Het Europees Kampioenschap voetbal is elke vier jaar hét podium waar landen kunnen laten zien wat ze waard zijn. Sinds de jaren zestig heeft het toernooi zich ontwikkeld van een klein eindtoernooi met vier landen tot een gigantisch evenement met miljoenen kijkers wereldwijd.
In deze lijst blikken we terug op de tien meest recente winnaars, vanaf het legendarische jaar 1988 tot aan de editie van 2024. Het is een reis langs sprookjes, penaltytrauma’s, historische generaties en onverwachte helden.
10. 1988 – Nederland
Het jaar dat we nooit meer zullen vergeten. In Duitsland veroverde Oranje onder leiding van bondscoach Rinus Michels de eerste (en tot nu toe enige) Europese titel.
Met sterren als Gullit, Rijkaard en natuurlijk Marco van Basten – die misschien wel het mooiste doelpunt uit de EK-geschiedenis maakte in de finale tegen de Sovjet-Unie – beleefde Nederland zijn ultieme voetbalhoogtepunt.

9. 1992 – Denemarken
Eigenlijk zou Joegoslavië meedoen, maar door de oorlog werden zij uitgesloten. Denemarken werd last minute opgetrommeld, met spelers die al op vakantie waren.
Zonder verwachtingen begonnen ze, maar dankzij doelman Schmeichel en een onverzettelijk team versloegen ze in de finale Duitsland met 2-0. Het ultieme underdogverhaal.
8. 1996 – Duitsland
Het eerste EK met 16 landen, gehouden in Engeland. Nederland haalde de kwartfinale, maar werd uitgeschakeld door Frankrijk via – hoe kan het ook anders – strafschoppen.
Duitsland won de finale van Tsjechië dankzij Oliver Bierhoff, die in de verlenging de allereerste golden goal uit de voetbalgeschiedenis maakte.
Dit bericht op Instagram bekijken
7. 2000 – Frankrijk
Nederland en België organiseerden samen het EK. Oranje speelde sterk, maar struikelde opnieuw over penalty’s, dit keer tegen Italië.
Frankrijk, met Zidane in topvorm, pakte de titel door in de finale Italië te verslaan met een golden goal van David Trezeguet. Na het WK 1998 was dit de bevestiging van de Franse dominantie.
6. 2004 – Griekenland
Een van de grootste verrassing ooit in de voetbalgeschiedenis. Griekenland, vooraf kansloos geacht, won van begin tot eind met dezelfde strategie: solide verdedigen en toeslaan uit standaardsituaties.
In de finale kopte Charisteas zijn land naar een 1-0 zege op gastland Portugal. Heel Europa stond versteld: dit kon toch niet waar zijn?
5. 2008 – Spanje
Onder coach Luis Aragonés zette Spanje een nieuwe standaard in het voetbal. Met Xavi, Iniesta, Torres en Villa speelden ze hun tegenstanders zoek met “tiki-taka”. In de finale wonnen ze met 1-0 van Duitsland, een overwinning die het begin markeerde van een ongekende hegemonie.
4. 2012 – Spanje
Vier jaar later was Spanje nog sterker. In de finale in Kiev werd Italië vernederd met 4-0, de grootste overwinning ooit in een EK-finale. Het was de kroon op een historische trilogie: EK 2008, WK 2010 en EK 2012. Nog nooit was er zo’n dominante nationale ploeg.
3. 2016 – Portugal

Cristiano Ronaldo wilde koste wat kost een prijs winnen met Portugal. In de finale tegen Frankrijk moest hij zelf geblesseerd van het veld, maar zijn team vocht voor hem.
In de verlenging scoorde invaller Éder de beslissende goal. Voor het eerst in de geschiedenis werd Portugal Europees kampioen.
2. 2020 – Italië
Door de coronapandemie werd het toernooi in 2021 gespeeld, maar het drama was er niet minder om. Engeland stond in eigen Wembley op voorsprong in de finale, maar Italië vocht zich terug naar 1-1. Strafschoppen moesten beslissen, en Gianluigi Donnarumma werd de held door de Engelsen kapot te keepen.
1. 2024 – Spanje

In Duitsland schreef Spanje opnieuw geschiedenis. Met jongeling Lamine Yamal (slechts 16 jaar!) als blikvanger werd Engeland met 2-1 verslagen in de finale. Spanje pakte zijn vierde EK-titel, meer dan elk ander land, en bewees dat het land opnieuw een gouden generatie in handen heeft.
3 reacties
Gast, helemaal fout, het staat overal 4 jaar achter
?
Mistte?