Top 10 Oudste (eerste) auto’s ooit gemaakt

De naam van Henry Ford is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de auto. Het automodel Ford T was een van de eerste auto’s die in massa geproduceerd werden. De eerste Ford T verliet de fabriek in 1908. De Ford T was echter verre van de oudste auto ter wereld.

De allereerste auto’s werden aangedreven door… stoom!

Met stoomrijtuigen werd er al geëxperimenteerd op het einde van de 18de eeuw en in de eerste helft van de 19de eeuw. De eerste stoomrijtuigen konden alleen op een vlakke en stabiele ondergrond rijden en hadden weinig praktisch nut.

In de tweede helft van de 19de eeuw experimenteerde men met verbrandingsmotoren op aardolie. Later zou ook diesel als brandstof gebruikt worden. Ook met elektrische motoren vonden er (toen al!) experimenten plaats: rond 1890 kwamen de eerste elektrische auto’s op de markt. Hieronder een lijstje van de 10 oudste auto’s ter wereld, die een redelijke afstand konden afleggen, een passagier konden vervoeren en waarvan bovendien nog steeds (al dan niet werkende) exemplaren bestaan.

10. Balzer

balzer

Stephen M. Balzer richtte zijn Balzer Motor Company op in 1894. Balzer had op dat ogenblik al verschillende patenten van mechanische toestellen op zijn naam staan. Het prototype van zijn eerste automobiel werd aangedreven door een luchtgekoelde benzinemotor met drie cilinders.

De Balzer-automobiel was de eerste ‘auto’ met een benzinemotor die in New York rondreed. Je kunt het prototype van Balzer nog steeds bewonderen in het Smithsonian Institute.

9. Duryea automobiel

Duryea

De broers Charles en Frank Duryea bouwden de eerste automobiel met een benzinemotor in de Verenigde Staten. De eerste Duryea automobiel reed door de straten van het stadje Springfield in het jaar 1893.

In feite was de automobiel niets meer dan een tweedehands koets waarop een watergekoelde benzinemotor met één cilinder was bevestigd.

Drie jaar later, in 1886, richtten Charles en Frank hun eigen automobielbedrijf op, de Duryea Motor Wagon Company. Dit was het eerste bedrijf in de VS dat auto’s produceerde en verkocht. Hun eerste automobiel bevindt zich eveneens in de collectie van het Smithsonian Institute.

8. Vierwieler van De Dion-Bouton

dion bouton

Graaf Albert De Dion en George Bouton richtten in 1883 in Parijs een fabriek op voor driewielige voertuigen, in het begin aangedreven door stoom. Enkele jaren later ging het bedrijf zich toeleggen op benzinemotors. Het bedrijf werd bekend door het ontwerp van een 137 cc eencilinder-viertaktmotor op benzine.

In 1891 bouwden De Dion en Bouton hun eerste vierwieler met een benzinemotor. Het bedrijf De Dion-Bouton zou in de jaren die volgden uitgroeien tot een belangrijke autofabrikant, tot de firma stopte met de productie van personenwagens in 1932.

7. Daimler-Maybach Stahlradwagen

Daimler-Maybach Stahlradwagen

Gotlieb Daimler en Wilhelm Maybach worden beschouwd als pioniers op het gebied van auto’s met verbrandingsmotoren. De Stahlradwagen was de tweede wagen die Daimler samen met Maybach ontwierp. De automobiel werd op het einde van 1889 gedemonstreerd.

In feite bestond de Stahlradwagen uit twee parallelle ‘fietsen’ die met elkaar waren verbonden met stalen buizen. Onder de zetel van de bestuurder was een watergekoelde ééncilindermotor bevestigd die de achterste wielen aandreef.

6. Hammelvognen

Hammelvognen

In 1886 werd in Denemarken de eerste automobiel gebouwd: de Hammelvognen. Naar de normen van die tijd was de Hammelvognen pure spitstechnologie. Deze automobiel had zowaar remmen en kon zelfs achteruitrijden!

Het hart van de Hammelvognen was een benzinemotor met twee cilinders, die een vermogen van drie pk leverde. De auto haalde een topsnelheid van 9,7 kilometer per uur. Met die snelheid over hobbelige kasseiwegen rijden in een auto zonder vering was waarschijnlijk niet zo aangenaam, maar je moest er in de 19de eeuw wel wat voor overhebben om met een heuse automobiel op straat te komen.

De originele Hammelvognen staat nog steeds te pronken in het Danmarks Tekniske Museum in Helsingör, Denemarken.

5. Benz Patent Motorwagen

Benz Patent Motorwagen

De Benz Patent Motorwagen vormt een mijlpaal in de geschiedenis van de auto-industrie. Wereldwijd erkent men de Benz Patent Motorwagen als de allereerste automobiel die zichzelf kon voortbewegen met een benzinemotor.

Karl Benz bouwde de auto in 1885 en vroeg in 1886 een patent aan voor deze wagen. Hij reed er voor het eerst publiekelijk mee rond op 3 juli 1886 in de Ringstrasse in Mannheim.

De Benz Patent Motorwagen was uitgerust met een 954 cc benzinemotor met één cilinder die een vermogen van 2/3 pk opwekte. De auto had slechts drie wielen. Tussen 1886 en 1893 werden er zo’n 25 exemplaren van gemaakt. Vanaf 1887 was de auto voorzien van leren remschoenen.

4. La Marquise

Marquise

La Marquise is een stoomauto, gebouwd door Georges Bouton en Charles-Armand Trepardoux van het bedrijf De Dion-Bouton in 1884.

La Marquise ging de geschiedenis in als de eerste automobiel die een autorace won, in 1887 tussen Parijs en Versailles.

De stoomauto woog bijna één ton, was 2,7 meter lang en bevatte een watertank van 150 liter. Met behulp van steenkool verwarmde men dat water tot stoom, dat de auto aandreef.

La Marquise was in staat om een snelheid van 60 kilometer per uur te halen en kon 32 kilometer ver rijden zonder (water) bij te tanken.

De stoomauto is nog steeds operationeel en is daarmee een van de oudste nog rijdende auto’s ter wereld. Je hebt wel wat geduld nodig voordat je ermee kunt vertrekken, wat het duurt een half uur vooraleer er voldoende stoom is opgewekt om de wagen aan te drijven. La Marquise werd in 2011 geveild voor 4,62 miljoen dollar.

3. Grenville Steam Carriage

Grenville Steam Carriage

sv1ambo/flickr

In 1875 begon de Engelsman Robert Neville Grenville samen met spoorwegingenieur George Jackson Churchward met de bouw van een door stoom aangedreven automobiel, die naar hem de Grenville Steam Carriage werd genoemd.

De stoomauto kon zeven mensen vervoeren. Twee mensen waren nodig om het gevaarte te besturen: één moest de stoommachine voeden, terwijl de andere moest sturen.

De Grenville Steam Carriage haalde een snelheid van 29 kilometer per uur. Ook deze stoomauto is nog steeds operationeel en kan bewonderd worden in het National Motor Museum in Beaulieu, Verenigd Koninkrijk.

2. Hancock Omnibus Enterprise

Hancock Omnibus Enterprise

Het allereerste mechanisch voortbewogen voertuig dat diende voor passagiersvervoer tussen twee locaties, was het door stoom aangedreven busvoertuig ‘Enterprise’.

De Enterprise werd in 1833 gebouwd door Walter Hancock (1799 – 1852), een Engelse uitvinder die bekend werd door de vele stoomvoertuigen die hij ontwierp. De Enterprise werd later opgevolgd door andere ‘stoombussen’, die elke dag mensen vervoerden tussen Londen en Paddington. Volgens de statistieken die Hancock bijhield had hij op het einde van zijn loopbaan in totaal met al zijn stoombussen 12.761 passagiers vervoerd.

1. Cugnot’s Fardier

Cugnot’s Fardier

Het was de Fransman Nicolas Cugnot die het eerste voertuig ontwierp dat zichzelf kon voortbewegen. Cugnot was een artillerieofficier in het Franse leger, die werd belast met de ontwikkeling van een machine die kanonnen kon voorttrekken. Zo zou het Franse leger geen vier paarden meer nodig hebben voor het transporteren van het zware geschut.

Hij bouwde zijn eerste prototype in 1769. In de jaren die volgden, verbeterde Cugnot zijn uitvinding. De zware ‘stoomauto’ kon een gewicht van maar liefst vijf ton voortslepen en omvatte twee wielen aan de achterzijde en één wiel aan de voorzijde. Cugnot’s ‘fardier’ (fardier is Frans voor een lorrie of rolkar) haalde een snelheid van 4,8 kilometer per uur. Met deze snelheid konden de soldaten het voertuig gemakkelijk te voet volgen.

Cugnot’s Fardier2

Het stoomvoertuig kon gedurende één uur en vijftien minuten blijven rijden zonder opnieuw water of steenkool te moeten bijvullen. Cugnot’s fardier ging ook de geschiedenis in als het eerste gemotoriseerde voertuig waarmee een ongeval werd veroorzaakt. Cugnot reed er domweg mee tegen een stenen muur in het jaar 1771. Cugnot stopte na dit ongeval met verdere ontwikkelingen van stoomvoertuigen. Zijn beroemde ‘fardier’ kan nog steeds bewonderd worden in het Museé des Arts et Métiers in Parijs.