Descartes zei “Ik denk, dus ik ben.” Terwijl Socrates ervan overtuigd was dat “Al wat ik weet, is dat ik niets weet.”. Daarbij geloofde hij dat verwondering het begin is van wijsheid, terwijl Augustinus volhield dat geduld de juiste metgezel was voor de wijsheid.
Per filosoof een eigen filosofische stroming, zo lijkt het bijna. Maar in onze geschiedenis zijn er slechts een handjevol filosofen écht bekend (of berucht) geworden om hun filosofieën. Sommigen omdat ze de grondslag waren voor andere wetenschappelijke disciplines, anderen omdat ze aanzetten tot complete economische hervormingen, en weer anderen omdat ze ofwel het geloof ondersteunden, of juist ondermijnden.
Hoe dan ook, de volgende tien “Grote Denkers” hebben een enorme invloed gehad op hun omgeving en een duidelijk spoor achtergelaten in de geschiedenis. Of je het met ze eens bent of niet, deze denkers wisten hun ideeën aan de man te brengen, in hun tijd of erna, en hun namen zullen vermoedelijk nog lange tijd bekend blijven.
10. Vadertje Liberalisme: John Locke

John Locke was een Engelsman die leefde van 1632 tot 1704. Hij stierf pas op 72-jarige leeftijd, wat voor die periode echt een “oude baas” was. Hij wordt tegenwoordig gezien als de grondlegger van het humanistisch denken en de individuele vrijheden.
Het revolutionaire idee dat iedereen gelijke rechten en plichten had onder de wet, kwam oorspronkelijk van Locke. In zijn optiek had de overheid alleen macht omdat de bevolking de overheid de bevoegdheid hiertoe gaf. De overheid kon de “gewone man” dus besturen, mits zijn drie “natuurlijke” rechten niet werden geschaad. Deze rechten waren: leven, vrijheid en land.
Locke was totaal niet geporteerd van het idee dat de adel de macht in handen hield door overerving. Zijn denkbeelden waren met name succesvol in Amerika. De “Declaratie van Onafhankelijkheid”, geschreven door Thomas Jefferson als slot op de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog met Engeland, was dan ook direct geïnspireerd door Locke’s ideeën.
9. Epicurisme: Epicurus

Epicurus leefde in Griekenland tussen 341 en 270 voor Christus. Zijn naam betekent letterlijk “kameraad” of “bondgenoot”. In het verleden is hij nogal eens beschuldigd van hedonisme, vooral door christelijke schrijvers die vermoedden dat hij een atheïst was.
Echter, Epicurus was niet zozeer een atheïst, maar iemand die suggereerde dat we alleen dát moesten geloven wat we werkelijk kunnen waarnemen. En God viel daar volgens hem niet onder; Hij is immers voor de meeste mensen niet waarneembaar.
Het adagio van het Epicurisme is: “wat er ook gebeurt, geniet van het leven, want je krijgt er maar één”. Hiermee probeerde hij overigens geen losbandige chaos te creëren. Epicurus zelf zag “genieten van het leven” als een daad van juist gedrag jegens anderen, het vermijden van pijn en alles “met mate” ondernemen.
8. Stoïcisme: Zeno van Citium

Als tweede Griek op de lijst leefde Zeno in Citium tussen 334 en 262 voor Christus. Hij was dus een tijdgenoot van Epicurus. Zeno is de grondlegger van het Stoïcisme, een woord dat afstamt van het Griekse woord “Stoa”, wat zuilengang betekent.
Het Stoïcisme leert ons dat alles wat ons leed brengt in het leven, simpelweg een verkeerde interpretatie van onszelf is. We moeten, zo stelt de leer, altijd en overal complete controle over onze eigen emoties hebben.
Alle uitingen van emotie zoals woede, depressie of uitbundige blijdschap, werden gezien als “foutjes in onze Rede”. In eerste instantie lijkt het Stoïcisme lijnrecht tegenover het Epicurisme te staan. Toch zijn er mensen die deze twee gedachtestromen juist knap weten te combineren.
7. Uit het Oosten: Avicenna

Avicenna is de gelatiniseerde naam voor deze invloedrijke Perzische denker. Zijn eigenlijke naam was Ibn Sina (“zoon van Sina”). Hij leefde van 980 tot 1037 en was een echte “renaissance-man” nog voordat de Renaissance in Europa ook maar in de buurt kwam.
Hij was tegelijkertijd een wetenschapper, een filosoof en een medicus. Over al deze onderwerpen schreef hij talloze artikelen, rollen en boeken. Hij heeft invloed gehad op uiteenlopende disciplines in de wetenschap. Wat betreft de filosofie hebben we specifiek aan hem drie van de vijf beroemde vormen van de “inductie-logica” te danken.
6. De Onbewogen Beweger: Thomas Aquinas

Thomas van Aquino werd geboren in 1225 en leefde tot 1274 in Italië. Hij was een Dominicaanse frater en staat vooral bekend als de man die het bestaan van God probeerde te bewijzen via de rede. Hij beargumenteerde dat er iemand moet zijn geweest die het begin van alles vormde, aangezien alles een begin en een einde heeft.
Dit argument is beroemd geworden als het “Argument van de Eerste Beweger”. Een andere, meer poëtische term ervoor is “De Onbewogen Beweger”. Thomas was vooral populair omdat hij filosofie en morele ethiek probeerde uit te leggen aan de gewone leek.
Door zijn relatief simpele aanpak wist hij grote mensenmassa’s te bereiken. Overigens hield Thomas niet op bij zijn eerste argument; in totaal schreef hij vijf verschillende argumenten waarom God volgens hem zou moeten bestaan.
5. Confucius

Meester Kong Qiu, een Chinese filosoof die leefde tussen 551 en 479 voor Christus, is een van de belangrijkste figuren uit de Oosterse geschiedenis. Rond de tijd dat de Grieken hun hoogtijdagen beleefden, beargumenteerde ook hij het belang van ethiek en politiek in de maatschappij.
Hoewel Confucius wel degelijk vóór de keizer was en een democratie afwees, was hij er wel van overtuigd dat een keizer slechts beperkte macht had. Een heerser kan immers alleen goed heersen als hij de medewerking van zijn volk heeft. Door dwang kan een heerser nooit zijn volledige potentie bereiken.
Hij vormde zijn eigen versie van de “Gouden Regel”: Wat je zelf niet wilt ervaren, laat dat een ander niet ervaren, en wat je zelf graag wilt, wees bereid om dat ook een ander te geven. Bijzonder aan deze vorm is de actieve component: je moet niet alleen anderen niet benadelen, maar je moet een ander ook actief positieve dingen gunnen.
4. Vadertje Moderne filosofie: Rene Descartes

In de introductie kwamen zijn beroemde woorden al voorbij: “ik denk, dus ik ben”. Descartes (1596–1650) was een Fransman die naast de filosofie ook een enorme bijdrage heeft geleverd aan de wiskunde. Op filosofisch gebied is hij vooral bekend om zijn “Dualisme”.
Dit is het idee dat de geest en het lichaam gescheiden entiteiten zijn die in harmonie moeten samenleven, waarbij de geest de leiding heeft. Volgens Descartes waren waarnemingen door ons lichaam van “inferieure kwaliteit”. Om iets écht zeker te weten, moest het via de rede en logica worden beredeneerd.
Omdat hij aan al zijn zintuiglijke waarnemingen twijfelde, wist hij in theorie niets zeker over het bestaan van zijn eigen lichaam. Maar over zijn denken wist hij wél iets zeker: hij dacht, dus hij bestond. Het was volgens hem God die de mens deze geest met gedachten gaf. Hiermee had Descartes een argument om toch sommige van zijn lichamelijke waarnemingen als “waar” te accepteren.
Het is een ingewikkeld verhaal, maar het was revolutionair voor die tijd. Descartes zou vele andere beroemde filosofen zoals Spinoza, Kant en Hegel tot nadenken zetten; zij vonden allen inspiratie in zijn ideologie.
3. Paul van Tarsus

Beter bekend als “Paulus de Apostel”. Hij leefde tussen 5 en 67 na Christus. Als we Jezus zien als het fundament van het christendom, dan is Paulus een van de dikste pilaren. Historici denken dat het christendom wellicht een vroege dood zou zijn gestorven zonder zijn enorme inzet om overal het woord te verspreiden.
Vreemd genoeg heeft Paulus Jezus nooit in levende lijve ontmoet. Hij verkreeg al zijn kennis via “horen-zeggen” en van andere apostelen, hoewel hij het vaak hartgrondig oneens was met de anderen. Met name Petrus en Paulus hadden meer dan eens ruzie.
Waar Petrus sommige Joodse tradities wilde behouden, geloofde Paulus dat dergelijke zaken niet nodig waren; een geloof in Jezus was het enige wat ertoe deed. Dieetbeperkingen en besnijdenis waren volgens hem dus overbodig. We weten nu wie dat argument uiteindelijk gewonnen heeft…
2. Plato

We keren terug naar het Oude Griekenland. Nog voordat de Stoïcijnen en Epicuristen opkwamen, was daar Plato. Hij leefde tussen 428 en 348 voor Christus en werd ruim 80 jaar oud. Hij was een leerling van Socrates. Omdat Socrates zelf nooit iets op papier heeft gezet, staat hij niet op deze lijst, maar zijn “verslaggever” Plato wel.
Studenten zullen hem dankbaar zijn (of juist niet), want hij was de stichter van de eerste “Hogere School”: de Academie van Athene. Plato zette al zijn kaarten op educatie. Zijn geloof was dat de staat pas werkelijk goed geleid kon worden wanneer de leiders filosofen waren (mensen die redelijk konden denken).
Hij ontwikkelde hiervoor een complete “Ideale Staat” met drie kasten: leiders (denkers), krijgers en werklui. In zijn visie werd een kind binnen een commune geboren als lid van de samenleving, niet van een ouderpaar. Iedereen deelde dus kinderen, zussen en broers. Zijn “Staat” is echter nooit werkelijkheid geworden. Wel wist hij onze nummer 1 op te leiden: Aristoteles.
1. Aristoteles

Aristoteles leefde van 384 tot 322 voor Christus en is de absolute grondlegger van de moderne logica. Wanneer wij tegenwoordig “logische redenaties” gebruiken, steunen we nog steeds op de theorie die hij meer dan 2000 jaar geleden ontwikkelde. Het idee dat er een hiërarchie in het leven is, komt ook van hem.
Hij begon onder Plato, maar vormde later zijn eigen school: het “Lyceum” (alle Lycea danken hun naam aan hem). Het is moeilijk te zeggen waar Aristoteles het meest bekend om is, want hij had een vinger in de pap bij bijna elke discipline. De biologie heeft bijvoorbeeld veel te danken aan zijn ideeën over wetenschappelijke classificatie.
Hij leverde bijdragen aan de politiek, retorica, metafysica, theater en muziek. Tot slot staat hij bekend om zijn “Gouden Midden”: het idee dat het meest wenselijke karakter altijd tussen twee extremen ligt. Neem bijvoorbeeld “moed”; dit is het Gouden Midden tussen de uitersten roekeloosheid en lafheid.
Deze lijst is natuurlijk veel te kort, want er zijn ontzettend veel grote denkers geweest die een plekje verdienen. Echter, er passen er maar 10 op deze pagina. Ik sluit graag af met een quote van Johann Wolfgang von Goethe: “In de beperking toont zich de Meester”.
16 reacties
Ik
Einstein?
ik denk dat hij niet genoemd staat omdat hij geen filosoof is. Einstein heeft inderdaad wel een belangrijke bijdragen geleverd aan onze kennis van het universum.
Socrates dan
Staat in het artikel: Omdat Socrates zelf echter nooit iets op papier heeft gezet, en alles wat we van hem weten, van Plato en andere Grieken komt, hebben we hem niet in deze lijst staan. Plato, die wel schreef, staat op nummer twee.
Petrus en Paulus is veel logischer dan peter en Paul. Dat klinkt als 2 stand-up-comedians
Ontologisch godsbewijs of bewijs voor het absolute logische zijn.
Volgens j.m.Bochebski zijn ,wetten, dat zijn de eeuwige wetmatigheden van de logica, de wiskunde en andere absolute kennissen, het enige absolute ,zijn,’ terwijl al het overige, dat is, aldus niet noodzakelijk is en aan die wetten contingent moet zijn .
En deze wetmatigheden gelden voor de wereld, door dat de structuur van de dingen ontstaat door een projectie van die eeuwige gedachte-wetten
Dus god, of het absolute is dus niets anders of meer dan die evoluerende absolute ideeën .
Een nieuwe logos of een andere ideeën-wereld …
Het begin van leven van mensheid,is de aarde gedoemd naar de ondergang!!!
sinds mensheid bestaat is planeet aarde gedoemd ten onder te gaan feit!!!
Bij conficius viel me op dat het voltooid deelwoord ‘bereid’ in uw tekst met dt werd geschreven. Schande, wee uw gebeente en andere lichaamsdelen, grote schande.
heel handig! maar waar staat Socrates?
ja waar is Socrates want dat was de eerste filosoof. en hij heeft de gifbeker op gedronken!!!!
1: Charles Darwin?
Waarom geen Baruch de Spinoza
Bruh socrates moet hier zijn jij koe
nuteloze informasie