Top 10 Bekende Filosofen

Filosofie is een van de oudste wetenschappen, wellicht zelfs de oudste, ter wereld. We komen filosofie in geschreven vorm voor het eerst tegen rond zes eeuwen vóór Christus (Pythagoras noemde het woord voor het eerst), en sedertdien is het aantal beoefenaars (filosofen ofwel wijsgeren) gestaag toegenomen. Filosofie is de studie van fundamentele problemen rondom de realiteit, het bestaan, kennis, waarden, rede, taal en ga zo maar door. Het streeft naar kennis en wijsheid. Het woord filosofie komt van het oude Grieks, en het betekent dan ook letterlijk ‘liefde voor wijsheid’. Filo in het oude Grieks betekent liefde (denk aan heterofilie, en homofilie, bijvoorbeeld). Sofie komt van het woord sophis, wat uiteraard wijsheid betekent.

Filosofie is een wetenschap met ontzettend veel ‘takken’, of sub-disciplines (filosofie zelf is een ‘discipline’ net als natuurkunde, scheikunde en wiskunde). Zo is er binnen de filosofie metafysica, ethiek, logica en ga maar door. Veel van deze takken zijn nauw verbonden aan andere disciplines (zo is metafysica een broertje van natuurkunde, en de logica onafscheidelijk van wiskunde), dit komt onder andere omdat veel van onze huidige disciplines zijn ontstaan doordat filosofen zich gingen bezighouden met bepaalde onderwerpen.

De wetenschap van de wijsheid en kennis is al meer dan twee millennia ‘populair’ onder de intelligentsia van de wereld, en derhalve zijn er talloos veel goede (en ook minder goede) filosofen te noemen door de hele menselijke (geschreven) geschiedenis. Dat gaan wij hier echter niet doen, we hebben er slechts tien uitgekozen. Laten we redelijk blijven, tien is voor zo’n luchtige top tien meer dan genoeg! We hebben vooral geprobeerd om een beetje een spreiding te krijgen in zowel geografische oorsprong van filosoof, als de tijd waarin hij (of zij) leefde. Toch is deze lijst een ietwat ‘Europa’ georiënteerd. We hopen binnenkort andere continenten een eigen top tien te kunnen schenken.

Voor we beginnen nog even deze verduidelijking: veel wetenschappen (vooral de ‘natuur’ wetenschappen) geloven heilig in empirie, met andere woorden testen en meten. Filosofen doen veelal niet aan testen of meten, maar aan kritisch denken. Een filosoof pakt een probleem aan door erover te gaan denken, terwijl een natuurkundige in zijn lab een experiment zou gaan uitvoeren. Die tweedeling is wel erg zwart wit en je zal zien dat veel beroemde filosofen ook natuurkundigen of andere wetenschappers waren. Sterker nog, het is pas sinds zeer recentelijk het geval dat men zich specialiseert in een natuurwetenschap zonder ook een filosoof te zijn. In de tijd vóór de Renaissance was bijna iedere ‘wetenschapper’ eerst een filosoof, en daarna wellicht nog iets anders (een astronoom, bijvoorbeeld, of een medicus). Dit werd zeldzamer na de Renaissance, hoewel echte specialisatie in de wetenschap pas echt in de laatste eeuw ontwikkelde.

Hoe hebben we deze lijst samengesteld? Dit verdient kort de aandacht, omdat het nogal moeilijk is om tien filosofen te kiezen uit de enorme voorraad die we hebben. We hebben deze lijst gebaseerd op een andere lijst, en die was wederom gebaseerd op het criterium: welke filosofen hebben de grootste impact of invloed gehad op de wereld, in de tijd van hun eigen leven tot aan onze hedendaagse tijd. Het is nogal een subjectieve keuze, dus. Voel je vrij om aan te vullen.


10. Niccolo Machiavelli, Italië, 1469-1527

Niccolo Machiavelli

Veel filosofen zoeken de ultieme waarheid, maar Niccolo Machiavelli was daar niet een van. Niccolo Machiavelli (tegenwoordig bijna altijd enkel ‘Machiavelli’ genoemd) leefde in Italië (in die tijd de republiek Firenze) en stierf op 58-jarige leeftijd. Hij is een goed voorbeeld van een wetenschapper die ‘onder andere’ filosoof was. Machiavelli was namelijk daarnaast ook politicoloog, staatsman, diplomaat, historicus en humanist. Naast historische en filosofische traktaten schreef hij ook komedies en gedichten. Een veelzijdig man dus.

Hij werd geboren als eerste zoon en derde kind van Bernando di Niccolo Machiavelli, een advocaat, en hij kwam uit een oude gerenommeerde familie. Zijn meest belangrijke werk is ‘De Vorst’ (Il Principe) en dit boek is nog altijd een favoriet onder veel filosofen en politicologen. Het centrale thema van het boek is: ‘het doel heiligt de middelen’, en hiermee nam Machiavelli een zeer praktische kijk op de wereld, een eigenschap die hij deelde met vele andere humanisten uit zijn tijd. Hij stelde dat, als een vorst de keuze heeft om geliefd of gevreesd te zijn, het beste voor iedereen is als de vorst gevreesd wordt.

De stroming waartoe Machiavelli behoorde (en tegenwoordig gezien wordt als een van de boegbeelden) is politieke realisme. Zijn ‘tak’ in de filosofie is dan ook politieke filosofie. Hij werd voornamelijk geïnspireerd door filosofen uit de Oudheid, zoals Cicero en Tacitus (beide Romeinse staatsmannen) en Plutarchus (Griekse historicus). Machiavelli zou op zijn beurt later een grote inspiratiebron zijn voor de bekende filosofen: Bacon, Hobbes, Hume, Nietzsche, en Spinoza.

Machiavelli’s grafmonument bevindt zich in de Santa Croce-basiliek en op zijn grafzuil staat: “Tanto nomini nullum par elogium” (geen lof is toereikend voor zo een naam). Een beroemde citaat van hem is: “Men kan oorlog niet vermijden, enkel uitstellen, tot het voordeel van anderen”.

9. Jean-Paul Sartre, Frankrijk, 1905 – 1980

Jean-Paul Sartre

Jean-Paul Sartre was een Fransman die geboren werd in Parijs op 21 Juni 1905 en hier ook stierf op 15 April 1980, op 74-jarige leeftijd. Hij was tevens een roman en toneelschrijver, en is voor velen een van de ‘vaders’ van het existentialisme, een stroming in de filosofie (en in andere kunsten) die tot in het extreme de individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit vooropstelt. Andere bekende existentialisten zijn Sören Kierkegaard en Friedrich Nietzsche.

Sartre zelf was een zeer overtuigde linkse en zelfs marxistische denker. Hij was daarnaast een van de zeer weinige mensen die de Nobelprijs kreeg aangeboden, maar deze weigerde. Sartre heeft zijn vader nooit gekend, deze marine officier stierf vlak na zijn geboorte. Het verhaal wil dat hij in de school waar hij opgroeide (in een plaatsje genaamd La Rochelle) zich nooit thuis voelde. Hij vond zijn medestudenten maar wreed en agressief. Op vijftien jarige leeftijd moest hij met spoed naar Parijs, vanwege medische redenen, en zijn moeder besloot hem daar te houden, omdat ook zij van mening was dat Sartre niet thuis was op de school in la Rochelle. In Parijs ging het veel beter, en maakte hij vrienden voor het leven met de bekende schrijver Paul Nizan. In de daaropvolgende educatie instelling, het Lyceum, ontmoette hij onder andere Simone de Beauvoir (tevens een bekende filosofe) en in haar zou hij zijn levensgezellin vinden.

Voor Sartre was het ‘zijn’ een groot vraagstuk. Een van de zaken waarover hij zich altijd heeft gebogen was het verschil tussen ‘een wezen zijn’ en ‘een menselijk wezen zijn’. Hij geloofde, net als Karl Marx, dat de mens ‘veroordeeld tot vrijheid’ is, en dat vrije keuze helemaal geen plezierige zaak is, maar grote verantwoordelijkheden met zich mee brengt. Hij was nooit een echte optimist, maar in zijn werk is desalniettemin te zien dat hij na de tweede wereld oorlog een iets optimistischere kijk op de zaak heeft geadopteerd. Daarmee is hij waarschijnlijk in gezelschap van de minderheid, de meeste mensen adopteerden een zeer triest wereldbeeld na de wereldoorlogen.

Sartre was een vrijheids-minnaar, en dat is niet beter te illustreren dan door zijn merkwaardige weigering van de Nobel prijs. De Nobel comité was bereidt en klaar om hem de prijs (en de leuke som geld die Nobel winnaars óók krijgen) te overhandigen, maar Sartre weigerde. Namelijk, zo vond hij, deze prijs kon hem van zijn vrijheid beroven door hem op een voetstuk te plaatsen.

Sartre is de eerste die op zijn minst één van de centrale ideeën van het existentialisme vastlegde (hoewel het idee oorspronkelijk van Kierkegaard kwam), namelijk bestaan gaat vooraf aan ‘essentie’ (het ‘zijn’ of ‘de natuur’). Een beroemde citaat van Sartre luidt: “Hel is andere mensen”
Grote invloeden op Sartre waren onder andere: Simone de Beauvoir, Freud, Hegel, Heidegger, Nietzsche en Kierkegaard. Hij zou op zijn beurt weer een grote bron van inspiratie zijn voor: Michel Foucault, en Che Guevara (onder andere).


8. Michel Foucault, Frankrijk, 1926-1984

Een tijdgenoot en landsgenoot van Sartre was Foucault, geboren op 15 oktober 1926 in Poitiers (midden Frankrijk) en gestorven te Parijs op 25 juni 1984.

Foucault kwam uit een familie van medici, en zijn vader had eenzelfde toekomst in gedachten voor zijn zoon. Echter, Foucault junior was van een andere mening, en wou geschiedenisleraar worden. Hij deed zijn uiterste best om te worden toegelaten aan een van de beste universiteiten van Frankrijk, de Ecole Normale Superieure, maar slaagde hier niet direct in, slechts via een omweg. Daaruit mag blijken dat de jonge Foucault doorzettingsvermogen en vastberadenheid had, want er was geen twijfel over mogelijk dat zijn familie druk zette achter de alternatieve carrière als medicijnman.

Foucault kampte zowel met homoseksuele neigingen (in die tijd een groot ‘medisch’ probleem of zelfs ziekte) en met zelfmoord gedachten. Ondanks zijn moeilijkheden op emotioneel en relationeel gebied, slaagde hij er echter toch in om in filosofie af te studeren. Pas in de jaren 70 (1970) kreeg hij globale naamsbekendheid, en wel met het boek ‘De woorden en de dingen – een archeologie van de menswetenschappen’. Dit boek is nog altijd zeer bekend onder filosofen, en het spijkerde zijn reputatie vast. Hij was ineens een van de meest bekende en meest bezochte universitaire docenten, en hij trok volle zalen voor zijn leerstoel ‘geschiedenis van de denksystemen’. In 1984 stierf hij echter aan aids, op 57-jarige leeftijd.

Foucault had een typisch ‘filosofische’ kijk op de wereld. Hij stelde namelijk constant vragen over de natuur van dingen, zaken, gebeurtenissen en van alles en nog wat. Zijn specialiteit was het verwerpen van wijd verspreide ‘aannames’ rondom de menselijke natuur, en om nader te onderzoeken hoe de mens samenleefde in de maatschappij, zonder de logische aannames te doen.

Een van de dingen waar Foucault in geloofde was dat waanzin en psychische ziekten (‘gestoord of getikt zijn’) ontwikkelingen waren van de laatste paar eeuwen, de ‘eeuw van de rede’. Daarnaast geloofde hij dat er altijd meerdere redenen waren voor alles dat gebeurt in het leven, niet slechts één reden. Moeilijke ideeën om zomaar te begrijpen, maar als je geïnteresseerd bent, lees dan vooral zijn boek: “Folie et déraison. Histoire de la folie à l’âge Classique” (Geschiedenis van de waanzin in de zeventiende en achttiende eeuw).

Grote invloed op Foucault ’s werk kwamen van Freud, Hegel, Heidegger, Sartre, Kant, Marx en Nietzsche (onder andere). Een beroemde citaat: “In haar functie is de macht tot straffen niet essentieel anders dan die van genezing of les geven.”

7. Confucius, China, 551 – 479 Voor Christus)

Confucius

Tijd om een kijkje te nemen in een heel andere keuken, namelijk de Chinese keuken. Confucius was een Chinese denker, tevens leraar, politicoloog en schrijver, uit de Chinese oudheid. Zijn naam is een latinisering van het Chinese ‘Kong Fuzi, wat letterlijk Meester Kong betekent). In de tijd dat Confucius leefde was er nog geen centraal Chinees Keizerrijk, en hij leefde derhalve in een kleiner ‘rijk’ genaamd Lu (in de tegenwoordige provincie Shandong). Confucius kwam van een rijke familie van groot grondbezitters, maar zijn familie had twee generaties eerder die bezittingen achter moeten laten vanwege politieke ontwikkelingen. Derhalve leefde Confucius in een familie die financieel bijna totaal geruïneerd was. Hij moest dus werken voor zijn brood, en deed dit als privé leraar. Hij schijnt in zijn hele levensspan zo’n 3000 studenten te hebben begeleid (wat een hoop is, gezien hij een privé leraar was), en slechts 70 daarvan beschouwde hij als begaafd. Hij en een schare van zijn beste studenten reisden van hot naar her en werden veelal warm onthaald als ‘wijze mannen’, maar desalniettemin hadden zijn morele adviezen weinig impact in de tijd waarin hij zelf leefde. Niet zo obscuur bleef zijn nalatenschap, echter!

Het waren zijn studenten die na zijn dood de leer van Confucius aan de man wisten te brengen, en het werd een van de grote successen in China. Een centraal idee van Confucius (revolutionair voor zijn tijd) was dat iedereen in principe gelijk was, ongeacht de stand waarin zij geboren werden. Dit was, in een strikte standenmaatschappij, natuurlijk niet geheel acceptabel. Hij vond dat hoge posten in de overheid moesten worden bekleed door mensen die daar bekwaam voor waren (geleerd hadden en politiek vaardig waren) en niet per se omdat ze uit een goede familie kwamen.

Dat wil niet zeggen dat hij zelf tegen de standenmaatschappij was. In tegenstelling, Confucius was een aanhanger van the stabiliteit die geboden werd door de Zhou Dynastie, waarin posities werden bepaald door rituelen en ceremonies. Hij vond dat iedereen zich moest neerleggen bij zijn positie in het leven. Hoe dat gepaard ging met zijn bovengenoemde ideeën, daar moet je verduidelijking om vragen bij een échte confucianist. Daarnaast vond hij ook dat hoger-geplaatsten behoorden te houden van lager-geplaatsten, oprecht en met echte gevoelens. Daar had de adel uiteraard een klein beetje moeite mee.

Dit idee komt ook terug in zijn boeken (rollen). Hij schreef onder andere dat het eerste streven van een heerser zou moeten zijn het welzijn van zijn volk. Daarnaast was persoonlijke en bestuurlijke moraal, orde, respect voor de meerdere en volgens strikte regels leven de ruggengraat van zijn denken, en nog altijd een groot deel van confucianisme.

Confucius’ tak van filosofie is duidelijk de ‘morele’ filosofie. Een beroemde citaat is: “een reis van duizend mijl begint bij een enkele stap”


6. Socrates, Griekenland, 469-399 voor Christus

Socrates

Tien jaar na de dood van Confucius werd, in Europa, Socrates geboren. Socrates wordt door velen gezien als de grondlegger van de Westerse filosofie, maar eigenlijk weten we bitter weinig van hem. Hij heeft zelf nooit een woord opgeschreven (in ieder geval niet dat ons bekend is) en alles wat we van hem weten, weten we via andere schrijvers, zoals (voornamelijkste bron) Plato en Xenophon, zijn studenten, en Aristophanes, zijn tijdsgenoot.

Als we Plato’s woord voor waar moeten aannemen, dan was Socrates vooral bezig in de ethiek, de studie van wat ‘goed’ is en wat ‘slecht’. Hij is ook bekend om de leuze ‘ken u zelf’ (Gnothi seauton). Socrates vroeg zich namelijk af hoe een persoon iets kon kennen, zonder eerst zichzelf te kennen. Als men niet weet wie het ‘kennen’ van iets doet, dan is al die kennis over dat iets niet gegrond. Derhalve zocht Socrates naar wat hij ‘niet’ kende. Als men, zo dacht hij, maar wist wat men niet wist, dan wist men ten minste iets. Bent u er nog?

Kennis hielp Socrates tot stand komen met zijn vroedvrouw techniek. Hij zag vroedvrouwen de zwangere in kwestie beurtelings aanmoedigen, masseren en duwen, en zo zag hij zichzelf ook als leraar ten opzichte van de leerling, duwende, trekkende, aanmoedigende. Hij deed dat door telkens door te vragen. Wanneer men dan een antwoord gaf, vroeg hij daar weer op verder door. Afijn, een beetje het zeurende kind ‘en dan? En dan? En dan?. Al dat vragen werd door vele Grieken gezien als arrogant en pedant, en uiteindelijk waren ze hem zó beu, dat ze hem ter dood veroordeelden. Hij werd gevraagd de gifbeker te drinken, die hij moest aannemen om derhalve de maatschappij van zijn aanwezigheid te bevrijden.

Het is moeilijk om te zeggen wie Socrates allemaal heeft beïnvloed, hij heeft vermoedelijk bijna alle westerse filosofen een beetje beïnvloed. Echter, de meeste invloed van hem direct vinden we in Plato, Aristoteles en Antisthenes. Een beroemde quote: “een niet onderzocht leven is het niet waard te leven” en een andere “het enige Goed is kennis en het enige Kwaad is onwetendheid”

5. Jean-Jacques Rousseau, Zwitserland, 1712-1778

Jean-Jacques Rousseau

Jean-Jacques Rousseau werd in Geneve geboren op 28 juni 1712, en stierf in Ermenonville (even ten Noordoosten van Parijs) op 2 juli 1778, op 66-jarige leeftijd. Hij was voornamelijk een filosoof en schrijver, en in een tijd dat filosofen veelal ook tien andere bezigheden hadden, is hij vrij uniek in het feit dat hij bijna niets anders deed. Hij was er dan ook erg goed in, volgens vele van zijn tijdgenoten zowel als fans uit het hedendaagse tijdperk. Hij schreef, dacht en componeerde, en dat was meer dan genoeg om een blijvende indruk te maken. Naast zijn zeven opera’s en vele boeken is hij voornamelijk bekend om zijn persoonlijkheid. Later meer daar over.

Hij schreef onder andere het beroemde boek ‘Het Maatschappelijk Verdrag’ (Du contrat social ou Principes du droit politique), een verhandeling dat zichtbaar invloed zou hebben op de Verklaring van de Rechten van de Mens en tevens de Franse Grondwet in 1793, als gevolg van de Franse revolutie. Daarnaast was Rousseau een van de eerste die een autobiografie schreef, en een van de voorlopers van de Romantiek, een stroming in kunst en filosofie die de natuur, intuïtie, verbeelding, emotie en gevoel centraal zet.

Rousseau was een autodidact, wat betekent dat hij zichzelf (met hulp van zijn vader) alles heeft geleerd wat hij kon. We zeiden al dat hij ‘bekend’ stond om zijn persoonlijkheid, deze was echter niet altijd even gemakkelijk. Als kind was Rousseau een belhamel die er van hield om kattenkwaad uit te halen. Zo zou hij in de kookpot van de buurvrouw hebben geplast. Toen Rousseau tien was, en zijn moeder reeds overleden was, kreeg zijn vader het aan de haal met een landeigenaar. Rousseau senior werd veroordeeld tot gevangenisstraf en vluchtte, zijn zoon achterlatend. Het mag duidelijk zijn dat Rousseau geen gemakkelijke jeugd heeft gehad.

De filosofie van Rousseau was Romantisch, niet in de zin van liefde, maar in de zin van de kunststroming Romantiek. Hij was fel tegen het idee van de filosoof Hobbes, die geloofde dat sinds de mens in zijn natuurlijke staat geen idee heeft van ‘Goed’ en ‘Slecht’, hij derhalve van nature slecht moet zijn. Deze redenatie lag niet goed bij Rousseau, hij geloofde dat on-gecorrumpeerde (natuurlijke) moralen duizend malen zuiverder en beter waren dan de ‘besmeurde’ waarden van mensen in de samenleving van zijn tijd. Hij geloofde in het ‘goede’ van de mens, en het corrupte van de maatschappij. Het idee van de optimale ‘wilde’ kwam van Rousseau (savage). De Wilde was volgens hem de beste optimale menselijke ontwikkeling, beter dan de brute wilde dieren (die geen mededogen met elkaar hebben) en tevens beter dan de ‘geciviliseerde’ moderne mens (die ook geen mededogen scheen te hebben!). Echter, het idee van de ‘noble savage’, dat vaak wordt toegeschreven aan Rousseau, komt niet van hem. Deze uitdrukking kwam van John Dryden, een dichter uit de eeuw vóór Rousseau.

Een belangrijk gebied waarover Rousseau een mening had, was de Staat. In zijn wellicht meest bekende werk, ‘Het Sociale Contract’, argumenteert hij dat idealiter de mens (de wilde) samenleeft zonder regels en zonder wetgeving. Sinds dit niet mogelijk is in de huidige maatschappij (al in zijn tijd niet, en laten we wel zijn, tegenwoordig al helemaal niet) moet men samen komen in een sociaal contract. Daarin geeft iedere individu zijn natuurlijk recht op, en overhandigt deze macht aan een ‘hogere’ macht. Dat klinkt misschien een beetje als democratie zoals wij hem nu kennen, echter, Rousseau gaf sterk de voorkeur aan het behouden van de macht tot wetgeving in de handen van de individu. Idealiter wil Rousseau zijn Staat regelen in een directe democratie, waarin iedereen zijn zegje kan doen, direct, in bijeenkomsten. Hij was dus een tegenstander van de representatieve democratie.

Rousseau was vooral bezig in de politieke filosofie, en deed daarnaast ook veel baanbrekend werk in de filosofie van het opvoeden en didaktiek. Hij werd vooral geïnspireerd door Plato, Aristoteles, Machiavelli, Descartes, Hobbes, Spinoza en Locke, en zou op zijn beurt een bron van inspiratie zijn voor: Kant, Hume, de hele Romantische beweging, Marx, en ga zo maar door. Een beroemde citaat: “de Mens is vrij geboren, en toch is hij overal in ketens”.


4. Friedrich Nietzsche, Duitsland, 1844 – 1900

Friedrich Nietzsche
Gustav-Adolf Schultze (d. 1897)/publiek domein

Friedrich Nietzsche werd op 15 oktober 1844 geboren iets ten Zuidwesten van Leipzig. Hij was de zoon van een dominee die krap 5 jaar na zijn geboorte stierf. Hij werd opgevoed in een ‘vrouwenhuishouden’ waarin vijf vrouwen hem het leven dicteerden, zijn moeder, zijn jongere zus, zijn grootmoeder van moeders kant en twee ongehuwde tantes. Geen wonder dus dat Nietzsche horendol werd van vrouwen!

Hij studeerde voor korte tijd theologie aan de universiteit van Bonn, maar wegens een verloren geloof stapte hij over op filosofie. Dat kon hij in Leipzig studeren, en ging dus terug naar zijn geboorte regio. In Bazel werd hij uiteindelijk hoogleraar, in 1869, op 25 jarige leeftijd (dat hoor je tegenwoordig bijna nooit!). Hij kon echter de stres van het lesgeven niet aan, kreeg last van migraine en werd zelfs nagenoeg compleet blind, en gaf zijn positie na tien jaar ploeteren op. Hij was vanaf die tijd een vrije filosoof, en ‘zakte af’ naar meer mediterrane klimaten, zoals Genua en Turijn. Weer tien jaar later stortte hij geestelijk in. Hij werd door zijn vrienden in Duitsland teruggehaald naar zijn geboorte regio, maar hij herkende op den duur niemand meer, en werd uiteindelijk tot zijn dood (vele jaren later) verzorgd door zijn moeder en zus. Hij stierf relatief jong op 55-jarige leeftijd. Tegenwoordig geloven historici dat hij last had van Syfilis, maar hier is het men nog altijd niet helemaal over eens.

Hoe dan ook, zijn werk: zijn werk was sterk beïnvloed door Artur Schopenhauer, een andere filosoof die geloofde dat er achter onze zintuigelijke wereld een ander iets schuil gaat waarin wij mensen slechts fenomenale manifestaties (‘dingen’) zijn. In dit perspectief is de mens een ‘willend’ wezen dat verlangt, en dat verlangen staat centraal, niet zozeer de reden. Nietzsche gebruikte dit gedachtengoed en pakte het strijdlustig op. Hij vond dat de mens (de übermensch) moest streven naar het vervullen van verlangens.

Nietzsche noemde zichzelf de filosoof met de hamer, omdat hij naar zijn eigen zeggen recht tegen de heersende ideeën in ging. Hij typeerde dit met zijn spreuk ‘God is dood’. Overigens is het moeilijk om een korte samenvatting van zijn ideeën te geven (anders dan dat ze ‘tegen de heersende norm waren’) omdat hij zelf meerdere malen van gedachte veranderde. Het is wel belangrijk om te vermelden dat, hoewel veel van zijn ideeën werden gebruikt door de Nazi’s in de tweede wereldoorlog, Nietzsche zelf geenszins politieke inclinaties had.

Zijn werk zou vooral inspiratie zijn voor Evola, Heidegger, Derrida, Freud en Foucault. Een beroemde quote: “hoe hoger we vliegen, hoe kleiner we lijken voor diegene die niet kunnen vliegen”

3. Rene Descartes, Frankrijk, 1596 – 1650

Rene Descartes

René Descartes (of in de stijl van die tijd, gelatiniseerd Renatus Cartesius) werd geboren in La Haye (ten zuiden van Parijs en ten Westen van Nantes) op 31 maart 1596, en hij stierf in Stockholm (Zweden), op 11 februari 1650. Hij was een Fransman, en naast filosoof was hij ook wiskundige. Hij staat vooral bekend om zijn aanpak en uitspreuk ‘cogito ergo sum’, (ik denk dus ik ben). Hij is door velen de vader van de moderne filosofie genoemd, en is de eerste filosoof die na de tijd van Aristoteles de filosofie van de oudheid verwierp, en een geheel eigen filosofisch systeem opbouwde. Hij legde zo de basis voor het rationalisme, waarin rede en denken centraal staan.

Grote delen van zijn leven woonde Descartes in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (tegenwoordig Nederland, onder andere in Franeker, Leiden, Amsterdam en Utrecht) waar hij zijn belangrijkste publicaties schreef en publiceerde (Nederland was de enige plek waar zulke revolutionaire stukken konden worden gedrukt en verspreidt).
Descartes wantrouwde niet alleen de ideeën van filosofen vóór zijn tijd, hij wantrouwde ook zijn eigen waarnemingsvermogen. Hij kwam uiteindelijk tot de conclusie dat de geest of de ‘gedachten’ een compleet losstaand iets zijn van onze materiele lichamen, een zogeheten ‘duaal’ (dubbel) systeem. Daarnaast concludeerde hij dat het enige wat we zeker kunnen weten is dat we weten, en derhalve dat we zijn (dat we bestaan).

Descartes en denkers na hem vormden de filosofische stroom genaamd ‘rationalisten’ en zij stonden lijnrecht tegenover de andere filosofische stroom van die tijd, de empiristen (onder andere Hobbes, Locke en Hume waren deel van deze filosofische stroming).
Descartes werd, ondanks dat hij probeerde zijn eigen gedachtepatroon te volgen en niet besmet te raken met andermans ideeën, toch beïnvloedt door zijn voorgangers, voornamelijk Plato, Aristoteles, Avicenna, Aquinas, Ockham en Augustinus. Op wie zijn gedachtegang allemaal invloed had… tja, alle westerse filosofen na zijn tijd, vermoedelijk. Zijn meest directe volgers waren Spinoza en Leibniz, wie beide op zijn ideeën voortbouwden (met de nodige kritiek uiteraard).
Zijn quote, moeten we het nog opschrijven? Uiteraard: “Cogito ergo sum”

2. Karl Marx, Duitsland, 1818-1883

Karl Marx

International Institute of Social History /publiek domein

Karl Marx was een socioloog, filosoof, econoom, journalist en revolutionair denker. Dat allemaal in één mensenleven, en niet eens een erg lang leven. Hij werd geboren op 5 mei 1818, in Duitsland (destijds nog niet Duitsland echter, maar het koninkrijk van Pruisen), en stierf in London op 14 maart, 1883. Hij zou echter het grootste deel van zijn leven doorbrengen in London. Hij is vooral bekend om zijn baanbrekend werk in economie en arbeidssociologie. Zijn bekendste boeken zijn ‘The Communist Manifesto’ en ‘Das Kapital’.

Marx was een socialist in hart en nieren, nog vóór de term socialisme was uitgevonden. Zijn theorieën over de maatschappij, economie en politiek, iets dat tegenwoordig verzameld is onder de naam ‘marxisme’, stipuleert dat een maatschappij voortgang boekt door klassen strijd. Er is volgens Marx altijd eerst een strijd tussen de klasse die de macht heeft, en de klassen die moeten werken om te overleven, en alleen via een opstand van de lagere klassen kan uiteindelijk een klasseloze Staat ontstaan (het dictatuur van het proletariaat, en uiteindelijk een communistische staat). Een van de meest belangrijke gedachten achter het Marxisme is dat er mogelijkheid is om aan een bepaalde (slechte, oneerlijke) klassensysteem te ontkomen via opstand, of revolutie. Het is dit idee van revolutie dat later enthousiast werd overgenomen door communisten, met name in Rusland en Cuba. Het moge duidelijk zijn dat Marx een politiek filosoof was.

Marx werd vooral beïnvloedt door Hegel, Spinoza, Rousseau, Darwin en Epicurus, en zou zijn eigen indruk achterlaten bij filosofen over de hele wereld. De citaat die we van hem achterlaten is “Filosofen hebben de wereld al in verschillende manieren waargenomen, het punt/probleem is haar te veranderen!”

1. Aristoteles, Macedonië/ Griekenland, 384-322 Voor Christus

Aristoteles

Deze lijst is niet compleet zonder Aristoteles. Aristoteles was de leerling van Plato, en leefde in het oude Griekenland. Hij is vermoedelijk de meest invloedrijke filosoof van de westerse filosofie. Zagen we dat de voorgaande filosofen ook tig andere banen hadden (zoals econoom, socioloog, schrijver), Aristoteles slaat ze allemaal, wat dat betreft. Hij was onder andere een fysicus, bioloog, filosoof, dichter, componist, musicus, retoricus, politicoloog, staatsman en leraar. Hij was onder andere privé leraar van Alexander de Grote, de oprichter van het onderwijsinstituut het Lyceum, en een gelover in empirici, het testen en meten van dingen. Hij geloofde vooral in het waarnemen van dingen, en hij heeft baanbrekend werk geleverd in dit waarnemen en catalogiseren. Hij deed dit catalogiseren niet alleen voor biologische dingen (zoals diersoorten en planten) maar met alles wat hij tegenkwam. Als zodanig heeft hij dus in bijna alle wetenschappelijke disciplines wel zijn sporen achter gelaten.

Zijn filosofische ideeën hadden vooral invloed op de middeleeuwse en vroege Renaissance perioden, maar zijn zeker ook vandaag niet vergeten. Vooral zijn ethiek vindt tegenwoordig veel resonantie bij morele filosofen. Aristoteles bouwde een deugden-ethiek op, waarin men het ‘goede’ kan herkennen aan de deugdelijkheid van iets. Het meest deugdelijk is de ‘gulden middenweg’, het perfecte midden tussen twee extremen. Zo kon men extreem laf zijn, of extreem roekeloos, maar het beste, of meest deugdelijk, was om gewoon moedig te zijn, het gulden midden tussen beide.

We sluiten deze top tien af met een citaat van Aristoteles: “we zijn wat we herhaaldelijk doen. Uitmuntendheid is niet een daad maar een gewoonte”.

Tot slot, twee dingen. Ten eerste, mijn excuses als je favoriete filosoof er niet tussen zat. Er zijn simpelweg té veel goede filosofen om in één top tien te proppen. Laat vooral een commentaar achter om anderen te laten weten welke filosofen we allemaal vergeten zijn!
Ten tweede, een disclaimer. Wij zijn geen afgestudeerde en gepromoveerde filosofen. Derhalve weten we (te) weinig van filosofie om alles te kunnen uitleggen. Zo goed en zo kwaad als het kan, doen wij ons uiterste best, maar er is altijd het risico dat we het fout hebben. Wederom, laat een commentaar achter als je een fatale fout ontdekt! Het wordt zowel door de auteur van deze top tien als de andere lezers zeer gewaardeerd!

    1. Anoniem juni 30, 2015
      • Big shaq december 18, 2017
      • Rado-man mei 28, 2018
    2. Daan juni 30, 2015
      • Johan juli 20, 2015
    3. Ook Anoniem juni 30, 2015
    4. Janissary juli 2, 2015
      • Johan juli 20, 2015
      • Billie augustus 15, 2015
      • maestro februari 4, 2016
    5. Billie augustus 15, 2015
    6. 1 december 20, 2015
    7. jasmijnbloesem februari 28, 2016
    8. KasperKreeft september 29, 2016
    9. dit klopt niet :( december 15, 2016
    10. Anoniem november 30, 2017
    11. wilfred degens mei 2, 2018
    12. Baro-man mei 28, 2018
    13. Rado-man mei 28, 2018

    Jouw Reactie?