Top 10 Beste Disney live-action remakes

Nostalgie verkoopt. Dat beseft Disney sinds het monstersucces van ‘Alice in Wonderland’ (2010) donders goed. Alsof Chernabog, de duivelse demon uit ‘Fantasia’ (1940), ermee gemoeid is, blaast het media-imperium de een na de andere tekenfilmklassieker nieuw leven in met een zogenaamde ‘live-action remake’.

Zeg maar: een herverfilming met échte mensen. Of in het geval van Jon Favreau’s ‘The Lion King’ (2019) en ‘The Jungle Book’ (2016): hyperrealistische computergeanimeerde dieren. De trouwe Disney-fan vindt het allemaal ‘supercalifragilisticexpialidocious’, aan de indrukwekkende bioscoop- en streamingcijfers te zien.
De kritische filmpers is iets minder overtuigd van de noodzaak om werkelijk elke animatiefilm uit de goedgevulde Disneycatalogus te updaten met levensechte beelden.

Voegen ze wel iets toe aan hun ambachtelijke handgetekende 20ste-eeuwse voorgangers? Dat ontdek je in deze ‘Top 10 Disney live-action remakes’ – ‘Be our guest!’

10. Mulan (2020)

Walt Disney Pictures broedde al in 2010 met een live-action remake van ‘Mulan’ (1998). Wat de studio niet wist, was dat er een eeuwenoude vloek op het project rustte. Want zelden zorgde een herverfilming van het Huis van de Muis voor zoveel controverse. Het begon nochtans veelbelovend. Niki Caro, de Nieuw-Zeelandse cineaste achter het prachtige ‘Whale Rider’ (2002) kreeg de regiestoel. En een budget van 200 miljoen dollar, ongezien financieel feminisme naar Hollywoods patriarchale normen.

Maar nauwelijks rolde de cameralens over de epische natuursets van Nieuw-Zeeland en China, of de ene rel na de andere blubberde op uit de zompige sociale media-modderpoel. Wat liep er dan mis? Alles. Het begon al met de soundtrack. Alle leuke musicalliedjes gingen voor de bijl. Net als Mushu, het door Eddy Murphy ingesproken draakje uit het origineel – de vervangende feniks was een schrale troost. En kapitein Li Shang. Diens rol als verboden lover en legeroverste werd opgesplitst in twee nieuwe personages. Maar voor een heks die helemaal niets in het scenario verloren had, was er plots wél plaats.

Tot daar de creatieve rampspoed. Want ondertussen dreigden allerhande activisten met fakkels, rieken en andere gebruikelijke attributen nadat er geruchten opdoken over niet-Chinese personages en andere ‘whitewashing’-fratsen. Toen Disney alsnog de veelzijdige Liu Yifei uit duizend concurrentes voor de titelrol castte en veteranen als Jet Li (als de keizer) en Donnie Yung (wiens Commandant Tung met Yoson Ans rekruut Chen Honghui de leemte moest vullen van de weggegomde Li Shang) aan boord bracht, bedaarden de gemoederen.

Voor eventjes, dan toch. Want daar doemde alweer boycotstemmen op, toen bleek dat de niet onbesproken regio Xinjiang voor decor speelde. Hoofdrolspeelster Liu Yifei’s pittige uitspraken over de Hongkongprotesten van 2019-2020 waren ook niet de beste PR-stunt. ‘#BoycottMulan’ overspoelde Twitter.

En er was nog iets, toch? Oh, ja. Dat vervelende virusje. Disney schoof de bioscooprelease twee maal uit. Op 4 september 2020 toonde de Amerikaanse entertainmentreus haar engagement voor de noodlijdende cinema’s. Of beter, het gebrek daaraan. ‘Mulan’ vloog rechtstreeks Disney+ op. Exclusief voor betalende abonnees. Als ze tenminste nog de bijkomende 21,99 euro’s wilden oprochelen voor de zogenaamde ‘VIP-toegang’. Nee, aan media-aandacht had deze remake geen gebrek. Alleen was het niet de publiciteit die Disney voor ogen had.

9. Alice in Wonderland (2010)

Live-action remakes zijn niet nieuw. In de jaren 90 dropte Disney Jason Scott Lee al tussen resusaapjes en Aziatische olifanten in ‘The Jungle Book’ (1994), en zat Glenn Close achter échte zwartwit gevlekte puppy’s aan in het amusante ‘101 Dalmatians’ en de teleurstellende sequel ‘102 Dalmatians’ (2000). Het eerste decennium van het nieuwe millennium zouden Pixar en de ‘Pirates of the Caribbean’ de poen wel binnen harken.

En toen stuitte Disney in 2010 plots op een onverwachte nieuwe goudmijn. Tim Burtons ‘Alice in Wonderland’ leverde zomaar eventjes 1,025 miljard dollar op én 2 Oscars (voor ‘Best Art Direction’ en ‘Costume Design’ – het beeldje voor ‘Visual Effects’ ging dat jaar uiteraard naar de verbluffende Escher-tableaus van ‘Inception’).

1 miljard knisperende groene briefjes met George Washingtons gepoederpruikte beeltenis op. Het lijkt vandaag kleingeld voor een doorsnee zomerblockbuster, maar met zo’n bioscoopopbrengst schreef je in 2010 nog je reinste filmgeschiedenis. Vóór ‘Alice in Wonderland’ hadden enkel ‘Titanic’ (1997), ‘The Lord of the Rings: Return of the King’ (2003), ‘Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest’ (2006) en ‘The Dark Knight’ (2008) die magische kaap van 1 miljard dollar afgetikt.

Kennelijk bestond er dus een publiek voor Disneys live-action-remakes. Een verdomd groot publiek, bovendien. Nochtans was ‘Alice’ geen remake volgens het boekje. De film is een sequel op de originele animatieprent uit 1951. Die tekenfilm maakte destijds een slap bioscoopdebuut. Sterker nog. Het eindresultaat werd zelfs openlijk verguisd door ‘Disney Legends’ als Ollie Johnston en Frank Thomas – twee van de beste animatoren die ooit door de legendarische tekenstudiowandelgangen op Buena Vista Street in Burbank sloften. Van je vrienden moet je het hebben.

Toch vond ‘Alice’ al snel een tweede leven als cultfilm in Amerikaanse studentenkringen. Daar waren de weinig subtiele verwijzingen naar psychedelische geestverruimende middelen allicht niet vreemd aan. 145 jaar na de eerste uitgave van Lewis Carrolls ‘Alice’s Adventures in Wonderland’ (1865) ging Burton loos met live-action en bombastische ‘motion-capture’. Zo vergrootte de regisseur bijvoorbeeld het hoofd van zijn toenmalige eega Helena Bonham Carter tot hilarische proporties voor de razende Red Queen.

De toen nog anonieme Australische actrice Mia Wasikowska kroop in de krimpende én uitzettende huid van de 19-jarige Alice. Het arme kind staat op punt te trouwen met een snobberige Engelse edelman, tot een gehaast wit konijn (stem van Michael Sheen) haar teruglokt naar een goed verdrongen gekke plaats. Daar treft ze o.a. een als Mad Hatter uitgedoste Johnny Depp aan, in een van zijn laatste glansrollen voor zijn jammerlijke ondergang.

Het door James Bobin gemaakte vervolg ‘Alice Through the Looking Glass’ (2016) haalde net geen 300 miljoen dollar op. Naar 2016-maatstafen was dat ronduit beschamend voor een vervolg van dergelijk kaliber. En toch moet elke filmfan hem één keer gezien hebben. Het is immers de laatste acteerprestatie van Alan Rickman (1946-2016), als de inmiddels als vlinder ontpopte rups.

8. Aladdin (2019)

Omstreeks 2019 draaide Disneys live-action remake fabriekje op volle toeren. Dat jaar kregen ‘Dumbo’ (1941), ‘Lady and the Tramp’ (1955), ‘The Lion King’ (1994) én ‘Aladdin’ (1992) een levensechte make-over. Zou zoveel kwantiteit de kwaliteit in de weg staan? Vooral voor het straatschoffie uit Agrabah hielden fans hun hart vast. De herinneringen aan het erbarmelijk door Disney geproducete ‘Prince Of Persia: The Sands of Time’ (2010) lagen nog vers in het geheugen. En dan vooral de compleet miscaste Jake Gyllenhaal.

De eerste beelden van Will Smith als een CGI-blauwe Genie op steroïden deden het ergste vermoeden. Maar uiteindelijk viel Guy Ritchie’s eerste kindvriendelijk wapenfeit beter mee dan verwacht. Op het gezaghebbende Rotten Tomatoes kreeg de remake zelfs een imponerende publieksscore van 94%.

De verdeelde professionele filmcritici oordeelde iets minder enthousiast. Will Smith wuifde hun kritiek weg en lachte zijn hagelwitte tanden bloot. Op zijn 50ste had de ‘Fresh Prince’ namelijk eindelijk zijn eerste 1 miljard box-office-hit beet. Met 1,051 miljard dollar overklaste ‘Aladdin’ zijn alweer 13 jaar oude persoonlijke record van Independence Day (1996, 817 miljoen dollar).

Smiths co-sterren hadden minder pret. Ondanks het kletterende kassagerinkel en zijn geprezen acteerprestaties raakte hoofdrolspeler Mena Massoud na het succes van ‘Aladdin’ niet meer aan de bak. Naomi Scott, de begeerlijke én geëmancipeerde prinses Jasmine van dienst, scoorde met het grandioos geflopte ‘Charlies Angels’ (2019) datzelfde jaar een heel andere hit. Die van ‘Sequel or Remake That Shouldn’t Have Been Made’. Hoog tijd om een nieuwe manager uit die magische wonderlamp te schudden.

7. The Lion King (2019)

Technisch gezien is ‘The Lion King’ (2019) natuurlijk helemaal géén live-action. De kaskraker floepte namelijk integraal uit de computer! Dus eigenlijk is deze digitaal geanimeerde remake … een animatiefilm! Maar de hele beestenboel, inclusief hun natuurlijke habitat op de Afrikaanse savanne ziet er zó akelig fotorealistisch uit dat hij hier niet mag ontbreken.

Een behoorlijk winstgevende animatiefilm, trouwens. Simba knikkerde het box-officerecord van ‘Frozen’ (2013, 1,280 miljard dollar) de afgrond in en kroonde zich met het exuberante 1,637 miljard dollar tot de succesvolste animatieprent allertijden. Een titel die de originele handgetekende tekenfilm overigens ook jaren kon claimen.

Regisseur Jon Favreau had met ‘The Jungle Book’ (2016) al overtuigend gedemonstreerd dat hij de geknipte man voor de job was. Kennelijk was hij wel wat van zijn magische sprankeltjes vergeten in het Indiase regenwoud. Waar ‘The Jungle Book’ zijn geanimeerde voorganger vlotjes de loef afstak, evenaart deze 21ste-eeuwse versie nooit de grootsheid die de oorspronkelijke Leeuwenkoning tot het onbetwiste hoogtepunt van de ‘Disney Renaissance’ in de jaren 90 maakte. Dat was niet alleen de mening van de critici. Ook de anders zo enthousiaste Elton John liet zich niet bepaald op een vreugdedansje betrappen na het zien van het steriele eindresultaat.

De fotorealistische CGI-snuiten misten de levendige ‘squash & stretch’ die de tekenfilmklassieker zo kenmerkten. Een heuvel dat pijnlijk duidelijk wordt als je een bijna perfecte kopie van het origineel aflevert. Merkwaardig genoeg telt de remake wel 30 minuten extra speeltijd. Maar waar zit de meerwaarde dan? Verstopt achter een olifantenkerkhofkarkas?

Daartegenover staat de fonkelende nieuwe sterrencast. Komieken Seth Rogen en Billy Eichner zijn verbaal goud als de zorgeloze Hakuna Matata’-filosofen Timon en Pumbaa. Chiwetel Ejiofor zet een meer dan dreigende Scar neer, terwijl Beyoncé en Donald Glover wel weg weten met het onsterfelijke ‘Can You Feel the Love Tonight’ als Nala en Simba. Maar de opverende armhaartjes komen natuurlijk van de terugkerende James Earl Jones. Een kwart eeuw nadat Mufasa’s stem voor het eerst over de Pride Lands bromde, heeft ze nog niets aan ontzag ingeboet.

6. Maleficent (2014)

In 1959 wekte Walt Disney ‘Sleeping Beauty’ op het witte doek. In de tekenfilmversie van Charles Perraults ‘Doornroosje’ waren de wegsoezende prinses Aurora en haar redder prins Philip eerder edelfiguranten. Het was de boze fee Maleficent die meteen de show stal met haar ongevraagde crash op Aurora’s geboortefeestje. Animator Marc Davis modelleerde Malefides puntige garderobe op Tsjecho-Slowaakse religieuze schilderijen en vleermuisvleugels. De duivelshoorns vervolledigde het totaalplaatje. En dan moest die spectaculaire drakenmetamorfose op het einde nog komen!

55 jaar later gaf Angelina Jolie op onnavolgbare wijze gestalte aan de vrouwelijke sprookjesslechterik. ‘Maleficent’ werd geen klakkeloze kopie, maar een prequel die verklaart waarom die flamboyante verschijning nou eigenlijk Aurora vervloekt en het arme kind met een stel goede feeën samenhokt ver weg van akelig prikkende spinnenwielen.

Een intrigerende invalshoek, die Disney 7 jaar later met het ‘origin story’ ‘Cruella’ (2021) dapper zou verder uitpluizen. Debuterend regisseur Robert Stromberg had als tweevoudige Oscarwinnaar voor ‘Best Art Direction’ oog voor het betere visueel detail. De Amerikaan verzorgde het prijswinnende productieontwerp van Avatar (2009) en Alice in Wonderland (2010).

Strombergs ‘Maleficent’ (2014) mengde CGI en ambachtelijke special effecten. Angelina Jolie bungelde voor haar vlieg- en gevechtsstunts aan een stel kranen in een Londens veld, waarna computers het woeste Moors-land tevoorschijn toverde. Rick Baker verzorgde Jolie’s instant-iconische uiterlijk.

Dat deed de ‘special make-up effects’-veteraan zo goed dat alle kinderen op de set achteruit deinsden zodra de boze fee in beeld kwam. Dat leverde Vivienne Jolie-Pitt de rol van de jonge Aurora op. Het vijfjarige dochtertje van Angelina en Brad begreep natuurlijk dat haar moeder onder die enge hoorns en klauwen zat.

5. Cinderella (2015)

Na enkele mindere creatieve jaren keerde een overspannen Walt Disney en zijn ‘Nine Old Men’ – zoals hij zijn hoofdanimatoren gekscherend aansprak – in 1950 terug met een instant-klassieker. Een sprookje met alles erop en eraan. Een prinsessenverhaal dat het publiek herinnerde aan alles wat ‘Snow White and the Seven Dwarfs’ (1937) zo’n succes maakte. Die tekenfilm was natuurlijk ‘Cinderella’ (1950). Op de 65ste verjaardag van Assepoesters animatiedebuut bracht Kenneth Branagh zijn live-action herinterpretatie in de zalen.

Branaghs ‘Cinderella’ (2015) verkoos net als zijn handgetekende voorganger Charles Perraults kindvriendelijkere verhaal uit diens ‘Histoires ou contes du temps passé’ (1697). Een verstandige zet. De latere gruwelijke variant van de Gebroeders Grimm (1812) leent zich met afgekapte tenen en door vogels uitgepikt oogballen toch net iets minder voor een gezellig familie-uitje.

De horror speelde zich eerder achter de schermen af. Richard Madden, toen vooral bekend als Rob Stark in ‘Game of Thrones’, werd toegetakeld met een ontkrullende chemische haarstijling en extensions. Maar dat was nog niets vergeleken met de knellende ‘jock strap’ die Maddens iets te prominent aanwezige mannelijkheid in zijn krappe witte ‘Prince Charming’-pantalon moest verhullen.

Hoofdrolspeelsters Lily James oefende ondertussen geduldig af tot het ‘costume department’ klaar was met de 10.000 Swarovski-kristalletjes die één voor één op haar blauwe galajurk en haar blonde lokken werden geplakt. Het glazen muiltje aantrekken ging vlotter. Het beoogde ontwerp paste niet rond haar poezelige voetjes. De schoentjes verschenen pas in postproductie met CGI.

4. Beauty and the Beast (2017)

Met ‘Beauty and the Beast’ zette Disney in 1991 een nieuwe standaard voor tekenfilms. Volgens zij die er bij waren riep Roy, broer van wijlen Walt, destijds de profetische woorden “This is no longer an animated cartoon! It’s a real movie!”. En zie! Enkele maanden later kreeg het prachtwerkje als eerste tekenfilm ooit een Oscarnominatie voor ‘Best Picture’. Pas in 2001 introduceerde de Academy een aparte categorie voor animatielangspeelfilm – waar DreamWorks ‘Shrek’ moeiteloos als eerste zijn ogergroene koolschoppen oplegde.
Tijdsprong naar november 2016. Disney zwiert de eerste trailer van zijn ‘Beauty and the Beast’ (2017) op YouTube. 24 uur later zit het clipje aan 128 miljoen views. Daarmee stootte het sprookje de vorige recordhouder, het net iets minder kindvriendelijke ‘Fifty Shades of Grey’ (114 miljoen in 2015) van de troon als meest bekeken filmtrailer. Emma Watson had dan ook meer om het lijf dan Dakota Johnson. Meer bepaald een gele baljurk met 900 meter stof, 2.160 Swarovski kristalletjes en 12.000 ontwerpuren in verwerkt. Geen wonder dat het Beest (een gemotion-capturede Dan Stevens) terstond als een hunebedsteen voor Belle valt.

En de film zelf? Die scoorde behoorlijk goed. Met dank aan regisseur Bill Condon. Aanvankelijk weifelde Disney over het muziekaanbod. Na enkele rake tikken van Condons filmklapper haalden ze alsnog Alan Menken aan boord. De componist achter tijdloze liedjes als ‘Be Our Guest’ maakte nieuwe opnames van zijn oorspronkelijke nummers en schreef er meteen nog wat extra verse deuntjes met zijn kompaan Tim Rice bij. Het bijbehorende danswerk in de ‘motion-capture suits’ vroeg volstrekte concentratie. Ewan McGregor, die Lumière vertolkte, kreeg zijn danspasjes als Franse kandelaar pas onder de knie nadat iedereen de set verliet.

3. Cruella (2021)

Met Cruella de Vil schiep Disney één van beste vrouwelijke booswichten ooit. Of beter gezegd: herschiep. Want het door puppybont geobsedeerde personage bestond natuurlijk al in Dodie Smiths ‘The Hundred and One Dalmatians’ (1956): het kinderboek dat Disneys ‘101 Dalmatians’ (1961) inspireerde. Maar de animators Bill Peet en Ken Anderson zette haar helemaal naar hun tekenhand als de uitzinnige kettingrookster met het piekerige zwartwit ‘split hair dye’ kapsel. De intimiderende strot van radioster Betty Lou Gerson deed de rest.

Glenn Close speelde de heerlijk doortrapte helleveeg in de ondertussen een beetje onterecht vergeten live-actionfilms uit 1996 en 2000. In ‘Cruella’ kruipt Emma Stone in de kleerkast van de vileine fashionista. Weliswaar zonder de iconische sigarettenhouder. Disney bant heden zelfs het kleinste wolkje tabaksrook in haar familievriendelijke media-imperium. Een beetje ironisch als je bedenkt dat Walt Disney zowat een slof per dag oppafte. De animatielegende overleed dan ook niet geheel onverwacht op 15 december 1966 op 65-jarige leeftijd aan longkanker.

Niet dat de roodharige ‘La La Land’-actrice het welriekende attribuut nodig had om een geweldige jonge Cruella neer te zetten in het door punkrock opgepookte Londen van de jaren 70. De Belg Nicolas Karakatsanis bewijst andermaal waarom elke regisseur met een beetje ogen in zijn kop hem inlijft als cinematograaf. En dan die kostumering! Ontwerpster Jenny Beaven schudde maar liefst 277 designs uit haar schetsboek – waarvan 47 outfits alleen al voor Emma Stone.

Die andere Emma, de in zowat elke mogelijke Britse en Amerikaanse filmprijs zwemmende Emma Thompson leeft zich dan weer geweldig uit als onuitstaanbare barones Von Hellman. Voor de tweevoudige Oscarwinnares was het alweer haar vijfde Disney-uitstapje. De Britse actrice leende o.a. in ‘Beauty and the Beast’ (2017) haar stem aan Mrs. Potts en hield een wanhopige Walt Disney aan het lijntje in ‘Saving Mr. Banks’ (2013), de fijne biopic over de bedenkster van Mary Poppins.

2. Christopher Robin (2018)

In 1961 vergaarde Walt Disney de filmrechten van A.A. Milne’s Winnie the Pooh – die in zijn debuutverhaal ‘When We Where Very Young’ (1924) nog gortdroog ‘Edward Bear heette. Poohs eerste Disney-avontuur, ‘Winnie the Pooh and the Honey Tree’ (1966) werd meteen ook de laatste kortfilm die Walt producete. De mollige, honing gekke teddybeer brengt sindsdien jaarlijks flink wat geld in het laatje. In 1977 kreeg hij met ‘The Many Adventures of Winnie the Pooh’ zijn eerste langspeler. ’t Is te zeggen: de studio verpakte drie kortfilms met enkele nieuwe scènes tot één langspeler.

Midden jaren 80 boette Winnie even aan populariteit in. Daar kon de beer weinig aan doen. Het hele animatiebedrijf zwalpte toen doelloos rond, met als dieptepunt de monsterflop ‘The Black Cauldron’ (1985). Gelukkig gloorde er in de verte alweer de sprankelende magie van weleer. ‘The Little Mermaid’ (1989) luidde de glorieuze ‘Disney Renaissance’ op het witte doek in.

Op het kleine scherm kreeg Winnie een meesterlijke reboot met ‘The New Adventures of Winnie the Pooh’ (1988-1991). Sindsdien spreekt Jim Cummings de beer in wanneer er weer eens een tekenfilm, tv-serie of videospelletje onder de kerstboom moet. Na de eeuwenwisseling veroverden Winnie, Teigetje en Knorretje een nieuwe generatie kinderhartjes, met geinige animatieprenten als ‘The Tigger Movie’ (2000), ‘Piglet’s Big Movie’ (2003) en ‘Pooh’s Heffalump Movie’ (2005).

Dat er geen sleet zit op de levende teddybeer, bewees ook Christopher Robin’ (2018). Daarin is een inmiddels volwassen Christopher Robin (Ewan McGregor) al lang zijn speelvriendjes uit het Honderd Bunderbos vergeten. Bovendien is de aardige Janneman van weleer opgegroeid tot een norse workaholic met nauwelijks oog voor vrouw Evelyn (Hayley Atwell) en kroost. Blazen Winnie, Teigetje en Knorretje alsnog wat joie de vivre in dit verbitterde volwassen sujet? Aan de fraaie setting van het Honderd Bunderbos zal het alvast niet liggen. Het Ashdown Forest, dat schrijver A.A. Milne begin jaren 1920 inspireerde voor de verhaaltjes over zijn beroemde beer, fungeert als decor voor het fictieve bos.

‘Christopher Robin’ overklaste vlotjes ‘The Tigger Movie’ als succesvolste filmavontuur van de ‘Pooh Bear’. Zelfs de dagelijks in azijnzuur dobberende filmpers ging helemaal overstag. Jeugdsentiment, het blijft iets bijzonders.

1. The Jungle Book (2016)

‘The Jungle Book’ (1967) werd de laatste animatielangspeler onder het waakzame oog van Walt Disney. Hij zou het eindresultaat niet meer zien. Maar ome Walt kon vredig heengaan. De film werd een daverend financieel én kritisch succes.

De animatoren gingen bijzonder losjes om met de belerende morele levenslessen uit Rudyard Kiplings gelijknamige verhalenbundel uit 1894. Liever focusten ze op het uitwerken van geweldige memorabele booswichten als de slissende reuzenpython Kaa, de sinistere tijger Shere Khan en de swingende Orang-oetan, koning Lowietje (met de stem van Louis Prima, de rechtmatige ‘King of Swing’ uit New Orleans). En dan die liedjes! Maar het hart van het verhaal was onmiskenbaar de vertederende band tussen Baloe de beer en het mensenjongetje Mowgli.

Jon Favreau leverde in 2016 een werkelijk verbluffende remake af. Daarvoor was de casting van Mowgli ‘The Man Cub’ cruciaal. De kinderacteur in kwestie moest zich namelijk maandenlang alleen uit de slag trekken voor een blauw scherm. Poppenspelers hielpen hem waar te kijken, maar hele jungle en beestenboel werd achteraf pas digitaal toegevoegd. De filmmaker zag meer dan 2.000 knaapjes op de auditietesten verschijnen. Eén van de allerlaatste was de toen twaalfjarige Neel Sethi. Twee weken later stond het Amerikaanse-Indiase kereltje al op de set voor zijn eerste draaidag.

Favreau monteerde zijn getalenteerde live-action Mowgli tussen motion-capture dieren, in een hyperrealistische volledig computergeanimeerde Indiase jungle waarvan elk waterdruppeltje en grassprietje zo levensecht lijkt dat je nauwelijks gelooft dat alle decors uit de servers van de Los Angeles Center Studios rolden. Drie keer raden wie dat jaar de Oscar voor Beste Visuele Effecten won.

In de geluidsopnamestudio leefden ondertussen een hele verzameling Hollywood A-listers zich uit op de bekende junglebewoners. Bill Murray zette een heerlijke luie Baloe neer. Ben Kingsley leende zijn geridderde stem aan een plechtstatige Bagheera. Koning Lowietje kreeg overigens een flinke groeispurt. Christopher Walken verklaart in een nieuw voor deze film geschreven vers van ‘I Wan’na Be Like You’ dat-ie geen Orang-Oetan, maar een Gigantopithecus is.

Idris Elba reduceert de Shere Khan uit de originele animatieprent dan weer tot een schootkatje als Mowgli’s dreigende Bengaalse nemesis. Doch de opvallendste casting was Scarlett Johansson als Kaa. Deze genderswitch resulteerde in een bijzonder zwoele hypnotiserende versie van ‘Trust in Me’ tijdens de aftiteling.

Dit artikel is geschreven door Matthias Van de Velde. Hij komt uit de verguisde carnavalsstad Aalst en studeerde Klassieke Geschiedenis en Europese Politiek aan UGent. Hij is nog steeds boos dat hij als 6-jarige dreumes niet mee mocht toen ‘Bram Stoker’s Dracula’ en ‘Jurassic Park’ in de bios draaide. Hij schrijft nooit een woord te veel, tenzij hij zich laat gaan.

    1. Anoniem juni 30, 2021

    Jouw Reactie?