10 Wetenschappers die hun uitvindingen op zichzelf testten

Onze moderne samenleving maakt volop gebruik van uitvindingen, ontdekkingen en theorieën waaraan briljante wetenschapsmensen een groot deel van hun leven hebben gewijd. Baanbrekend onderzoek is niet altijd even gemakkelijk en zeker niet zonder gevaar. Onder het motto ‘Alles voor de wetenschap’, lieten onderzoekers zich bijten door giftige spinnen, ademden ze schadelijke dampen in, proefden ze van gevaarlijke stoffen, raakten ze geïnfecteerd door virussen en bacteriën, stonden ze bloot aan radioactieve straling en voerden ze nog talloze andere gevaarlijke dingen uit. Uiteraard hadden deze experimenten negatieve gevolgen voor de gezondheid van vele onderzoekers. Sommigen onder hen stierven een vroegtijdige dood. Hieronder een lijstje van 10 moedige wetenschappers die hun uitvindingen op zichzelf testten.


Sir Humphry Davy – lachgas

sir humphry davy

Om patiënten onder narcose te brengen gebruikt men onder meer distikstofoxide, beter bekend als lachgas. In combinatie met andere anesthetische producten zorgt lachgas ervoor dat een patiënt bewusteloos is en geen pijn voelt tijdens een operatie. Ook door tandartsen wordt lachgas als anesthetisch middel gebruikt.
Sir Humphrey Davy (1778 – 1829), een Britse chemicus, was de eerste die de verdovende eigenschappen van distikstofoxide of lachgas ontdekte. Davy onderzocht ook veel andere elementen en stoffen, waaronder natrium, kalium, calcium, chloor en magnesium.
Om de kenmerken van de oxides van stikstof te onderzoeken, inhaleerde hij volumes van maar liefst 15 liter lachgas. Dat kwam zijn gezondheid zeker niet ten goede, maar het was de enige manier om zelf de anesthetische werking van lachgas te ervaren. Door een explosie van stikstoftrichloride raakten zijn ogen permanent beschadigd. In 1827 werd hij ernstig ziek als gevolg van het langdurig inademen van schadelijke dampen. Hij overleed in 1829, op 50-jarige leeftijd.

Pierre en Marie Curie – radioactieve straling

radioactieve straling pierre en marie curie
De echtgenoten Pierre en Marie Curie gingen de geschiedenis in als de ontdekkers van radioactieve stoffen zoals polonium en radium. Ze experimenteerden op zichzelf om de effecten van radioactieve straling vast te stellen. Van Pierre Curie (1859 – 1906) is bekend dat hij een hoeveelheid radium op zijn arm aanbracht en dit gedurende 10 uur bij zich hield, om het effect ervan op zijn lichaam vast te stellen. Marie Curie (1867 – 1934) ging slapen met een hoeveelheid radiumzout op haar nachtkastje, dat een zwak licht uitstraalde in het donker.
Beiden stonden bloot aan aanzienlijke stralingsdosissen toen ze probeerden om radium en polonium te isoleren uit pekblende. De straling veroorzaakte brandwonden op hun huid en beiden voelden zich voortdurend vermoeid en ziek. Marie Curie overleed aan leukemie in 1934, een vorm van kanker die vermoedelijk werd veroorzaakt door de opgelopen stralingsdosis.


Albert Hofmann en de synthese van LSD

Lysergeenzuurdi-ethylamide, beter bekend als LSD, is een synthetische drug met een hallucinogene werking. De Zwitserse scheikundige Albert Hofmann (1906 – 2008) slaagde erin om als eerste deze stof synthetisch aan te maken. Om de effecten van LSD te leren kennen, vond Hofmann er niets beter op dan het product op zichzelf te testen.
Hij had er geen idee van hoe sterk de hallucinogene werking van LSD was toen hij niet minder dan 250 microgram innam. De effecten lieten niet lang op zich wachten: Hofmann voelde zich duizelig, vroeg een medewerker om hem te begeleiden naar huis en begon onderweg te hallucineren. Naar eigen zeggen nam hij een heel andere wereld waar, met allerlei intense kleuren, vreemde vormen en fantastische beelden.
Hij bleef hallucinogene stoffen onderzoeken tot aan zijn dood. Zijn bevindingen leidden onder meer tot het toepassen van hallucinogenen in de psychotherapie en psychoanalyse.

Jonas Salk – vaccin tegen polio

vaccin tegen polio

De Amerikaanse medicus Jonas Salk (1914 – 1955) mag met recht en reden een onbaatzuchtig wetenschapper genoemd worden. Salk was een van de eersten die experimenteerden met een vaccin tegen polio. Vandaag de dag vinden we het niet meer dan normaal dat kinderen preventief worden ingeënt tegen gevaarlijke virussen. In de eerste helft van de 20ste eeuw echter veroorzaakte het poliovirus ware epidemieën in Europa. Tot in de jaren 50 van de vorige eeuw was er geen enkele methode bekend om polio te voorkomen.
Jonas Salk kwam op het idee om een dood poliovirus te gebruiken om immuniteit op te wekken tegen de ziekte. Hij ontwikkelde het naar hem genoemde ‘salkvaccin’, dat hij eerst op zichzelf en zijn familieleden uittestte. Hij zette daarmee zijn eigen gezondheid en die van zijn familie op het spel. Vanaf 1955 paste men het salkvaccin met veel succes toe in de strijd tegen polio. Salk weigerde om een patent aan te vragen op zijn vaccin. Hij schonk zijn uitvinding aan de mensheid zonder er zelf geld voor te ontvangen.


Allan Walker Blair liet zich bijten door een giftige spin

allen blair

Zichzelf door een giftige spin laten bijten om de gevolgen ervan te leren kennen: dat is precies wat dr. Allan Walker Blair (1900 – 1948) in 1933 deed. Toch was het experiment een beetje bizar, want het effect van de beet van de zwarte weduwe was al langer bekend. De entomoloog William Baerg had zich in 1921 al eens opzettelijk laten bijten door deze extreem giftige spinnensoort. Blair wilde het experiment nogmaals overdoen en de beet wat langer laten duren, om de laatste twijfelaars te overtuigen van de gevaren van spinnenbeten.
De gevolgen van de beet lieten niet lang op zich wachten. Binnen enkele minuten voelde Blair zijn spieren verkrampen en kreeg hij last met zijn ademhaling. Hij lag op de vloer te kronkelen van de pijn, zweette hevig en werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Daar zou hij nog een week lang pijn lijden. Vele weken later had hij nog steeds last van jeuk over zijn hele lichaam. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat Blair zich nog een tweede keer zou laten bijten door een zwarte weduwe, maar dat zag hij niet meer zitten…

Barry Marshall infecteerde zichzelf met een bacterie

barry marshall

Lange tijd geloofden wetenschappers dat maagzweren het gevolg waren van een hectische levensstijl en overmatige stress. De Australische arts Barry Marshall (geboren in 1951) vermoedde echter dat een bacterie de oorzaak vormde van maagzweren. Uit stalen genomen uit de maag van patiënten isoleerde Marshall de bacteriesoort Helicobacter pylori.
Om het bewijs te leveren dat deze bacterie maagzweren veroorzaakte, infecteerde Barry Marshall zichzelf met een kweek van Helicobacter pylori. Al na enkele dagen kreeg hij last van zijn maag. Gastroscopisch onderzoek toonde aan dat de wand van Marshalls maag ernstig ontstoken was: het eerste begin van een maagzweer. Marshall genas zichzelf met antibiotica. Marshall en zijn collega Robin Warren ontvingen voor hun baanbrekend werk de Nobelprijs voor Geneeskunde in 2005.


Karl Landsteiner

Karl Landsteiner

De Oostenrijkse arts Karl Landsteiner (1868 – 1943) gebruikte grote hoeveelheden van zijn eigen bloed voor zijn onderzoek naar bloedgroepen. Hij mengde stalen van zijn eigen bloed met bloed van andere personen en observeerde hoe de bloedcellen hierop reageerden. Op basis van deze experimenten kwam hij in 1901 tot de conclusie dat bloed kon ingedeeld worden in verschillende bloedgroepen: A, B en O. Later zou aan dit rijtje bloedgroep AB toegevoegd worden. In 1937 identificeerde Landsteiner ook de resusfactor in menselijk bloed.
Als beloning voor zijn wetenschappelijk werk kreeg Landsteiner in 1930 de Nobelprijs voor Geneeskunde. Dankzij zijn onderzoek werd het mogelijk om zonder gevaar bloedtransfusies toe te dienen aan patiënten.

Michael Faraday – zoutoplossingen

faraday

Faraday (1791 – 1867) is vooral bekend om zijn onderzoek naar elektromagnetisme. Faraday ontdekte het principe van elektromagnetische inductie, dat aan de basis ligt van de werking van een elektrische motor en dynamo. Hij hield zich ook bezig met onderzoek naar elektrolyse: het ontleden van samengestelde stoffen tot enkelvoudige stoffen (of andere samengestelde stoffen) met behulp van elektrische stroom.
Tijdens zijn onderzoek naar elektrolyse werkte Faraday met diverse zoutoplossingen waarbij veel schadelijke dampen vrijkwamen. Het inademen van deze dampen was funest voor de gezondheid van Faraday. Vanaf 1855 ging zijn geheugen er zeer sterk op achteruit. Tijdens zijn laatste levensjaren kon hij bijna niet meer spreken of bewegen. Faraday overleed in 1867.

Carl Wilhelm Scheele – scheikundige elementen

Carl Wilhelm Scheele
De Zweedse apotheker Carl Wilhelm Scheele (1742 – 1786) is de ontdekker van talrijke scheikundige elementen, waaronder zuurstof, barium, chloor, molybdeen en wolfraam. Ook veel verbindingen zoals waterstoffluoride, glycerol, citroenzuur en waterstofcyanide werden door hem ontdekt en beschreven. Hij voerde zijn onderzoek uit in primitieve en ongezonde omstandigheden. Scheele schrok er niet voor terug om schadelijke dampen in te ademen, te ruiken aan allerlei mengsels en zelfs te proeven van sommige stoffen. Waarschijnlijk heeft de langdurige blootstelling aan diverse giftige stoffen tot zijn vroegtijdige dood geleid. Scheele was slechts 43 jaar oud toen hij stierf.

Werner Forssmann – katheter

Werner Forssmann

De Duitse arts Werner Forssmann (1904 – 1979) werkte als beginnend cardioloog in een ziekenhuis toen hij een methode bedacht om een buisje (katheter) via een ader tot in het hart aan te brengen. Forssmann verdoofde een van zijn armen, bracht een katheter aan in een ader en schoof deze 60 centimeter verder, tot in de rechterboezem van zijn hart. Als bewijs liet hij een röntgenfoto nemen van de katheter.
Zijn oversten vonden dat Forssmann met dit gevaarlijke experiment zijn boekje te buiten was gegaan. Hij kon niet blijven werken als cardioloog en specialiseerde zich later in de urologie. Toch was hij officieel de eerste dokter die een hartkatheterisatie uitvoerde, zij het bij zichzelf. Voor deze medische doorbraak ontving hij in 1956 de Nobelprijs.