Top 10 Grootste Misvattingen (3): Biologie en Gezondheid

In de eerste twee delen van deze special somden we een aantal misvattingen uit de geschiedenis en wetenschap op. Zo werd de ontdekking van Amerika betwist, evenals het idee dat glas een vloeistof is. Gelukkig was deze lijst bij lange na niet compleet: er zijn nog veel meer misvattingen die te beschrijven zijn. Voldoende materiaal dus voor een deel 3!

In dit deel noemen we vijf biologische misvattingen en vijf gezondheids-gerelateerde misvattingen. Waarom maar zo weinig? Het is niet omdat er minder misvattingen zijn. Misvattingen genoeg. Het is echter af en toe een beetje deprimerend om over al die misconcepties te schrijven. De auteur van deze tekst wil graag nog van de rest van de dag genieten, en gunt ook de lezer nog wat vreugde, en daarom houden we de misvattingen-dosis hier wat laag.

Overigens heeft het onderwerp ‘gezondheid’ alles met biologie te maken, maar omdat er zoveel verkeerde opvattingen bestaan wat betreft onze gezondheid hebben we dit maar als aparte catagorie behandeld.

Mocht je van een misvatting weten die niet in deze lijst staat, maar het noemen waard is, laat hem horen, en schrijf ze in een commentaar box! Hoe meer misconcepties we de wereld uit kunnen helpen, hoe verstandiger we kunnen leven!


BIOLOGIE


10. Stieren en de kleur rood

stier rood
foto: Jean-François Le Falher / Wikicommons

Stieren worden wild als ze de kleur rood zien. Dit is waarom torero’s in Spanje rode doeken gebruiken om de aandacht van de stier te trekken.

Dat dit niet waar is, blijkt als we nagaan dat koeien (en dus ook stieren) zogeheten ‘dichromaten’ zijn. Dat klinkt duur, maar het betekent simpelweg dat ze slechts twee kleuren zien (‘di’ betekent twee en ‘chromaat’ staat voor kleuren). Dichromaten zoals stieren zien dus geen kleur, ook geen rode kleur. Wat ze wél zien is een heldere tint in plaats van een donkere tint en het wapperende effect van die heldere tint. Dat gewapper is genoeg om het instinct van een stier te activeren. Wapperende dingen die niet snel genoeg verdwijnen zijn in het evolutionaire verleden van kudde-dieren altijd ‘roofdieren’ geweest (immers, gras wappert op een compleet ander niveau). Het standaard patroon voor wapperende dingen is voor stieren daarom ‘de kudde beschermen van naderend kwaad’ en dus valt de stier het wapperende object aan. De torero (matador) is een natuurlijk verlengde van het wapperende object en derhalve deel van het gevaar. Of ze nu roze, blauw of rode doeken om zich heen wikkelen.

9. Struisvogel reactie: kop in het zand

struisvogel
foto: A. Kniesel / Wikicommons

Over gevaar gesproken, struisvogels steken hun kop in het zand als ze merken dat gevaar nadert.

Dit is natuurlijk niet zo. Evolutionair zou de struisvogel niet echt erg veel overlevingskans hebben met zo’n strategie. Deze misconceptie is er echter al een lange tijd. Vermoedelijk was het Pliny de Oudere, een schrijver en geschiedkundige uit het oude Rome (hij leefde van 23 tot 79 na christus), die de oorzaak is van de verwarring. Hij schreef: ‘stel je voor, als ze hun hoofd en nek ik een bossage hebben gestoken, dan is het gehele lichaam verscholen’. Een beetje ambigue dus, en het gevolg ervan is dat mensen begonnen te geloven dat struisvogels écht hun hoofd in het zand steken (in plaats van in een struik) en daarmee gevaar denken te kunnen vermijden. Domme struisvogels! Maar in dit geval hebben wij het dus mis, niet de (misbegrepen) struisvogels.


8. Geheugen van een goudvis

goudvis


Goudvissen hebben een geheugen spanne die niet langer is dan een paar seconden. Daarom vinden ze het niet erg om in een vissenkom opgesloten te zitten, ze herinneren zich toch niet dat ze hetzelfde rondje al vierhonderd keer hebben gezwommen.

Gedragswetenschappers hebben aangetoond dat het geheugen van een goudvis heel wat beter is dan enkele seconden. Het hangt natuurlijk af van de complexiteit van datgene wat onthouden moet worden (een mathematische vergelijking is wellicht snel vergeten), en de urgentie (iets dat pijn doet onthoudt een goudvis, net als alle andere dieren, nu eenmaal beter). Maar alles bij elkaar genomen spreek je toch wel over een geheugen duur van maanden, niet seconden.

7. Magische worm multiplicatie

regenworm
foto: Holger Casselmann / Wikicommons

Als je een aardworm in tweeën splijt (per ongeluk, bijvoorbeeld, tijdens het graven) dan kunnen de beide helften doorleven.

Helaas voor de aardwormen is dit niet waar. Een in tweeën gesneden worm zal, net als (bijna) alle andere dieren, niet lang overleven. Er zijn overigens enkele aardwormsoorten die aan derriere- regeneratie doen, en deze wormen kunnen inderdaad na bi-sectie (in tweeën splijten) doorleven, aan één kant. Echter, alleen het voorste deel, waar de mond is, overleeft het verhaal. Het achterste deel sterft dus toch gewoon af. Geen magische vermenigvuldiging.
Er is wel een andere worm familie (platwormen) die wel na een bi-sectie kunnen doorleven als twee nieuwe individuen. Maar die kom je niet tegen tijdens het graven.


6. Evolutie gaat over de oorsprong van het leven

evolutie


De evolutie theorie van Darwin en zijn volgers is ontworpen om een verklaring te geven voor het ontstaan en ontwikkeling van leven op aarde (en elders).

Dit is een vrij persistente misconceptie onder niet-biologen, maar in feite heeft de evolutie theorie niet zo veel te maken met de oorsprong van leven per se. Het evolutie proces beschrijft hoe verschillende diersoorten kunnen ontstaan uit andere soorten. Als je dit in omgekeerde richting analyseert, kom je uiteindelijk (theoretisch gezien) bij de universele gedeelde voorouder, maar dit is niet waar de evolutie theorie om draait. Het gaat enkel over veranderingen in bestaande diersoorten over generaties, als gevolg van evolutionaire druk. De theorie die de oorsprong van het leven behandeld heet a-biogenesis (‘a’ voor anti, ‘bio’ voor ‘biologisch’ of levend, en ‘genesis’ voor ontstaan, ofwel creatie. Het eerste leven is uiteraard ontstaan uit een ‘on’levend iets). De oorsprong van het universum wordt verklaard door de Big Bang theorie. Evolutie theorie neemt het over ná de genese van leven.


GEZONDHEID


5. Mensen die slaapwandelen mag je nooit wakker maken

slaapwandeln
foto: Gaspirtz / Wikicommons

Als je iemand wakker maakt tijdens een slaapwandel sessie, kan je ernstige mentale schade doen.

Dit is onzin. Hoewel mensen die wakker worden gemaakt tijdens een slaapwandeling doorgaans wat verward kunnen zijn (begrijpelijk, als je totaal ergens anders wakker wordt dan waar je ging slapen), er is geen medische indicatie om te geloven dat deze mensen fysiek of mentaal erdoor beschadigd raken.

In feite is het juist goed om slaapwandelaars te onderbreken. Immers, al slaapwandelend lopen ze overal tegenaan en houden zeker geen oogje in het zeil voor eventuele trappen of balustrades. Slaapwandelaars zijn notoire brokken-piloten, en een slaper wakker maken tijdens zijn loopje kan alleen maar ongelukken voorkomen.


4. Hoe vaker je scheert, hoe harder de haren worden

scheren
foto: Andrew Dyer / Flickr


Als je een bepaalde plek vaak scheert, worden de haren op die plek al snel harder en stugger.

Neen, dit is niet zo. Het lijkt misschien zo, omdat zeer kort haar (dat net geschoren is) altijd stug aanvoelt. Maar dat is simpelweg illusie. De haren blijven op dezelfde groeien als ze altijd gedaan hebben. Je lichaam heeft een bepaalde manier van haar opbouwen, en die manier verandert niet. In ieder geval, niet door de haren af te scheren.
Een verklaring voor het ‘gevoel’ dat korte haren stugger zijn is dat geknipte of geschoren haren een stomp uiteinde hebben, daardoor voelt gesneden (geknipt, geschoren) haar stomper en harder aan. Het is dus niet zo zeer dat het haar stugger is, alleen het uiteinde. Bij kort haar voel je het uiteinde alleen een stuk beter.

3. Vlees eten is een noodzaak voor een gezond dieet

vlees
foto: Till Krech / Flickr

Vegetariërs en veganisten komen essentiële proteïnen tekort door hun dieet.

Neen, dit is niet zo. Als vegetariër ben ik blij dit te kunnen zeggen. Het gehele verhaal is uiteraard wat gecompliceerder, maar het komt wel erop neer dat je als vegetariër (en zelfs als veganist) aan voldoende proteïnen kan komen om gezond te leven. Het is echter wel iets moeilijker, omdat je actief op zoek moet naar alternatieven voor vlees.
Hoe werkt het dan precies, want er zitten toch ook proteïnen in bonen? Dat klopt, en er zitten ook proteïnen in een hele hoop andere producten. Het bezwaar is dus niet dat sommige diëten je niet genoeg ‘proteïnen’ an sich geven, het probleem ligt hem in welke proteïnen. Proteïnen (of eiwitten) komen en allerlei vormen en maten (het zijn ketens van aminozuren die op een bepaalde specifieke manier opgevouwen zijn). Hoewel je lichaam een aantal van deze proteïnen zelf kan bouwen (uit andere proteïnen) zijn er ook een select aantal aminozuren die je absoluut met voeding binnen moet krijgen. Ons lichaam kan ze namelijk niet zelf maken.
Een eiwit bron moet dus idealiter een goede samenstelling aan verschillende proteïnen bevatten. Het voordeel voor carnivoren is dat vlees alle proteïnen in de juiste verhouding bevat. Niet alle voedingsstoffen hebben die juiste samenstelling, of alle eiwitten. Het kan dus zijn dat je, om een volledig proteïne plaatje te krijgen, je twee of meer voedingsproducten zal moeten eten. Als je echter een divers dieet hebt als vegetariër, en ook als veganist (hoewel deze laatsten wel een moeilijkere taak hebben) kan je in principe best genoeg van alle nodig eiwitten binnen krijgen. Als je alléén maar sojabonen eet, krijg je misschien wel een probleem…

2. Tien % hersencapaciteit

10 procent hersenen

Mensen gebruiken slechts 10 % van hun brein, de rest wordt niet gebruikt.

Dit is niet zo. Of om precies te zijn, het kan soms zo zijn, maar is meestal niet zo. Het is wel degelijk zo dat onze neuronen (de cellen in ons brein die zorgen voor onze denk-processen) niet allemaal tegelijk met elkaar communiceren. Echter, het blijkt dat niet alleen de actieve, maar ook de in-actieve neuronen een belangrijk deel uitmaken van denkprocessen. Met andere woorden, zelfs als een neuron niet actief bezig is in een bepaald denkproces, dan is de neuron toch nog belangrijk voor het proces, zijn ‘absentie’ van het proces is dus deel van het geheel. Ben je er nog?
Hoe weten ze dat? Welnu, simpelweg door mensen te bekijken die hersenbeschadigingen hebben opgelopen. Als we slechts 10 % van ons brein gebruiken, dan is schade aan de overige 90 % niet belangrijk, toch? Immers, het wordt niet gebruikt. Echter, wanneer er schade is aan die 90 %, blijken mensen toch niet meer in staat zijn bepaalde acties uit te voeren, of denkprocessen te hebben. De logische conclusie: ook al zijn de neuronen in dat deel van het brein niet actief bezig, ze zijn toch betrokken bij het proces. Daarnaast hebben hersenscans aangetoond dat ons brein altijd bezig is, en meer dan 10 %.
De misconceptie komt vermoedelijk van William James, een pionier psycholoog die de uitspraak gebruikte als een metafoor. Een andere theorie van de oorsprong is dat Einstein het heeft geopperd als een verklaring voor zijn eigen exceptionele intellect. Met andere woorden, we zijn allemaal gewoon een beetje lui. Gelukkig is dat dus niet zo, we zijn niet luie denkers, de hersenen zijn constant non-stop actief.

1. Diep nadenken kost meer energie dan naar Doctor Phill kijken

dr phil

Simpelweg tv series kijken en weinig nadenken kost minder energie dan diep nadenken. Daarom voel je je na een examen altijd totaal uitgeput.

Ik moet toegeven dat ik ook altijd uitgeput uit mijn examens kwam. Het heeft echter weinig te maken met de energie die je hersenen verbruiken tijdens een examen, in vergelijking met een zelfde tijd van ‘gewoon’ nadenken of simpelweg bankhangen. Het feit is dat onze breinen zowel in rust toestand als in toestand van uiterste inspanning belachelijke hoeveelheden energie vereisen. Onze neuronen hebben bloed, zuurstof en suikers nodig (suikers hoeven niet per se zoete suikerklontjes te zijn, overigens, een hartige boterham levert meer dan genoeg ‘suikers’ op). Het verbruik van neuronen is inderdaad iets hoger als ze actief bezig zijn (bijvoorbeeld wanneer je aan je wiskunde test werkt) maar het verschil is zo klein in vergelijking met de basis behoefte van je hele brein dat er nauwelijks van een verschil te spreken is.
Hoeveel energie heeft zo’n brein dan nodig? Wij mensen hebben veel meer brein dan andere dieren, dat moet even gezegd worden. Een gemiddeld brein weegt zo’n 1.4 kilogram, dat is slechts 2 % van ons gemiddelde totale gewicht. Ons brein slurpt echter maarliefst 20 % van onze basis-energie uitgave op (ook wel bekend als resting metabolic rate).
Merkwaardig genoeg zit ons gevoel van totale uitputting na mentale inspanning volledig tussen onze oren. Dat wil zeggen, er is een verwachting dat we moe zijn na de inspanning, en dus voelt het brein zich uitgeput. Dat wil niet zeggen dat mensen zich bewust aan het aanstellen zijn. Dit effect is volledig onbewust en gebeurt bij (bijna) iedereen. Een andere verklaring is overigens dat 3 uur lang verkrampt over een papier gebogen zitten an sich meer energie kost dan onderuit gezakt op een bank zitten.
Hersenen zijn een van de onderwerpen waar wetenschap pas het topje van de ijsberg heeft ontdekt. We weten zoveel over hersenprocessen, en tegelijkertijd nog altijd zo ontzettend weinig, dat er nauwelijks concrete antwoord te geven is. Het is echter wel zo dat diep nadenken niet absurd veel meer energie kost dan Dokter Phill afleveringen kijken. Geef de hoop op jezelf slank denken dus maar op, en ga joggen.

    1. Leon augustus 29, 2014
      • Anoniem februari 10, 2015
      • Anoniem februari 10, 2015
        • Sproetje augustus 19, 2015
      • anoniem maart 4, 2017
    2. je moeder mei 25, 2017
    3. je moeder mei 25, 2017
    4. Toon augustus 20, 2017
    5. Anoniem januari 13, 2018

    Jouw Reactie?