Op 26 oktober 1984 stapte ‘The Terminator’ dreigend de Amerikaanse filmzalen binnen. Een cybernetisch organisme met de stuurse gelaatstrekken van Arnold Schwarzenegger. Een dodelijk hardmetalen endoskelet bedekt met een laagje levend weefsel. Teruggestuurd uit het verre 2029, de post-apocalyptische wereld waar de laatste menselijke overlevenden vochten tegen de machines van Skynet.

Deze door Cyberdyne Systems voor militaire doeleinden ontwikkelde artificiële intelligentie werd zelfbewust op 29 augustus 1997. Meteen ontketende Skynet een nucleaire oorlog. 3 miljard mensen gingen terstond in as op. Een decennia lange toekomstoorlog tussen de resterende mensheid en Skynets robots volgde.

Tegen 2029 leek het verzet onder leiding van John Connor en zijn dappere Tech-Com-soldaten aan de winnende hand. Dus stuurde Skynet een cyborg terug in de tijd: de Cyberdyne Systems Model 101 Series 800 Terminator. Deze infiltratie-unit moest Johns moeder, Sarah Connor, vermoorden voor hij geboren werd. Maar de verzetsleider bleef niet bij de pakken zitten. Hij zond zijn trouwe rechterhand, Kyle Reese, de T-800 achterna naar het jaar 1984 om Sarah te beschermen.

‘The thing that won’t die, in the nightmare that won’t end’, luidde de toenmalige tagline. Profetische woorden. Want ‘The Terminator’ (1984) groeide uit tot één van de grootste sciencefiction-actie franchises allertijden. 7 jaar later veranderde James Cameron de filmindustrie met zijn meesterlijke vervolg ‘Terminator 2: Judgment Day’ (1991).

Sindsdien breekt bij fans het angstzweet uit elke keer een nieuw deel wordt aangekondigd. Want vanaf de jaren 00 staat de filmreeks bekend om zijn slappe sequels, vroegtijdige geaborteerde nieuwe trilogieplannen, zielloze inhalige investeerders, netelige rechtenkwesties, verguisde reboots, wanordelijke retcons, fel gecontesteerde plottwists en andere malafide scenario-ingrepen. Ja, de teloorgang van James Camerons creatie is een film op zich waard.

Van het gekscherende ‘Terminator 3: Rise of the Machines’ (2003), de loodzware Christian Bale-ernst ‘Terminator Salvation’ (2009), de onbegrijpelijke tijdlijnknoeiboel ‘Terminator Genisys’ (2015) tot het controversiële ‘Terminator: Dark Fate’ (2019) – de Top 6 Beste Terminator Films wacht hieronder op je!

6. Terminator Genisys (2015)

Op allerhande gespecialiseerde internetfora discussiëren diehards welke van de 4 films ná ‘T2: Judgment Day’ (1991) nu het minst belabberd is. Dat zegt veel over de hoge pijngrens waarover je als doorgewinterde Terminator-fan moet beschikken. Over het vervolg met de idiootste titel bestaat echter geen twijfel. Dat is ‘Terminator Genisys’ (2015). Een spitsvondige samentrekking van ‘Genesis’ en ‘System’. Welke sterveling verzint dat? Werd de bedenker soms onder schot gehouden met een granaatwerper? Ook was het niet zo’n briljant plan dat de marketingcampagne al maanden vooraf verklapte wat die dekselse T-5000 (Matt Smith) en zijn nanomachines met John Connor (Jason Clarke) had uitgevreten.

Na het door ‘Terminator Salvation’ (2009) ingeluide faillissement van The Halcyon Company verwierf David Ellison de Terminatorfilmrechten. De Skydance-baas had grootse plannen met zijn nieuw speeltje. Deze 5de film zou als ‘soft reboot’ een heuse nieuwe trilogie aftrappen en de reeks eindelijk weer op de kaart zetten. Zover kwam het nooit.

Het met $ 155 miljoen gemaakte ‘Terminator Genisys’ eindigde met een $ 440 miljoen box-office. Op papier is ‘Genisys’ daarmee de commercieel succesvolste ‘Terminator’-film na ‘Judgment Day’. Maar de geldschieters hadden heel andere cijfers voor ogen. Na aftrek van de exuberante marketing- en distributiekosten draaide deze rommelige tijdreisbrij nauwelijks break-even. Naast de financiële flop, was er ook het genadeloze verdict van de filmpers én het publiek. Regisseur Alan Taylor, die enkele van de beste tv-afleveringen van ‘The Sopranos’, ‘Mad Men’ en ‘Game of Thrones’ overzag, was zo getraumatiseerd dat hij de filmwereld voorgoed vaarwel wou zeggen.

Deze bomvol CGI gestampte warboel begon nochtans veelbelovend met de vertrouwde futuristische setting van de ‘Future War’ in 2029. Voor het eerst zien we de ‘Time Displacement Device’, de tijdsmachine waarmee Skynet zijn moordzuchtige robots naar het verleden stuurt. Net als in de allereerste film zendt John Connor zijn trouwe soldaat Kyle Reese (Jai Courtney die zo houterig acteert dat het een klein mirakel is dat hij de veters van zijn Nike Vandals nog kan strikken) naar het Los Angeles van 1984 om zijn moeder te beschermen tegen Skynets snode plannen.

Maar wat zullen we nu krijgen? Eens aangekomen in het verleden treft Kyle helemaal geen schichtig hulpeloos serveerstertje aan! Wel een van stevig wapentuig voorziene, allesbehalve op haar mondje gevallen stoere Sarah Connor (Emilia Clarke) in leren jekker én met warempel een gerimpelde gedeprogrammeerde T-800 (Arnold Schwarzenegger) aan haar zijde. Het robuuste heerschappij draagt het koosnaampje ‘Pops’ en floepte al in 1973 uit de toekomst om de toen 9-jarige Sarah te beschermen.

Voor een stamelende Kyle Reese én de kijker beseffen wat er in godsnaam met de oude vertrouwde tijdslijn gebeurd is, rekent dit merkwaardige duo af met de door Skynet uit 2029 opgetrommelde T-800 (bodybuilder Brett Azar met het CGI-gezicht van de jonge Schwarzenegger opgeplakt) én een onverwachte T-1000 (Lee Byung-hun). Vervolgens knijpt deze reboot elk greintje geloofwaardigheid uit de sowieso al wankele tijdreislogica van de franchise.

Schaars lichtpuntje in dit onding blijft uiteraard de terugkeer van de 67-jarige Schwarzenegger. Het idee achter een grijzend cybernetisch organisme houdt best nog steek. James Cameron tipte regisseur Alan Taylor dat het levend menselijk weefsel rond een Terminators metalen endoskelet veroudert doorheen de jaren. Een concept waar ook ‘Terminator: Dark Fate’ (2019) later dankbaar van gebruik maakte. Maar zoals Pops zegt: ‘I’m old, not obsolete.’

5. Terminator Salvation (2009)

In 2009 waren Terminator-fans door het dolle heen. De 4de film zou zich na de eindonthulling van ‘Rise of the Machines’ (2003) integraal in de toekomst afspelen. Een kwart eeuw sinds de opening credits van ‘The Terminator’ (1984) hadden ze gewacht op hét viscerale meesterwerk dat die de donkere, onheilspellende post-apocalyptische wereld in de nasleep van de nucleaire Dag des Oordeels tot leven bracht.

De vorige 3 delen hadden hen geprikkeld met véél te korte flashforwards van de met flitsende lasergeweren en door tankrupsbanden vermorzelde mensenschedels omgeven eindstrijd tussen het door John Connor aangevoerde menselijke verzet en de meedogenloze Skynet-robots.

Toegegeven: op papier leek McG een beetje een rare regisseurskeuze. Wat had die knakker al bewezen? Zijn portfolio telde een stapeltje jaren 90 videoclips voor Korn, Cypress Hill, The Offspring en de hoogst discutabele ‘Charlie’s Angels’-films. Maar The Halcyon Company, die in mei 2007 voor $ 25 miljoen de filmrechten binnenhaalde, had grootse plannen met de franchise. ‘Terminator Salvation’ (2009) zou een glorieuze nieuwe ‘Future War’-trilogie aftrappen.

Als startkapitaal kreeg McG een budget van $ 200 miljoen (waarvan hij alvast $ 6 miljoen opsoupeerde aan zijn eigen loonstrookje), een sterrencast met klinkende namen als Christian Bale, Bryce Dallas Howard en Helena Bonham Carter, én special effects-veteraan Stan Winston. Want vergis je niet. Die belachelijke Harvester, Hunter-Killers en Moto-Terminators zijn dan wel overduidelijk CGI – ‘Salvation’ gebruikte ook nog verbazend veel old school praktische effecten uit de Stan Winston Studio-stal.

Voor het laatst overzag de grootmeester hele maquettes van verwoeste steden, cyborg-protheses en de karakteristieke animatronics. Winston, die overleed op 15 juni 2008, zou het eindresultaat niet meer meemaken. Misschien maar goed ook. Want was deze chaotische brei wel ’s mans nagedachtenis wel waardig?

In de maanden voor de première mende een brute trailer het volk met een sublieme remix van Nine Inch Nails’ ‘The Day the World Went Away’. Maar die schroeiende trailer was zoals het organisch weefsel rond het metalen endoskelet van een T-800. Hij verhulde de ware toedracht. Daaronder school een warrig plot – het scenario werd na een scriptlek haastig aangepast – waarin John Connor (Christian Bale) helemaal niét de uitverkoren verzetsleider bleek. In de plaats daarvan volgen we een volwassen puber die in het jaar 2018 van de ‘Future War’ twijfelachtige orders opvolgt van zijn omslachtige oversten (waaronder de altijd geweldige Michael Ironside als een vanuit een onderzeeër opererende General Ashdown).

Terwijl het verzet een ‘kill list’ onderschept met daarop de nog onbekende Kyle Reese (de veel te vroeg gestorven Anton Yelchin), laat ook de enigmatische Marcus Wright (Sam Worthington – persoonlijk aanbevolen door James Cameron) het nodige stof opwaaien in deze ongeïnspireerde, jammerlijk PG-13 zanderige ‘Mad Max’-setting. Dat culmineert in een groteske finale in het Skynet-hoofdkwartier. Daar wachten de eerste T-800s op de fabrieksband terwijl een demo-exemplaar (de spiermassa van acteur Roland Kickinger met het CGI-gezicht van Arnold Schwarzenegger – die het toen even te druk had als gouverneur van Californië – opgesmeerd) alvast appelmoes maakt van Christian Bale.

‘Terminator Salvation’ verliet de bioscopen met een box-office van $ 371 miljoen. Teleurstellend voor een blockbuster van dit kaliber. Hoewel sommige fans dit 4de deel loven om zijn radicaal andere invalshoek, onthoudt de filmgeschiedenis deze sof vooral om de gelekte viraal gaande geluidsopname waar een furieuze Christian Bale de onfortuinlijke cameraman Shane Hurlbut minutenlang uitscheldt en afdreigt.

4. Terminator: Dark Fate (2019)

In 2019 keerde James Cameron eindelijk terug naar de filmreeks die hem had groot gemaakt. Hij bekende meteen dat hij de 3 laatste delen rotslecht vond. Goed, hij had ‘Rise of the Machines’ (2003) en ‘Genisys’ (2015) bij hun release weliswaar de hemel in geprezen – maar dat was enkel om zijn maatje Arnie te steunen. Sterker nog, in Camerons Terminator-universum was er helemaal geen plaats meer voor alles wat na ‘Judgment Day’ (1991) volgde. ‘Terminator: Dark Fate’ (2019) gold voortaan als het enige rechtmatige vervolg op de eerste 2 films.

Omdat de megalomane Canadees zijn handen nog steeds vol had met zijn 4 ‘Avatar’-sequels, zou hij enkel producen en de 5 (!) scenaristen wat bij de les houden. De regie liet hij over aan Tim Miller, die met het geniale ‘Deadpool’ in 2016 demonstreerde hoe je met bescheiden middelen een moker van een R-rated blockbuster fabriceert. Kennelijk verliep de samenwerking tussen ‘Iron Jim’ en Miller een beetje stroef. De regisseur zwoer achteraf dat hij nooit meer met Cameron zou samenwerken. Gevraagd naar hun creatieve meningsverschillen monkelde de producer op zijn beurt ‘the blood is still being scrubbed off the walls’.

De inzet was dan ook hoog. Linda Hamilton keerde na bijna 3 decennia eindelijk terug als Sarah Connor. En de jaren en grijze haren hadden haar personage beslist niet milder gemaakt. De 62-jarige actrice trainde als een bezetene om opnieuw een geloofwaardige actieheldin neer te zetten die haar doorrookte levenswijsheden aan de nieuwe jonge vrouwelijke garde doorgeeft: ‘I hunt Terminators. And I drink till I pass out. Enough of a résumé for you?’

De ranke Mackenzie Davis keert terug uit het jaar 2042 als Grace, een cybernetisch opgewaardeerde verzetsstrijdster. Vreemd genoeg moet ze niet John Connor beschermen, maar wel de jonge Mexicaanse fabrieksarbeidster Dani Ramos (Natalia Reyes). En snel wat, want er ligt een door Legion ontwikkelde Rev-9 (Gabriel Luna) op de loer. Een gloednieuw exemplaar dat zich warempel kan opsplitsen in een mimetische polylegering en een metalen endoskelet – ‘You don’t fight it. You run from it.’

‘Dark Fate’ bleek een vooruitziende ondertitel. Deze 6de Terminatorfilm kreeg voor de verandering prima professionele kritieken. Maar in tijden van sociale media vullen goede filmrecensies de multiplex al lang niet meer. Het budget zat met $ 185 miljoen fors boven zijn voorganger ‘Terminator Genisys’ (2015). Terwijl die film wereldwijd nog $ 440 miljoen opbracht, schraapte ‘Dark Fate’ een teleurstellende $ 261 miljoen bij elkaar. Het uiteindelijke verlies bedroeg een slordige $ 100 miljoen én nooit eerder waren de publieksreacties zo giftig.

Verbolgen fans ontstaken in razernij toen ze ontdekten wat de makers met hun geliefde John Connor (ook Edward Furlong had zijn comeback iets anders voorgesteld) hadden uitgespookt. Nog erger waren de sneren dat nieuwkomers Mackenzie Davis en Natalia Reyes, en ‘woke’-subplotjes rond de Mexicaanse grens niets verloren hadden in de Terminator-saga.

Wat het geautoriseerde vervolg op ‘Judgment Day’ had moeten worden, werd misschien wel de definitieve doodsteek van de filmfranchise. Schwarzenegger was 71 tijdens de opnames. Hij besefte beter dan wie dan ook dat zelfs de grootste actiehelden een vervaldatum kennen. ‘I won’t be back’, orakelt de 71-jarige Oostenrijkse Eik emotioneel alvorens hij als ‘Carl’ op laatste missie gaat. Wie zijn Gargoyles ANSI Classics-zonnebril afgooit en voorbij de vooringenomen internetkritieken kijkt, ziet een gedurfde zwanenzang die beslist een groter bioscooppubliek verdiende.

3. Terminator 3: Rise of the Machines (2003)

Na ‘Judgment Day’ (1991) was voor James Cameron het verhaal uitverteld. Maar daar dachten studiobonzen natuurlijk heel anders over. Toen Carolco Pictures kapseisde door het piratenfiasco ‘Cutthroat Island’ (1995) – nog steeds een van de beruchtste flops in de filmgeschiedenis – belandden de Terminatorfilmrechten andermaal bij Andrew G. Vanja en Mario Kassar. En die zagen het groots. Jonathan Mostow, die met ‘U-571’ (2000) een puike duikbootfilm afleverde, kreeg de regiestoel én een budget van $ 187,3 miljoen. Daarmee werd ‘Terminator 3: Rise of the Machines’ (2003) toen de duurste film ooit.

Een flinke hap van dat recordbedrag ging naar Arnold Schwarzenegger. James Cameron raadde zijn gabber aan een smak geld te vragen – en dat deed-ie ook. Het loonstrookje van $ 30 miljoen was goed voor Schwarzy’s zelfvertrouwen, want na ‘Batman & Robin (1997), ‘End of Days’ (2000) en ‘Collateral Damage’ (2002) leek de massieve Oostenrijkse Eik van weleer eerder een twijgje aan de box-office. Het zou bovendien zijn laatste hoofdrol blijken voor hij 8 jaar gouverneur speelde in Californië. ‘The Governator’ keerde pas in 2012 terug naar het witte doek met ‘The Expendables 2’.

Linda Hamilton bedankte voor de eer. Volgens misogyne kwatongen omdat ze het rigide trainingsschema niet zag zitten. De verwaarloosbare figurantenrol die het script in petto had, ligt allicht dichter bij de waarheid. Zeker toen bleek hoe de scenaristen Sarah Connors afwezigheid oplosten. Een net afgekickte Edward Furlong was zo door het dolle heen voor zijn terugkeer als John Connor dat hij zijn contract vierde met een overdosis cocaïne. Wijselijk kozen de makers snel Nick Stahl als nieuwe toekomstige redder van de mensheid.

‘Rise of the Machines’ haalde een nette $ 433,4 miljoen op. Toch klonk er veel kritiek over de weinig doordachte en seksistische humor. ‘Judgment Day’ (1991) ruilde de horror van het origineel al in voor ‘Hasta la vista, baby!’, maar joeg de kijker nog steeds de stuipen op het lijf met de Robert Patricks ijskoude T-1000. Nu belandde de net uit 2032 gearriveerde T-850 (een ietwat verbeterde en opmerkelijke norsere versie van Arnies T-800 uit de vorige film) in een stripbar waar hij aan de haal gaat met een Elton John-zonnebril in een hoogst beschamende ‘Talk to the hand!’-schertsvertoning.

De toen 54-jarige Arnold Schwarzenegger ploeterde 6 maanden lang 3 uur per dag in het krachthonk tot hij zijn spiermassa uit 1991 terug had. Dit keer protegeerde hij een aan lager wal geraakte, voortvluchtige John Connor en diens toekomstige vrouw Kate Brewster (Claire Danes) tegen de T-X (Kristanna Loken). Niet elke fan was overtuigd van deze bloed proevende Terminatrix met een fetisj voor rode leren pakjes, opblaasbare boezem en ‘Nanotechnological Transjectors’-autorijdkunstjes. Toch heeft dit 3de deel alleen al door die geschifte kraanwagenachtervolging – waarvoor Schwarzenegger met plezier een deel van zijn gage bijpaste – zijn bestaansrecht.

En dan is er nog dat kippenvel bezorgende slotakkoord in de atoomschuilkelder van Crystal Peak met Marco Beltrami’s hartverscheurende ‘Radio’. Nooit eerder eindigde een Terminator-film zo grimmig én hoopvol tegelijk.

2. The Terminator (1984)

Begin jaren 80 was James Cameron nog een onbeduidend broekje. Hij leefde op Big Macs en sliep in zijn auto of op de sofa van vrienden. Niets liet vermoeden dat deze baardige slungel enkele jaren later tijdloze blockbusters als ‘Aliens’ (1986), ‘The Abyss’ (1989), ‘True Lies’ (1994), ‘Titanic’ (1997) en ‘Avatar’ (2009) zou maken. Camerons eerste film, ‘Piranha II: The Spawning’ (1982), draaide uit op een ramp.

Kort nadat de Grieks-Italiaanse producer Ovidio Gabriel Assonitis zijn dwarsliggende regisseur van de set gooide, kreeg de 27-jarige Canadees een heftige koortsdroom. In Camerons nachtmerrie verrees een metalen skelet uit de vuurzee. De filmmaker schoot wakker en schetste snel het chromen gedrocht dat zich over de vloer voortsleepte met een keukenmes terwijl een meisje gillend wegrende. Dat visioen vervelde 2 jaar later tot ‘The Terminator’ (1984).

Een low budget B-filmpje was het. Gemaakt met nauwelijks $ 6,4 miljoen. Geldschieter Orion Pictures had er weinig vertrouwen in. Tot ‘The Terminator’ onverwachts haast $ 80 miljoen opbracht en zo een van de succesvolste films van 1984 werd. De critici prezen de perfect gebalanceerde mix van dreigende slasher-horror, schatplichtig aan John Carpenters ‘Halloween’ (1978) en donkere, intelligente sciencefiction de hemel in. Dit was geen B-film, maar een virtuoos kunstwerk voor de eeuwigheid. Mét al dan niet een beetje jatwerk bij Harlan Ellisons ‘The Outer Limits’.
Let ook op die Bijbelse ondertoon. Of is het toeval dat de jonge ‘damsel in distress’ in hoogst paradoxale omstandigheden zwanger raakt van de toekomstige redder van de mensheid, wiens initialen J.C. luiden? En welke prijs betaalt de mens in zijn onstilbare drang naar cyber-technologische vernieuwing? De blauwdruk voor latere scifi-klassiekers als ‘RoboCop’ (1987) en ‘The Matrix’ (1999) is onweerlegbaar. Net als een rist minder memorabele copycats als ‘Cyborg’ (1989) en ‘Eve of Destruction’ (1991).

Cameron wist wat hij waard was. Hij verkocht zijn ingenieus scenario voor één symbolische dollar aan producer Gale Anne Hurd. Op één voorwaarde wel: dat hij de regiestoel kreeg. Een slimme zet. Geen enkele studiobons zou zo’n ambitieus script namelijk aan een jonge onervaren filmmaker als Cameron toevertrouwen. Hurd hield woord.

De casting liep niet van een leien dakje. Wie kon de Terminator spelen? Sterren als Sylvester Stallone, Michael Douglas, Mel Gibson en Tom Selleck bedankten voor de eer. Het leek Cameron ook weinig plausibel dat football-speler O.J. Simpson een koelbloedige ‘killer’ kon neerzetten. Ondertussen schoof de studio Arnold Schwarzenegger naar voor als Kyle Reese, de toekomstsoldaat die Sarah Connor uit de metalen klauwen van de titulaire moordmachine redt. Cameron keek eens goed naar de Oostenrijkse bodybuilder die met ‘Conan the Barbarian’ (1982) bruut op de Hollywoodpoorten beukte. Geen denken aan dat die stalen vleesbrok een geloofwaardige Kyle Reese kon spelen. Maar … ‘he’d make a hell of a Terminator!’

En zo geschiedde. Michael Biehn incarneerde een Kyle Reese die je blindelings volgt als hij de iconische woorden ‘Come with me if you want to live!’ als een reddingsboei naar Sarah Connor (Linda Hamilton) toewerpt in de Tech-Noir-nachtclub. Wanneer Hamilton later de hydraulische pers van jetje geeft met ‘You’re terminated, fucker!’, begrijp je plots meteen waarom deze 19-jarige onopvallende serveerster John Connor, de laatste hoop van de mensheid, zal baren.

Over Schwarzeneggers vertolking als de Terminator kan je hele filmbibliotheken vol schrijven. Alleen al zijn introductie is goud. Na een werkelijk sublieme proloog in het afzichtelijke oorlogspuin van 2029 belandt een poedelnaakte T-800 in het Los Angeles van 12 mei 1984. Daar krijgt hij het aan de stok met 3 balorige punkers, waaronder wijlen Bill Paxton – de enige acteur die ooit door een Terminator, Alien-Xenomorph én Predator werd gemold op het witte doek! Stoïcijns rukt Arnie een hart uit een borstkas en je weet meteen: met deze kerel onderhandel je niet.
En dan is er natuurlijk nog die onsterfelijke synthesizersoundtrack met Brad Fiedels terugkerende ‘The Terminator Theme’ en de magische hand van Stan Winston. De latere viervoudige Oscarwinnaar verzorgde o.a. de onthullende cyborg-make-up en het befaamde ‘oogbalchirurgiemodel’. Terwijl Winston en zijn handlangers zich kreupel tilden met een levensgrote loodzware T-800 pop, bracht Gene Warren Jr.’s Fantasy II-special effectenbedrijfje het blikkerige ontvleesde metalen endoskelet van de Terminator met een zorgvuldig door Doug Beswick op schaal nagemaakte miniatuur met stopmotion tot leven.

De macabere climax in de fabriek oogt vandaag weliswaar wat schokkerig en gedateerd, maar was ongeëvenaard in het pre-CGI-tijdperk. Zéker gezien dat krappe budget! Een beperking die opvolger ‘Terminator 2: Judgment Day’ (1991) 7 jaar later moeiteloos termineerde.

1. Terminator 2: Judgment Day (1991)

Sequels overklassen zelden hun voorganger. Maar ‘Terminator 2: Judgment Day’ (1991) is een van die zeldzame vervolgen die het origineel overstijgt. Hij staat broederlijk naast andere glorieuze opvolgers als ‘The Godfather 2’ (1974), ‘The Empire Strikes Back’ (1980)’, ‘Mad Max 2 (1981), ‘Evil Dead II’ (1987), ‘Spider-Man 2’ (2004) en ‘The Dark Knight’ (2008). Films die hun grotere budget niet verprutsten, maar elke cent benutten om regelrechte filmgeschiedenis te schrijven. James Cameron liet het prijskaartje aantikken tot $ 102 miljoen dollar. Daarmee was ‘T2’ bij zijn release de toen duurste film ooit. Maar die investering rendeerde uitstekend – met $ 520,8 miljoen blijft-ie het succesvolste deel in de reeks. En, een zeldzaamheid voor een R-rated film: ook de afgeleide Kenner-speelgoedlijn bleek razend populair.

Zoals een cinematografische visionair betaamd, wachtte James Cameron tot de technologie op punt stond. Met het onderwaterspektakel ‘The Abyss’ (1989) toonde hij de kijkers een glimp van de op til staande revolutie in de wondere wereld der visuele effecten. Met de T-1000 (Robert Patrick), een Terminator van vloeibaar metaal die naar believen allerlei sinistere vormen aanneemt, trok de Canadees nu alle registers open.

CGI stond anno 1991 nog in zijn kinderschoenen. Steven Spielbergs ‘Jurassic Park’ (1993) was nog een vage toekomstdroom, net als Pixars ‘Toy Story’ (1994), de eerste volledige met computers gemaakte animatielangspeler! Toch blijven de loepzuivere visuele effecten van ‘T2’ beter overeind dan de vermoeide chaotische digitale prut die de gemiddelde 21ste-eeuwse blockbuster vandaag zonder veel gevoel voor filmesthetiek op het zilveren scherm kotst.

De prijswinnende visuele effecten – ‘T2’ won naast ‘Best Visual Effects ook nog de Oscars voor ‘Best Sound Effects Editing’, ‘Make-up’, en ‘Sound’) – staan steeds ten dienste van het verhaal. Ze vormen een perfecte symbiose tussen traditionele ambacht en revolutionaire computerrekenkracht. Terwijl Dennis Muren en zijn ‘Industrial Light & Magic’-team achter hun beeldschermen de moderne cinema voorgoed veranderden met de uit de laconiek uit de vlammenzee wandelende T-1000 – het eerste volledig digitaal ontwikkelde hoofdpersonage in de geschiedenis van de zevende kunst – sleepte de Stan Winston Studio een hele lading animatronics, levensgrootte poppen, cyborg-protheses en ander moois aan.

Grote twist voor het toenmalige publiek was dat Schwarzenegger dit keer de goedzak speelde. Arnies verouderde, gedeprogrammeerde T-800 is door John Connor teruggestuurd naar het Los Angeles van 1995 om zijn 10-jarige zelf (Edward Furlong die met nul filmervaring de set opwandelde) te beschermen. De dreiging komt nu van Robert Patricks ongenaakbare T-1000, een hoog-geavanceerde Terminator die met zijn mimetische polylegering zelfs zonder verpinken Johns pleegouders nabootst in de ijzingwekkende ‘Your foster parents are dead’-scène.

Na een verbluffende – deels gefilmd door Cameron vanuit een motorzijspan – achtervolging in San Fernando Valley tussen een Harley Davidson Fat Boy en een Freightliner FLA 9664 truck, bevrijden John en zijn nieuwe speelgoedje zijn moeder Sarah Connor (een spartaans afgetrainde Linda Hamilton op het hoogtepunt van haar kunnen) uit de psychiatrische instelling waarin ze verzeilde na een aanslag op een computerfabriek. Op de planning: clandestiene wapens shoppen in Mexico, gevolgd door een magistrale showdown in het Cyberdyne Systems Corporation-hoofdkwartier.
Boven dit alles hangt steeds de dreiging van de nucleaire Apocalyps, de ‘Dag des Oordeels’ waarop Skynet en zijn machines zelfbewust worden. Nooit eerder was de verwoestende kracht van een atoombom zo tastbaar.

Achter de schermen priegelden de zo vaak vergeten special effects makers van 4Ward Productions dagenlang met ‘matte painting’, cornflakes, windblazers, miniaturen van palmboompjes, auto’s en Californische wolkenkrabbers voor Sarahs nachtmerrievisioen van de nakende nucleaire holocaust. Je staat er van versteld hoeveel bloed, zweet en tranen er soms in een handjevol filmframes kruipt.

En soms kan het ook belachelijk simpel. Voor de scène waarin de T-1000 Sarah Connor nabootst, castte Cameron gewoon Linda Hamiltons tweelingzus, Leslie. Een trucje dat hij ook al flikte met de ‘Stanton Twins’ in het Pescadero State Hospital.

Dit artikel is geschreven door Matthias Van de Velde. Hij komt uit de verguisde carnavalsstad Aalst en studeerde Klassieke Geschiedenis en Europese Politiek aan UGent. Hij is nog steeds boos dat hij als 6-jarige dreumes niet mee mocht toen ‘Bram Stoker’s Dracula’ en ‘Jurassic Park’ in de bios draaide. Hij schrijft nooit een woord te veel, tenzij hij zich laat gaan.

Lijstjes van andere film franchises