12 Werken van Hercules – Halfgod uit de Griekse Mythologie

Van alle helden uit de Griekse mythologie, was Hercules beslist baas boven baas. Zijn ouweheer, de Griekse oppergod Zeus, verwerkte tientallen kinderen tijdens zijn liederlijke avontuurtjes. Van al die bastaarden was Herakles, zoals Hercules eigenlijk in het Grieks heette, beslist de sterkste, dapperste … maar ook temperamentvolste. Zijn roem dankte de halfgod niet aan zijn afkomst, maar aan zijn eigen verdiensten: de 12 Werken van Hercules.

hercules

Gewapend met olijfboomknots, leeuwenvel, pijl en boog, en vooral zijn bloedeigen knuisten schuimde Hercules de antieke wereld af en voltooide hij 12 aartsmoeilijke opdrachten voor koning Eurystheus van Mycene en Tiryns. Deze heroïsche daden deed de krachtpatser niet voor zijn plezier of omdat-ie Eurystheus zo’n toffe peer vond. Integendeel: zijn opdrachtgever was een verschrikkelijk vervelend mannetje. Toch leende de Griekse halfgod 12 jaar lang zijn spierballen aan dit lulletje rozenwater. Het was Hercules’ boetedoening nadat hij in een vlaag van waanzin zijn echtgenote en hun 3 kinderen vermoordde.

Eigenlijk was Hercules al genoeg gestraft door het plotse verlies van zijn gezinnetje. Hij sloeg zijn vrouwtje Megara tenslotte niet beurs omdat ze de moussaka liet aanbranden. Evenmin verloor hij zijn zinnen omdat zijn zonen Therimachus, Deicoon en Creontiades te veel kabaal maakten met hun discus.

Neen, onze held was gewoon tijdelijk gek gemaakt. En wel door de Griekse godin Hera. Wat had dat mens eigenlijk tegen haar stiefzoon? En wat waren die befaamde 12 werken van Hercules dan? Dat ontdek je allemaal in dit artikel. Oh, en misschien zal je hier en daar denken: ‘Hé! Ging dat verhaal niet een tikkeltje anders?’ – Dat kan zeker. Verschillende klassieke dichters gaven namelijk hun interpretatie van Hercules’ krachttoeren. Daarbij zogen ze al eens een enigenaardigheidje meer of minder uit hun belezen duim.

Waarom begon Hercules zijn 12 werken?

Hercules werd zijn hele leven lang gedwarsboomd door zijn stiefmoeder, de Griekse godin Hera. Hera was de vrouw van Zeus: Olympische oppergod van beroep, schuinsmarcheerder in zijn vrije tijd. Tijdens één van zijn talrijke slippertjes bezwangerde Zeus de mensenvrouw Alcmene. Het lieve kind, nota bene een kleindochter van die andere befaamde Griekse held Perseus (die van de Medusa), was zich op dat moment van geen kwaad bewust.

Zeus vermomde zich namelijk in Alcmene’s man, koning Amphitryon, toen die even elders een oorlogje uitvocht. Een al bij al bescheiden vermomming. De Griekse oppergod veranderde zich ook weleens in een zwaan of een stier als hij een onschuldige stervelinge opmerkte. Ja, zelfs Alcmene’s grootvader Perseus was verwerkt toen Zeus diens moeder Danaë verkrachtte – verkleed als een prachtige gouden stofregen.

Kort na de copulatie met Alcmene lalde Zeus tegen zijn godenmakkers dat Perseus’ eerstvolgende afstammeling ooit over de koninkrijken van Mycene en Tiryns heersen. Zeus doelde daarmee uiteraard op zijn aankomende spruit Hercules. Maar Hera vond het naderhand wel welletjes met haar ontrouwe echtgenoot. De vertoornde godin zou Zeus’ slippertje het leven zuur maken waar en wanneer ze maar kon. Om te beginnen zorgde ze er hoogst persoonlijk voor dat niet Hercules, maar zijn slapjanusneef Eurystheus eerst ter wereld kwam. Daardoor werd Eurystheus, wiens vader Sthenelus een zoon van Perseus was, de voorspelde vorst van Mycene en Tiryns.

hercules speelt met slangen

Voor de zekerheid stuurde Hera ook twee slangen naar het wiegje van de kleine Hercules in Thebe. Maar die venijnige adders gebruikte het vrolijke baasje doodleuk als rammelaars. Jaren later had Hera een beter plan. De boze stiefmoeder maakte Hercules tijdelijk waanzinnig, waardoor hij zijn lieve gezinnetje uitmoordde. Hij dacht namelijk dat het vijanden waren, en het was nu eenmaal Hercules’ standaardreactie om zijn belagers zonder veel gedraal te vermorzelen.

Eens bij zinnen, wou de ontroostbare Hercules natuurlijk van zijn immens schuldgevoel af. Hoe zou je zelf zijn? Dus trok hij naar het Orakel van Delphi. Dé plaats bij uitstek als je in het oude Griekenland antwoorden zocht. Dat die antwoorden doorgaans klonken als nietszeggende kul moest je wel voor lief nemen. Maar onze Griekse halfgod had geluk. Het Orakel verkeerde in een goede bui en morste meteen de bonen. Wou Hercules zijn schuld uitwissen? Dan moest hij zich maar aanmelden bij koning Eurystheus!

De 12 Werken van Hercules

1. De Leeuw van Nemea

leeuw van nemea

De gedachte dat hij zijn oersterke neef de komende jaren als slaafje mocht gebruiken, beviel de lafhartige Eurystheus opperbest. De Leeuw van Nemea leek hem een geknipte eerste opdracht. Het wilde roofdier zaaide dood en vernieling rond de stad Nemea. Het wilde dier was er ondertussen al zo berucht dat hij ook wel bekend stond als ‘De Nemeïsche Leeuw’.

Hercules had wel al wat ervaring met fors uitgevallen junglekatten. Hij wurgde zijn eerste exemplaar toen hij als opgeschoten tiener Amhitryons kudde hoedde. In tegenstelling tot de verbitterde Hera was Alcmene’s echtgenoot namelijk een voorbeeldige stiefvader die Hercules een gedegen opleiding en bijbaantje als herder gaf.

Maar deze Leeuw van Nemea was toch andere koek. Het was niet bepaald een schattig welpje dat naar de camera spinde terwijl Elton John ‘The Circle of Life’ uit zijn klavier perste. Nee, dit was eerder Scar op anabolen met een maandagochtendhumeur. En een ondoordringbare huid, niet te vergeten. Mensenwapens konden het brullende gevaarte niet raken. Hercules’ pijlen ketsten dan ook op de grond als ware het nieuwjaarvoornemens in februari.

Over naar plan B. Een ouderwets potje worstelen. Dat konden de Grieken als de beste, toch? Hercules sprong het leeuwenhol in draaide met zijn blote handen het beest zijn gespierde nek om. Als Hercules als baby al twee slangen kon doodknijpen, kan je je wel voorstellen hoe vlot de leeuwennek kraakte als een luciferhoutje.

Maar daarmee was de halfgod er nog niet. Hij moest ook nog eens de huid van het beest tot bij koning Eurystheus krijgen. En die vacht was zoals gezegd onkwetsbaar voor mensenwapens. Na enkele vruchteloze pogingen gaf de godin Athena onze held een gouden tip. En zo gebruikte Hercules leeuw zijn scherpe klauwen als blikopener. Met de leeuwenhuid als beschermende mantel en afschrikwekkende muil als bijbehorende helm keerde held terug naar koning Eurystheus’ paleis.

Daar bescheet zijn opdrachtgever zich van de schrik bij de aanblik van Hercules’ exotische verschijning. De vorst dook weg in een half ingegraven bronzen wijnkruik en liet voortaan de briefings over aan zijn heraut Copreus.

2. De Hydra van Lerna

hercules hydra

Krijg nou wat. Hercules had niet alleen de Nemeïsche Leeuw vakkundig versmacht: hij droeg nu ook nog eens zijn ondoordringbare vacht en woeste kop als fashion statement. Een prima ensemble, zoals talloze amfoorschilderingen en Glykons beroemde ‘Ercole Farnese’-beeld in musea over heel de wereld illustreren. Die halfgodneef van me moet het vooral niet te hoog in zijn bol krijgen, dacht koning Eurystheus. Hoe sneller die Hercules weg is, hoe beter. De Hydra van Lerna zou dat wel even regelen.

De Hydra van Lerna was een fors uitgevallen negenkoppige waterslang die al even narigheid zaaide vanuit haar moerassige lair nabij Lerna. Voor de zekerheid nam Hercules zijn trouwe, wagen mennende neef Iolaus mee naar het smerige Hydra-hol (neem dat gerust letterlijk: het serpent kon alleen al met haar stinkbek voorbijgangers doden).

Geen overbodige luxe, die neef Iolaus. Want telkens wanneer Hercules een van de Hydra’s koppen afsloeg met zijn knots, verschenen er terstond 2 nieuwe schuimbekkende exemplaren. Tot overmaat van ramp had de Hydra ook een gemene megakreeft als huisgenoot die Hercules venijnig in de voeten beet.

Naarmate de situatie uit de klauwen liep, kregen Hercules en Iolaus een briljante ingeving. ’t Is te zeggen, de godin Athena fluisterde het duo wat voorkennis in. Dat deed Athena wel vaker tijdens Hercules’ 12-jarige queeste. En maar goed ook. Tenslotte beraamde Hera ook al die tijd achter de schermen Eurystheus’ snode plannen!

Terwijl Hercules koppen pletste, verschroeide zijn sidekick Iolaus hun bloederige stompen met een brandende toorts. De laatste kop was onsterfelijk, dus die begroef Hercules voor alle zekerheid maar onder een rotsblok ter grootte van de Griekse staatsschuld. Ten slotte dompelde hij zijn pijlen in het giftige bloed van de overwonnen waterslang. Je wist maar nooit wanneer dat nog eens van pas kwam!

Wie opgroeide in de jaren 90 kent de Hydra beslist nog van de Disneyfilm ‘Hercules’ (1997). De animators beten hun tanden stuk op het veelkoppige monster. Hun fout: in de Disneyadaptatie krijgt het gedrocht voor elk afgehakte kop niet 2 maar 3 nieuwe exemplaren bij. Eén frame vroeg 6 tot 14 uur werk, naar gelang hoeveel knarren de Hydra op dat moment had. Indrukwekkend, als je bedenkt dat je 24 frames nodig hebt voor één luttele seconde tekenfilm. Voor de Hydra-scène kwam in die ambachtelijke animatietijd dan ook uitzonderlijk CGI aan de pas. Ook opvallend voor een Disneyfilm: het expliciet in beeld gebracht (weliswaar groene) bloed.

3. De Hinde van Keryneia

Hinde van Keryneia

Reusachtige leeuwen en monsterlijke waterslangen waren duidelijk geen partij voor Hercules. Dankzij het giftige Hydrabloed beschikte Hercules nu bovendien ook nog eens over handige dodelijke pijlen. Maar wat heb je aan dergelijke toxische projectielen als je je doelwit niet kan raken?

Als derde opdracht eiste koning Eurystheus immers de Hinde van Keryneia, in het Nederlandse taalgebied ook wel bekend als de Hertekoe. Deze hinde spotten ging verbazend gemakkelijk. Het was tenslotte een uniek vrouwelijk hert met een gouden gewei én bronzen hoeven. Daarvan huppelde er dan ook maar ééntje door de heuvels van Arcadië. Geniepig addertje onder het gras: de gracieuze verschijning was gewijd aan Artemis, de Griekse jachtgodin. Hercules mocht het dier dus geen haar krenken, of het zou hem bezuren. Tweede geniepige addertje onder het gras: de hinde was razendsnel.

Een jaar lang holde Hercules achter de Hinde van Keryneia aan. Toen het schuwe hert even uitrustte aan het heiligdom van Artemis schoot Hercules het dier alsnog een pijl door haar hoeven. Dat vond Artemis natuurlijk niet leuk. Maar toen Hercules de jachtgodin uitlegde dat hij ook maar deed wat Eurystheus vroeg, was de jachtgodin plots wél voor rede vatbaar.

Hercules bracht zijn prooi daarop met Artemis’ toestemming naar de koning. Toen deze het fraaie stukje fauna wou inlijven in zijn menagerie, zei Hercules dat de koning het dier dan maar zelf moest halen. Natuurlijk spurtte de hinde als de hazewind haar vrijheid tegemoet. Dat had Hercules Artemis tenslotte beloofd.

4. Het Erymanthische zwijn

Erymanthische zwijn

Nadat Hercules een jaar Arcadië en omstreken doorkruist had om de Hinde van Keryneia te vangen, toverde Eurystheus alweer een nieuwe onmogelijke opdracht uit zijn koninklijke mouw: het Erymanthische zwijn. Dat afzichtelijke everzwijn ging driest tekeer in het landschap rond de berg Erymanthus als een boosaardige projectontwikkelaar avant la lettre en spietste tijdens zijn verkenningen menig boeren aan zijn indrukwekkende slagtanden.

Onderweg naar zijn zwijnenjacht attendeerde Hercules eerst zijn centaurenvriend Pholus met een bezoekje. Centauren waren merkwaardige wezens met vier potige paardenbenen onder een opgepompte Temptation Island-torso en een opvliegend karakter. Je hield ze beter te vriend. Want als zo’n paardmens boos werd, was je beslist nog niet jarig.

Toch ontving de minzame Pholus zijn oude gabber Hercules in opperbeste sfeer. De centaur schotelde zijn gast zelfs een heerlijk gebraad voor – terwijl hij zijn kostje zelf rauw at, want je moet die centauren geen tafelmanieren leren. Daar lustte Hercules, die bekend stond om zijn gulzige culinaire én vleselijke appetijt, wel een aangepast drankje bij. Pholus bekende dat hij weliswaar een prima vat wijn in huis had, maar dat hij het onder geen beding mocht openen. Het was namelijk de gemeenschappelijke centauren ‘booze stash’.

Die woorden maakten weinig indruk op Hercules. Na het flukse openen van het vat stormden de kennelijk van een prima stel neusgaten voorziene centauren van alle kanten toe. Na enkele borrels kregen ze een kwade dronk en zo vlogen er al snel uitgerukte pijnbomen en rotsblokken door de lucht dat het een lieve lust was.

Hercules beantwoordde het wangedrag van de party crashers met enkele goed gemikte pijlschoten. Toen Pholus zich verbaasde hoe zulke kleine pijltjes een horde stoere centauren klein kregen, sukkelde er per ongeluk zelf eentje in zijn hoef. Toen ontdekte hij de pijnlijke waarheid: omdat er giftig Hydrabloed op de punt zat!

Hercules begroef zijn onfortuinlijke centaurenvriend en ging vervolgens over tot de orde van de dag. Hij lokte het Erymanthische zwijn met flink wat kabaal uit het bos waar het zich schuil hield. Toen het beest zich vastliep in de metersdikke sneeuw was het een koud kunstje om de uitgeputte ever te knevelen. Met de buit over zijn rug keerde de held terug naar het paleis van zijn opdrachtgever. Die bescheet zich van de schrik, terwijl hij nog wat dieper in zijn ingegraven amfoor kroop.

Koning Eurystheus schijtigere reactie gaf Griekse amfoorschilders nog eeuwenlang inspiratie. Misschien wel de eerste ‘meme’, als je er zo even over nadenkt.

5. De Augiasstal

Augiasstal

Eens bekomen van de schrik, bedacht Hercules’ ringelorende opdrachtgever een nieuw snood plan. Die beestenjacht kon wel even wachten. Eerst had de vorst een vuiler karweitje voor Hercules in petto: de Augiasstal.

Augias, de koning van Elis, bezat wel 3.000 koeien, stieren, ossen, geiten, schapen, paarden en tig andere beesten. Al dat vee kampeerde al decennia in een omheinde stal die minstens 30 jaar geen schoonmaakdoekje van dichtbij had gezien. Aan Hercules om die ranzige beestenboel op te blinken. Op één dag dan nog wel. Dit hele plan was natuurlijk ingefluisterd door Hera. Hercules’ boze stiefmoeder kraaide van vreugde bij de gedachte dat Zeus’ bastaardzoon tonnen poep moest scheppen.

Een vernederende taak, die elke mindere held zou afwimpelen. Maar Hercules was niet zomaar een held. Daarom stelde hij zonder aarzelen koning Augias voor om zijn stal een stevig schrobbeurt te geven. Dat liet de vorst zich geen twee keer zeggen. Want zeg nou zelf, als een baardige goed van oren en poten voorziene kerel voorstelt om je 30 jaar opgehoopte rotzooi op te kuisen. Zou jij dan nee zeggen? Welaan dan. De sluwe Hercules vertelde zijn gastheer er natuurlijk niet bij dat hij het klusje eigenlijk in opdracht van zijn concullega Eurystheus klaarde. Daarom beloofde Augias zijn welwillend poetshulpje meteen een tiende van zijn veestapel als wederdienst.

Maar Hercules was niet van plan om zijn handen vuil te maken. Hij had wel wat beters te doen. Eerst maakte de held een grote opening in de omheining vlak voor de stal. Daarna deed hij aan de overkant exact hetzelfde. Vervolgens groef hij met zijn kolenschoppen van handen een kanaal tussen de rivieren Alpheios en Peneos. Met het omleiden van de rivierstromen vloeide het water als een ecologische hogedrukreiniger door de meurende drek. In een mum van tijd spoelde alle mest weg. Augias’ stallen blonken als nooit tevoren.

6. De Stymphalische vogels

Stymphalische vogels

Na zijn Augiasstal-kunstje, begreep koning Eurystheus dat hij origineler uit de hoek moest komen. Voor afzichtelijke landmonsters en tonnen ossendrek draaide Hercules zijn hand niet om. Dat was nu wel duidelijk. Maar wat als het gevaar nu eens van boven kwam?

In een moerassig meer in het Korinthische Stymphalia bivakkeerde een vileine verzameling roofvogels. Ze waren hun vroegere habitat ontvlucht voor een roedel vraatzuchtige wolven en teisterden nu op hun beurt de lokale bevolking. De beesten waren zo groot als kraanvogels en gingen wild tekeer met hun ijzeren snavels en scherpe klauwen. Daarnaast schoten ze hun metalen veren als geniepige dartspijltjes op argeloze passanten. Tot overmaat van ramp kweekten deze Stymphalische vogels ook nog eens als konijnen in het moeras.

Zelfs voor een geoefend boogschutter als Hercules was het onbegonnen werk om deze machtige zwerm neer te knallen. Maar, zoals gezegd, de held stond hoog aangeschreven bij de goden. Nou, buiten zijn stiefmoeder Hera dan. Athena bracht andermaal soelaas met twee uit de kluit gewassen bronzen ratels.

Gewapend met zijn indrukwekkende door Hephaestus (de Griekse god van de smeedkunst) geslagen castagnetten zette Hercules het op zo’n onaards geklepper dat de Stymphalische vogels zich meteen de tyfus en het apezuur schrokken. Het pluimvee dat niet op tijd wist te vluchten, maakten daarop kennis met Hercules’ giftige pijlen. De gelukkigen die tijdig uit het moeras ontsnapten, vonden een nieuwe uitvalsbasis op het eiland Dia in de Zwarte Zee. Daar zaaiden ze andermaal dood en vernieling tot Jason en zijn Argonauten orde op zaken kwamen stellen.

7. De stier van Kreta

stier van Kreta

Een ijzeren wet in het oude Griekenland: als je de goden tart, loopt het altijd fout af. Vraag maar aan Minos, de koning van Kreta. Toen de zeegod Poseidon de vorst eens een fraaie sneeuwwitte stier presenteerde als offerdier, dacht Minos dat het wel geen kwaad kon als hij het beest in plaats van te offeren gewoon lekker voor zichzelf hield. Dat kon blijkbaar wél kwaad. Heel erg veel zelfs.

Verbolgen om zoveel menselijke arrogantie en ongehoorzaamheid, veranderde Poseidon het brave beest in een wild schuimbekkend gehoornd gevaarte. Tussen het onheil zaaien en gewassen en boomgaarden ontwortelen door, bevruchtte de stier tot overmaat van ramp ook nog eens Minos’ vrouw Pasiphaë met de Minotaurus. Over dat merkwaardig liefdeskind en de held Theseus kan je later nog genoeg lezen. Laten we eerst eens kijken hoe het met zijn verwerker en Hercules verliep.

Na 6 werken vielen er niet veel opdrachten meer te rapen in Arcadië. Daarom sommeerde koning Eurystheus Hercules deze keer om de stier van Kreta naar de Argolis te brengen. Toen Hercules’ boot aanmeerde op het eiland, ontving koning Minos de held met open armen. Eindelijk was hij van dat vermaledijde ondier verlost! De stier vangen was een uitdaging van niets. Hercules temde het beest met gemak met zijn lasso en gebruikte het vervolgens als rijdier. Kennelijk was het een amfibische stier, want het beest reed Hercules volgens sommige bronnen zelfs gedwee op zijn rug door het water van Kreta naar koning Eurystheus’ burcht.

Hercules’ ellendige broodheer stelde Hera voor om het dier ter hare glorie te offeren. Dat vond de oppergodin maar een dwaas idee: het offer zou Hercules’ zoveelste succesnummertje zo alleen maar meer benadrukken. Uiteindelijk liet Eurystheus het beest dan maar los in Marathon. Daar maakte het de stad onveilig onder zijn nieuwe artiestennaam ‘De Stier van Marathon’ tot Theseus er zijn heldhaftige voeten aan land zette.

8. De Merries van Diomedes

merries van diomedes

Als 8ste opdracht claimde koning Eurystheus de Merries van Diomedes. Diomedes was de zoon van de oorlogsgod Ares en de Thessalische prinses Cyrene. Een ruige baas die net als zijn vader van een stevig potje wapengekletter op tijd en stond hield. Daarvoor beschikte Diomedes over een uitstekende rugdekking: de Bistones. Dit tot op de tanden gewapende tuig van de richel vreesde niets of niemand. Toch kwamen zelf zij liever niet te dicht bij hun konings lievelingsdieren.

Deze gracieuze vier paarden hingen namelijk niet zomaar met ijzeren kettingen aan hun metalen kribben vast. De dieren kauwden geen haver en graantjes … maar rauwe hompen mensenvlees. Dat vond hun baasje verschrikkelijk grappig. Geregeld voerde Diomedes dan ook een argeloze bezoeker of gevangene aan zijn bloeddorstige merries.

Hercules had geen tijd voor zulke geintjes. Zoon van de oorlogsgod of niet, Diomedes zou hem die knollen meegeven. En liefst snel wat. Na een fikse worstelpartij sleepte Hercules de overwonnen Bistones-leider naar zijn merries. Daar onderging Diomedes op gruwelijke wijze het lot waarin hij zoveel ongelukkigen had gestort. Nadat de paarden hun baasje met haar en huid hadden opgepeuzeld, waren de edele dieren meteen ook van hun drang naar mensenbloed verlost.

Volgens sommige verhalen wijdde koning Eurystheus de merries na ontvangst aan Hera. Daarna liet hij ze weer vrij in de Argolis, de uitgestrekte regio waartoe Mycene en Tiryns behoorden. De legende wil dat één van hun nakomelingen later nog dé Alexander De Grote tot in India voerde. Na de dood van Bucephalus, misschien wel het beroemdste paard uit de Klassieke Oudheid, was de wereldveroveraar zo bedroefd dat hij in 326 voor Christus de stad Bucephala als eerbetoon stichtte. Als dat geen onvoorwaardelijke dierenliefde is!

9. De gordel van de koningin der Amazonen

gordel van de koningin der Amazonen

Zoals je ondertussen wel al doorhad, zat het oude Griekenland tjokvol monsters en ander onguur mythisch gespuis. Toch raakte zelfs koning Eurystheus’ inspiratie langzaam op. Zijn dochter Admete had anders wel een verzoekje. Hippolyte, de amazonekoningin, bezat een blitse gouden gordel, bezet met exclusieve edelstenen. Het was een cadeautje van Hippolyte’s vader, de Griekse oorlogsgod Ares, als bewondering voor haar moed.

En geef vader Ares eens ongelijk. De Amazones waren tenslotte de stoerste wezens met twee X-chromosomen die ooit over de aardbol liepen. Of beter gezegd: galoppeerden. Want naast pittige strijdsters, waren deze dames ook bedreven paardrijdsters. Ze kikkerden helemaal op als ze zich vanop het zadel in een veldslag konden smijten. Voor oorlog moest alles wijken. Daarom sneden deze mythische krijgsters volgens sommige legenden zelfs hun rechterborst af. Dat ding hing toch maar in de weg tijdens het boogschieten. En uitgerekend van Hippolyte, de opper-amazone moest Hercules nu de gordel stelen? Als dat maar goed kwam!

Hercules klopte aan bij naburige koningsburchten en voer vervolgens met zijn geronselde bemanning naar de amazone-heimat aan de Zwarte Zee. Onnodig machtsvertoon. Toen de amazonekoningin de gezonde spierbundel zag, ging ze meteen overstag. Hercules mocht die gordel zo ook wel meenemen naar huis. Knipoog, knipoog. Maar dat was buiten Hera gerekend.

Hercules’ aardsvijandin besloot haar stiefzoon eens te meer een hak te zetten. Hera vermomde zich in een Amazone en gilde plots sneaky dat Hercules’ crew een aanslag op Hippolyte beraamden. Dat lieten Hippolytes’ squad zich geen twee keer zeggen. Furieus openden de Amazones de aanval. Zo kwamen Hercules’ geronselde strijdmakkers alsnog pas. In het tumult kozen de vrouwen het hazenpad en gooide hun aanvoerster Hercules alsnog haar gordel toe als pasmunt.

10. De runderen van Geryones

runderen van Geryones

Als 10de werk eiste Hercules lafhartige opdrachtgever koning Eurystheus de runderen van het monster Geryones. De reis naar het Spaanse eiland Erytheia, was op zijn zachtst gezegd bijzonder. Onderweg richtte de krachtpatser namelijk de befaamde Zuilen van Hercules op: de Rots van Gibraltar en de Monte Hacho. Al beweren de Romeinen dat de held pas tijdens zijn 11de werk, de Gouden Appelen van de Hesperiden, het Atlasgebergte openscheurde als een zakje zoutjes en zo met de ontstane Straat van Gibraltar een doorgang maakte tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.

Hoe dan ook. De lamlendige tocht beviel Hercules allesbehalve. Onderweg naar het verre Westen werd de lichtgeraakte halfgod zo knettergek van de zinderende Libische woestijn, dat hij boos een pijl schoot naar de zon. Meteen zag hij zijn vergissing in. Maar in plaats van de thermostaat nog enkele graden hoger te zetten, besloot de zonnegod Helios hem een handje te helpen. Want zoals zoveel Olympiërs (en nu jij, Hera!) bewonderde de zonnegod Hercules’ heldenmoed. Daarom leende Helios zijn boot, of beter gezegd, de gouden beker, waarmee hij iedere nacht de oceanen afvoer. Met dit blinkende sloepje (zeg maar bescheiden containerschip, als er plaats was voor al die beesten) bereikte Hercules vlotjes Geryones’ stekje op Erytheia.

Nu nog het vee verzamelen. Hun buitenaards sterke eigenaar zag eruit alsof hij een betrekking als eindbaas in ‘Mortal Kombat’ ambieerde. Geryones had namelijk drie reuzenlichamen en evenveel hoofden. Honden lijken op hun baasje, wil het gezegde. En dat ging zeker op voor Geryones’ huisdier, de tweekoppige herdershond Orthos. Deze viervoeter was het broertje van de hellehond Cereberus en bewaakte samen met de torenhoge herder Eurytion Geryones’ kudde.

Onnodig om te zeggen dat Orthos niet bepaald een snoezige Border Collie was. Ook de reuzenherder was geen charmante verschijning, de bruut draaide al eens een ongelukkige door het veevoeder. Na een korte doch onvergetelijke ‘acte de présence’ met zijn knots dreef Hercules rustig de buitgemaakte kudde naar het strand. Dat ontging Geryones niet, die dreigend kwam aangestormd. Hercules spande zijn boog en joeg vlotjes drie dodelijke Hydra-pijlen door zijn nemesis’ drievoudige strot.
De terugweg, dat was een ander paar mouwen. Zo probeerde gespuis zoals Poseidons zonen Hercules’ buit te stelen, ontsnapte er al eens een stier, en stak Hera haar stiefzoon als vanouds nog wat andere stokken tussen de wielen!

11. De Gouden Appels van de Hesperiden

Gouden Appels van de Hesperiden

Even ter herinnering: als boetedoening voor de moord op zijn gezinnetje speelde Hercules plichtbewust 10 opdrachten lang slaafje voor koning Eurystheus. Toch was onze held na het afleveren van Geryones’ vee nog niet uit zijn lijden verlost. Zijn opdrachtgever wees Hercules fijntjes op de kleine lettertjes van zijn contract. Nou, via zijn heraut dan. Want de schichtige Eurystheus zelf bleef nog steeds wijselijk ver weg uit de buurt van Hercules.

Bij zijn 2de opdracht, de Hydra van Lerna, kreeg Hercules hulp van zijn trouwe neef Iolaus. En voor zijn 5de werk, het uitmesten van de Augiasstal, liet hij zich uitbetalen in vee én hadden de Alphenos- en Peneosrivieren eigenlijk het vuile werk opgeknapt. Dat kostte Hercules 2 extra taken en die aanvaardde de held zonder morren.

Als 11de opdracht aasde Eurystheus op de Gouden Appels van de Hesperiden. Deze kostbare Elstars groeiden in een heilige tuin in het land Hesperia aan de westelijke oever van de wereldzee. De oermoeder Gaia schonk de fruitboom in betere tijden aan Zeus en Hera als huwelijksgeschenk. Wie van de vruchten knabbelde werd onsterfelijk. Al kon paradoxaal genoeg geen sterveling ze plukken. Die oude Grieken toch. Hera liet de heilige boom bewaken door een stel kuise nimfen: de Hesperiden. Voor de zekerheid zette de oppergodin er ook nog Ladon, de honderdkoppige slangendraak, bij.

Hercules vond het mystieke Hesperiden-perkje door hier en daar wat broodnodige informatie uit zijn bronnen te rammen. Tijdens zijn queeste langs Libië, Egypte, Arabië en Azië worstelde de fruitplukker met onaangename reuzen zoals de beruchte Antaeus (die hij na een spannende SmackDown op een dodelijke WWE ‘bear hug’ trakteerde).

Hij ontsnapte aan een gewisse offerdood door Busiris en legde de bloeddorstige Cycnus onder de zoden. Toen de oorlogsgod Ares daarop zijn zoon wou wreken, legde Zeus de twee vechtjassen met een fikse bliksemschicht het zwijgen op.

Uiteindelijk wist Hercules de exacte locatie uit de ietwat tegenstribbelde stroomgod Nereus te persen. Op de koop toe bevrijdde de held met een welgemikte pijl ook nog eens Prometheus van de vervelende adelaar Ethon, wat hem nog enkele nuttig weetjes over diens broer Atlas opleverde. Deze Titaan die als straf het hemelgewelf op zijn schouders torste, bleek toevallig de oom van de Hesperiden. Andere beweren dat hij zelfs hun vader was. Wie zal het zeggen. In het oude Griekenland bestonden er nog geen vaderschapstesten. Hercules wist dat de draak Ladon de boom bewaakte en stervelingen eigenlijk helemaal niet met hun tijdige tengels in de boom konden graaien.

Maar daar wist Hercules wel wat op. Hij overtuigde Atlas om de appels te halen. Ondertussen zou Hercules wel even dat hemelgewelfje dragen. Eens de Titaan de kostbare vruchten geplukt had, voelde hij er nog weinig voor om weer voor hemelmuilezel te spelen. Opnieuw verzon Hercules een list. Hij suste Atlas dat hij het ding gerust wou blijven dragen, als hij even zijn leeuwenmantel mocht goed leggen? Zo’n hemelgewelf ligt niet lekker op je blote schouders.

Voor Atlas goed en wel besefte wat er gebeurde, was Hercules al lang aan de horizon verdwenen met de buitgemaakte appels. Natuurlijk maakte de draak Ladon ook nog wat trammelant. Hoe dat afliep, weten we al. Als dank voor zijn bewezen diensten gaf Hera de onfortuinlijke hagedis een tweede leven als sterrenbeeld.

12. De ontvoering van de hellehond Cerberus

ontvoering van de hellehond Cerberus

Na zijn Hesperiden-huzarenstukje had Hercules werkelijk alle verwachtingen overtroffen. Uitdaging na uitdaging rondde hij moeiteloos af. Zijn roem was inmiddels ongezien in de Griekse wereld en ver daarbuiten. Dat was niet meteen wat Hera en haar stroman koning Eurystheus voor ogen hadden. Wat nu geblazen? Het duo haalde hun laatste troefkaart boven. Als Hercules niet dood wou, zouden ze hem zelf wel de richting wijzen. Eurystheus stuurde Hercules naar Hades voor de hellehond Cereberus, de monsterlijke driekoppige hond die de toegang tot de Onderwereld bewaakte.

Slechts enkelen waren ooit weergekeerd van een bezoek aan Hades’ dodenrijk. Hercules was één van hen van. Tijdens zijn 8ste opdracht, de Merries van Diomedes, worstelde de held tijdens een vrij uurtje met de dodengod Thanatos en redde zo koningin Alkestis’ ziel van een vroegtijdige enkele reis naar de Onderwereld.

Opnieuw bewandelde Hercules manhaftig het schimmenpad. Hermes, de goedgemutste Griekse Tripadvisor-god, gidste hem naar het voorgebergte Taenarum. Charon weigerde eerst de oversteek van de Styx, de rivier die de doden van de levenden scheidde. Na een lesje van Hercules kwam de veerman snel tot inkeer. Toen de zoon van Zeus in Charons veerboot sprong, stoven de schimmen van de overledenen meteen verschrikt alle kanten op bij de aanblik van zoveel levenskracht.

Aan de poorten van de dodenstad wachtte Hades Hercules op. Hercules had geen zin in smalltalk en verjoeg de god van de onderwereld met zijn boog. Mooi zo. Nu dat keffertje nog. Met de monsters Echidna en Typhon als ouders was de hellehond uiteraard een opvallende verschijning. Er kronkelden slangen uit zijn olifantengrote lijf en zijn staart was een venijnige draak. Maar voor een held als Hercules was Cereberus slechts een schoothondje. Met het getemde gedrocht over zijn schouders keerde de halfgod terug naar Eurystheus’ paleis, maar niet alvorens hij ook nog eens Theseus redde uit de Onderwereld.

De angstige koning kon zich niet snel genoeg in zijn amfoor in de achterste kelder van zijn burcht verschansen. Na 12 jaar en evenveel opdrachten was Hercules eindelijk een vrij man. Als hij dan tenminste dat akelige beest met zich meenam!

Dit artikel is geschreven door Matthias Van de Velde. Hij komt uit de verguisde carnavalsstad Aalst en studeerde Klassieke Geschiedenis en Europese Politiek aan UGent. Hij is nog steeds boos dat hij als 6-jarige dreumes niet mee mocht toen ‘Bram Stoker’s Dracula’ en ‘Jurassic Park’ in de bios draaide. Hij schrijft nooit een woord te veel, tenzij hij zich laat gaan.

Meer Lijstjes over de Griekse Mythologie

Meer lijstjes over het oude Rome

    1. Lars mei 20, 2020

    Jouw Reactie?