10 Plagen van Egypte

In de Bijbel staat een nauwkeurige beschrijving van de tien plagen die de Heer over Egypte doet uitstorten, omdat de Farao het Israëlische volk niet uit slavernij wil laten gaan om in de woestijn aan hun God te offeren. Dit verhaal staat helemaal en gedetailleerd beschreven in Exodus, een van de delen van het Oude Testament. Deze tien plagen, ook wel de Bijbelse plagen genoemd, of Eser Ha Makot in het Hebreeuws, waren ten eerste bedoeld om de Farao te overtuigen het Israëlische volk te laten gaan. Maar als je de Bijbel nauwkeurig leest kun je ook beargumenteren dat de plagen net zo goed bedoeld waren om het Israëlische volk zelf te overtuigen van de almacht van hun Heer. In Exodus staat namelijk herhaaldelijk beschreven hoe God de Farao ervan weerhoudt om de slaven te laten gaan, zodat Hij een volgende plaag over Egypte kan uitstorten. Tja, de God uit het Oude Testament was nu eenmaal niet een lieverdje. Hij had een naam te maken, op dat moment, en deed dat met verve.

Sommige van de tien plagen kennen we heel goed, met name omdat ze zijn geadopteerd in onze taal als gezegden of spreekwoorden. Zo is het net alsof er een sprinkhanenplaag voorbij is gekomen, als al het voedsel is opgegeten, en valt er een Egyptische duisternis. Andere plagen waren zo typisch dat ze, ondanks de verwatering van Bijbelse kennis onder de meeste mensen, toch zijn blijven hangen, zoals water dat in bloed veranderd, en het doden van de eerst geborenen.

Hoe dan ook, weinig mensen kunnen de tien plagen in één keer opnoemen, als ze erom gevraagd zouden worden. Zelfs mensen die de Bijbel gelezen hebben zullen er moeite mee hebben. Ik kan dat beamen. Er staat zo ontzettend veel in de Bijbel dat het nauwelijks mogelijk is alles te onthouden. De Exodus is slechts één van de boeken, of rollen, die uiteindelijk de Bijbel vormen (en het hangt ook af van welke tak van religie je aanhangt welke Bijbelboeken er als ‘waar’ beschouwd worden, maar laten we de boel hier simpel houden). We hebben hier de tien plagen op een rijtje gezet, in de volgorde waarin ze voorkomen in de Bijbel. Stel jezelf de vraag, als jou dit zou overkomen, en de wetenschap vindt er geen directe verklaring voor, zou jij dan ook niet gaan geloven?

10. Water verandert in bloed

water in bloed

God instrueerde Moses, de bevrijder van het Israëlische volk, om tot de Farao te komen en tegen hem te zeggen: “Je moet het volgende tegen de farao zeggen: “De HEER, de God van de Hebreeën, heeft mij naar u toe gestuurd om te zeggen: ‘Laat mijn volk gaan om mij in de woestijn te vereren.’ Tot nu toe hebt u niet willen luisteren. Daarom – zo zegt de HEER – zal hij u laten zien wie hij is. Ik zal met deze staf op het water van de Nijl slaan, en dat zal dan in bloed veranderen.De vissen gaan dood en de rivier zal zo gaan stinken dat de Egyptenaren het wel zullen laten nog van het water te drinken.” Zo gezegd, zo gedaan, en omdat de Farao niet wilde luisteren, veranderde het water in bloed. De vissen stierven en niemand kon het water nog drinken. Zelfs water dat niet in de Nijl stroomde, veranderde in bloed. Ieder rationeel persoon zou hier toch zeker van overtuigd raken?

De adviseurs van de Farao echter, demonstreerden dat ook zij water in bloed konden veranderen. De Bijbel verklaart niet hoe, blijkbaar waren ze destijds geavanceerder in chemie dan wij tegenwoordig. Afijn, de Farao was dus niet onder de indruk, en wilde het Israëlische volk niet laten gaan op basis van een ‘kinderachtig trucje’.

9. Kikkers!

kikkers

Wederom vertelt de Heer exact wat Moses moet doen: “ Ga naar de farao en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER: Laat mijn volk gaan om mij te vereren.  Weigert u dat, dan straf ik uw hele rijk met een kikkerplaag. De Nijl zal wemelen van de kikkers; ze zullen uit het water komen en uw paleis binnendringen, tot in uw slaapkamer en uw bed toe, en ze komen in de huizen van uw hovelingen en van uw hele volk, zelfs in uw ovens en baktroggen. Ze zullen ook op u en op uw volk en uw hovelingen springen.”. Uiteraard weigerde de Farao, en uiteraard wemelde het binnen no time van de kikkers.

De Farao keerde zich wederom tot zijn adviseurs, en ook deze keer bewezen ze hem dat het slechts een trucje was, immers ook zij konden kikkers oproepen. Er was slechts één klein probleempje. Ze wisten niet hoe ze de kikkerplaag kunnen laten stoppen. Tja, het zit hem altijd in de kleine details.

Afijn, de Farao voelde zich genoodzaakt om de Israëliërs hun vrijheid te beloven, immers, de kikkers waren toch wel een erg vervelende plaag. Niet zozeer omdat ze glibberig en een beetje ‘vies’ waren, maar kikkers hebben ook eten nodig en gaan daar rustig naar op zoek. Deze plaag was bezig al het voedsel langzaam te verorberen en in een woestijn rondom Egypte was eten en drinken van vitaal levensbelang. Daar maakte je geen grapjes over!

Afijn, Moses deed er nog een schepje bovenop door de Farao te laten beslissen exact wanneer de kikkers moesten verdwijnen. Immers, een geweldige God als de zijne kan zoiets makkelijk. De Farao besloot dat het de ‘volgende dag’ zou worden (God mag weten waarom niet meteen) en voilà, de volgende dag waren alle kikkers gestorven. Gelukkig hadden ze destijds nog geen Dierenbescherming actiegroepen.

Natuurlijk was de Farao geenszins van plan zijn slaven te laten gaan en zodra de kikkerplaag de kop ingedrukt was, nam hij zijn belofte van vrijheid terug.


8. Vlooien!

luizen
foto: Distant Shores Media/Sweet Publishing

De onwil van de Farao bracht God tot de volgende plaag, en hij zei tot Moses: “ Zeg tegen Aäron dat hij met zijn staf op de grond moet slaan, dan zal in heel Egypte het stof veranderen in muggen ”. Het Hebreeuwse woord dat in Exodus gebruikt wordt, ‘kinam’, laat zich moeilijk vertalen. Sommigen spreken van vlooien, anderen van luizen en weer anderen van gnats, een soort van mug. Hoe dan ook, de aantallen waren immens en ze waren overal. De magiërs van de Farao wisten zich geen raad hiermee, en ze gaven toe, dit moest het werk van een God zijn. Echter de Farao wilde niet wijken, en hij negeerde de laag vlooien, muggen of ander ongedierte dat alles en iedereen bedekte. Helaas, God was nog lang niet klaar met zijn repertoire.

7. Steekvliegen

steekvliegen

Wederom sprak de Heer tot Mozes en zei: “Wacht de farao morgen in alle vroegte op wanneer hij naar de rivier gaat, en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER: Laat mijn volk gaan om mij te vereren. Wilt u mijn volk niet laten gaan, dan stuur ik steekvliegen af op u en op uw hovelingen, uw volk en uw huizen. In de huizen van de Egyptenaren en waar ze maar gaan of staan, zal het wemelen van de steekvliegen. Maar ik zal die dag een uitzondering maken voor Gosen, het gebied waar mijn volk woont, daar zullen de steekvliegen niet komen. Zo zal ik u doen beseffen dat ik, de HEER, aanwezig ben in uw land. Ik zal mijn volk vrijwaren voor de plaag die uw volk te wachten staat. Dit wonder zal morgen gebeuren.”’. En zo gezegd, zo gedaan.

Dit was overigens de eerste plaag waarin de dieren die voorkwamen actief schade berokkenden op mensen. Tot nu toe waren de plagen vrij ‘mild’, de kikkers en de vlooien waren niet direct pijnlijk. Echter, je moet weten dat mensen en dieren kunnen sterven aan een overdosis aan gif van een zelf-respecterende steekvlieg. Dit was dus geen geintje meer. Derhalve had God dan ook besloten om zijn eigen volk ervan te sparen. Dit is een belangrijk aspect van het verhaal dat zijn Goddelijkheid extra benadrukt, want welke plaag houdt zich nu aan grenzen? Duidelijk alleen een God-gezonden plaag!

De Farao kon hier niet tegenop, en beloofde Moses dat hij het volk zou laten gaan als deze plaag maar verwijderd kon worden. De steekvliegen verdwenen maar God verharde het hart van de Farao en wederom verliet hij zijn beloftes.


6. De pest

veepest

De Heer weer tot Moses: “Ga naar de farao en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER, de God van de Hebreeën: Laat mijn volk gaan om mij te vereren. Weigert u dat en houdt u hen nog langer vast, dan zal de HEER in alle hevigheid de pest laten uitbreken onder uw vee, onder de paarden, ezels, kamelen, runderen, schapen en geiten.De HEER zal onderscheid maken tussen het vee van de Israëlieten en dat van de Egyptenaren: de Israëlieten zullen geen enkel dier verliezen.  De HEER heeft het tijdstip al vastgesteld: morgen zal hij Egypte met deze plaag treffen.”. De volgende dag werden inderdaad alle Egyptische dieren getroffen door een dodelijke plaag, en geen van de Israëlische dieren werd ook maar een klein beetje verkouden.

Hoewel dit natuurlijk een catastrofale ramp was voor de meeste Egyptenaren, was de Farao niet te overtuigen. Gemakkelijk zat voor hem, overigens, want de Israëliërs waren onder zíjn bewind, en zij hadden toch nog dieren? Welnu, in geval van nood kon hij altijd hun vee afpakken! Dus, geen vrijheid, punt uit, basta!

5. Schurft

schurft

Wederom ging Moses te rade bij God en Hij zei tot Moses: “Neem allebei een handvol as uit een oven, en laat Mozes dat dan voor de ogen van de farao in de lucht gooien.  ”. En zo gezegd, zo gedaan. Iedereen in de nabijheid, op de Israëliërs na, kreeg de meest nare huidaandoeningen.

Nu komt echter het meest eigenaardige, want, zo luidt de (Nederlandse vertaling van) de Bijbel: “Maar de HEER zorgde ervoor dat de farao hardnekkig bleef weigeren naar Mozes en Aäron te luisteren, zoals hij tegen Mozes gezegd had.”. De Heere God zorgde er dus voor dat de Farao ook nu niet wilde meewerken. Nog altijd geen vrijheid dus, en tijd voor God om zijn volgende plaag te laten neerdwarrelen. Totaal anders dan de vergevingsgezinde God van het Nieuwe Testament die we gewend zijn.


4. Vuurstormen

hagel

Een van de ergste plagen moest nog komen en deze was zo erg dat zelfs God het niet verantwoord vond om tenminste een kleine waarschuwing te geven. Hij zei tot Moses: “Wacht de farao morgen in alle vroegte op en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER, de God van de Hebreeën: Laat mijn volk gaan om mij te vereren.  Dit keer tref ik uzelf, uw hovelingen en uw volk met mijn zwaarste plaag, dan zult u beseffen dat er op de hele aarde niemand is als ik. Ik had mijn hand allang naar u en uw volk kunnen uitstrekken en u met de pest kunnen treffen, dan was u al van de aarde weggevaagd.  Maar ik heb u alleen in leven gelaten om u mijn macht te tonen en om iedereen op aarde te laten weten wie ik ben.  Als u mijn volk nog langer dwarsboomt en het niet laat gaan,zal ik het morgen om deze tijd in Egypte zo zwaar laten hagelen als het nooit eerder heeft gedaan, vanaf de dag dat Egypte ontstaan is tot nu toe. Laat daarom uw vee en alles wat er verder nog buiten is in veiligheid brengen, want alles wat buiten blijft, mens of dier, wordt door de hagel getroffen en komt om.”.

Hier waren de meeste Egyptenaren toch wel een beetje stil van geworden, en velen van hen deden wat de Heere had gezegd, en brachten hun dieren en slaven die nacht naar binnen. Anderen legden het advies naast zich neer. En die avond barste er een storm los zoals ze nog nooit gezien hadden in Egypte. Vuur kwam uit de hemel en reikte tot aan de aarde (men zou haast aan bliksem gaan denken), grote ijskegels vielen uit de lucht (hagel?) en het donderde als een jewelste. Alles wat buiten was werd door de hagel geraakt en gedood, en zelfs hele bomen werden vernield. Uiteraard hagelde het niet in Gosen, het Israëlische district.

Ditmaal gaf de Farao toe dat hij en zijn volk zondenaars waren en de Israëliërs gelijk hadden. Op het moment dat hij begon met bidden, stopte God onmiddellijk de storm. Echter, de Farao was hardleers, en wederom gaf hij niet toe aan zijn originele belofte het volk van de Israëli te laten gaan.

3. Sprinkhanen plaag

sprinkhanen

We zijn eindelijk aangekomen bij de spreekwoordelijke (en in de Bijbel letterlijke) sprinkhanen plaag. Moses sprak zo tot de Farao: “‘Dit zegt de Heer, de God van de Hebreeën: Hoe lang blijft u nog weigeren u aan mij te onderwerpen? Laat mijn volk gaan om mij te vereren.Weigert u mijn volk te laten gaan, dan stuur ik morgen sprinkhanen op uw rijk af. Die zullen het land in zulke dichte zwermen bedekken dat er geen stukje grond meer te zien is. Ze zullen het weinige dat er na de hagel is overgeschoten opvreten en alle bomen die weer uitgelopen zijn kaalvreten.Uw paleis en de huizen van uw hovelingen en van alle andere Egyptenaren zullen er vol mee komen te zitten. Zoiets is op aarde nog nooit voorgevallen, eerdere generaties hebben zoiets nooit meegemaakt.”

De meeste hovelingen waren het meer dan zat, en adviseerden de Farao ten strengste om die Israëliërs gewoon te laten gaan. Ze hadden genoeg van die God en zagen liever de slaven gaan dan nog meer plagen over zich heen te roepen. Echter, de Farao was een koppig man, en weigerde toe te geven. Eén concessie was hij bereid te maken, hij zou de mannen van het volk laten gaan om offeranden in de woestijn te doen. Moses en zijn broer Aaron, echter, waren niet zo gemakkelijk te intimideren, en weigerden. Iedereen moest mee, kinderen en vrouwen en vee inclusief. Daar werd de Farao woest van, en joeg Moses en Aaron zijn paleis uit. De plaag volgde, uiteraard, direct, want we weten allemaal, God straft onmiddellijk!

De plaag was werkelijk gruwelijk, de sprinkhanen aten alles op en alles zag zwart van de insecten, je kon echt geen enkele andere kleur meer zien. De Farao gaf nog één maal zijn belofte het volk te laten gaan. En uiteraard, want we zijn nog niet bij de tien plagen, trok hij nog een maal zijn belofte op het allerlaatste moment in.

2. Duisternis

duisternis

Nu zei God: “Strek je arm uit naar de hemel, dan komt er duisternis over Egypte, een duisternis zo dicht dat ze tastbaar is.’ Mozes strekte zijn arm uit naar de hemel, en toen was heel Egypte in diepe duisternis gehuld, drie dagen lang. Drie dagen lang konden de mensen elkaar niet zien en kon niemand een stap verzetten. Maar waar de Israëlieten woonden was het licht.

Ditmaal gaf de Farao Moses toestemming om te gaan, zelfs met kinderen, maar zonder vee. Moses, echter, had strenge instructies gekregen van de Heer en wist zo langzamerhand dat God niet iemand was die je tegen je harnas wou jagen. Nee, zei hij tot de Farao, het volk moet in zijn geheel vertrekken, en dat is inclusief het vee.

God staalde wederom het hart van de Farao, en deze joeg Moses zijn paleis uit, met de woorden “En waag het niet u nog eens te laten zien. Als u hier nog eens verschijnt, wordt dat uw dood”. Moses begreep de boodschap, en antwoordde: “Goed, ik zal u niet meer onder ogen komen”. Een onheilspellendere boodschap voor de Farao dan voor Moses zelf, zou je denken. Hij had het kunnen voelen aankomen…

1. De eerstgeborenen

eerstegeborene

Het is tijd voor de klapper, de laatste plaag. Het Egyptische volk was wel aan het eind van haar Latijn, en een opstand was nabij, en dus was het tijd voor de opus magnum, het grote eindspel. God zei tot Moses dat hij de volgende boodschap moest doorgeven: “ Dit zegt de HEER: Tegen middernacht zal ik rondgaan door Egypte,  en dan zullen alle eerstgeborenen in het land sterven, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de slavin die de handmolen bedient, en ook al het eerstgeboren vee. Overal in Egypte zal luid gejammerd worden, zo luid als men nog nooit heeft gehoord en ook nooit meer horen zal. Maar van de Israëlieten zal niemand een haar gekrenkt worden, en ook hun vee zal niets overkomen. Dat zal u doen beseffen dat de HEER onderscheid maakt tussen Egypte en Israël. Al deze hovelingen hier zullen naar mij toe komen en mij op hun knieën smeken om dit land te verlaten en mijn hele volk mee te nemen. En dat zal ik doen ook.’”

Het alle merkwaardigste is dat vervolgens God deze verklaring geeft voor zijn acties: “De farao zal niet naar jullie luisteren. Zo kan ik des te meer wonderen in Egypte laten gebeuren” Afijn, God had die tijd nog een ‘image’ te maken, laten we het daar op houden. Hij moest vechten voor zijn naamsbekendheid en was daar toch wel vrij goed in, kunnen we achteraf concluderen.

De dag vóór het kwaad slachtten de Israëliërs een lam of bokje, en hielden, volgens de instructies van God, een groot feest (Pesach). God legde zelfs uit dat het voor kleine gezinnen oké was om een lammetje te delen met de buren, zolang als er maar genoeg vlees per persoon was. Hij was, hoewel een wreed God, toch niet helemaal milieu-onbewust! In het harde klimaat van een woestijn was verspilling letterlijk een doodzonde! Het belangrijke deel van het feest echter, was het markeren van de deurposten met het bloed van het lam. Dit was namelijk het teken voor God om in dat huis geen eerstgeborene te nemen.

En toen was het zover. De grote finale. Dood en verderf in Egypte, behalve wederom in Gosen. De Farao had er nu wel genoeg van, en hij ontbood Moses en Aaron, en vertelde hun op minder vriendelijke wijze dat ze niet meer welkom waren in zijn land. En daarmee verjoeg hij de Israëliërs uit Egypte.

Dat was het verhaal van de tien plagen. Er volgt nog een hele episode, natuurlijk, met een splijtende zee, en een 40-jarige reis door de woestijn, maar voor hen die daarin geïnteresseerd zijn, verwijs ik naar de Bijbel. Het voorgaande staat allemaal beschreven in Exodus, Vers 7 tot 11. Voor hen die een gevoelig hart hebben, verwijs ik eerder naar een samenvatting op Wikipedia. Het Oude Testament is namelijk geen lachen-gieren-brullen boek en als je alleen wil weten wat er min of meer gaande was, dan is Wikipedia een milde variant!

De quotes in deze tekst komen overigens uit de Nieuwe Bijbelvertaling.

Tot slot nog één ding. Ik heb niet bewust de draak willen steken met iets of iemand in of rondom de Bijbel. Is dit toch het geval geweest, mijn excuses ervoor. Het was niet de intentie.

    1. Lalalala juli 18, 2014
    2. Delano juli 26, 2014
      • Anoniem augustus 11, 2014
      • Leon augustus 11, 2014
    3. Anoniem augustus 11, 2014
    4. Josh augustus 14, 2014
    5. Kiki december 11, 2014
    6. sander december 28, 2014
    7. Tom de leZer februari 19, 2015
      • UnKnOwN hUmAn februari 2, 2017
    8. Mary april 3, 2015
    9. Anoniem november 14, 2017
    10. Julie december 16, 2017
    11. hetty april 8, 2018
      • ALI ALMACHTIG december 10, 2018

    Jouw Reactie?