België gaf de wereld de saxofoon, het surrealisme van Magritte, Kuifje, de chansons van Jacques Brel, Westmalle Tripel, de linkervoet van Lukaku, chocolade en frieten, het wereldrecord regeringsvormen en ontelbare souvenirs met een bronzen plassend baasje op. Waarvoor dank.

Maar jij wil vooral weten welke 10 beste, dan wel gewoonweg gigantisch beroemde of toch bijzonder invloedrijke tijdloze Belgische bands hier in deze top tien mogen pronken.

En gelijk heb je!

Want of ze nu miljoenen platen verkochten, internationale festivalpodia en concertzalen platwalsten, bestaande genres compleet naar hun absurd creatieve hand zetten of gewoon met een mooi liedje voor altijd een plaatsje in het collectieve geheugen veroverden … deze 10 Belgische bands moet je beslist gehoord hebben.

10. Stikstof

Hiphop is de punk van vandaag”, zo orakelde The Kids-frontman Ludo Mariman toen hij in 2019 in het Brussels Designmuseum een expo over de punkbeweging monsterde. Opmerkelijke woorden van de Belgische oerpunk bij uitstek. Al duurde het even voor die Belgische hiphop het laken naar zich toetrok.

Er waren nochtans kleine voortekenen. Rond de eeuwenwisseling gaf het Luikse Starflam met ‘Survivant’ Franstalige rap een bestaansreden in het Waalse gewest. Het Mechelse ABN en ’t Hof van Commerce uit Izegem voorzagen frithop ondertussen van een volwassen smoel boven de taalgrens.

De tweede helft van de jaren 10 bracht de stroomversnelling. Van Brihang, die breekbare kleinkunst uit de ruwe hiphoprots houwt, tot Caballero & Jeanjass die zich in de internationale muziekpers tot het wonderduo van de Belgische rap laat dopen.

En dan zijn er nog Astrofisiks, Jazz en de alomtegenwoordige Zwangere Guy die op de beats van DJ Vega als de pletwals genaamd Stikstof sedert 2014 door het Belgische muzieklandschap stormen met de bevlogenheid van een straathoekwerker in de multiculturele metropool. Het Brusselse hiphopkwartet legt het geluid van de hoofdstad accuraat en ongefilterd op de draaitafel. Nergens doen ze dat zo urgent als op hun derde worp ‘Overlast’ (2018).

Hoezo? ’t Is nog te vroeg voor Stikstof om al in dit hoogst gezaghebbend lijstje te bivakkeren? Wacht maar af. Ze hebben grote honger.

9. K’s Choice

Omstreeks 1999 was K’s Choice zo groot in eigen land dat ze het hebbedingetje ‘Extra Cocoon – All Access’ uitbrachten op 40.000 exemplaren en dat doodleuk aanprezen als een ‘Limited Edition’. Niet elke beroepsmuzikant kon daar even hard om lachen. Datzelfde jaar verschenen Sam en Gert Bettens in de aflevering ‘Doppelgängland’ van het derde seizoen van de toen immens populaire tienerserie ‘Buffy the Vampire Slayer’. Hun ‘Virgin State of Mind’ schopte het zelfs tot de officiële soundtrack, tussen grote alternatieve namen als Garbage en Guided By Voices.

Het begon dan ook al veelbelovend in 1993 met het debuut ‘The Great Subconscious Club’. De hese stem van Sam Bettens in vroege liedjes als ‘Elegia’, ‘My Heart’ en ‘The Ballad of Lea & Paul’ behoort tot het mooiste wat producer Jean Blaute ooit in zijn studio op mastertape zette. Voeg daarbij op het juiste moment de karakteristieke melancholische stem van broer Gert toe en er staan magische dingen te gebeuren.

Twee jaar later opende het onnavolgbaar geneurie van ‘Not an Addict’ de doorbraakplaat ‘Paradise in Me’ en meteen ook de poorten naar Amerika. De Canadese Alanis Morissette, toen alomtegenwoordig met het miljoenensucces ‘Jagged Little Pill’, koos de Antwerpse band eigenhandig uit als support act voor haar Europese tournee.

Voor de derde cd ‘Cocoon Crash’ mocht Gil Norton in 1998 aan de knoppen draaien. Een man die na drie Pixies-opnamesessies ondertussen wel een beetje wist hoe hij een luid-zacht dynamiek fatsoenlijk op een blinkend schijfje moest persen. Waarvoor dank. Het zomergloedrijke ‘Cocoon Crash’ vond wereldwijd onderdak in meer dan één miljoen cd-spelers en haalde moeiteloos platina in België én Nederland.

8. Channel Zero

Als je Franky De Smet-Van Damme ongeveer één minuut onderweg in de Channel Zero-klassieker ‘Help’ voor het eerst hoort uithalen met een door merg en been gaande ‘HEEEEEEEEEEELLLLLPPPP… Faith don’t mean a thing to me!’ geloof je de ravenzwartharige zanger meteen.

Doorbraakplaat ‘Unsafe’ (1995) met de bekende brute albumopener ‘Suck My Energy’ nestelde zich dan ook terecht in de rekken van de Amerikaanse muziekzaken. Tegen het vierde album ‘Black Fuel’ (1996) was de heavy metalgroep uit het Brusselse gebunkerd tot zo’n potige hardheidsgraad dat ze op buitenlandse festivals moeiteloos in de ring kon stappen met eender welke zware jongen van Roadrunner en Earache Records. Toch volgde nauwelijks een jaar later al de afscheidstour en het geregistreerde geluidstestament ‘Live’ (1997).

Een hele generatie metalheads zou voortaan moeten opgroeien met de wrede wetenschap dat ze nooit de extatische ervaring van FDSVD en zijn trawanten op een podium zou meemaken. Of toch niet? Want kijkt eens aan! De Brusselse metalformatie maakte een grootse comeback in 2010, met ex-Soulfly snarengeselaar Mikey Doling als opvolger van de met tinnitus kampende Xavier Carion. Een na lang aandringen van de fanbase aangekondigd eenmalig reünieconcert ontplofte in een ongeziene volkstoeloop van zes uitverkochte AB-zalen en een glorieuze terugkeer door de festivalpoorten van Graspop Metal Meeting en Rock Werchter.

Maar het volk wou meer! En dat kregen ze. Het goed onthaalde ‘Feed ‘em with a brick’ maakte het jaar daarop nu ook de wederopstanding in de opnamestudio compleet. Doch ook in de 21ste-eeuw bleef het collectief rond De Smet-Van Damme andermaal niet gespaard van tragedies. Phil Baheux, de imposante volgetatoeëerde drummende spierbundel met het hartje van koekebrood overleed compleet onverwacht aan een aderbreuk op 10 augustus 2013.

Maar metal is moeilijk klein te krijgen. Een jaar later keerde Channel Zero terug met de voortreffelijke rouwtherapie ‘Kill All Kings’. En anders is er Turbeau Noir, het donkere zware biertje dat de frontman na de uurtjes brouwt, om de kwade dagen door te spoelen.

7. Hooverphonic

In 2021 nam Hooverphonic deel aan het Eurosongfestival, maar de stijlvolle Belgische band bleek geen partij voor de androgene rock van het Italiaanse Måneskin. Voor niemand eigenlijk. ‘The Wrong Place’ moest het met een teleurstellende 19de plaats stellen. Geen vintage Johnny Cash T-shirt die daar wat tegen kon inbrengen.

Wat een contrast met het grandioze parcours dat Alex Calliers muzikaal geesteskind sinds 1995 aflegde. Single ‘2 Wicky’ trippelde rechtstreeks de soundtracks van ‘Stealing Beauty’ en ‘I Know What You Did Last Summer’ op, terwijl debuutplaat ‘A New Stereophonic Sound Spectacular’ (1996) twee jaar na de release al aan 140.000 verkochte exemplaren zat.

Over de verzameling zangeressen die multi-instrumentalist Alex Callier en gitarist Raymond Geerts versleten vallen heel wat belegen grappen en grollen neer te pennen. Dé definitieve stem van het van triphop, naar droompop, psychedelica en grootst opgezette orkestrale composities smachtende Hooverphonic blijft natuurlijk ontegensprekelijk Geike Arnaert. De ‘Zoutelande’-zangeres liet voor het eerst van zich horen op ‘Blue Wonder Power Milk’ (1998).

Twee jaar later volgde het magnum opus ‘The Magnificent Tree’. Met een prijskaartje van 8 miljoen Belgische Frank gold het blinkend schijfje toen als één van de duurste Belgische producties ooit. Maar dat in 2000 nog compleet exuberant aandoend budget bleek alleen al voor het magistrale ‘Mad About You’ elke miezerige roestige centiem waard. Ook wel bekend als de beste theme song voor een James Bond-film die nog moet geschreven worden.

6. The Kids

Het is 1976 en er rommelt wat in het Verenigd Koninkrijk. In het kielzog van de Sex Pistols beseffen duizenden jongeren dat drie gitaarakkoorden, en vooral een attitude van heb ik je daar, volstaan voor het podium. Zo ook de jonge Antwerpenaar Ludo Mariman. De dokwerker trekt in het weekend al eens de Noordzee over voor een Premier League voetbalmatch van Chelsea FC in Londen mee te pikken.

Op een dag ontdekt de scheepshersteller zo het schorriemorrie van King’s Road: zelfverklaard tuig van de richel dat zweert bij gescheurde kledij, veiligheidsspelden en het muzikaal equivalent van schuimbekkende rottweilers met zevenklappers en stofzuigers in hun doodsstrijd. Punk, kortom.

Terug in de koekenstad blijft Mariman niet bij de pakken zitten. Al gauw bengelt er een Yale-sleutel aan zijn oorlel en vormt de havenarbeider met de nauwelijks 12-jarige bassist Danny De Haes en diens broer Eddy op drums The Kids.

Twee jaar later ligt het gelijknamig debuut en opvolger ‘Naughty Kids’ met vers aangeworven tweede gitarist Luc van de Poel in de winkels. Beide platen klokken mooi onder het half uur af en tellen snedige kopstoten van nog steeds verbazend relevante songs als ‘Fascist Cops’, ‘Do You Love the Nazis’ en ‘Rock over Belgium’. Opvallend: achter het studiomengpaneel zat Leo Caerts, de componist van Samantha’s ‘Eviva España’. Een behoorlijk gekke keuze als producer voor een punkplaat, maar dat is dan natuurlijk op zijn beurt nét weer helemaal punk.

1981 brengt het muzikaal hoogtepunt met het onverwoestbaar urgente ‘There Will Be No Next Time’ en het opvallend ingetogen ‘Wild Days Are Over’. Maar geen muziekgenre heeft zo een beperkte houdbaarheidsdatum al punk. Het raast schuimbekkend voorbij en is over voor je het goed en wel beseft. Doch het rijst gelukkig ook altijd op in een nieuwe gevaarlijke gedaante. Een beetje zoals de begraven beestenboel op het vervloekte indianenkerkhof in Stephen Kings ‘Pet Sematary’, kortom.

In 1985 trok Mariman de stekker uit Belgiës beroemdste punkband. Om hem in 1996 geestdriftiger dan ooit weer in te pluggen, met de Marshallversterker vanzelfsprekend op standje 11. Ruim drie decennia later speelt Mariman met zijn nieuwe trawanten nog steeds moeiteloos internationale zalen in het zweet.

5. Vaya Con Dios

In 1987 verschijnt er een intrigerend 7-inch singletje bij Ariola Records. Op de hoes van Vaya Con Dios’ ‘Just a Friend of Mine’ poseren gitarist Willy Lambregt, contrabassist Dirk Schoufs en de niet bepaald op haar vurig mondje gevallen voormalige achtergrondzangeres Dani Klein. Het plaatje verkoopt als zoete broodjes in Europa. Alleen al in Frankrijk vinden minstens 300.000 exemplaren een nieuwe thuis.

Willy Willy – ‘The guy so nice they named him twice’, verlaat al snel het trio om voluit zijn innerlijke doorgroefde Vlaamse Keith Richards te ontbolsteren bij The Scabs. Jean-Michel Gielen vervangt hem als snarenplukker op de zelfgetitelde debuutplaat en opvolger ‘Night Owls’.

Het eigenzinnig mengelmoesje van gypsy, jazz, latin, blues, soul en beslist nog een stuk of twee andere muziekgenres slaat aan. En nog niet minnetjes ook. ‘Night Owls’ slijt twee miljoen stuks en single ‘What a Woman’ katapulteert Vaya Con Dios in 1990 helemaal naar de Europese roem, incl. platina en een nummer 1 positie in de Nederlandse hitlijsten als derde Belgische act ooit.

Maar samen met hits als ‘Nah Neh Nah’, ‘Don’t Cry for Louie’ en ‘Puerto Rico’ volgt ook de keerzijde van de medaille. De relatie tussen Dirk Schoufs en Dani Klein loopt spaak, waarna de indrukwekkend gebakkebaarde contrabassist de band verlaat. Enkele maanden later overlijdt de nog maar 29-jarige muzikant aan een grimmig triumviraat van alcohol, medicatie en cocaïne.

In de herfst van 1992 kijkt Dani Klein met indringende ogen en strak naar achter gekamde haren uitdagend voor zich uit op de hoes van ‘Time Flies’. Tegen dit derde studioalbum is Vaya Con Dios ontegensprekelijk háár project en het Belgische culturele exportproduct bij uitstek. En dat klinkt melancholischer dan ooit. Het publiek laat zich gedwee onderdompelen in krachtig gezongen liedjes als ‘So Long Ago’ en het flink door MTV gedraaide ‘Heading for a Fall’.

In 1996, een jaar na de vierde langspeler ‘Roots and Wings’ is het op voor de Schaarbeekse zangeres. 2004 brengt de wederopstanding met ‘The Promise’. Een decennium later valt het doek op 25 oktober 2014 voorgoed over Dani Kleins Vaya Con Dios in de Brusselse muziektempel Vorst Nationaal. Tegen dan staan de verkoopcijfersteller op meer dan 10 miljoen verkochte albums en 3 miljoen singles.

4. Front 242

1981 was een bijzonder jaar. Voormalige acteur Ronand Reagan schopte het tot de 40ste president van de VS, Paus Johannes Paulus II overleefde een moordaanslag in zijn eigenste Vaticaanstad, Indiana Jones maakte zijn filmdebuut met ‘Raiders of the Lost Ark’ en de eerste DMC DeLorean rolde van de fabrieksband.

Doch deze feiten verbleken allemaal bij wat er op dat moment in het Belgische Aarschot gebeurt. Want daar, in een Vlaams-Brabants stadje van kasseistampers en toevallig ook de wereldvermaarde seksuoloog Goedele Liekens, vond de elektronische muziek haar levensader. Gereputeerde musicologen wisten zelfs exact te achterhalen waar.

In een piepklein hokje in de Gasthuisstraat. Daar flansten Daniël Bressanutti en Dirk Bergen begin jaren 80 een compleet nieuw genre in elkaar. ‘EBM’, het illustere acroniem voor ‘Electric Body Music’. Of zoals het baanbrekend collectief het zelf verwoordde in de liner notes van hun tweede plaat ‘No Comment’: “Electronic body music composed and produced on eight tracks by Front 242.”

Al snel zouden ze daarmee duizenden gelijkgestemde zielen beïnvloeden. En tussendoor de goegemeente een beetje op stang jagen met rookbommen en paramilitaire podiumoutfits. In 1988, het jaar na hun tour met Depeche Mode, volgde de meesterproef ‘Front by Front’ met daarop de tijdloze ravekraker ‘Headhunter’.

Het verhaal achter de grofkorrelige zwartwit videoclip, gemaakt door Anton Corbijn in het modernistische Brusselse is lichtjes hilarisch. De als regisseur bijklussende Nederlandse rockfotograaf begreep de songtitel abusievelijk als ‘Egg Hunter’. Wat meteen al die eierdoppen rond het Atomium en Berlaymontgebouw verklaart.

3. dEUS

We schrijven juni 1994. De alternatieve muziekpers verkeert nog steeds in diepe rouw om het plotse verlies van haar rafelige posterboy tegen wil en dank. Twee maanden nadat Kurt Cobain zich naar het bovenmaanse schoot met zijn jachtgeweer, kriebelt Klaas Janzoons door John Cale behekste elektrische viool en een bataljon in Sonic Youth, en allerlei latere grunge-adepten geschoolde gitaarpartijen van Rudy Trouvé het Angelsaksische muziekjournaille uit hun staat van apathie.

Verbaasd knipperen ze met hun ogen bij het merkwaardig ketelgerammel van percussionist Julle de Borgher, dat een platenkast met Captain Beefheart, Frank Zappa en de exotische exploten van Tom Waits intermezzo bij Island Records verraadt. Niet toevallig ook het muzieklabel waarop ‘Worst Case Scenario’, misschien wel de beste Belgische debuutplaat ooit, zou verschijnen.

dEUS (steevast geschreven met kleine ‘d’, gevolgd door kapitalen) eerste demo’s bleken parels voor de zwijnen die de Belgische platenbazen waren. Maar de grote internationale alternatieve labels als Geffen en de uiteindelijke keuze Island, hadden gelukkig minder prut in hun gehoorkanaal zitten voor de esthetisch verantwoorde ongeleide projectielen die composities als ‘Let’s Get Lost’, ‘Via’ en ‘Hotellounge (Be The Death Of Me)’ waren.

En natuurlijk is er die haastig gemaakte tussen kleur en zwartwit strompelende lowbudgetclip van ‘Suds & Soda’. Een piepjonge Tom Barman en Stef Kamil Carlens die broederlijk verstrengeld in elkaars handen wel 159 keer ‘Friday!’ schreeuwen. Al dachten de cartoonfiguurtjes Beavis & Butt-head in hun fijnproeversshow op MTV dat het ‘fried eggs’ betrof. Echt gebeurd – “Uh-huh huh huh.”

‘Worst Case Scenario’ verkocht nooit de verhoopte 10 miljoen exemplaren. De creatieve hoofdmoot van de oerbezetting zocht bovendien al snel andere oorden op. Stef Kamil Carlens in Moondog Jr., het latere Zita Swoon, bijvoorbeeld. Tom Barman ronselde ondertussen nieuwe werkkrachten die ook elk solo een spannend hoofdstuk in het grote belpopboek krabbelden.

In de tweede helft van de jaren 90 verbaasde dEUS met ‘In a Bar, Under the Sea’ en het superieure ‘The Ideal Crash’. Nieuwe leden als de Schotse gitarist Craig Ward, hitsige jonge hond Tim Vanhamel, nachtraaf Danny Mommens en de alleen al met zijn kapsel ontzag inboezemende Mauro Pawlowski kwamen en gaan.

Tussen al het jeugdig geweld dat Humo’s Rockrally en Studio Brussels De Nieuwe Lichting (twee)jaarlijks aflevert, blijft dEUS ook vandaag nog steeds een bijzonder belangrijke Belgische band. En even, heel even. Waren ze in 1994 niet alleen de avontuurlijkste band van het door communautaire problemen geplaagde federale amalgaampje genaamd België, maar zelfs van Europa. En volgens sommigen aan de toog in Antwerpen, zelfs van de hele wereld.

2. Gorky / Gorki

Het muzikaal levensverhaal van Luc De Vos las als een spannend jongensboek vol onvergetelijke passages. In 1990 kreeg zijn Gorky, toen nog met de ypsilon op het einde, het bronzen plak in Humo’s Rock Rally. De eerste plaats in de gezaghebbende wedstrijd was dat jaar voor Noordkaap, die andere excellente Nederlandstalige Belgische rockgroep.

Twee jaar later verscheen het eenvoudig getitelde ‘Gorky’. De weergaloze debuutplaat van het originele Wippelgemse powertrio met Geert Bonne en Wout De Schutter in de ritmesectie. De tracklist telt meteen al een forse stapel belpopklassiekers. ‘Anja’, Lieve Kleine Piranha’ en ‘Soms Vraagt Een Mens Zich Af’ – dat als single in de rekken kwam met ‘Mia’ als B-kantje weggestopt.

In 1993 wordt Gorky begraven, maar Gorki leeft. ‘Hij Leeft’ is ook de titel van het eerste album in de nieuwe bezetting. Het schijfje haalt goud. En vanaf dan blijft alles blinken. De ietwat onbeholpen Gentse frontman ontgroeit de katholieke arbeidsklei van het landelijke Evergem en verpopt tot een ware volksheld.

Jonge muzikanten krijgen wijze raad van Vossie boy aan de toog van de Gentse Charlatan en andere notoire etablissementen waar de muziek goed is, de vloer plakkerig, en de pinten koud. Tijdens de legendarische 0110-Concerten voor Verdraagzaamheid ment hij in zijn harige blote bourgondische bast het volk met Isabelle A tijdens een wel heel atypische versie van ‘He, lekker beest’.

Ondertussen groeit dat éne B-kantje haast geruisloos uit tot een tijdloze klassieker. Letterlijk. ‘Mia’ houdt in 2003 voor het eerst Nirvana’s ‘Smells Like Teen Spirit’ en ‘One’ van Metallica van de eerste plaats in Studio Brussels’ ‘De Tijdloze’. Pas in 2006 weet Kurt Cobain en zijn groezelige kornuiten weerwoord te bieden.

Gedegen nieuwe Gorki-platen en energieke doortochten door de vaderlandse muziektempels- en weides volgen elkaar op. Maar dan slaat het noodlot toe. En dat gebeurt met de verwoestende impact van een atoombom. Op 29 november 2014 klinkt het hartverscheurend nieuws dat één van Vlaanderens oprechtste stemmen ooit niet meer is. Duizenden bewonderaars verzamelen op het Gentse Sint-Pietersplein voor een laatste groet aan hun held.

Maar de muziek? Die zal, zoals de afsluitende hoopvolle smartenkreet van ‘Ooit was ik een soldaat’, niet ten onder gaan.

1. T.C. Matic

Heel soms passeert er een groep op het juiste moment in de geschiedenis wiens nonchalant in het hoenderhok gegooide knuppel decennia later nog voor rondwervelende veren zorgt. Het zijn die zeldzame bands die even elektriciteit maken en dan plotsklaps weer met een ninjarookbom verdwijnen. Maar het geknetter? Dat blijft voor altijd hangen. T.C. Matic was zo een groep.

Gewapend met een gevaarlijk besnorde gitarist (Jean-Marie Aerts, die in een tweede leven als producer ervoor zorgde dat de jongens van Urban Dance Squad niet minder dan moddervet klonken op ‘Mental Floss for the Globe’) die met ‘O La La La’ de meest cruciale riff in de Belgische geschiedenis uit zijn hoogscheurende zessnaar kneep.

Een frontman (uiteraard Arno, ‘le plus beau’ die al gauw aan zijn voornaam genoeg had) die zijn solosetlists tot aan het veel te vroege einde op 22 april 2022 zou larderen met het officieuze drietalige Europese volkslied ‘Putain Putain’.

Ook nog aanwezig in de kombuis: de in flubberende rondstuiterende baslijnen grossierende Ferre Baelen, de met voorsprong beste toetsenman die ooit in Oostende zijn vingers op een keyboard legde en komt als je Serge Feys roept, en last but not least Rudy Cloet achter het drumstel, wiens retestrakke funky trommelslagen deze begin jaren 80 compleet ongezien muzikale smeltkroes enigszins in het gareel hielden.

Vier grandioze albums en een teleurstellende tour als voorprogramma van de Simple Minds later ging in 1986 het licht uit. In andere tijden had T.C. Matic alleen al met ‘Viva Boema’ (incl. de onsterfelijke versregel ‘Patatten met saucissen’) vlotjes de wereld veroverd. Nu blijft het bij het statuut van mogelijks de invloedrijkste Belgische band ooit.

Dit artikel is geschreven door Matthias Van de Velde. Hij komt uit de verguisde carnavalsstad Aalst en studeerde Klassieke Geschiedenis en Europese Politiek aan UGent. Hij is nog steeds boos dat hij als 6-jarige dreumes niet mee mocht toen ‘Bram Stoker’s Dracula’ en ‘Jurassic Park’ in de bios draaide. Hij schrijft nooit een woord te veel, tenzij hij zich laat gaan.