10 Weetjes over de geschiedenis van het Romeins Colosseum

Bij de verkiezing van de zeven nieuwe wereldwonderen in 2007 prijkte het Colosseum in Rome uiteraard in het lijstje. Het machtige Romeinse bouwwerk draagt bijna 2000 jaar geschiedenis en lokt jaarlijks miljoenen bezoekers. Het grootste amfitheater ooit verwelkomde eeuwenlang onbevreesde gladiatoren, kansloze terdoodveroordeelden en uitgehongerde wilde dieren ter vermaak van het Romeinse volk.

Regisseur Ridley Scott toonde in de film Gladiator meesterlijk hoe die bloederige taferelen verliepen. Geschiedkundigen wijdden hele boeken aan het mythische monument. Het amusementstheater blinkt trots op de Italiaanse munten van 5 eurocent. Maar de tien opmerkelijkste weetjes? Die lees je hier.


Gebouwd met de oorlogsbuit van Jeruzalem

oorlogsbuit

Zeven nieuwe wereldwonderen kiezen? Dat werd hoog tijd. Van de zeven wereldwonderen van de antieke wereld staat namelijk enkel nog de Piramide van Cheops overeind. Het Colosseum is meteen ook de nestor onder de nieuwe wereldwonderen. De Flavische keizer Vespasianus beval de bouw in 72 na Christus.

Financiering was geen probleem. De Romeinen zaten op een riante oorlogsbuit: twee jaar daarvoor sloegen ze de Joodse Opstand neer. Na de plundering en verwoesting van de Tempel van Jeruzalem kon er wel wat geld rollen. Aan arbeidskrachten was er ook geen gebrek: 100.000 Joodse slaven zwoegden aan de constructie.

Het Colosseum was een goedmakertje van keizer Vespasianus voor het Romeinse volk

Vespasianus bouwt het colloseum

Het Romeinse volk verdiende dringend een verzetje na enkele moeilijke jaren. De beruchte keizer Nero heerste tijdens 54 – 68 als een ware tiran. Na zijn dood volgde een woelige periode van bloederige burgeroorlogen en vielen de opeenvolgende keizers als vliegen. In juli 69 bracht de Flavische dynastie eindelijk rust. Een vredevolle bloeiperiode kon beginnen.

Vespasianus, de eerste Flavische keizer, startte met de bouw van het grootste Romeinse amfitheater ooit. Het Colosseum bood plaats aan maar liefst 50.000 toeschouwers. Na latere aanpassingen door Vespasianus’ zoon Domitianus liep het aantal zit- en staanplaatsen zelfs op tot 80.000.

Waar zijn wrede voorganger Nero zijn eigen bouwwoede ten nadele van het volk voerde, richtte Vespasianus juist een monumentaal amfitheater voor alle Romeinen op. De nieuwe keizer koos bovendien een bijzonder symbolische locatie voor het Colosseum. Hij legde het “stagnum Neronis”, het vijf voetbalvelden grote kunstmatige meer van Nero’s overdadige paleizencomplex “Domus Aurea”, droog en trok daar het nieuwe amfitheater op. De ovale constructie van 55 meter hoog, 189 meter lang en 156 breed vroeg namelijk een aanzienlijk bouwoppervlak.


Het Colosseum had eigenlijk een heel andere naam

colosseum heette anders

Oorspronkelijk heette het Colosseum “Amphitheatrum Flavium” (Latijn voor het Flavische Amfitheater) naar de Flavische keizer Vespasianus en zijn zonen Titus en Domitianus. In de volksmond spraken de Romeinen ook over het “Amphitheatrum Caesareum” (het Keizerlijk Amfitheater). Vespasianus stierf voor de voltooiing, zijn zoon Titus organiseerde de grandioze plechtige opening in 80 na Christus. Na Titus’ vroege dood pimpte broer Domitianus het Colosseum met een extra verdieping, het hypogeum en vier omringende gladiatorenscholen.

Dat iedereen het wereldwonder tegenwoordig als het Colosseum kent, is een klinkende wraak uit het hiernamaals van Nero. De gehate tiran richtte aan zijn luxueuze Domus Aurea destijds een 35 meter hoog standbeeld van zichzelf op, de Colossus van Nero. Zijn opvolgers lieten deze bronzen kanjer staan, maar plaatsten er wel een nieuw hoofd op.

Colossus van Nero

Keizer Hadrianus versleepte in 126 het kolossaal standbeeld met 24 olifanten naar het Amphitheatrum Flavium. Door de nabijheid van de Colossus associeerden passanten het bouwwerk meer en meer met het reusachtige standbeeld. Omstreeks de middeleeuwen sprak niemand nog over het Flavische Amfitheater en raakte de naam Colosseum in zwang. Deze nieuwe naamgeving overleefde moeiteloos de 21ste eeuw.

En de Colossus? Allicht haalden plunderaars het standbeeld neer voor het felbegeerde vergulde brons. Tegenwoordig resten enkel nog de sokkelfundamenten in een grasveldje naast het amfitheater.

Hyper-professionele gladiatorengevechten

gladiatorengevechten

In de film Gladiator zie je hoe waanzinnig het er destijds aan toeging in de arena. De gladiatorengevechten waren dan ook hyper-professioneel. Rond het Colosseum stonden vier gladiatorenscholen, met als bekendste de Ludus Magnus. Hier trainden de gladiatoren dagelijks met houten wapens onder toezicht van de doctor, hun oefenmeester.

Er bestonden verschillende vechtdisciplines. In de kleine Ludus Matutinus trainden bijvoorbeeld gladiatoren (de “venatores”) voor de “venationes”. Deze jachtpartijen op wilde dieren waren vaste prik als ochtendprogramma in het Colosseum. Wilde dieren of gladiatoren, rood kleurde het strijdperk. Een dikke laag zand bedekte de houten arenavloer om al dat bloed op te nemen. Het Latijns woord voor zand was trouwens “arena”!


Er stierven meer dan een miljoen exotische dieren in de arena

dierengevechten in het colosseum

Gladiatorenshows verloren eind derde eeuw aan populariteit naarmate het christendom groeide. De dierenjacht ging zeker door tot 435. En hoe! Alleen al bij de openingsweken in het jaar 80 sneuvelden er naar schatting 5.000 wilde en 4.000 tamme dieren in de arena. Keizer Trajanus bestelde in het 107 11.000 wilde dieren (en haast evenveel gladiatoren) voor zijn honderddrieëntwintig dagen lange viering van zijn succesvolle veldtocht tegen de Daciërs. Door de jaren sneuvelden er minstens een miljoen dieren ter vermaak van het Romeinse volk.

De jacht op exotische fauna was een heuse industrie. Jagers speurden in Azië, India en Afrika naar oerossen, olifanten, giraffen, leeuwen, panters, tijgers, struisvogels, krokodillen en nijlpaarden. Ze joegen de arme drommels in opgespannen netten en knuppelden ze vervolgens beurs tot ze rustig waren.

Per boot reisden de dieren naar de Romeinse hoofdstad via de havenplaats Ostia. Er voer daarbij ook heel wat levend voedsel mee, want soms kon zo’n boottocht maanden duren. Eens in de arena reageerde het volk uitzinnig op al die indrukwekkende schepsels. Soms kregen de toeschouwers zelfs een lapje kadavervlees mee na afloop.

Werken met dieren zorgde geregeld voor gedoe. Zo weigerden de krokodillen soms de terdoodveroordeelden op te eten. Aan het decor lag het niet. Architecten, technici en schilders bouwden volledige waarheidsgetrouwe uitheemse natuurlandschappen na in de arena.

Het Colosseum zat vol technische snufjes

velarium canvas dekzeil colosseum

De briljante Romeinse architecten maakten van het Colosseum een ongezien technisch meesterwerk. Het “velarium”, een reusachtig canvas dekzeil, beschermde het publiek tegen zon en regen. Het intrekbare luifel rustte op 240 masten boven het Colosseum, terwijl touwen het aan de grond verankerde. Als het Colosseum om schaduw vroeg, trokken wel duizend matrozen aan het velarium.

naumachia

Antieke auteurs zoals Cassius Dio schrijven dat er ook “naumachiae” in het Colosseum plaatsvonden. Bij deze gesimuleerde zeeslagen dreven authentieke oorlogsschepen over de met water gevulde arena. Onder de centrale as van de strijdvloer bevond zich vermoedelijk een ondergronds kanaal voor de waterafvoer. Deze naumachiae waren in elk geval enkel in de beginjaren mogelijk. Al enkele jaren na de plechtige opening kreeg het Colosseum namelijk al een make-over inclusief het beroemde hypogeum.


Domitianus pimpte het Colosseum met een hypogeum

hypogeum colloseum

Toen Domitianus in 81 zijn broer Titus opvolgde, hield het Romeinse volk toch even de adem in. De nieuwe keizer vertoonde tirannieke trekjes die hen iets te veel aan Nero herinnerde. Maar Domitianus gaf het Colosseum wel extra zitplaatsen én een “hypogeum”.

Het hypogeum omvatte twee verdiepingen onder de arenavloer. Het stonk er verschrikkelijk naar urine, zweet, uitwerpselen en gestold bloed. Dieren en gladiatoren wachtten in deze ondergrondse wirwar van kelders, wandelgangen en schachten op hun entree. Slaven dreven een gesofisticeerd liftensysteem aan, waardoor wilde gekooide dieren en gladiatoren uit het niets via een valluik in de arena verschenen.

Allerlei tunnels verbonden deze ondergrondse doolhof met de stallen en gladiatorenkazernes rond het Colosseum. Zo raakten de gladiatoren en dieren ongestoord in het Colosseum. Geen overbodige luxe. Dat gebied was ook verbonden met tunnels, stallen en gladiatorenkazernes als de Ludus Magnus, zodat ze het Colosseum konden betreden zonder last te hebben van de drukke straten. Geen overbodige luxe. Gladiatoren waren heuse rocksterren en sommigen hadden zelfs groupies!

Twee derde van het Colosseum ging onherroepelijk verloren

oude colosseum

Grote delen van het huidige Romeinse Colosseum zijn helemaal niet oud, maar het resultaat van de negentiende-eeuwse restauratie. Slechts een derde van het oorspronkelijke amfitheater is nog intact.

Twee derde is voorgoed verdwenen, aan de zuidkant ontbreekt zelfs de volledige buitenmuur. De oorspronkelijke façade in travertijn, de beelden die de bogen versieren en de uitbundige marmeren interieurdecoratie overleefden natuurrampen zoals aardbevingen en blikseminslagen niet. Maar de belangrijkste schuldigen waren de plunderaars.

huidige colloseum

De Romeinen bouwden het Colosseum met beton, tuf- en baksteen en klaarden de klus opvallend genoeg zonder mortel. Met driehonderd ton ijzeren klemmen hielden ze alles op zijn plaats. Na de val van het Romeinse rijk vonden de Italianen in het achtergelaten amfitheater een ideale grondstofvoorraad. Kwaliteitssteen en ijzer lag er maar voor het grijpen. Zo verloor het Colosseum geleidelijk duizenden kubieke meters bouwmateriaal.

De katholieke kerk toonde pas laat interesse in het Colosseum

colosseum rome

Tijdens de middeleeuwen kreeg het Colosseum de meest gekke functies. In de twaalfde eeuw bouwde de familie Frangipani het zelfs even om tot kasteel. De corrupte paus Alexander VI leende eind vijftiende eeuw het Colosseum uit als steengroeve – en stak ondertussen een derde van de winst in zijn zakken.

Tegen de zestiende eeuw vormde het leegstaande Colosseum een doorn in het oog van de katholieke kerk en het stadsbestuur. Pausen en stadsmagistraten zochten daarom een ‘gepaste’ herbestemming. Paus Sixtus V wou het verloederde amfitheater ombouwen tot een wolfabriek voor werkloze prostituees. Kardinaal Altieri droomde in 1671 dan weer van epische stierengevechten.

Onder Benedictus XIV kwam er kentering. Deze paus verklaarde in 1747 dat het bouwwerk een heiligdom was voor de vroegchristelijke martelaren. Hedendaagse historici verklaren dat de meeste christenen eigenlijk aan hun gruwelijke einde kwamen in het verder gelegen Circus Maximus. Hoe dan ook zorgde de nieuwe status als bedevaartsoord voor een rits renovaties en restauraties.

Het Colosseum protesteert tegen de doodstraf

In 1948 schafte Italië de doodstraf af. Verschillende landen volharden anno 2019 in de doodstraf. Sinds 1999 profileert het Colosseum zich als een heus protestsymbool. Het kolossaal bouwwerk, waar een half miljoen mensen een wreed einde tegemoet wandelden, verlicht tegenwoordig ’s avonds met gouden spots wanneer er ergens ter wereld een terdoodveroordeelde zijn doodsvonnis wordt omgezet in een lichtere straf.

Ook wanneer een regime de doodstraf uit het wetboek schrapt, baadt het voormalige moordtheater in goud licht. Laatst gebeurde dat voor de Amerikaanse staat New Jersey in 2015.