Top 10 Meeste bizarre treinen ooit gemaakt

Zelfs wanneer je niet regelmatig met de trein reist zal je de grote gele gevaartes van de Nederlandse Spoorwegen waarschijnlijk uit duizenden herkennen. In Nederland rijden deze vervoersmiddelen veilig op een rails op de grond. Op hier of daar een brug na wordt het dan ook niet veel spectaculairder. In het buitenland daarentegen kan een treinritje een veel spannendere uitdaging worden. Wat dacht je bijvoorbeeld van een zwevende trein die hoog boven de grond hangt of een zeppelin trein? Over deze treinen en nog veel meer lees je hieronder in de top 10 meest vreemde treinen.

10. Wuppertaler Schwebebahn

Wuppertal Schwebebahn
Popular Science Magazine December 1921

Naar een ontwerp van ingenieur Eugen Lange is de Wuppertaler Schwebebahn een hangende zweeftrein die, zoals de naam al doet vermoeden, in de plaats Wuppertal te vinden is. Door een ernstig plaatsgebrek vanwege onder andere de rivier de Wupper, maar toch een grote behoefte aan grootschalig transport voor zowel aanvoer als afvoer van bepaalde stoffen en producten moest er in de hoogte gewerkt worden en werd het plan voor een zweeftrein geboren. Op 24 oktober 1900, na een bouwtijd van 6 jaar was de baan eindelijk klaar en maakte keizer Wilhelm II een rondrit in één van de zwevende wagons. Sinds 1 maart 1901 is de Wuppertaler Schwebebahn ook geopend voor publiek.

Wuppertal Schwebebahn now

Over een lengte van 13,3 kilometer en een hoogte van 12 meter boven de grond worden dagelijks circa 82.000 reizigers vervoerd. Dat wil zeggen, tot en met november 2018 was dit het geval. Momenteel ligt de baan stil vanwege een ongeluk in die desbetreffende maand, maar volgens de planning zal de dienstregeling halverwege dit jaar weer hervat worden. Het ongeluk in 2018 is dan ook niet het eerste dat met de Schwebebahn. Ondanks dat dit vervoersmiddel in de loop der jaren als relatief veilig werd bevonden ging het twee keer eerder al mis. Op 21 juli 1950 reisde olifantje Tuffi als gevolg van een reclamestunt van een circus met de Schwebebahn mee. Echter raakte het dier tijdens de rit zo in paniek dat het dwars door een wand van de gondel heen sprong en vervolgens 10 meter lager in de Wupper terechtkwam. Gelukkig bleef Tuffi ongedeerd en de trein hervatte al snel weer zijn dagelijkse route.

Dit in tegenstelling tot het ongeluk dat plaatsvond op 12 april 1999 toen de vierde wagen ontspoorde en meters lager in de Wupper stortte. Het ongeval kostte aan 5 mensen het leven en 46 raakten gewond. Ondanks dit ernstige ongeluk beek het vertrouwen van de mensen niet aangetast en werd er direct na de heropening weer gretig gebruik gemaakt van de Wuppertaler Schwebebahn.

9. Tracked Hovercraft

Deze hovercraft op rails was een experimentele hoge snelheidstrein die in de jaren ’60 werd ontwikkeld in Engeland. Door twee Britse ontdekkingen te combineren, de hovercraft en de lineaire inductiemotor, zou er een intercity treinsysteem moeten ontstaan die niet alleen goedkoper dan een normale rails en trein zou zijn, maar met een snelheid tot 400 km/u ook nog eens een stuk sneller.

Na tal van prototypes, tests, berekeningen, voorbeelden en tig aanpassingen was het dan bijna zover en ging in 1970 de grote productie van start. Toch was de vreugde maar van korte duur want op een testrit op 7 februari 1973 na gebeurde er niet meer zoveel met deze trein. Het uiteindelijke ontwerp bleek toch niet efficiënt genoeg en bovendien bleek de kostprijs nog hoger te eindigen door de nog uit te voeren aanpassingen. Een week na de eerste grote testrit werd het project dan ook gecanceld en belande het treinstel bij de Cranfield Universiteit waar het de komende 20 jaar buiten zou blijven staan. Pas in 1996 werd de Tracked Hovercraft aan Railworld Wildlife Haven (een soort van museum en tevens rustplaats voor oude treinen) geschonken waar hij later werd gerestaureerd. Hier zal de trein, samen met een schaalmodel dan ook nog waarschijnlijk de komende jaren nog te zien zijn. De originele documenten, blauwprints, video’s en foto’s van het project zijn overigens opgeslagen in de bibliotheek van het Hovercraft Museum in Hampshire, net als een schaalmodel van de trein en een werkende miniatuur.


8. Gepantserde treinen

gepanterde treinen

Gepantserde treinen zijn voorzien van wagons die voorzien zijn van artillerie en machine geweren. Ze werden voornamelijk in de late 19e als in de vroege 20e eeuw gebruikt om grote hoeveelheden vuurkracht in één keer te verplaatsen. Daarnaast kon men vanwege de lengte een grote diversiteit aan wapens meenemen. Zo waren de treinen onder andere uitgerust met artillerie, infanterie wagons voor het vervoer van militairen, machine geweren, luchtafweergeschut, commando wagons voorzien van pantsering, antitankgeschut, slaapwagons, raket transportwagons. Daarnaast plaatste de Duitse Wehrmacht ook nog vaak een lichte tank die ze veroverd hadden of één van hun eigen Panzer II tanks op een lage wagon. Deze tank kon niet alleen vanaf zijn positie op de trein zijn munitie vuren, maar wanneer het nodig was kon deze ook via rijplanken van de wagon worden gereden en zo de vijand vervolgen.
Als pantser werd naast verschillende types staalplaten ook cement, beton en in sommige gevallen zelfs zandzakken gebruikt.

Inmiddels zijn de meeste landen gestopt met het gebruik van deze treinen omdat andere voertuigen van defensie inmiddels veel krachtiger en flexibeler inzetbaar zijn en treinrails veel gevoeliger is gebleken voor sabotage en luchtaanvallen door de vijand. Het enige land dat wel nog vrij recent gebruik heeft gemaakt van deze treinen is Rusland. Tijdens de tweede Tsjetsjeense oorlog gebruikte het Russische leger van 1999 tot en met 2009 geïmproviseerde pantser treinen.

7. Micheline, de treinauto

treinauto Micheline

Michelines waren treinen voorzien van rubber banden die rond 1930 in Frankrijk door verschillende spoorwegbedrijven in samenwerking met bandenfabrikant Michelin. De meeste van deze treinauto’s hadden een eigen motor, al zijn er ook een aantal wagons zonder eigen aandrijving geproduceerd.

Door het gebruik van rubber banden waren ritjes in een Micheline uiterst comfortabel. Toch bleken deze treinauto’s al snel veel problemen te ondervinden. Zo konden de banden het gewicht van normale wagonafmetingen niet aan en moesten er per wagon tot wel twintig wielen onder gezet worden, wat dan weer resulteerde in veel platte banden. Vandaar ook dat het leven van de Micheline niet lang duurde en werd verruild voor treinen met stalen wielen.


6. Aérotrain

Aérotrain
Aérotrain track

De Aérotrain is een soort monorail die door middel van een luchtkussen op een baan zweeft in de vorm van een omgekeerde T. Ontwikkeld door de Franse Jean Bertin tussen 1964 en 1977 was deze trein met een topsnelheid van 422 km/h het snelste luchtkussenvoertuig ooit. Door de beperkte frictie van staal-op-staal kon de Aérotrain veel sneller op topsnelheid komen dan een TGV. Daarnaast was de topsnelheid ook nog eens beduidend hoger, was er minder baanweerstand en een lagere baandruk. Dat zijn dus best wat voordelen zou je misschien zo denken, maar toch werd in 1977 het project stopgezet om plaats te maken voor de TGV. Ondanks vele test-runs met zowel schaalmodellen als op ware grote kon de Aérotrain het niet winnen van deze grote concurrent waar we tot op heden nog steeds gebruik van kunnen maken.

5. Bennie Railplane

Een kruising tussen een trein en een vliegtuig, dat was de Bennie Railplane. In 1929 startte George Bennie met de bouw aan het prototype van dit bijzondere voertuig dat zich onder een bovenliggend spoor verplaatste door middel van propellers. Bennie zijn idee was dat deze Railplane boven het reguliere treinverkeer kon rijden zodat het snellere passagiersvervoer en het vervoer van post en bederfelijke waren onderscheiden kon worden van de rest. Ondanks wereldwijde belangstelling en een goed werkend prototype kon Bennie de benodigde financiën niet rond krijgen. Tegen eind 1937 was Bennie zelfs bankroet nadat hij zijn project grotendeels zelf gefinancierd had. Het prototype spoorvliegtuigje lag lange tijd te verroesten in een weiland tot het als schroot werd verkocht in 1956. Het jaar erna sterf George Bennie.


4. M-497 Black Beetle

Train M 497

Een trein met een nogal apart, haast futuristisch uiterlijk. De M-497 was een Amerikaanse experimentele locomotief die werd aangedreven door twee tweedehands General Electric J47-19 straalmotoren die afkomstig waren van een oude Peacemaker bommenwerper. Na diverse testritten op de overwegend rechte stukken rails tussen Butler, Indiana en Stryker, Ohio behaalde de Black Beetle op 23 juli 1966 de weerzinwekkende snelheid van maar liefst 295.60 km/h. Een snelheidsrecord dat tot op de dag van vandaag nog steeds niet is verbroken.

Ondanks deze super snelheid en relatief goedkope productie door middel van gebruikte onderdelen, werd de M-497 geen succes en bovendien niet commercieel aantrekkelijk. Na verwijdering van de jet-motoren werd de locomotief nog tot 1977 gebruikt door Conrail. De jet-motoren deden nog even dienst als experimentele sneeuwruimer, maar hoewel ze zeer effectief bleken in het verwijderen van sneeuw en ijs werd dit door bijkomende aspecten ook geen succes.

3. Wagonway

Wagonway

Misschien ken je deze wel uit oude western films. Voordat er stoomtreinen bestonden, werden goederen vervoerd door middel van een rails met daarop wagentjes die werden voortgetrokken door voornamelijk paarden, mensen of simpelweg zwaartekracht. Vooral in koolmijnen was een Wagonway een ideaal vervoermiddel om de kolen vanuit de donkere schachten naar buiten te krijgen, maar ook op het land werd er, vooral in Amerika, gebruik gemaakt van deze kleine wagens om goederen te vervoeren. Afhankelijk van de hoeveelheid paardenkracht werden meerdere van deze wagens aan elkaar gekoppeld en ontstond er zo een trein. In eerste instantie werd er gebruik gemaakt van houten rails. Rond 1760 werd er geleidelijk overgegaan naar metaal en in 1804 werden door Richard Trevithick de eerste wagons die aangedreven werden op stoom geïntroduceerd. Daarmee kwam langzaam aan een einde aan de Wagonway en dat is misschien maar goed ook. Een karavaan aan volgeladen wagens is natuurlijk niet niks om als paard zijnde voort te moeten trekken.

2. Gyro monorail

Brennan Monorail up the hill
Brennan Monorail

De Gyro monorail was een voertuig dat zich verplaatste op een enkele rail. Hij zag er misschien een beetje gek en instabiel uit met zijn smalle, enige as in het midden, maar door middel van gyroscopische kracht op een ronddraaiend wiel balanceerde deze monorail toch stabiel genoeg om niet te kantelen. In het begin van de 20e eeuw werd er door Louis Brennan, August Scherl en Pyotr Shilovsky een volledig werkend prototype gebouwd. Ieder onafhankelijk van de ander. Later werd er in Amerika in 1962 door Ernest F. Swinney, Harry Ferreira en Louis E. Swinney nog eens een prototype gebouwd. Echter was dit ook meteen het einde van de Gyro monorail want veel verder dan dit laatste prototype kwam het niet. Doordat de gyroscoop constant moest blijven werken en er slechts een maximum snelheid van 7 km/h bereikt kon worden, bleek deze monorail toch niet zo efficiënt als men in eerste instantie dacht. Bovendien boog de Gyro monorail in bochten mee net zoals een motorrijder. Je kunt je wel voorstellen dat dit niet zo handig is wanneer je bepakt en bezakt op een bankje zit en vervolgens in bochten van de ene naar de andere kant schuift.

1. Schienenzeppelin

Schienenzeppelin
Franz Jansen (†), Erkrath
Schienenzeppelin2
Bundesarchiv, Bild 102-11902 / Georg Pahl / CC-BY-SA 3.0

Letterlijk vertaald betekent Schienenzeppelin Railszeppelin. Met deze naam is het dan ook niet gek dat deze experimentele trein het uiterlijk van een zeppelin had. Als navolging op de Aérowagon bedacht de Duitse vliegtuigingenieur Franz Kruckenberg in 1929 dat, wanneer men een vliegtuigmotor en een propeller aan deze trein zou toevoegen, er een volledig nieuw soort trein ontwikkeld kon worden. Na diverse tests en aanpassingen lukte het Kruckenberg in juni 1931 om een Schienenzeppelin te bouwen die met een maximum snelheid van maar liefst 230.2km/h zelfs een nieuw wereldrecord vestigde voor het snelste benzine aangedreven railvoertuig op het land. Net zoals met vele vreemde treinen, kwam ook de Schienenzeppelin al snel aan zijn einde. Kort nadat hij het record op zijn naam had kunnen schrijven verdween de eerste en tevens ook enig gebouwde Schienenzeppelin van de baan. Met een open propeller bleek het veiligheidsrisico toch te groot, zeker wanneer de trein overvolle stations zou aandoen. Daarnaast bleek de propeller ook nog eens erg onhandig om andere wagons aan te koppelen en hiermee een langere trein te vormen.