Top 10 Vrouwelijke Avonturiers en Ontdekkingsreizigers

Columbus, Cook en Piet Hein. Allemaal namen van mannen die de zeven zeeën van onze wereld bevoeren en nieuwe landen ontdekten, of op heldhaftige wijze een baan wisten te maken voor toekomstige pioniers in de gevaarlijke wildernis buiten het ‘beschaafde’ Europa. Hun namen kennen we (ten minste, als je af en toe had opgelet) van onze geschiedenislessen en we zullen ze niet snel vergeten. Echter, alleen een zeer select aantal mannen worden tegenwoordig nog ‘herdacht’ om hun ontdekkingsreizen en bijzondere avonturen. Zij die destijds boeken over hun avonturen schreven maken nog de meeste kans op herdenking. Sterker nog, het is waarschijnlijker dat boekenschrijvers, zelfs zonder een greintje avonturierservaring, meer naamsbekendheid hebben genoten en zullen blijven genieten, in vergelijking met échte avonturiers! Neem nu Jules Verne. Iedereen kent op zijn minst zijn verhaal ‘in 80 dagen om de aarde’. Jules Verne zelf echter reisde nauwelijks. Hij had als kind ooit het idee in zijn hoofd gehaald om zich als verstekeling aan boord van een schip te verstoppen en zo naar Indonesië te reizen, om daar een koralen ketting te bemachtigen voor een nichtje van hem. Zijn vader wist hem nog net op tijd te onderscheppen, in een van de laatste havens die het schip in Frankrijk aandeed voordat het aan haar lange reis rondom de Afrikaanse kaap begon. Papa Verne liet kleine Jules beloven dat hij vanaf dat moment alleen nog maar in zijn fantasie zou reizen. En zo gezegd zo gedaan, Jules fantaseerde en schreef erop los, maar zelf reisde hij nauwelijks. Gelukkig voor ons was zijn fantasie heel wat ruimer dan de werkelijkheid.

Maar goed, dit lijstje gaat juist niet over fantasie-reizen. Het gaat ook niet over mannen. Het gaat over die reizen en opmerkelijke avonturen die echt beleefd zijn, maar vaak in de vergetelheid geraakt zijn, en deels omdat het geen stoere kerels waren die deze avonturen beleefden, maar vrouwen. De meeste dames in deze lijst leefden in een samenleving waar het de taak was van de vrouw om thuis te zitten, voor de kinderen te zorgen en het huishouden te managen. Aan het eind van de 19e eeuw kwam hier langzaam een verandering in, maar niet zonder horten of stoten. Er waren daadkrachtige, sterke vrouwen voor nodig om de vrijheid van de vrouw te bevechten, en de dames in deze lijst waren stuk voor stuk precies dat, (fysiek of mentaal) sterke dames die wisten wat ze wilden en geen vent in hun weg tolereerden.

Overigens moeten we wel even erbij vertellen dat de vroege pioniers dames zowel in deze lijst als de eerste gelijkheid-tussen-man-en-vrouw strijdsters (ook wel suffragettes genoemd), wel degelijk geholpen werden door het feit dat ze dikwijls uit rijke of gegoede families kwamen. Je moest het als vissers-vrouw echt niet in je bolle hoofd halen om zulke kapriolen uit te halen als hieronder beschreven. Sterker nog, je hield het zelf wel uit je hoofd, want wie, als niet jij, zou voor je kinderen zorgen? Ik weet zeker dat er net zo veel, misschien wel meer, vastberaden en sterke vrouwen in de lagere sociale rangen van de maatschappij leefden, maar het waren vooral de rijke dames die de ruimte kregen om te pionieren, en gelukkig deden ze dat. Hoewel we ze niet allemaal bij naam meer herinneren, is één ding wel een blijvende erfenis: de vrijheid die vrouwen in het Westen tegenwoordig ervaren is deels te danken aan het goede voorbeeld dat deze vrouwen hebben gezet.

Afijn, voordat we teveel in feministische euforie (of kritiek) vervallen, het lijstje! We hebben een greep moeten doen uit een lange, lange lijst, en die greep is natuurlijk subjectief. Selectie criteria? De mooiste verhalen! Om er toch een beetje structuur in te brengen, gaan we ze in chronologische volgorde af. Betekent dat de meest recentelijke avonturier op nummer 1 komt. Betekent niet dat ze derhalve beter is…

10. Jeanne Barre, 1740-1807

Jeanne Barre

Jeanne Barre, ook wel Baret, was de eerste vrouw die rondom de wereld reisde. Ze deed dat destijds vermomd als man, als Jean Baret, in de jaren 1766 tot 69 (ja, zo’n reis kon toen nogal een tijdje duren).

Het merkwaardige aan Jeanne was dat ze een van de weinige dames is uit onze lijst, die eigenlijk de regel doorbrak en niet uit een gegoede familie kwam. Hoewel we weinig weten over haar specifieke afkomst, weten we dat ze geboren werd in La Comelle, een klein dorpje in Bourgondië, in West Frankrijk. We weten dit door middel van de kerkelijke doopregisters, die destijds iedere (gedoopte) baby nauwkeurig vereeuwigden. Haar vader, Jean Baret, was een dag-arbeider, en derhalve totaal ongeletterd. Zo ongeletterd dat hij het doopregister niet heeft kunnen ondertekenen (dat kwam vaker voor). Maar veel meer dan dat weten we niet over Jeanne’s vroege jeugd.

Een andere eigenaardigheid aan Jeanne is dat het blijkt uit latere documenten dat ze zelf niet ongeletterd was. Hoe, als haar vader niet kon lezen en schrijven, heeft zij dat wel kunnen (en mogen) leren? En hoe wist ze zoveel van botanica af dat ze een onderzoeksassistent kon worden van de naturalist (een bioloog die de wereld afreisde op zoek naar nieuwe planten en dieren) Philibert Commercon?

In 1660 werd Jeanne het hoofd van het huishouden van wetenschapper Philibert Commercon, die op dat moment huwde (niet met Jeanne). Toen de vrouw in kwestie twee jaar later in kraambed stierf, nam Jeanne praktisch, hoewel niet op papier, het hele huishouden over (wat voorheen nog ‘in naam’ in de handen van Philibert’s vrouw lag). Het mag duidelijk wezen dat Jeanne en Philibert meer dan alleen een schoon huis deelden, echter, want Jeanne zou in 1664 zwanger zijn geraakt. Vrouwen in die tijd die buiten een huwelijk zwanger raakten, moesten een certificaat laten opschrijven waarin stond wie de boosdoener was. Het certificaat met Philibert’s naam erop bestaat nu nog, en is daarmee ‘officieel’ een bewijs dat er iets plaats vond tussen Jeanne en Philibert.

Het waren overigens harde tijden. Philibert en Jeanne verhuisden naar een appartement in Parijs (waar Jeanne officieel nog altijd zijn huishoudster bleef). Philibert liet zijn legitieme zoon achter op het platteland, onder de zorg van familie, en ze zouden elkaar nooit meer zien. Tegelijkertijd haar pasgeboren zoon ter adoptie achter, deze zoon zou een jaar later sterven aan kinderziekten. Harde tijden.

Afijn, de tijd van de expeditie was inmiddels gekomen. Philibert werd uitgenodigd om de Bougainsville’s expeditie te komen versterken met zijn aanwezigheid. Philibert twijfelde echter, want hij was vaak ziek, en behoefde dan de nauwkeurige verzorging van zijn ‘huishoudster’. Gelukkig mocht hij een assistent meenemen. Dit mocht echter absoluut geen vrouw zijn, immers, vrouwen waren uit den boze in de Franse zeevaart destijds. Bracht ongeluk, en als niet dat, dan bracht het in ieder geval de hoofden van de zeelui op hol! Er zat dus niets anders op, bekokstoofden Philibert en Jeanne tezamen, dan dat ze verkleed als man mee moest! En zo gezegd, zo gedaan!

Op 26-jarige leeftijd monsterde Jeanne dus, verkleed als man, aan op het schip de Etoile (ster) in Rochefort. Omdat Philibert zo ontzettend veel benodigdheden bij zich had, gaf de kapitein van het schip zijn eigen hut over aan de onderzoeker en zijn assistent. Dit kan wel eens de redding van Jeanne zijn geweest, want, als vrouw heb je toch op zijn minst een paar dagen per maand een beetje privacy nodig.

Of iemand aan boord in de gaten had hoe of wat Jeanne werkelijk was, weten we niet. Er zijn naast het verslag van Philibert weinig andere schriftelijke bronnen en de enige die echt veel over Jeanne (Jean) te vertellen heeft, is het verslag van de scheepschirurg, die niet op vriendelijke voet was met de onderzoeker en assistent. Hij schreef echter niets op waaruit blijkt dat hij vermoedde dat Jean een vrouw was. Als hij het had geweten, had hij zeker aanstoot gegeven!

Het schip voer van Montevideo tot Rio de Janeiro en Patagonia, waar Jeanne steeds het meeste werk deed en Philibert genas van zijn gewonde been (die uit het niets begon te zweren). Naast het verslepen van onderzoeksmateriaal, verzamelen van specimen en dergelijke, was Jeanne ook een hulp in het catalogiseren en determineren van alle vondsten. Hier kwam haar onverklaarde kunde van de letteren van toepassing. Het kan natuurlijk heel goed dat ze in deze periode heeft leren lezen en schrijven!

In Tahiti, rond 1778, werd Jeanne’s geslacht uiteindelijk toch ontdekt, hoewel er al reeds lang geruchten rond gingen. Het waren de Tahitianen die direct door haar vermomming heen zagen. De kleding die haar ruim twee jaar dienst had gedaan als vermomming tussen de Fransozen, overleefde nog geen vijf minuten de doortastendheid van de Tahitianen. Zij begonnen onmiddellijk opgewonden te roepen dat ze een vrouw was, en omwille haar eigen veiligheid moest Jeanne daarna aan boord blijven.

Wat er van deze ontdekking kwam, is niet erg duidelijk. We weten alleen dat de reis voort ging zonder enig langdurig ophoudt, waarschijnlijk omdat na de oversteek van de grote oceaan de voedselvoorraden erg geslonken waren. De schepen bezochten kortstondig Nederlands Indië (tegenwoordig Indonesië), en daarna Mauritius, dat destijds Isle de France heette. Philibert en Jeanne bleven hier achter als de gasten van een oude vriend van Philibert, Piere Poivre. Dit kwam de expeditieleider waarschijnlijk goed uit, die zag er ook tegenop om bij terugkeer uit te leggen dat hij willens en wetens had rondgevaren met een illegale vrouw aan boord! Vermoedelijk had het achterblijven van Philibert en Jeanne zelfs een oorsprong bij de expeditieleider zelf.

Al die tijd bleef Jeanne de trouwe hulp van Philibert, en vermoedelijk reisden ze tezamen door naar Madagaskar en Bourbon, in de jaren 1770 tot 72. Helaas stierf Philibert in 1773 terug op Mauritius. Nog erger, hij liet niets achter voor Jeanne om terug te keren naar Parijs, waar een fortuin te wachten stond op haar als erfenis (die hij nagenoeg geheel aan haar had achtergelaten). Mauritius was echter Mauritius, en niet Parijs, en hoewel ze dan nog zoveel geld in Parijs had, op Mauritius had ze daar geen lor aan.

Jeanne was niet zomaar uit het veld geslagen, echter. Ze nam een baan als serveerster in een etablissement met een goede naam en reputatie, en huwde twee jaar later met een officier die op zijn terugweg was naar Frankrijk. Rond 1775 maakte ze, met hem, haar reis rondom de wereld af. Ze erfde Philibert’s kapitaal en nestelde zich met haar nieuwe man, Dubernat, in zijn geboortedorpje, Saint Aulaye. Als klapper op de vuurpijl kreeg Jeanne, drie jaar later in 1778, van de marine een kleine 200 livre (een zeer aanzienlijk bedrag) als pensioen. In de tussentijid had ze een grote naam gekregen, en de officiële brief die haar livres vergezelde sprak dan ook vol lof over haar reis om de wereld en haar toewijding aan de wetenschap en wetenschapper aan boord.

Jeanne beleefde daarna geen (opgeschreven) avonturen meer, en ze stierf op 67-jarige leeftijd (respectabel, toentertijd) in het dorpje Saint Aulaye.

9. Lady Hester Stanhope, 1776-1839

Lady Hester Stanhope

Lady Hester Lucy Stanhope werd geboren op 12 maart 1776 (rond de tijd dat Jeanne terugkeerde van haar reis om de wereld) en in haar latere jaren werd ze lid van de zogeheten ‘beau monde’ (iemand die graag gezien wordt in de ‘gegoede klassen van de maatschappij). Hester was echter ook een avonturierster die grote ontdekkingen heeft gedaan in Ashkelon, waar de eerste moderne archeologische opgraving op haar naam staat, die zich concentreerde op vondsten met betrekking tot het Heilige Land.

Als de oudste dochter van de derde Hertog van Stanhope, Charles, en zijn eerste vrouw Hester Pitt, groeide Hester Lucy op in Chevening, tot ongeveer 1800. Ze was toen zo’n 24 jaar oud, en trok in bij haar grootmoeder, ook genaamd Hester Pitt, en woonde vervolgens dus in Burton Pynsent. In 1803 werd ze het hoofd in het huishouden van haar neef, William Pitt de Jongere (een grote naam in Britse geschiedenis). Zijn positie als premier noodzaakte hem, als ongetrouwde man, een hostess te onderhouden (zo waren de mores destijds, iedere man had een vrouw nodig om hem te ondersteunen). En hier kwam Hester ter sprake. Zij nam de formele taken van een vrouw over, zoals het verwelkomen van gasten. Ze werd al snel bekend om haar schoonheid en haar conversatie-kunst. Toen Pitt in 1806 stierf kreeg ze een ‘pensioen’ van de staat van zo’n 1200 Britse ponden, een zeer groot bedrag toentertijd. Ze verhuisde na een aantal jaren naar Wales. In 1810 verliet ze het hele Britse eiland voorgoed, en er gaat een gerucht dat het kwam door een romantische flater. Daar is echter geen geschreven bron van te vinden!

Afijn, op reis had ze het gezelschap van haar persoonlijke dokter (kijk, je was rijk of niet). Hij werd tevens later haar biograaf. Charles Meryon heette de man. Haar andere gezellen waren Anne Fry, haar verzorgster, en Michael Bruce, wiens taak niet direct beschreven werd maar wie later vermoedelijk haar geheime liefde werd. Ze reisden van Athene door naar Cairo, dat zeer recentelijk pas ontzet was van Napoleon’s bezetting.

In ieder geval, het plan was om naar Cairo te gaan. Een storm onderschepte hen echter, en bracht hen als schipbreukeling tot de kust van Rhodes. Ze leenden daar Turkse kledij van een lokale emir, want al hun bezittingen waren vergaan in de storm, en toerden zo geheel gekleed in lokale robes door Turkije. Hester zag echter de noodzaak niet van een sluier, en dus trok zij mannenkledij aan.

Uiteindelijk bracht die reis, zij het met horten en stoten, hen toch tot Cairo. Daar trok Hester verder naar Gibraltar, Malta, Athene, Constantinopel en ga zo maar door. Overal waar ze ging weigerde Hester de sluier, echter.

Het verhaal wil dat ze op een of andere manier een oud Italiaans manuscript in handen kreeg, dat vertelde van een grote schat begraven onder de tempel in Ashkelon. Met de kaart als gids reisde ze naar Ashkelon (destijds ruïnes) en vond, helaas, niet haar schat. Ze vond wel een enorm standbeeld gemaakt van marmer, maar dat liet ze aan stukken hakken en in de zee gooien.

Hester nestelde zich uiteindelijk in Sidon, dat tegenwoordig in Libanon ligt. Haar verzorgster, ene Miss Williams (waar Anne Fry heen was vertelt het verhaal niet) en haar dokter Charles Meryon bleven aanvankelijk bij haar, maar miss Williams stierf in 1828 en Charles trok verder de wereld in, om slechts één maal terug te keren in 1838. Hester bleef in Libanon tot haar dood, in 1839. Al die tijd had ze absolute macht over de communes om haar heen, en ze bood onderdak en bescherming aan een hoop vluchtelingen om haar heen. Echter, op den duur kon ze haar levensstijl niet meer betalen, en langzaam maar zeker begonnen haar bedienden haar te bestelen, omdat ze hen niet meer op normale wijze kon betalen. Ze werd een beetje ‘vreemd’, wilde geen bezoekers meer ontvangen na donker, en droeg een turban over haar kaalgeschoren hoofd. Maar geen sluier!


8. Ida Laura Phfeiffer, 1797 – 1858

Ida Laura Phfeiffer

Avontuurlijke dames komen van overal ter wereld, dat lijkt. Of in ieder geval, overal uit Europa. Dat we geen Oosterse avonturiers in deze lijst vinden, is vermoedelijk meer de schuld van ons schrijvers en onze bronnen, dan dat er werkelijk avonturiers van daar zijn, echter.

Maar goed, we zagen een Franse, een Britse, en nu gaan we door met een Oostenrijkse dame, genaamd Ida Laura Pfeiffer. Ida werd geboren in Wenen, op 14 oktober 1797. Op latere leeftijd zou ze een erkende reisboeken schrijfster worden, en haar boeken waren zo populair dat ze in wel zeven talen vertaald zouden worden (dat was heel wat, in die tijd). Ze was tevens lid van zowel de Berlijnse als de Parijse geografische sociëteiten (clubs voor geografen en ontdekkers). Niet de Britse sociëteit, echter, want de Britten hadden iets tegen vrouwen in hoge posities.

Hoewel ze geen edel bloed had, kwam Ida toch uit een gegoed gezin. Haar vader was een rijke handelsman onder de naam Reyer. Als kind al wilde Ida niets weten van ‘meisjes dingen’ en trok ze liefst jongenskledij aan, en speelde met jongens’ speeltjes. Ze hield ook van sport en fysieke bezigheden en werd daarin door haar vader bemoedigd, in plaats van (zoals de maatschappij dat graag had gezien die tijd) ontmoedigd. Haar vader gaf zijn dochter dan ook de educatie die eigenlijk alleen jongens in die tijd kregen.

Als vijfjarige ging Ida al op haar eerste lange reis naar Palestina en Egypte. Deze vroege ervaring zou later bijdragen aan haar karakter en rusteloosheid. Het paradijs kon echter niet eeuwig voortduren, en haar vader stierf toen ze zelf een jaar of negen was. Daarmee verviel haar ondersteuning in haar jongensachtige levensstijl. Haar moeder, een meer conventionele dame, overtuigde Ida om dameskledij te dragen en te leren piano spelen. Toen in 1809 Napoleon Wenen (en dus Oostenrijk) veroverde, was Ida een van de protesterende menigte die bij Paleis Schönbrun de rug aan de keizer toekeerde. ¨

Desalniettemin huwde ze toch, zoals de norm dat voorschreef. Ze huwde in 1820 met Doktor Mark Anton Pfeiffer, een advocaat uit Lemberg (tegenwoordig Oekraïne). De man was 24 jaar ouder dan haar en had bovendien op de verkeerde plekken vijanden gemaakt. Derhalve moest Ida, door middel van piano en tekenlessen, het gezin drijvende houden. Toen haar moeder in 1831 stierf, kon Ida met de erfenis in ieder geval betere educatie voor haar twee zoons bemachtigen, en toen in 1838 haar man stierf en haar zoons hun eigen huishoudens begonnen, kon ze eindelijk haar kinderdroom waarmaken, en de wereld gaan bereizen. Ze begon met de Donau (dichtbij) en de Zwarte zee waarin de Donau uitmondt, in 1842. Ze bezocht Palestina en Egypte voor een tweede maal, de landen die haar als kind hadden warm gemaakt voor het reisgebeuren, en keerde terug via Italië. Ze schreef een boek over haar bevindingen en met het geld van dat boek kon ze haar volgende reis betalen. Deze ging naar Scandinavië en IJsland.

Nu was ze voldoende warmgelopen (en hadden boeken haar voldoende reisgeld geleverd) voor een reis om de wereld. In 1846 reisde ze van Chili en Brazilië, via Tahiti, China, Indië en Griekenland rond de wereld. Twee jaar deed ze over deze reis. Een boek volgde.

In 1851 ging ze er weer vandoor, ditmaal naar Zuid Afrika, en door naar Maleisië, waar ze 18 maanden lang op de Sunda eilanden woonde. Ze bezocht Borneo, Sumatra, en de Malacus, om door te gaan, via Australië, naar Californië, Oregon, Peru, Nieuw Granada en tot slot, via Noord Amerika, weer terug naar Wenen (drie jaar later). En je raadt het al, een boek volgde.

Onstopbaar als ze was, ging ze in 1857 wéér de hort op, ditmaal naar Madagaskar. Hier werd ze ontvangen door de koningin van Madagaskar, Ranavalona I, en liet zich per ongeluk meeslepen in een regeringscoupe. De koningin, die van de coupe hoorde, executeerde alle Malagassiërs die ermee te maken hadden, maar spaarde het leven van de Europeanen (toentertijd was het ‘not done’ om zomaar Europeanen te executeren, daar kwam onheil van!). De Europeanen werden simpelweg het land uit geworpen. Op de terugreis ontwikkelde Ida een ziekte waar ze nooit meer aan zou herstellen, en in 1858, in het oude vertrouwde Wenen, aan zou overlijden. Het is niet helemaal duidelijk waaraan, maar stemmen gaan uit naar ofwel kanker, ofwel malaria.

Hoe dan ook, Ida heeft in totaal twee wereldreizen op haar naam, evenals een hoop boeken over andere exploraties. En dat voor een dame die pas begon met reizen toen ze ruim de veertig had gepasseerd. Zo zie je maar, je bent nooit te oud om te beginnen!

7. Alexandrine Tinné, 1835 – 1869

Alexandrine Tinné

Het is tijd voor een avonturierster van eigen grond. Alexandrine Tinné is de eerste dame in de lijst uit Nederland. Haar volledige naam luidt Alexandrine Petronella Francina Tinné en ze was een Haagse. Haar grootste ontdekkingsreis was een poging om de Sahara over te steken, maar daar meer over, later.

Alexandrine, laten we haar voor het gemak maar even Alex noemen, werd geboren in den Haag op 17 oktober 1835, als dochter van de rijke handelaar Philip Frederik Tinné en barones Henriette van Capellen. Henriette was de dochter van de beroemde Vice Admiraal Theodorus Frederik van Capellen (een naam die je zou moeten kennen als je goed op had gelet tijdens de geschiedenis les!). Henriette was echter al de tweede vrouw van Philip de handelaar, en hij was 63 toen hij zijn dochter Alex voor het eerst in zijn armen hield. De jonge Alex was een bijzonder slim kind, gelukkig, en was goed met de piano. Echter, toen ze tien was stierf haar vader al, dus erg lang heeft de man niet van zijn dochters pianospel kunnen genieten. In tegenoverstelling, Alex kon wel lang van haar erfenis genieten. Ze was namelijk, plotsklaps, de rijkste erf-dame in Nederland!

Alex en haar moeder waren beide dames die het eens waren over ten minste één ding: de wereld dient verkend te worden. Ze reisden samen naar Noorwegen, Italië en het midden Oosten, evenals Egypte. Daar waren ze de eerste dames die de Egyptische Nijl stroomopwaarts volgden tot aan de ‘magische’ 4 graden limiet (bijna tot aan de equator). De eerste lange reis richting Midden Afrika begon in 1861, vanuit Cairo. Het werd een helletocht geplaagd door ziekten, en een van de expeditieleden, Hermann Steudner, stierf tijdens de heentocht aan koorts. Alex’ moeder volgde, samen met twee dienstmeisjes, een maand later. Ze bereikten echter uit eindelijk hun einddoel, Khartoum, in 1864, drie jaar na vertrek!

Haar halfbroer, die in veilig Liverpool leefde, reisde eens naar Cairo, waar Alex op dat moment woonde, om haar te overtuigen terug te keren. Er was geen beginnen aan, Alex was vastberaden. John kon terugkeren met de twee lichamen, haar tante en haar moeder, en met haar beste wensen. In 1869 poogde ze namelijk een tweede maal om de Sahara over te steken en de Toearegs van de woestijn te ontmoeten. Ditmaal startte ze in Tripoli, maar helaas, doordat ze regelmatig aanvallen van spit had, kon ze de orde in haar karavaan slecht behouden, en vermoedelijk werd ze door een Toeareg zelf vermoord, op de ochtend van 1 augustus 1869. De reden is betwistbaar, er zijn vele theorieën. Een ervan is dat de gidsen geloofde dat de watertanks van binnen met goud overlegd waren. Een andere theorie zegt dat de heerser van de Toeareg destijds beschouwd werd als te zwak. Om dat te bewijzen vermoordde de oppositie reizigers in zijn land, om aan te tonen dat de heerser zelfs te zwak was om bezoekers in zijn land te beschermen.

De eerste Nederlandse in onze lijst, dus, is niet gestorven aan ziekte, maar op brute wijze vermoord. En dat op 34-jarige leeftijd. Haar halfbroer had misschien toch gelijk?


6. Annie Edson Taylor, 1838 – 1921

Annie Edson Taylor

Die gekke Amerikanen! De voorgaande dames in deze lijst reisden simpelweg over de wereld, maar nee, het was niet spectaculair genoeg voor de Amerikaanse Annie! Annie werd bekend om haar reis over de Niagara watervallen, in een ton!

Annie Edson Taylor was een van de acht kinderen van Merrick Edson, de eigenaar van een molen. Ze werd geboren op 24 oktober in 1838 in Auburn, New York. Hoewel ze niet rijk waren, en haar vader stierf toen ze twaalf was, had het gezin het nooit arm en kregen ze een voldoende onderwijs. Zodoende, zelfs, dat Annie een onderwijzeres kon worden. Ze ontmoette David Taylor tijdens haar studie (en we weten al welke kant dit opgaat, want ze heette niet voor niets Annie Edson Taylor). Helaas stierf Annie’s eerste zoon in zijn kinderjaren, en David zelf niet veel later daarna. De jaren die volgden spendeerde ze aan het lesgeven hier en daar.

Het bracht haar uiteindelijk naar Bay city in Michigan, waar ze hoopte danslerares te worden. Bij gebrek aan dansscholen, opende ze er eentje. Eenmaal gesetteld verhuisde ze weer, rusteloos als ze was, naar Sault Ste, Marie. Hier gaf ze muziekles. En reisde verder, ditmaal naar San Antonio, in Texas. Ze ging zelfs door tot Mexico city, maar daar lukte het haar niet voet aan wal te krijgen, en dus keerde ze terug naar Bay City. Inmiddels spreken we over het jaar 1900, en Annie op een leeftijd van 62.

Op dat moment besloot Annie dat ze niet in het armenhuis terecht wou komen, en dus een goed pensioen moest gaan regelen. Dat ging ze doen, zo beredeneerde ze, door de Niagara Falls te ‘berijden’ in een houten ton. Ze liet de ton speciaal hiervoor maken, gemaakt uit eikenhout, ijzer en van binnen bedekt met matras (men moet wel met comfort kunnen reizen!).

Het was echter nog niet zo eenvoudig om de Niagara falls te berijden. Niemand wou haar aanvankelijk helpen met deze zeer evidente zelfmoord poging. Het was, volgens Annie, echter helemaal geen zelfmoord poging, en om dit te bewijzen deed ze een testrun met een kat in haar ton. De kat overleefde de val van Horseshoe Falls, en dat was voor Annie voldoende om de échte sprong te wagen.

Op haar verjaardag, 24 oktober 1901, klom ze met haar geluk kussen in haar ton en werd de rivier opgesleept. Ze viel, en ze overleefde. Achteraf heeft ze tegen de pers gezegd: “Met mijn laatste ademhaling zou ik het iedereen nog afraden dit ooit nog eens te doen. Ik loop nog liever recht tegen de mond van een kanon af wetende dat het zou gaan vuren, dan dit nog eens te doen”. Afijn, gedaan had ze het. Erg veel geld leverde het haar helaas niet op. Ze hoefde echter niet naar het armenhuis, want ze kon nog wel wat geld verdienen door met toeristen op de foto te poseren. Ze stierf op 82-jarige leeftijd, en werd begraven in de ‘stunters afdeling’ in het Oakwood Cemetary te New York.

5. Calamity Jane, 1852 – 1903

Calamity Jane

Martha Jane Canary was een zogeheten ‘frontierwoman’, ofwel een vrouw die de frontier in Amerika verkende en ontdekte. Ze was een professionele scout, en stond bekend om haar eigen bewering dat ze een bekende was van Wild Bill Hickok, een folks-figuur uit het wilde westen die zowel gevreesd als vereerd werd. Daarnaast stond ze bekend als een goeie partij om indianen mee te bevechten, maar ook als iemand met compassie en weldadigheid.

Martha Jane Canary was de oudste van zes kinderen, geboren in Princeton, Missouri, in 1852. Toen Martha dertien jaar was verhuisde haar vader het gezin naar Virginia City, Montana. Haar moeder, Charlotte, stierf tijdens die reis. Eenmaal in Virginia was vader Robert niet tevreden, en nam zijn kroost mee richting Salt Lake City, in Utah. Na slechts één jaar als boer geleefd te hebben, stierf vader Robert echter, en Martha nam de boel over, in 1867 (op vijftien jarige leeftijd). Ze verhuisden weer, ditmaal richting Wyoming territory, en bleven uiteindelijk plakken in Piedmont. Daar nam Martha alle banen aan die ze maar kon krijgen, om haar familie in leven te houden. Pas in 1874, op 22-jarige leeftijd, vond ze de positie die haar beroemd zou maken, als scout bij Fort Russell. Het minder mooie deel van het verhaal is dat ze rond die tijd ook begon als een prostitué bij Fort Laramie. Het hielp wel dat ze werd beschreven als ‘bijzonder aantrekkelijk, met mooie grote zwarte ogen’.

Al haar reizen vanaf haar dertiende leerden Martha hoe ze moest jagen. Immers, zeker na haar vaders dood, wie anders dan zij zou zorgen voor haar gezinnetje? In tegenstelling tot alle andere dames in deze lijst kreeg Martha geen letter educatie te verstouwen, anders dan de wildernis-lessen waar ze dagelijks aan blootgesteld was.

Haar bijnaam kwam van een van de expedities die ze deed voor het leger in hun oorlog tegen de Indianen. In een hinderlaag waren zij en haar maten gedwongen om te vluchten, en tijdens de vlucht werd haar kapitein geraakt door een kogel. Terwijl hij van zijn paard af zonk wist Martha hem te onderscheppen en heelhuids terug te brengen. De kapitein in kwestie gaf haar, als beloning voor deze heldhaftige daad, de naam calamity jane. Of dit echt waar is, weten we niet zeker. Andere bronnen vermelden namelijk dat Martha nooit in een vuurgevecht terecht was gekomen, noch mee deed aan gevaarlijke campagnes. Echter, het was wel vrij logisch dat een man van die tijd zo iets zou schrijven, want willens en wetens vrouwen deel laten nemen aan de oorlog, dat was uit den boze. Aan de andere kant, Martha was in staat om een sterk verhaal te verzinnen en het zo geloofwaardig te maken dat iedereen het haast zou gaan geloven!

Hoe het ook zij, de bijnaam was wel degelijk iets waar ze zelf tevreden mee was, en die ze zelf graag hoorde. Haar naam en haar werk brachten haar voortspoed (wellicht geholpen met een illegale praktijk hier en daar) en in 1881 kon ze haar eigen ranch kopen in Montana. Hier opende ze een saloon. Vervolgens trouwde ze met Clinton Burke, en verhuisde naar Boulder, waar ze een dochter kreeg. Deze dochter werd echter snel aan adoptie ouders gegeven.

Het ging toen bergafwaarts met Martha. In 1893 begon ze als verhalenverteller op te treden in Buffalo Bill’s Wild West Show en deed mee aan de Pan American Exhibition in 1901. Ze was tegen die tijd depressief en een alcoholiste. Ze stierf in 1903 in een hotel in Deadwood, een klein dorpje in Zuid Dakota. Ze stierf vermoedelijk aan een alcohol vergiftiging. Ze werd begraven naast Wild Bill Hickok.


4. Nellie Bly, 1864 – 1922

Nellie Bly

Nellie Bly was de pen naam van de Amerikaanse journaliste Elizabeth Jane Cochrane. Ze zou bekend worden als de dame die rond de wereld reisde in 72 dagen (8 dagen sneller dan het spannende boek van Jules Verne). Daarnaast deed ze zich voor als een mentaal gestoorde vrouw, om te kunnen onderzoeken hoe de mentale instellingen van die tijd eruit zagen. Ze was hiermee de eerste journaliste die dergelijke ‘undercover’ dingen deed om haar verhalen te ondersteunen. Onderzoeksjournalistiek, een tak van sport tegenwoordig, vindt zijn oorsprong bij Nellie Bly.

Elizabeth (Nellie) werd geboren in Pittsburgh, op 5 mei 1864. Haar vader was een doorsnee werker die huwde met Mary Jane. Hij leerde zijn kroost de straffe lessen des levens, hard werk en doorzettingsvermogen, dat was nodig om het te maken in het leven. Hij zette daad bij woord, werkte hard en groeide uit tot de eigenaar van de molen waar hij eerst slechts een arbeider was.

Nellie werd ook wel ‘pinky’ genoemd, omdat ze die kleur heel vaak droeg. Maar hoewel ze die lieve meisjeskleur droeg, was ze zelf geen dame om tegen het harnas te jagen. Toen er in de Pittsburg krant een nogal masculiene artikel verscheen onder de titel ‘waar meisjes toch goed voor zijn’, schreef ze een gehaaide en pittige reactie naar de editor van de krant. George Madden, de editor, was onder de indruk en, omdat hij niet wist wie de brief had ingezonden, vroeg via een advertentie in zijn eigen krant of de schrijfster zichzelf wilde bekend maken. Toen Nellie dit deed, bood Madden haar onmiddellijk een mogelijkheid aan om een artikel te schrijven voor de krant. Na die eerste kans bood Madden haar onmiddellijk een volledige journalistenbaan aan.

Als schrijfster zoomde Nellie eerst vooral in op de zware tijden die vrouwelijke arbeiders ondergingen. Helaas dwong de editor van de krant haar tot het schrijven van artikelen over kunst en mode, want dat was wat het segment ‘vrouwen’ in de krant wilde publiceren. Ze vertrok naar New York en wist Joseph Pulitzer, de eigenaar van de New York World, te overtuigen van een stuk over het gekkenhuis op Blackwell Eiland. Ze zou er undercover naartoe gaan en alles haarfijn observeren, om er een mooi stuk over te schrijven. Joseph zag het wel zitten, en stemde toe.

Het treurige aan het verhaal is het volgende, Nellie nepte een aanval van hysterie en werd al snel door een aantal doctoren (gekwalificeerd en al) gediagnostiseerd als totaal gestoord. Een hopeloos geval, merkte een op. Totaal van kaart, meende een ander. Moet verzorgd worden, concludeerden ze allemaal. En zo kon Nellie eerstehands ervaren hoe ‘gekke vrouwen’ behandeld werden. Het was werkelijk een oogopener, en niet erg positief. Ze schreef: ‘Wat, anders dan regelrechte marteling, zou sneller krankzinnigheid verwekken dan deze behandeling?’. Met andere woorden, de toestanden waren zo afgrijselijk in het ‘ziekenhuis’ dat Nellie ervan overtuigd was dat als de patiënten niet al gek waren voordat ze kwamen, ze zeker gek zouden worden tijdens hun verblijf.

Dit is echter niet waarom Nellie in onze lijst staat. Haar reis om de wereld heeft haar die plek opgeleverd. Na haar succesverhaal over het gekkenhuis suggereerde ze zelf de reis om de wereld. De editor, nu overtuigd van Nellie’s capaciteiten als goede journalist, beet meteen toe, en 14 november 1889 vertrok Nellie met de Augusta Victoria, een stoomboot, en begon aan haar 24.899 mijlen lange reis om de wereld. Ze reisde door Engeland, Frankrijk (hier ontmoette ze Jules Verne zelf!) het Suez Kanaal, Colombo, Singapore, Hong Kong en Japan. Al die tijd kon ze via telegrafen contact houden met haar krant, die haar voortgang nauwkeurig rapporteerde. Uiteindelijk bereikte ze haar beginpunt precies 72 dagen, zes uur, elf minuten en 14 seconden na haar start, en daarmee bewees de aan de wereld dat Jules Verne gelijk had, de wereld kon binnen 80 dagen gerond kon worden!

Het was een wereld record, dat overigens een paar maanden later al werd overtroffen door George Francis Train (toepasselijke naam) die de reis in 67 dagen wist te doen. Dat terzijde, Nellie trouwde met een miljonair, genaamd Robert Seaman, veertig jaar ouder dan zijzelf. Ze hield op met journalistiek en werd president van de Iron Clad Manufacturing Co. Ze adopteerde een half Japanse baby en toen ze het einde van haar eigen leven voelde aankomen gaf ze haar nichtje Beatrice Brown de opdracht om voor het jochie en een aantal andere baby’s te zorgen. Ze stierf in 1922 op 57-jareige leeftijd. Geen oude dame dus, maar wel een van de meest bereisde dames ter wereld!

3. Alexandra David-Neel, 1868-1969

Alexandra David-Neel

Alexandra David-Neel is bekend om haar bezoek aan de verboden stad Lhasa, in Tibet, in 1924, maar heeft daarnaast nog zo’n 30 andere boeken op haar naam staan over Oosterse religie, filosofie en haar vele reizen naar het Oosten.

Alexandra werd geboren onder de naam Louise David, in 24 oktober 1868, te Saint Mandé. Haar familie verhuisde naar Brussel toen ze zes jaar oud was. We weten weinig over haar jeugd, anders dan dat ze toentertijd al een hang had voor vrijheid en reizen. Op achttienjarige leeftijd was ze al in Engeland, Zwitserland en Spanje geweest en voor die tijd was dat een hoop! Ze bestudeerde op dat moment al Madame Blavatsky’s Theosophische Maatschappij en ging naar een aantal geheime bijeenkomsten. Ze werd eveneens graag gezien onder de feministen en anarchisten van die tijd.

In 1890 en 1891 reisde ze door India, en keerde alleen terug wanneer ze geen geld meer had. Dat was dus op 22-jarige leeftijd, let op. Ze reisde er zelfstandig heen! In Tunesië ontmoette ze uiteindelijk in 1900 de techneut Phillipe Neel, en huwde hem in 1904. De romance was echter geen lang leven beschoren, want Alexandra liet hem al gauw, in 1911, achter om nogmaals naar India te reizen, ditmaal voor een studie in Boeddhisme. Ze werd uitgenodigd tot het heilige klooster te Sikkim, waar ze de kroonprins Sidkeong Tulku Namgyal ontmoette. Ze werd zijn spirituele zuster en wellicht (hoewel we dit niet zeker weten) zijn geheime liefde. Ze ontmoette ook tot tweemaal toe de 13e Dalai Lhama in 1912, en kreeg de uiterst zeldzame kans om hem vragen te stellen over het Boeddhisme.

Tussen 1914 en 1916 leefde ze in Sikkim in een grot, om spiritualiteit te leren, samen met een andere monnik genaamd Aphur Yongden. Aphur werd haar reisgenoot vanaf dat moment en in een latere levensfase zou ze hem adopteren. Na een tijdje te hebben gemediteerd, trokken ze beide Tibet binnen, vanuit Sikkim, maar ze werden ontdekt en moesten de provincie verlaten. Ze konden echter niet terugkeren naar Europa, waar op dat moment de eerste wereld oorlog gaande was, en dus trokken ze door naar Japan. Ze probeerden Lhasa nogmaals te bereiken in 1924, vermomd als pelgrims. Ze spendeerden in totaal twee maanden in de Heilige stad. Samen met Yongden reisde Alexandra van hot naar her in Indië, China en Tibet. Pas in 1946 keerde ze terug naar Parijs. Ze was toen 78 jaar oud. Haar levenslange metgezel Yong stierf negen jaar later, op 56-jarige leeftijd. Maar Alexandra zou nog een paar jaartjes langer leven.

Al die tijd bleef ze in Parijs, schreef en studeerde ze esoterie. Ze stierf op 101 jarige leeftijd, een ondersteuning van de gezondheid van een boeddhistische levensstijl. Haar as, samen met dat van Yongden, werd over de Ganges verspreid, geheel volgens haar eigen wensen.

2. Amelia Earhart, 1897 – 1937 ?

Amelia Earhart

Amelia Mary Earhart werd op 24 juli 1897 geboren in Atchison, in Amerika. Hoewel haar grootvader een bekende rechter was, en ze dus geboren werd in een gegoede familie, was opa Otis (moeders kant) niet tevreden met de voortgang van vader Earhart, en grootmoeder niet met de opvoeding die moeder Earhart haar kinderen gaf. Amelia en haar zus Grace werden namelijk niet opgevoed tot lieve aardige meisjes. Ze mochten daarom bloomers dragen, een vroege soort van broek voor vrouwen, en al op vroege leeftijd trokken de zusters erop uit om avonturen te beleven.

Ook het vliegen zat er al vroeg in. IN 1904 bouwde ze met behulp van een oom een soort springschans, naar gelijkenis van iets dat ze in een pretpark had gezien. Het hoeft niet benadrukt te worden dat Amelia’s eerste vlucht dramatisch verliep. Ze overleefde deze bizarre vlucht namelijk bijna geheel heelhuids, en was voorgoed verkocht aan vliegen.

Tegen de tijd dat Amelia tien jaar was, wilde de carrière van haar vader eindelijk lukken, en verhuisden ma en pa naar Des Moines, waar Amelia op een uitje haar eerste echte vliegtuig zou zien. Haar zus en zijzelf bleven in Atchison. Hier kregen ze hun educatie thuis, en later in een formele school. Amelia was een slimme student en bracht het tot College, hoewel ze dat programma nooit voltooide. In plaats daarvan werd ze zuster bij het Rode kruis, dat tegen die tijd, we spreken 1917, druk bezig was slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog te verzorgen. In 1918 zag ze nogmaals een vliegtuig, maar wederom draaide Amelia haar rug naar aviatie en poogde een studie in medicijnen. Hier hield ze na een jaar al mee op. Uiteindelijk, in 1920, kreeg Amelia een vlucht aangeboden door Frank Hawks en dit was de vlucht die haar een verslaafde vliegenier maakte.

Ze werkte overal en nergens om haar vlieglessen te kunnen betalen. Haar lerares was zelf ook een pionier, een van de eerste dames in de lucht, genaamd Anita Snook. Ze werkte niet alleen aan het vliegen zelf, maar ook aan haar eigen image, overigens. Het verhaal wil dat ze drie nachten in haar nieuw gekochte leren jack sliep om het een ‘vintage’ look te geven. Binnen twee jaar na haar eerste ervaring met vliegen vloog ze in haar eigen knalgele ‘Kanarie’ tot een hoogte van 4.300 meter, en verbrak daarmee het record voor vrouwelijke piloten. Ze werd de 16e piloot die haar officiële piloten bewijs bemachtigde. Amelia was toen 26.

Hierna ging het echter bergafwaarts met de familie, die in geldproblemen gekomen was. De erfenis waar ze al jaren op potverteerden raakte langzaam op en na een lange successie van alternatieven eindigde Amelia als sociale werker. Ze bleef echter bezig met vliegen, en werd zelfs de voorzitter van de Boston afdeling van de Amerikaanse aeronautische sociëteit.

Al die naamsbekendheid bracht haar tot haar beroemde vlucht over de Atlantische oceaan. In 1918. Op 17 juni 1918 vertrok ze met een minimale crew en 20 uur en 40 minuten later landde ze in Groot Brittannië. Echter, hoewel ze in principe deze vlucht alleen uitvoerde, waren er toch nog twee anderen aan boord. Dat was niet solo genoeg voor Amelia, en in 1932 besloot ze om een echte solo vlucht over de Atlantische oceaan te ondernemen. Het koste haar ditmaal slechts 14 uur en 56 minuten, maar het was een barre tocht door ijzel en mist. Ze landde in Ierland.

De natuurlijke schep hierbovenop was natuurlijk een vlucht om de wereld. Tijdens de tweede poging (de eerste poging faalde dankzij een technische euvel) verdween Amelia met haar vliegtuig, ergens over de Grote Oceaan, in de buurt van Howland Island. Als je geografische kennis daar faalt, voel je niet schuldig. Dit is een minuscuul klein eilandje (onbewoond) halverwege tussen Hawaii en Australië. Met andere woorden ‘in the middle of nowhere’.

Na lang zoeken gaf men het op, de expeditie is als van de aardbodem verdwenen. Het was voor die tijd de meest kostbare reddingsoperatie die de verenigde staten ooit hadden uitgevoerd, zo’n 4 miljoen dollar waard. En het leverde niets op.

Amelia was 40 toen ze op mysterieuze wijze verdween en hoewel we nooit bewijs kunnen verwachten, is het wel waarschijnlijk dat ze een zeemansgraf heeft gevonden in de Grote Oceaan, met een vliegtuig als grafkist. Veertig is een beetje jong om te sterven, maar Amelia zou trots zijn geweest op de naam die ze heden ten dage nog heeft, en de raadsels die haar verdwijning nog altijd oproept.

1. Junko Tabei, 1939 –

Junko Tabei

Om deze zeer Westers-gedomineerde lijst toch een beetje balans te geven hebben we besloten dat onze nummer één van de andere kant van de wereld moet komen, namelijk Japan. Junko Tabei staat bekend als de eerste vrouw die de Mount Everest beklom.

Junko werd geboren in Japan, op 22 september 1939. Ze studeerde Engelse literatuur en tijdens haar studietijd werd ze lid van de lokale bergbeklimmingsclub. Ze vormde een ‘dames club’ voor Japanse bergbeklimsters en beklom Mount Fuji en de Zwitserse Matter Horn, twee beruchte toppen.

Het was tijd voor een media-stunt, zo dacht de YoMiuri krant, en zij zonden een geheel vrouwelijk team naar Nepal, om de Mount Everest te beklimmen. Vijftien van de honderd vrijwilligers werden uiteindelijk erop uit gestuurd, en na een lange training stonden deze vijftien dames in 1975 aan de voet van de Mount Everest. In mei werd echter hun kamp getroffen door een lawine, en de dames werden onder een enorm pak sneeuw begraven. Junko zelf verloor gedurende deze ramp zo’n zes minuten haar bewustzijn, voordat de sherpa’s haar uit hadden weten te graven. Desalniettemin stond ze twaalf dagen later als eerste vrouw aan de top van de Mount Everest.

Ze was daarna niet meer te stuiten. In 1992 stond ze uiteindelijk aan de top van de Puncak Jaya, en daarmee is ze de eerste vrouw die de ‘zeven toppen’ heeft beklommen. De zeven toppen, voor leken, zijn de zeven hoogste bergen van de zeven wereldcontinenten. Dit houdt onder andere een top in Antarctica in, let op. Hoewel deze top ‘slechts’ 4892 meter hoog is (en daarmee bijna 100 meter hoger dan de Mont Blanc) is het een enorme prestatie om in de koude omgeving van Antarctica deze berg te beklimmen. De andere toppen zijn Aconcagua (6961 meter) in Zuid Amerika, Mount McKinley (6194) in Alaska, Kosciuszko (2228 meter) in Australië, Killimanjaro (5895 meter) in Afrika, de Puncak Jaya (4884 meter) in Indonesië en de Elbrus (5642 meter) in het Midden Oosten. En de Everest, natuurlijk.

Naast deze genoemde dames zijn er nog veel meer vrouwen in de geschiedenis geweest die baanbrekende ontdekkingen hebben gedaan en avonturen rondom de wereld hebben ondernomen. Het past allemaal niet in een lijst. Zelfs een top tien, zoals je gezien hebt, is al bijna tot een heel boekwerk te verwerken. En laten we even wel zijn, ook de avonturen van mannen zijn ontzettend interessant, en verdienen een top tien. Er wordt aan gewerkt, maar voorlopig houden we het hier even bij.