Top 10 Legendarische WK Spelers

Wie op een WK schittert zal altijd als voetballer worden herinnerd. Sommige spelers zijn voor altijd met een toernooi verbonden. Wie zijn de tien meest legendarische voetballers die op een WK hebben gespeeld?

10. Johan Cruijff (1974)

Soms hoef je een wereldkampioenschap niet te winnen om toch als een WK-legende te worden beschouwd. Zelf heeft Johan Cruijff gesteld dat het juist omdat Oranje de finale in 1974 verloor hun faam nog groter werd. In ieder geval maakte het totaalvoetbal, waar de nummer 14 het gezicht van werd, enorme indruk. De vernieuwende voetbalstijl in combinatie met het opvallende shirt en de lange haren van de spelers maakte Oranje tot een fenomeen. Aanvoerder Cruijff leidde met zijn fabelachtige techniek en passeerbewegingen het Nederlands elftal naar de finale in München. De discussie waarom het die wedstrijd misging zal waarschijnlijk nooit eindigen. Ook al speelde Cruijff maar op één toernooi was dit genoeg om hem tot een ware WK-legende te maken.

9. Roberto Baggio (1990, 1994, 1998)

Roberto Baggio was een aanvallende middenvelder die in eerste instantie opviel door zijn kapsel. Het leverde hem al snel de bijnaam De Goddelijke Paardenstaart op. Baggio werd in een keer wereldberoemd toen hij in de groepsfase van het WK 1990 het mooiste doelpunt van het toernooi scoorde. Baggio ontwikkelde zich in de jaren daarna tot een complete voetballer: snel, behendig en met scorend vermogen. Op het WK van 1994 is Baggio op zijn best omdat coach Sacchi hem een vrije rol in de aanval gunt. Na een moeizame groepsfase is Baggio volledig hersteld van een blessure en scoort beslissende doelpunten in de drie wedstrijden die toegang geven tot de finale. De teleurstellende finale eindigt in een strafschoppenserie en Baggio, een specialist in het nemen van penalty’s, schiet de laatste hoog over. Op het WK 1998 verrast Baggio door opvallende invalbeurten waardoor hij de eerste Italiaan is die op drie eindtoernooien scoort.


8. Bobby Charlton (1958, 1962, 1966, 1970)

Geoff Hurst mag dan een hattrick in de finale van 1966 hebben gescoord. De charismatische Bobby Moore mag de wereldbeker op Wembley in ontvangst nemen. Maar de drijvende kracht achter het Engelse elftal dat in 1966 wereldkampioen werd was een wat statige aanvaller die zijn beginnende kaalheid probeerde te verbergen met strategisch geplaatste lokken. Bobby Charlton was een van de weinige “Busby Babes” die het vliegtuigongeluk van 1958 overleefde. Datzelfde jaar werd hij toch voor zijn eerste WK opgeroepen. Op het toernooi van 1966 hielp hij persoonlijk Engeland met een schitterend afstandschot over het dode punt tegen Uruguay. In de lastige halve finale tegen het Portugal van Eusébio scoorde Charlton beide doelpunten. In 1970 leek Engeland over een nog beter team te beschikken. In de kwartfinale geven de Engelsen met nog 25 minuten te spelen een 2-0 voorsprong uit handen tegen West-Duitsland. Nadat Charlton vermoeid van de hitte uitvalt is Engeland elke controle kwijt en verliest met 3-2.

7. Paolo Rossi (1978, 1982)

Italië had met de jonge aanvaller Paolo Rossi op het WK van 1978 indruk gemaakt. In 1980 werd het Italiaanse voetbal echter opgeschrikt door een groot wedschandaal. Voor zijn rol werd Rossi voor drie jaar geschorst. In beroep werd de straf van Rossi teruggebracht tot twee jaar zodat hij toch kon meedoen aan het WK van 1982. Italië begint ongelukkig aan het toernooi en kwalificeert zich ternauwernood na drie gelijke spelen. De wedstrijd die Italië moet winnen om zich te plaatsen voor de halve finale is een van de meest spectaculaire uit de WK-geschiedenis. Tegen het sublieme Brazilië van Sócrates is Rossi steeds alert en hij scoort een hattrick. In de laatste twee wedstrijden scoort hij nog drie keer en eindigt daardoor als topscoorder van het toernooi. De gevallen ster is uitgegroeid tot de held van een natie.


6. Lothar Matthäus (1982, 1986, 1990, 1994, 1998)

Lothar Matthäus is een van twee spelers die de haast onmogelijke prestatie heeft geleverd om aan vijf wereldkampioenschappen deel te nemen. Voordat hij faam kreeg als complete middenvelder en meester van de schwalbe, was Matthäus een talentvolle mandekker. In de finale van het WK 1986 wist hij Maradona, tot dan de ster van het toernooi, bijna tot het einde te neutraliseren. In 1990 was Matthäus inmiddels aanvoerder van Die Mannschaft. Hij opereerde nu vanaf het middenveld en leidde vol overtuiging Duitsland naar een derde wereldtitel. Op zijn vierde WK werd Matthäus gebruikt als libero, maar het Duitse team wist niet te overtuigen en kwam niet verder dan de kwartfinale. De rol van Matthäus, die inmiddels 33 jaar oud was, leek uitgespeeld. Toch werd hij vier jaar later weer geselecteerd voor een laatste kunststukje omdat vaste libero Mathhias Sammer was geblesseerd. Mathhäus speelde in vier wedstrijden maar kon de kar niet meer trekken voor een middelmatig elftal dat in de kwartfinale sneuvelde.

5. Ronaldo (1994, 1998, 2002, 2006)

Op het WK van 1994 eist een groot deel van de Braziliaanse fans dat de pas 17-jarige Ronaldo een kans krijgt in het elftal, dat na een lange periode van teleurstellingen, vaak calculerend speelt. Ook al was hij geselecteerd kwam Ronaldo voor het eerst op het WK van 1998 in actie. Inmiddels is hij een wereldster en scoort vier keer. Brazilië staat weer in de finale. De avond voor de finale krijgt Ronaldo een mysterieuze aanval en wordt even gevreesd voor zijn leven. Vlak voor aanvang van de wedstrijd staat hij niet op het wedstrijdformulier. Nooit is echt achterhaald waarom Ronaldo toch werd opgesteld. Hij is onzichtbaar en de finale wordt kansloos verloren. Op het WK van 2002 kan hij zich wreken. Brazilië wordt vrij eenvoudig wereldkampioen en Ronaldo topscoorder met acht doelpunten. Op het voor Brazilië weinig succesvolle WK van 2006 scoorde Ronaldo, inmiddels flink op gewicht, genoeg doelpunten om de WK-topscoorder aller tijden te worden met 15 doelpunten.


4. Franz Beckenbauer (1966, 1970, 1974)

Franz Beckenbauer was een stijlvolle verdedigende middenvelder die de bijnaam Der Kaiser kreeg vanwege zijn statige en dwingende manier van voetballen. Op het WK van 1966 maakte de 20-jarige Beckenbauer indruk al viel hij in de finale tegen Engeland net als zijn directe tegenstander Bobby Charlton weinig op. Beide grootheden hadden elkaar geneutraliseerd. Op het WK van 1970 kwam West-Duitsland in halve finale tegenover Italië te staan in wat een van de mooiste wedstrijden aller tijden zou zijn. Beckenbauer breekt in die wedstrijd zijn sleutelbeen maar speelt toch met een mitella verder. Als aanvoerder mag hij in 1974 de wereldbeker in ontvangst nemen wanneer hij zijn team bij de hand neemt en een vroege 0-1 achterstand tegen Nederland goedmaakt.

3. Zinédine Zidane (1998, 2002, 2006)

De laatbloeier Zidane maakte furore als een aanvallende middenvelder met een fabelachtige techniek. Op het WK van 1998 in eigen land waren de verwachtingen hooggespannen. Ondanks een rode kaart in de groepsfase is Zidane vaak de belangrijkste man in het Franse elftal. In de finale scoort hij twee keer en is Frankrijk eindelijk wereldkampioen. Het WK van 2002 verloopt desastreus dankzij uitschakeling in de eerste ronde. In 2006 geven weinig kenners Frankrijk een kans. Zidane die bezig is aan zijn laatste wedstrijden speelt echter ontspannen en leidt bijna eigenhandig Frankrijk naar de finale. Tegen Italië scoort hij vroeg vanaf de stip maar moet hij ook in zijn laatste wedstrijd na een kopstoot de wedstrijd vroegtijdig verlaten. De dag erna krijgt hij toch de prijs voor beste speler van het toernooi.

2. Diego Maradona (1982, 1986, 1990, 1994)

De Argentijnse coach Menotti vond Maradona te jong om mee te laten doen aan het WK van 1978 al was de 17-jarige speler van Boca Juniors een fenomeen in eigen land. Het WK in 1982 liep slecht af voor Maradona die vanwege een karatetrap rood kreeg in de verloren wedstrijd tegen Brazilië. Het WK van 1986 werd zijn toernooi. Onder zijn geïnspireerde leiding won Argentinië het toernooi. Bovendien scoorde hij met een lange rush tegen Engeland het mooiste doelpunt aller tijden. Ondanks gewichtsproblemen en drugsverslaving leidde hij Argentinië in 1990 naar nog een finale. Maradona leek daarna definitief ontspoord maar hij keerde verrassend fit terug op het WK van 1994. Hij scoorde een briljant doelpunt tegen Griekenland maar werd vervolgens geschorst omdat een dopingtest positief uitviel. Hiermee eindigde een legendarische interlandcarrière.

1. Péle (1958, 1962, 1966, 1970)

Péle maakte als 17-jarige aanvaller indruk op het door Brazilië gewonnen WK van 1958. Hij scoorde onder andere een hattrick in de halve finale tegen Frankrijk. Zijn doelpunt in de finale wordt beschouwd als een van de mooiste doelpunten op een WK. Als beste speler van de wereld had Péle op de volgende twee toernooien als geen andere te lijden onder de verharding van het internationale voetbal en raakte beide edities geblesseerd. Daarna wilde hij stoppen als international maar in 1970 maakt hij toch een comeback. Het WK van Mexico staat in het teken van aanvallend voetbal en Péle speelt weer als vanouds. Hij scoorde vier keer, strooit met geniale passes en wordt zo het gezicht van een van de beste elftallen ooit.