Top 10 Shockerende Feiten over de Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog staat ook wel bekend als de ‘Grote Oorlog’. De invloed van deze wereldoorlog was enorm. Het aanzien van Europa, een beschaafd werelddeel met een lange geschiedenis, veranderde definitief door WO I. Hoe een conflict zo uit de hand kon lopen en ontwikkelde volkeren zo’n verschrikkelijk bloedbad konden aanrichten, verbaast historici nog steeds. WO I heeft zijn stempel gedrukt op het verdere verloop van de 20ste eeuw. Zonder WO I was Hitler nooit aan de macht gekomen en zou er waarschijnlijk ook geen Tweede Wereldoorlog of Holocaust geweest zijn. Ook de Russische Revolutie had niet plaatsgevonden en de latere Koude Oorlog zou nooit ontstaan zijn. Hieronder een top 10-lijstje van verbazingwekkende feiten uit WO I.


Enorm veel doden

Voor het eerst in de geschiedenis werd er op zo’n grote schaal een oorlog uitgevochten met ettelijke miljoenen slachtoffers tot gevolg. Naar schatting tien miljoen militairen sneuvelden. Onder de burgerbevolking vielen er ook nog eens 15 miljoen slachtoffers, zodat de totale dodentol op 25 miljoen komt. Meer dan 30 landen raakten betrokken bij WO I. In totaal streden er ruim 65 miljoen manschappen tegen elkaar. Ongeveer 20 miljoen militairen raakten gewond tijdens de gevechten, vaak met ernstige verminkingen en blijvende letsels tot gevolg. Tot op de dag van vandaag, bijna 100 jaar na de wapenstilstand, blijft de Eerste Wereldoorlog slachtoffers eisen. Op plaatsen waar de bloedigste veldslagen werden uitgevochten, zit de bodem nog steeds vol met onontplofte bommen, granaten en mijnen. In maart 2014 kwamen er in het Belgische Ieper nog twee arbeiders om het leven bij de ontploffing van een obus uit WO I. De lijst van slachtoffers van de Grote Oorlog groeit helaas nog steeds aan.

Ontwikkeling van nieuwe wapens

Oorlogen geven altijd een ‘boost’ aan de ontwikkeling van nieuwe wapens en nieuwe technologieën. In WO I was dit niet anders. Meer nog, de technologie van een groot aantal moderne oorlogswapens vond zijn oorsprong in de Eerste Wereldoorlog.
Het bekendste voorbeeld hiervan is de tank. De Britten ontwikkelden in het grootste geheim prototypes van een militaire tank in de jaren 1914 en 1915. Op 15 september 1916 reed de eerste bruikbare Britse tank het slagveld op in Frankrijk. Ook de Franse en Duitse legers zaten niet stil en ontwierpen hun versies van dit nieuwe oorlogswapen. De Franse Renault-tank bleek erg succesvol en vormde de basis van Amerikaanse tanks die na WO I volop in productie kwamen.
Ook andere wapens zagen het levenslicht tijdens WO I. Vlammenwerpers, machinegeweren en duikboten verschenen op het strijdtoneel. De Eerste Wereldoorlog ging bovendien de geschiedenis in als de eerste oorlog waarin afschuwelijke chemische wapens werden ingezet, zoals chloorgas, fosgeengas en mosterdgas.


Een peperdure oorlog

Een oorlog veroorzaakt niet alleen slachtoffers, vernieling en miserie, maar kost ook geld. Veel geld zelfs. Niet alleen wapens en munitie, maar ook voedsel, kledij, uitrusting en soldij van manschappen moeten betaald worden. Door het massaal inzetten van manschappen, de productie van nieuwe dure wapens en het enorme verbruik aan munitie, was de Eerste Wereldoorlog een extreem dure oorlog.
De oorlogvoerende landen gaven in totaal zo’n 200 miljard dollar (volgens de toenmalige koers) uit aan WO I. Omgerekend naar hedendaagse valuta komt dit neer op ca. 2500 miljard euro. Een ongelooflijk bedrag, dat vooral werd opgehoest door de bevolking van de strijdende landen. Om de oorlog te betalen, schreven de regeringen oorlogsleningen uit. De bevolking werd aangemoedigd om uit patriottisme hierop in te tekenen. Na de oorlog bleken vele oorlogsobligaties veel minder waard, en in Duitsland zelfs bijna niets meer waard. Het grootste deel van de oorlogsschuld werd nooit terugbetaald.

Duitsland moest opdraaien voor de schade

Na WO I lagen grote delen van België, Frankrijk en andere oorlogvoerende landen in puin. Duitsland verloor de oorlog en moest opdraaien voor de aangerichte schade. Het Verdrag van Versailles uit 1919 bepaalde dat Duitsland 132 miljard goudmark, verspreid in de tijd, moest terugbetalen voor de wederopbouw van de getroffen landen.
Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog was er geen sprake meer van herstelbetalingen van Duitsland voor de schade uit de Eerste Wereldoorlog. Het zou nog duren tot na de hereniging van West- en Oost-Duitsland alvorens Duitsland opnieuw begon met terugbetalingen voor WO I. De laatste Duitse schuldaflossing in verband met WO I vond uiteindelijk pas plaats in… 2010. Dit was 92 jaar na de wapenstilstand.


De Rode Baron: beste gevechtspiloot uit de Grote Oorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog in 1914 uitbrak, stond de luchtvaart nog in haar kinderschoenen. De gebroeders Wright voerden de eerste gemotoriseerde vlucht uit in 1903, slechts 11 jaar voor het begin van WO I. Initieel gebruikten de strijdende landen vliegtuigen alleen maar om verkenningsvluchten te maken over vijandelijk gebied. Al snel installeerde men echter machinegeweren en nam men bommen mee aan boord. In het begin gooide men deze bommen gewoon ‘overboord’ in de hoop dat ze de vijandelijke linies zouden treffen.
Het was een Duitser die de geschiedenis inging als de beste gevechtspiloot uit de Eerste Wereldoorlog: Manfred von Richthofen, ook bekend als de ‘Rode Baron’. In zijn eentje haalde hij 80 vijandelijke vliegtuigen neer, een record dat door geen enkele andere piloot uit WO I werd geëvenaard. De Rode Baron sneuvelde op 21 april 1918.

Enorme mijnkraters

De slagvelden van de Eerste Wereldoorlog werden herschapen in een maanlandschap, waar geen enkele boom of plant meer groeide en de bodem bezaaid was met inslagkraters van projectielen. Tot op de dag van vandaag zijn hiervan de sporen in het landschap zichtbaar.
Een van de bekendste kraters is de zogenaamde Spanbroekmolenkrater, ook wel ‘Pool of Peace’ genoemd, nabij het Vlaamse dorp Wijtschate. In juni 1917 vond in deze omgeving de zogenaamde ‘Tweede Slag om Mesen’ plaats. Britse troepen groeven tunnels tot bij de Duitse linies en plaatsen 24 mijnen, waarvan er 19 gelijktijdig ontploften in de vroege ochtend van 7 juni 1917. De explosies waren enorm, veroorzaakten diepe kraters en waren tot heel ver in de omgeving te voelen en te horen (volgens sommige bronnen zelfs tot in Londen). De Spanbroekmolenkrater was oorspronkelijk 27 meter diep met een diameter van 129 meter. De krater liep al snel vol met water. De zo ontstane vijver is tegenwoordig nog 12 meter diep en heeft een diameter van 76 meter.


Shellshock

Toen bleek dat vele soldaten na hevige gevechten last kregen van duizeligheid, beven, oorsuizen, hoofdpijn en zelfs hallucinaties, weet men dit in eerste instantie aan de hevige knallen die ontploffende granaten (‘shells’) veroorzaakten. Zo ontstond de benaming ‘shellshock’. Het fenomeen trad echter ook op bij manschappen die niet bij heftige explosies aanwezig waren, zodat de oorzaak van de aandoening van psychische aard moest zijn. Vele militairen die met deze psychische klachten te maken kregen, werden aanzien als ‘aanstellers’ en ‘lafaards’. Sommigen werden zelfs omwille van lafheid geëxecuteerd. Tegen het einde van de oorlog werd duidelijk dat een grote meerderheid van de manschappen, ook officieren, last had van shellshock. Tegenwoordig noemt men deze aandoening een ‘posttraumatische stressstoornis’.

Medische ontwikkelingen

Het hoge aantal gewonden in de Eerste Wereldoorlog leidde tot doorbraken in de medische wetenschap. De veldhospitalen werden overrompeld door manschappen met zware of lichte verwondingen. Daarom voerde het medisch personeel een systeem van ‘triage’ in, waarbij men gewonden indeelde in groepen die al naargelang hun overlevingskansen sneller of minder snel werden behandeld. Bloedtransfusies, waarvan vóór WO I nauwelijks sprake was, vonden massaal plaats tijdens de oorlog. Met de pas ontwikkelde mobiele röntgenapparatuur kon men kogels en granaatscherven opsporen in het lichaam. In 1917 nam men bovendien het eerste anesthesietoestel in gebruik, waarmee patiënten op een veilige manier onder narcose konden worden gebracht.

Vechten tot de allerlaatste minuut

Officieel kwam er een einde aan de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 om 11 uur. De ondertekening van de wapenstilstand vond iets na vijf uur ’s ochtends plaats, in een treinwagon in een bos te Compiègne (Frankrijk). In de zes uur die verstreken tussen de ondertekening en het neerleggen van de wapens, werd er nog hevig, maar zinloos gevochten. Volgens sommige bronnen vielen er nog meer dan 2000 doden voordat de wapenstilstand inging. Het laatste officiële slachtoffer van WO I was de Amerikaanse soldaat Henry Gunther, die sneuvelde om 10 uur 59, één minuut voor het neerleggen van de wapens.

De nasleep van WO I

De nederlaag had voor Duitsland enorme gevolgen. De Duitse keizer Wilhelm II werd afgezet. Voortaan was het land een republiek. In het Verdrag van Versailles uit 1919 werd Duitsland verantwoordelijk gesteld voor het uitbreken van WO I. Duitsland moest grondgebied afstaan aan België, Frankrijk, Polen, Denemarken, Litouwen en het toenmalige Tsjecho-Slowakije. Het land verloor al zijn koloniën en mocht alleen nog een heel beperkte krijgsmacht bezitten. Bovendien moest de Duitse staat zware herstelbetalingen doen voor de schade aangericht tijdens de oorlog.
De Duitse bevolking verarmde en voelde zich vernederd. De onvrede in het land was groot. Het was van dit gevoel van onbehagen dat Adolf Hitler gebruikmaakte om aan populariteit te winnen en aan de macht te komen, wat uiteindelijk leidde tot de Tweede Wereldoorlog.