Zodra de temperatuur stijgt, fladderen er weer allerlei vlinders door je tuin. Ze hebben stuk voor stuk prachtige kleuren en maken je omgeving enorm levendig. Wil je meer te weten komen over deze mooie beestjes die je ieder jaar weer tevoorschijn ziet komen? Leer er meer over in de top 10 veelvoorkomende vlinders in Nederland.
10. Kolibrievlinder

Deze vlinders hebben hun naam te danken aan de kolibrie, en dat is niet voor niets. Ze kunnen namelijk op dezelfde manier vliegen als deze vogels. Ze fladderen ontzettend snel met hun vleugels, waardoor ze precies op dezelfde plek voor een bloem kunnen blijven hangen.
Dat doen de vlinders om makkelijk nectar uit bloemen te drinken met hun extreem lange roltong. Hoewel het officieel een nachtvlinder is, is deze soort juist overdag actief. Door de warmere zomers zie je de kolibrievlinder tegenwoordig steeds vaker in Nederland.
9. Landkaartje

Het landkaartje is een bijzondere verschijning met een uniek geheim. De vlinders die in de lente uitkomen zijn namelijk oranje met zwarte vlekken, terwijl de zomergeneratie bijna helemaal zwart is met witte strepen. Ze zien er zo verschillend uit dat mensen vroeger dachten dat het om twee verschillende soorten ging.
De vlinders verblijven het liefste in gebieden met veel bomen en struiken, vaak aan de rand van het bos. De rupsen leven uitsluitend op brandnetels, waar ze in groepen bij elkaar blijven voor de veiligheid.
8. Oranjetip

Met witte vleugels en een feloranje punt bij de mannetjes, kun je deze vlinder uit duizenden herkennen. De vrouwtjes hebben overigens geen oranje tip, waardoor ze soms verward worden met koolwitjes. Deze vlinders zijn erg kieskeurig en leggen hun eitjes vooral op de pinksterbloem of look-zonder-look.
De rupsen eten direct van de zaadhulzen van deze planten zodra ze uitkomen. Omdat ze zo afhankelijk zijn van deze specifieke planten, kom je de oranjetip vooral tegen in vochtige weilanden en langs bosranden waar deze bloemen groeien.
7. Gehakkelde aurelia

Deze vlinders vallen op door de grillige vorm van hun vleugels. Waar de meeste vlinders afgeronde vleugels hebben, heeft de gehakkelde aurelia diepe inkepingen. Hierdoor lijkt de vlinder met gesloten vleugels precies op een dor blaadje, wat een perfecte camouflage is tegen hongerige vogels.
De rupsen hebben ook een slimme truc: ze zien eruit als vogelpoep, waardoor vijanden ze vaak straal voorbij vliegen. Deze vlinders overwinteren als volwassen vlinder in Nederland, vaak verstopt in holle bomen of tussen struikgewas.
6. Distelvlinder

De distelvlinder is een echte wereldreiziger. Deze kleine beestjes leggen soms wel duizenden kilometers af om vanuit Afrika naar Nederland te trekken. Ze maken daarbij slim gebruik van de wind op grote hoogte.
In sommige jaren zie je er honderden in de tuin, terwijl ze in andere jaren zeldzamer zijn. Dit hangt helemaal af van de trekroutes en de windrichting. In Nederland leggen ze eitjes op distels en brandnetels, waarna de nieuwe generatie aan het eind van de zomer weer richting het zuiden vertrekt.
5. Boomblauwtje

Wanneer je een felblauw vlindertje hoog rond de toppen van een heg of klimop ziet fladderen, is de kans groot dat dit een boomblauwtje is. In tegenstelling tot andere blauwtjes, die vaak laag bij de grond blijven, houdt deze soort van hoogte.
De vrouwtjes leggen hun eitjes op de bloemknoppen van struiken zoals de hulst, klimop en de vlinderstruik. De rupsen eten van deze knoppen en zijn vaak groen van kleur, waardoor ze nauwelijks opvallen tussen de bladeren.
4. Citroenvlinder

De citroenvlinder is een van de eerste vlinders die je in de vroege lente ziet vliegen. Dat komt omdat ze als volwassen vlinder overwinteren, gewoon buiten tussen het struikgewas. Ze hebben een soort natuurlijk antivries in hun bloed, waardoor ze temperaturen ver onder nul kunnen overleven.
De mannetjes hebben de typische felgele citroenkleur, terwijl de vrouwtjes bleekgeel tot bijna wit zijn. Ze hebben een lange tong waarmee ze diep in bloemen als de sleutelbloem kunnen reiken om nectar te drinken.
3. Atalanta

De atalanta is een krachtige vlieger die je herkent aan de diepzwarte vleugels met heldere oranje banen en witte vlekjes. Vroeger vlogen bijna alle atalanta’s in de herfst naar het zuiden, maar door de zachtere winters in Nederland blijven er tegenwoordig steeds meer hier overwinteren.
Je ziet ze in het najaar vaak op rot fruit in de tuin zitten, zoals gevallen peren of pruimen, waar ze de suikers uit drinken. De rupsen leven op brandnetels en maken van een blad een handig kokertje om in te schuilen.
2. Klein koolwitje

Het klein koolwitje is waarschijnlijk de vlinder die je het allermeest ziet in Nederland. Ze zijn bijna helemaal wit met een paar kleine zwarte stippen op de vleugels. Hoewel ze erg mooi zijn om te zien, zijn ze minder geliefd bij mensen met een moestuin.
De rupsen zijn namelijk dol op koolplanten en kunnen een moestuin in korte tijd flink kaalvreten. Maar het zijn ook nuttige beestjes die zorgen voor de bestuiving van talloze wilde planten en bloemen in de natuur.
1. Dagpauwoog

De dagpauwoog staat met stip op nummer één en is een van de meest spectaculaire vlinders in onze tuinen. Je herkent hem direct aan de vier grote ogen op de vleugels. Deze ogen hebben een belangrijke functie: ze schrikken vijanden zoals vogels af die denken dat ze door een veel groter dier worden aangekeken.
Wanneer de vlinder zijn vleugels dichtklapt, is hij echter bijna onzichtbaar omdat de onderkant donkerbruin is als een dood blaadje. De mannetjes zijn erg territoriaal en verdedigen hun favoriete plekje in de zon fel tegen indringers.