verhogen. Hoewel sommige onderzoeken dit effect suggereren, vooral op grote hoogte, ontbreekt sluitend bewijs voor significante voordelen. Het middel staat niet op de dopinglijst van WADA.
10. Adderall

Adderall is een veelgebruikt medicijn tegen ADHD. Het heeft een stimulerend effect dat sommige atleten proberen te benutten. Het middel verhoogt focus, alertheid en energie, wat een voordeel kan bieden bij sporten waar concentratie essentieel is.
Hoewel Adderall medisch wordt voorgeschreven, wordt het gebruik ervan door gezonde atleten gezien als misbruik. Het middel staat op de dopinglijst van WADA en kan ernstige bijwerkingen veroorzaken, waaronder verhoogde hartslag en verslaving, waardoor het een risicovolle keuze is.