Top 10 Dinosaurussen Met Een Vreemd Uiterlijk

Velen van ons hebben in hun jeugd (en sommigen nog altijd) een ’dinosauriër’ fase gehad, vaak vlak nadat er een Disney film over het onderwerp uit kwam, of er een bezoek was gepleegd aan een natuurhistorisch museum. Een zeer selecte groep mensen maakt zelfs hun brood met onderzoek naar dinosauriërs, hoewel er ten opzichte van de meeste andere beroepen maar bijzonder weinig paleontologen zijn. Desalniettemin blijven deze gigantische reptielen, die vele miljoenen jaren vóór ons op aarde leefden, ons fascineren. Kijk alleen al maar naar het succes van (en sequals op) de film Jurassic Park. Wie kan er nou niet gefascineerd raken door de gigantische tyrannosaurus Rex, of de dodelijke raptors?

Maar net als we tegenwoordig een enorm scala aan diersoorten hebben, waarvan er best wel wat merkwaardig uitzien, waren er in het dino-tijdperk (of dino-tijdperken, om precies te zijn) ook veel vreemd ogende dinosauriërs. Deze zijn veel minder bekend, maar we geven ze in deze top tien toch een plekje.

En voor de scherpslijpers onder ons, inderdaad, niet alle soorten hier genoemd zijn dinosauriërs in de strikte zin. Maar ze komen allemaal uit het dinosauriër-era, en volgens ons dus dino genoeg om in deze lijst te mogen voorkomen.

10. Hesperonychus, de Klauw van het Westen

Hesperonychus

De Hesperonychus is het best te beschrijven als een merkwaardige splitsing tussen een kip en een krokodil. Echter, vergis je niet in de aard van dit beestje, het is een heuse carnivoor. De eerste fossielen werden gevonden in Alberta, in de Verenigde staten. Deze zijn getypeerd door lange sikkelvormige klauwen. Met een lengte van ongeveer een meter, en een gewicht van bijna twee kilo, was dit wellicht niet de meest angstaanjagende jager uit het Krijt (een van de drie grote Dino-tijdperken, en de meest recentelijke), maar desalniettemin was dit geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Het was de kleinste vleesetende dinosauriër die ons bekend is, uit Noord Amerika.

9. Deinocheirus, struisvogel van het Krijt, of ‘de Gruwel Hand’

Deinocheirus

De Deinocheirus was een zogeheten struisvogel-dinosauriër die evenals de Hesperonychus in het late Krijt leefde (zo’n 70 miljoen jaar geleden). In 1965 werd er een stel armen en schouders gevonden van dit dier, en vanuit deze fossielen is een hele dinosauriër gereconstrueerd. Zijn naam slaat neer op deze twee klauwvormige armen, het is namelijk Grieks voor ‘gruwelijke hand’. Afgezien van deze fossiel zijn er echter geen andere exemplaren van deze dinosauriër gevonden.
De Deinocheirus was ongeveer elf meter lang, en woog iets over de 6 ton, een ton meer dan de Afrikaanse Olifant. Zijn ‘gruwelijke’ handen en armen waren zo’n 2.5 meter lang, en bezaten drievingerige handen met botte klauwen. Zijn benen waren relatief kort. Hij was vermoedelijk een omnivoor, wat betekent dat hij van alles at, vlees, groente, aas, ga zo maar door. Aan zijn bottenstructuur is kunnen afleiden dat hij onder andere planten en vis at. Dit doet paleontologen vermoeden dat hij zijn klauwen gebruikte om planten te verzamelen en in modder te graven.

8. Giraffatitan, de reuzen giraffe

Giraffatitan

Zoals de naam al doet suggereren, leek deze dinosauriër op een giraffe. Niet dat hij werkelijk verwant was aan de huidige giraffe, natuurlijk, hij leek er enkel op, volgens de creatieve paleontologen die hem voor het eerst ontdekten. De Giraffatitan was een sauropoda, hetgeen betekent dat hij op vier poten liep en een planteter was, met lange nek en staart en relatief kleine hersenen. Deze gigant was volgens paleontologen voor lange tijd de grootste dinosauriër ooit, tot dat de titanen (genaamd titanosauriërs) ontdekt werden.
De schatting van de lengte van deze kolos is ongeveer 22 meter, en qua massa lag hij vermoedelijk tussen de 15 ton en 80 ton (tja, wetenschap kan ook niet alles berekenen, met enkel een paar botjes als startpunt!). Hoe het ook zij, zijn gewicht is minstens vier en maximaal 20 keer groter dan het zwaarste landdier van vandaag de dag, de Afrikaanse Olifant.
De Giraffatitan leefde in het tweede Dinosauriër-tijdperk, genaamd het Jura (‘Jurrasic’ in het Engels, waar de film Jurassic Park naar is vernoemd). Hij leefde dus zo’n 150 tot 145 miljoen jaar geleden.

7. Epidexipterix, de ‘toonveer’

Epidexipterix

De Epidexipterix is een erg kleine theropodische (dit betekent tweevoetig) vleesetende dinosauriër die voorkwam in wat tegenwoordig China is, en het is een van de eerste fossielen waarbij paleontologen indicaties vonden dat het dier veren droeg. Vandaar de naam, het betekent namelijk ‘toon veer’.
Niet verrassend is dat deze sauriër nogal op een vogel lijkt, maar vliegen kon hij niet, want daar waren de veren niet geschikt voor. Hij had echter wel enorm lange staartveren, vermoedelijk net als die van de moderne pauw, bedoeld voor de toon. De Epidexipterix was een Jura dinosauriër, die ongeveer tussen 168 tot 152 miljoen jaar geleden leefde. Het is tevens een van de kleinste dino’s die wij kennen, ongeveer even groot als een duif.


6. Therizinosaurus

Therizinosaurus

Een hele mond vol, de naam van deze dino, maar dan heb je ook wat. Ondanks zijn afschrikwekkende uiterlijk was dit dier een planteter, die in het Krijt leefde in het gebied waar tegenwoordig Mongolië ligt. Zijn fossielen werden voor het eerst gevonden in 1948, en men was met name verrast door zijn enorme klauwen. Zijn naam betekent simpelweg ‘schildpad-vormige maai-sauriër’. We hoeven niet uit te leggen waar het maaien vandaan moet komen, neem ik aan. De theorie is dat hij de klauwen gebruikte om zeewier te ‘maaien’. Pas toen in de jaren negentig meerdere schildpad-maaiers gevonden werden, konden paleontologen echter een volledig dier reconstrueren.
Ze vermoeden dat deze grote herbivoor zo’n negen meter lang was, en ongeveer vijf ton zou hebben gewogen. Waar de meeste theropoden (tweepotige) dinosauriërs vleeseters waren, was dit echter een planteter (zeewier om precies te zijn) en om dat te kunnen bewerkstelligen had het dier een dikke pens, zoals een koe. Bovendien had hij een snavel, ook geschikt om bladeren van bomen te kunnen bijten. Oh, en zijn voorpoten, die eindigden in drie klauwen van zo’n meter lang, die waren tevens nuttig om vijanden op een afstandje te houden.

5. Troodon formosus, tand die verwondt

Troodon formosus

De naam van dit diertje, Troodon formosus, betekent ‘verwondende tand’. Het was geen bijzonder groot dier, en nogal fragiel ogend, met een lengte van 2.5 meter, en een gewicht van slechts 50 kilo! Wat bijzonder is aan de Troodon is dat hij waarschijnlijk erg slim was. Ten minste, dat denken paleontologen, want hij had een erg groot brein voor zijn lichaamsformaat. Dit zou een enorm voordeel kunnen zijn bij het jagen. Bovendien had de Troodon grote ogen, en lange poten om snel mee te kunnen rennen. Scherpe tanden maakten de Troodon tot slot tot een vermoedelijk gevreesde jager van de prairies in het Krijt.


4. Scansoriopteryx, de klimvleugel

Scansoriopteryx

De Scansoriopteryx (soms ook Epidendrosaurus genoemd) is nog zo’n sauriër met lange voorpoten, die lijkt op een vogel, zoals we eerder zagen. Hij is dan ook familie van de Epidexipteryx, en vermoedelijk de eerste dinosauriër (waarvan wij weet hebben) die zichzelf aanpaste om in bomen te kunnen overleven. Dit was een belangrijke stap richting de evolutie naar echte vogels.
Wat merkwaardig is aan de Epidendrosaurus is dat hij een hele lange derde vinger had, die twee keer zo lang was als de andere vingers. Paleontologen vermoeden dat die gebruikt werd om naar insecten te graven, zoals een miereneter met zijn tong doet. Hij had het formaat van een zwaluw, maar dan met een brede ronde bek vol met tanden (iets dat zwaluwen toch beslist niet hebben!).

3. Longisguama, de langschalige

Longisguama

Technisch gezien is de Longisquama geen dinosauriër, maar een gewone hagedis-achtige (die toevallig in het dino-tijdperk is uitgestorven). Hij leefde in het late Trias era (een van de drie periodes van de dinosauriërs, en wel de oudste). Zijn naam betekent ‘lange schalen’ en er gingen lang vermoedens dat hij verwant was aan de voorlopers van de vogels, vanwege zijn veer-achtige constructie; hij had namelijk een soort van mohawk aan veren over zijn rug lopen. Hij vloog echter niet en als hij al iets deed wat erop leek, dan moet het hoogstens een soort van zweven zijn geweest. Echter, tegenwoordig denkt men dat de longisquama niets te maken heeft met de oorsprong van vogels. Het is dus enkel een vreemd ogende hagedis. Uit de Dino-wereld.

2. Tanystropheus, de langnek

Tanystropheus

Tevens in het Trias (ongeveer 230 miljoen jaar geleden) leefde de Tanystropheus, een zeer merkwaardig ogende reptiel met een enorm lange nek. Het dier zelf was zo’n 6 meter, maar zijn nek alleen al was ruim drie meter. Stel je voor dat onze nekken zo lang zouden zijn, de nek zou dan tot aan onze heupen rijken! En daar komt nog bij dat in die volledige zes meter óók een staart is inbegrepen. Hij was vermoedelijk een viseter, waarbij de theorie gaat dat het dier op een steen naast het water zou zitten, en met zijn lange nek de vis uit de zee zou scheppen.

1. Amphicoelias fragillimus, de langste van allen

Amphicoelias fragillimu

Als we het toch over lange nekken hebben, hier is de koning der langnekken, de Amphicoelias fragillimus, wiens fossiel is gevonden door de beroemde paleontoloog Edward Cope. De Amphicoelias (wat vertaald uit het Grieks betekent ‘hol van beide kanten’) was een plantenetende sauropod (op vier poten lopende) dinosauriër die veel weghad van de meer bekende reusachtige Diplodocus. De Amphiceolias fragillimus zou echter nog veel groter zijn dan de Diplodocus. De schatting gaat naar een lengte van ongeveer 58 meter (het langste dier ooit op aarde) en met een gewicht van circa 120 ton (ongeveer hetzelfde als de Blauwe Vinvis, en wel 24 keer zo zwaar als de Afrikaanse Olifant).
Het merkwaardige is dat de fossiel van de aardbodem is verdwenen, na een eerste onderzoek in 1870. We hebben enkel nog maar tekeningen en veld notities. Of het een vervalsing was, of dat het om een echte fossiel gaat zullen we helaas pas weten als het fossiel teruggevonden wordt, of een ander exemplaar wordt ontaard.

Tot slot deze tien vreemd ogende dinosauriërs. Wat we als allerlaatste nog kwijt willen, is een toon van respect voor paleontologen. Het zijn ware magiërs die met het kleinste botje een heel dier en haar geschiedenis kunnen reconstrueren (met enige marge van onzekerheid). Neem het volgende plaatje, waarin goed te zien is (in het wit) welke botten gevonden zijn en (in het zwart) welke dinosauriër hieruit gereconstrueerd werd. Paleontologie is een van de moeilijkste, maar ook meest interessante wetenschappelijke disciplines die mijns inziens meer respect en aandacht verdiend.

constructie

    1. asdasd123 september 11, 2015
    2. skenia november 7, 2015
    3. Dinosaurussen hadden veren! september 16, 2016
    4. Dean november 9, 2016
      • Dani Louvet mei 9, 2017
    5. Anoniem maart 23, 2017
    6. deleted maart 23, 2017
    7. Max april 18, 2017
      • Dani Louvet mei 9, 2017
    8. Max april 21, 2017
      • Dani Louvet mei 9, 2017
        • Dani Louvet mei 9, 2017
    9. riven mei 28, 2017
    10. pipo juli 12, 2017
    11. Tebbe mei 9, 2018
    12. GABY juli 1, 2019

    Jouw Reactie?