Excentriek: voor sommige artiesten is het hun “middlename”. Het overschrijden van grenzen of het tarten van de goede zeden is wat deze artiesten zo fascinerend maakt. Wij lijsten de tien meest excentrieke figuren voor je op die de grenzen van het normale volledig opzochten. Een sappig lijstje.
10. Yayoi Kusama
De Japanse “Princess of Polka Dots” is een van de meest herkenbare kunstenaars van deze tijd. Ze leeft al sinds de jaren ’70 vrijwillig in een psychiatrische inrichting, wat haar er niet van weerhoudt de wereld te veroveren met haar kunst. Voor Kusama is creëren geen luxe, maar een bittere noodzaak om haar hallucinaties en angsten te bezweren.
Haar werk is een directe uiting van haar obsessies: ze bedekt alles, van enorme pompoenen tot volledige kamers en zelfs naakte mensen, met haar iconische stippen. Ze noemt dit proces “self-obliteration”, waarbij ze zichzelf en de wereld probeert te laten verdwijnen in een oneindig patroon van polka dots.
9. Marina Abramović

De “grootmoeder van de performancekunst” gebruikt haar eigen lichaam als lijdend voorwerp in haar artistieke experimenten. Ze verlegt steevast de grenzen van het menselijk uithoudingsvermogen. Zo zat ze maandenlang roerloos op een stoel in het MoMA om bezoekers alleen maar zwijgend in de ogen te kijken, een actie die miljoenen mensen diep raakte.
Haar meest extreme werk was echter “Rhythm 0”, waarbij ze het publiek 72 objecten aanbood — waaronder een rozenstengel, een mes en zelfs een geladen pistool — om zes uur lang op haar te gebruiken terwijl ze stil bleef staan. Het ontaardde in een angstaanjagend tafereel waarbij haar kleren werden afgesneden en het pistool zelfs tegen haar hoofd werd gezet.
8. Frida Kahlo

Hoewel ze nu een wereldwijd stijlicoon is, was Frida Kahlo tijdens haar leven een toonbeeld van rebellie en excentriciteit. Ze weigerde zich aan te passen aan de normen van haar tijd en cultuur. Ze schilderde haar eigen fysieke pijn, haar miskramen en haar talloze operaties met een bijna brute en schokkende eerlijkheid die de kijker dwingt om niet weg te kijken.
In haar surrealistische zelfportretten creëerde ze een eigen werkelijkheid waarin ze haar innerlijke demonen en haar turbulente relatie met Diego Rivera vastlegde. Haar hele verschijning, inclusief haar iconische doorlopende wenkbrauwen en traditionele Mexicaanse klederdracht, was een politiek en artistiek statement tegen de gevestigde orde.
7. Banksy
Banksy is de onzichtbare rebel van de kunstwereld. Terwijl musea miljoenen neertellen voor zijn werk, doet deze graffiti-artiest er alles aan om volledig anoniem te blijven. Hij brengt zijn pakkende, anti-kapitalistische tekeningen aan op muren over de hele wereld, vaak op plekken die levensgevaarlijk of illegaal zijn om te bereiken.
Zijn excentriciteit blijkt vooral uit zijn minachting voor de commerciële kunstwereld. Zo liet hij een van zijn beroemdste werken, “Girl with Balloon”, zichzelf versnipperen op het moment dat de hamer viel tijdens een veiling bij Sotheby’s. Ook zijn duistere project “Dismaland”, een deprimerende parodie op Disneyland, liet zien hoe ver hij gaat om zijn boodschap kracht bij te zetten.
6. Damien Hirst
Verguisd door de één, aanbeden door de ander: Damien Hirst zorgt altijd voor enorme opschudding. Hij is het boegbeeld van de “Young British Artists” en werd wereldberoemd door dode dieren in vloeistof te bewaren. Zijn werk “Mother and Child Divided”, waarbij een koe en een kalf letterlijk in tweeën zijn gezaagd, is daar het bekendste voorbeeld van.
Hirst provoceert graag met het thema van de dood en ontbinding. Een installatie met een rottende koeienkop die werd opgegeten door vliegen ging veel bezoekers te ver; zij verlieten misselijk de tentoonstelling vanwege de stank en het macabere beeld. Of hij nu schedels bezet met diamanten of duizenden dode vlinders gebruikt, Hirst zoekt altijd de schok op.
5. Vincent van Gogh

Vincent van Gogh was een bezeten genie met een explosief karakter. Hij leed aan zware depressies en waanbeelden, maar schilderde ondertussen met een intensiteit die de kunstgeschiedenis voorgoed veranderde. Hij was zo extreem in zijn passie voor kleur en licht dat hij soms verf rechtstreeks uit de tube at of met kaarsen op zijn hoed schilderde om ’s nachts te kunnen werken.
Het bekendste voorbeeld van zijn instabiliteit is natuurlijk het incident waarbij hij na een ruzie met Gauguin een deel van zijn eigen linkeroor afsneed en dit aan een prostituee gaf. Hij verkocht tijdens zijn leven bijna niets en pleegde uiteindelijk zelfmoord, maar liet een schat aan topwerken achter die tot de meest gewilde objecten op aarde behoren.
4. Andy Warhol

De koning van de popart was bezeten door commercie, roem en de alledaagse consumptiecultuur. In zijn beroemde studio “The Factory” in New York omringde hij zich met een bont gezelschap van excentriekelingen, van travestieten tot drugsverslaafden en intellectuelen. Hij maakte van zichzelf een merk door zijn haar wit te verven en zich te verschuilen achter een masker van onverschilligheid.
Warhol was niet alleen een graficus, maar ook een experimentele filmmaker die de grenzen van verveling opzocht. Hij maakte 160 films, waaronder een film van acht uur waarin je alleen maar het Empire State Building ziet staan. Veel van zijn films waren zo expliciet of bizar dat ze destijds verboden werden, maar ze bevestigden wel zijn status als de spil van de avant-garde.
3. Pablo Picasso

Pionier van de moderne kunst en een vat vol tegenstellingen. Picasso was zo extreem in zijn passies dat zijn complete schilderstijl veranderde zodra hij een nieuwe liefde vond. Zo kennen we onder andere zijn Blauwe Periode en zijn Roze Periode, waarin hij telkens een nieuwe emotionele wereld verkende aan de hand van de vrouwen in zijn leven.
Hij brak de werkelijkheid letterlijk in stukjes met het kubisme, simpelweg omdat hij weigerde de wereld op een conventionele manier te bekijken. Zijn bekendste werk, “Guernica”, is een chaotisch en angstaanjagend beeld van een bombardement. Picasso was een man die de regels van de kunst niet alleen verborg, maar ze volledig vernietigde om iets nieuws te creëren.
2. Michelangelo

Michelangelo was een bezeten kluizenaar die volledig werd opgeslokt door zijn gigantische opdrachten. Hij was zo intens met zijn kunst bezig dat hij de wereld om hem heen compleet vergat; hij sliep vaak met zijn schoenen aan en verwaarloosde zijn hygiëne tot op het punt dat zijn huid soms aan zijn kleren bleef plakken. Hij was uiterst grillig en kon vlammende ruzies krijgen met zijn opdrachtgevers, waaronder de paus.
Zijn excentriciteit kwam voort uit een ongekende bezetenheid voor perfectie. Hij schilderde jarenlang op zijn rug op een hoge steiger in de Sixtijnse Kapel, waarbij de verf constant in zijn ogen drupte en hij zijn lichaam fysiek ruïneerde. Ondanks zijn immense rijkdom leefde hij als een arme sloeber, puur omdat niets anders dan de steen en de verf er voor hem toe deden.
1. Salvador Dalí

Geen kunstenaar belichaamt het woord excentriek beter dan Salvador Dalí. De man met de iconische, omhooggekrulde snor maakte van zijn hele bestaan één grote, bizarre show. Hij betaalde restaurantrekeningen vaak met een snelle krabbel op de achterkant van de factuur — wetende dat de eigenaar de tekening nooit zou verzilveren omdat deze meer waard was dan de maaltijd — en gaf vrienden dode muizen cadeau in doosjes.
Dalí was een meester in het surrealisme en in zelfpromotie; hij hield ervan de buitenwereld te choqueren met zijn maffe uitspraken en gedrag. Zijn schilderijen, vol smeltende horloges en olifanten op spinnenpoten, zijn vensters naar zijn eigen droomwereld. In zijn geboortedorp Figueras vind je zijn eigen museum, wat misschien wel het meest krankzinnige en prachtige eerbetoon is aan zijn eigen gekte.
