Top 10 Brute historische martelmethoden

“De mens is een wolf voor zijn medemens, wisten de Romeinen al. Doorheen de tijd toonde de mens zich geregeld van zijn lelijkste en sadistische kant. Voor een beetje martelen draaiden onze voorouders hun hand niet om. In het Amsterdamse Foltermuseum en de Gevangenpoort van Den Haag pronken genoeg gruwelspeeltjes. De bruutste foltermethoden ontdek je hieronder.

10. Hangen, trekken en vierendelen

Hangen, trekken en vierendelen

Als Engelsman bleef je maar beter trouw aan de kroon. De straf voor hoogverraad (ten tijde van Henry II) was niet min. “Hanged, drawn and quartered” beloofde altijd een bloederige massaspektakel. Eerst hing de beul je op aan de galg. Juist voor je je laatste ademstoot uitblies, zakte het touw naar beneden. Nu begon het slechts.

De scherprechter sneed je edele delen eraf en peuterde je ingewanden eruit, waarna hij ze in het vuur mieterde. Deze vakmannen wisten perfect wat ze deden. Vaak was het onfortuinlijke slachtoffer nog bij bewustzijn, zodat hij zijn geliefde organen zag smeulen. Na het verwijderen van het hart volgde het hoofd met een forse zwaardhouw.

Een gewaarschuwd man is er twee waard. Daarom hakte de beul het dode lichaam in vier delen, het zogenaamde kwartieren of vierendelen. De lichaamsdelen kregen een ereplaatsje in verschillende delen van het koninkrijk. Het rottende hoofd joeg nog wekenlang het volk de stuipen op het lijf. De afgehakte hoofden eindigde standaard op een spiets aan een drukbezochte volksplaats zoals de London Bridge.

9. Scold’s Bridle

Scold’s Bridle

In de middeleeuwen moest je niet te veel praatjes hebben. Kwaadspreken over anderen had grote gevolgen. Vrouwen die zich bezondigden aan roddelen of het verstoren van de openbare orde stonden in Engeland bekend als “scolds”.

Na een kennismaking met de “Scold’s Bridle” dachten ze voortaan wel twee keer na voor ze hun mond opendeden. Dit folterwerktuig was een ijzeren paardenmuilkorf die strak over het hoofd spande. Het pijnlijke attribuut belette praten en eten. Het bijbehorende scherpe uitsteeksel zou de mond anders lelijk verminken.

Deze straf was exclusief voor vrouwen, en dan vooral vrouwen uit de lagere klassen. Om de vernedering compleet te maken, trok een echtgenoot zijn loslippige eega met een touw door het dorp. Ook in de Duitse streken kende men een soortgelijk hoofdstel. De Germaanse variant kwam met een bel, zodat het volk de bestrafte al van ver hoorde naderen.

8. Klieven

klieven

Folteraars hebben sinds vanouds een voorkeur in het afhaken van ledematen. Wanneer een lid van de Japanse Yakuza een fout begaat, resulteert dat doorgaans in een afgehakt vingerkootje. Het kan altijd erger. Bij klieven hing je ondersteboven tussen twee palen. Twee beulen zetten de tweehandige zaag in je lies en halveerden je geleidelijk aan.

Zo’n middeleeuwse zaag was niet bepaald van Bosch-kwaliteit. Het klieven verliep langzaam zodat je helse pijnen leed terwijl je ingewanden en organen langzaam bloot kwamen. Ondanks het bloedverlies bleef je nog lang bij bewustzijn. Door je omgekeerde positie bleef de bloedtoevoer naar je hersenen uitstekend. In Azië had je meer geluk. Daar begon het zaagwerk bij de schedel.

7. Verplettering door een olifant

Verplettering door een olifant

Doorheen de geschiedenis ontwikkelden beulen een indrukwekkende verzameling foltertechnieken. Lichaamsdelen pletten of persen was een populaire foltermethode in onze streken. In India en Zuid-Azië liet de beul het betere verbrijzelwerk over aan een opvallende assistent: zijn olifant. Olifanten zijn leergierige dieren. Je kan ze zelfs africhten om mensen te pletten.

De olifantentrainer keek vanop de olifant zijn rug goedkeurend toe hoe het beest beheerst meer druk uitoefende met zijn voorpoten. Alsof verplettering nog niet gruwelijk genoeg was, bestaan er ook verhalen over olifanten die met vlijmscherpe messen aan hun slagtanden toesloegen, of met hun slurf hele ledematen losrukten. Tegenwoordig boek je een safari, maar toen trokken Europeanen naar India om zo’n dodelijke pletsessie te kunnen zien.


6. Watermarteling

Watermarteling

Bij folteringen denk je automatisch aan de middeleeuwen. Maar onder de Bush-regering gebruikte de Amerikaanse CIA zelfs waterboarding als ondervragingstechniek. Waterfoltering is dan ook al eeuwen lang een beproefde martelmethode. De Spaanse Inquisitie kende het als de “toca”, of de “tortura del agua”. De beul propte een doek in de mond van de ondervraagde en gooide er hele kruiken water over zodat het stevig vastgebonden slachtoffer het panische gevoel kreeg te verdrinken.

De Fransen, altijd al culinair ingesteld, voerden hun verdachten liters water als ultieme beproeving. Stierf je niet meteen aan watervergiftiging? Dan vond de beul het welletjes, draaide hij je op je rug en sprong op je barstensvol water gevulde buik.

Ook Nederland was niet onbekend met watermarteling. De VOC paste het toe enthousiast toe op Engelsen te Ambon in 1623. Sommige slachtoffers raakten volgens getuigenissen zo opgezwollen dat uit hun kassen dreigden te springen. Niet gek dat Nederland en Engeland nog jaren in de clinch lagen nadat de details bekend raakten!

5. De Pear of Anguish

Pear of Anguish

Engelstalige folterwerktuigen klinken in het Nederlands meteen een stuk minder dreigend. De illustere “Pear of Anguish” staat bij ons bekend als de kwelpeer of de stikpeer. Deze kruising tussen een peer en een ontluikende bloem lijkt op het eerste gezicht wel een vernuftig apparaatje voor een cocktailbar. Niets is minder waar.

Je stopte dit sierlijke marteltuig in iemands mond en draaide vervolgens aan de schroef. De vier lepelachtige metalen bladeren klapten plotsklaps open en scheurden zo de mondhoeken en wangen open. Bij momenten plaatste de beul deze kwelpeer zelfs in een iets lager gelegen lichaamsholte. De kwelpeer na gebruik wassen of desinfecteren zat er niet in. Vaak hield je er nog een vieze ziekte aan over ook!


4. De geselkat

geselkat

In sommige islamitische landen blijven zweepslagen nog altijd een gangbare praktijk. Zo werd de Saudische blogger Raif Badawi recent nog tot duizend zweepslagen veroordeeld in Saudi-Arabië. Alsof één knallend zweepuiteinde niet pijnlijk genoeg aankomt, kent de geschiedenis ook een hele collectie meerstaartige gesels.

Op haar hoogtepunt gold de Britse Royal Navy als de grootste en sterkste marine ter wereld. Een beetje tucht en discipline mocht dus niet ontbreken. Als je iets misdeed op het dek kreeg je er stevig van langs met de “Cat o’nine tails”. Je medematrozen keken toe hoe een gesel met negen katoenen koorden met geknoopte strikken aan het uiteinde je een ware negenklapper gaf bij iedere slag.

In het tsaristische Rusland maakten misdadigers kennis met een nog gruwelijkere gesel. De Russische knoet was een veel zwaardere variant van leer in plaats van katoen. Aan het einde van elke staart hing een klein haakje of draadje dat zich ongenadig in je huid groef. Met elk slag scheurde zo een stukje vlees los, wat zorgde voor een afschuwelijk letsel. Had de beul een kwade dag? Dan drenkte hij de knoet soms vooraf in ijskoud water.

3. Het rad

het rad

Radbraken was in de middeleeuwen zo’n geliefd martelmethode dat het voortleeft in de uitdrukking “zich geradbraakt voelen”. Het brekende wiel of het rad, was een groot wiel waaraan de terdoodveroordeelde hardhandig werd vastgesjord. Ondertussen hoorde je een vervelend achtergrondgeluid: de joelende mensenmassa die toekeek hoe je ledematen langzaam uitrekten. Daarna begon het hameren.

De beul brak met een metalen staaf of houten knots je geplaagde ledematen. Als hij in een goede bui verkeerde, kreeg je een genadeslag op je hartstreek, hoofd of nek: de zogenaamde “coup de grace”. Minder gelukkige geëxecuteerden wachtten tot bloedverlies, vogels en dorst hun werk deden. Radbraken was een bijzonder onterende straf die moeiteloos de middeleeuwen overleefde. Tot in het Koninkrijk Holland van Napoleon mocht het rad nog geregeld van stal.

2. Spietsen

spietsen

Eind 15de eeuw, in Walachije. Je slentert vrolijk fluitend door de indrukwekkende natuurpracht van het huidige Roemenië. In de verte zie je honderden lange palen staan. Het lijkt wel alsof er op elk paal iets zit, maar wat? Nieuwsgierig wandel je dichterbij. Tot je huivering stel je vast dat het allemaal gespietste lijken zijn. Welkom in de tijd van Vlad de Spietser.

De wrede vorst die Bram Stoker inspireerde tot diens wereldberoemde Dracula, was heus niet de eerste of de laatste die mensen spietste. Hij was wel ongeëvenaard in het aantal slachtoffers. Wel 20.000 krijgsgevangenen eindigden op een staak. Tijdsgenoten verhaalden over heuse spietsenbossen. De verticale palen penetreerden de buik of borst van de veroordeelden die aan het einde kwamen terwijl de zwaartekracht haar werk deed. Bij de sadistische variant kreeg je een botter exemplaar door je ingeleide anus.

1. Scafisme (‘De boten’)

Scafisme

Het oude Griekenland is de bakermat van onze cultuur. De Grieken gaven ons democratie, kunst en filosofie. Ze gaven ons ook het woord “skaphe”, wat verwees naar een van de wansmakelijkste foltertechnieken ooit. “Skaphe”, of scafisme, betekent uithollen of uitscheppen. Het verwijst naar een mensonterende executiemethode uitgevonden door de Perzen.

Het naakte slachtoffer lag in een bootje waarop een tweede omgekeerd exemplaar lag. Zijn hoofd, armen en benen staken eruit. Over eten hoefde ie zich geen zorgen maken. Hij kreeg copieuze porties melk en honing toegediend. Het duurde niet lang voor verschrikkelijke diarree zich van hem meester maakte. Ondertussen dreef het bootje over een stilstaande vijver waar insecten lustig zoemden.

Dag na dag stapelden de welriekende uitwerpselen zich op in het bootje. De zon brandde terwijl maden smulden van je opgezwollen lichaam. Een zonnesteek, bloedvergiftiging of orgaanfalen: sterven zou je sowieso. Na je dood monsterden toeschouwers de meurende overblijvende smurrie van wat ooit je lichaam was.