De retail en de horeca maken zich alweer op voor het “Wereldkampioenschap voetbal van 2026”, dat zich zal afspelen in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Terwijl de voetbalgekte langzaam toeneemt, is het een mooi moment om de balans op te maken van de laatste tien edities.
Van de legendarische solo’s van Maradona tot de zenuwslopende strafschoppenreeks in Qatar; de geschiedenis van het WK zit vol met drama en triomfen. Hieronder vind je de tien laatste winnaars van de grootste prijs in de sportwereld.
1986 – Argentinië
Nadat Colombia de organisatie moest teruggeven, sprong Mexico in als gastheer. Het werd het toernooi van “Diego Maradona”. Met zijn legendarische “Hand van God” en zijn weergaloze solo tegen Engeland leidde hij zijn land naar de finale in het Aztekenstadion.
In de eindstrijd nam Argentinië het op tegen West-Duitsland. Hoewel de Duitsers een 2-0 achterstand goedmaakten, was het Jorge Burruchaga die op aangeven van Maradona de winnende 3-2 binnenschoot. Het was de tweede wereldtitel voor de Argentijnen en de definitieve kroning van Maradona als beste voetballer op aarde.
1990 – West-Duitsland
Vier jaar later zagen we in Italië een herhaling van de vorige finale. Dit keer waren de rollen echter omgedraaid. In een fysieke en stroperige wedstrijd trok West-Duitsland aan het langste eind door een benutte strafschop van Andreas Brehme in de 85e minuut.
Het toernooi was voor Nederland een grote teleurstelling; Oranje vloog er in de achtste finale al uit tegen de latere kampioen. Voor Duitsland was het een historisch succes, aangezien het land kort daarna herenigd zou worden. “Lothar Matthäus” mocht als aanvoerder de beker omhoog houden in Rome.
1994 – Brazilië
Het WK verhuisde in 1994 naar de Verenigde Staten, waar voor het eerst het driepuntensysteem in de groepsfase werd ingevoerd om aanvallend voetbal te stimuleren. De finale in de Rose Bowl tussen Brazilië en Italië werd echter een tactisch steekspel dat na 120 minuten nog steeds op 0-0 stond.
De beslissing moest vallen via strafschoppen, een primeur voor een WK-finale. De wereld keek ademloos toe hoe de Italiaanse sterspeler “Roberto Baggio” de beslissende bal huizenhoog over schoot. Brazilië werd hiermee voor de vierde keer wereldkampioen, met Romário als de grote uitblinker van het toernooi.
1998 – Frankrijk
Frankrijk trad in 1998 op als gastheer en wist de hoge verwachtingen voor eigen publiek volledig waar te maken. In de finale in het splinternieuwe Stade de France werd het grote Brazilië met maar liefst 3-0 verslagen. Het was de avond van “Zinédine Zidane”, die twee keer met het hoofd scoorde uit een hoekschop.
Het Franse team, dat bekendstond als de “Rainbow Nation” vanwege de diverse achtergronden van de spelers, verenigde een heel land. Twee jaar later zouden zij ook nog het EK winnen, waarmee Frankrijk destijds de absolute heerser van het internationale voetbal was.
2002 – Brazilië
Voor de eerste keer vond het WK plaats in Azië, met Zuid-Korea en Japan als gezamenlijke organisatoren. De finale in Yokohama was een ontmoeting tussen twee grootmachten die elkaar nog nooit eerder op een WK hadden getroffen: Duitsland en Brazilië.
“Ronaldo”, die vier jaar eerder in de finale nog onzichtbaar was door mysterieuze gezondheidsproblemen, nam revanche op de wereld. Met twee doelpunten besliste hij de wedstrijd (2-0). Brazilië schreef geschiedenis door voor de vijfde keer de wereldtitel te pakken, een record dat tot op de dag van vandaag nog steeds staat.
2006 – Italië
Duitsland fungeerde in 2006 als gastheer van een toernooi dat vooral herinnerd zal worden om de dramatische finale in Berlijn. Italië en Frankrijk hielden elkaar in evenwicht, maar het moment dat de wereld bijbleef was de kopstoot van Zidane tegen de borst van Marco Materazzi, wat de Fransman een rode kaart opleverde.
De wedstrijd werd uiteindelijk beslist door strafschoppen. De Italianen bleven foutloos vanaf elf meter en “Fabio Grosso” schoot de winnende binnen. Na het omvangrijke “Calciopoli” omkoopschandaal in eigen land was dit kampioenschap een enorme morele opsteker voor het Italiaanse voetbal.
2010 – Spanje
In Zuid-Afrika zagen we een Spaanse generatie die het “tiki-taka” voetbal tot kunst had verheven. Na het winnen van het EK in 2008 waren zij de grote favoriet. In de finale in Johannesburg trof Spanje het Nederlands elftal, dat voor de derde keer in de historie op de drempel van de titel stond.
Het werd een bikkelharde wedstrijd waarin Oranje lang standhield. Pas diep in de verlenging, in de 116e minuut, schoot “Andrés Iniesta” de bal tegen de touwen. Spanje won met 1-0 en kroonde zich voor de eerste keer tot wereldkampioen, terwijl Nederland wederom genoegen moest nemen met zilver.
2014 – Duitsland
Tijdens het WK in Brazilië bewees Duitsland hoe ver ze waren gekomen met hun nieuwe, technische speelstijl. Het absolute hoogtepunt was de halve finale tegen het thuisland, waarin de Duitsers Brazilië vernederden met een historische 7-1 overwinning.
De finale tegen Argentinië was een stuk spannender. In de verlenging was het invaller “Mario Götze” die met een prachtige aanname en volley de enige treffer van de wedstrijd maakte. Duitsland pakte hiermee zijn vierde wereldtitel, de eerste sinds de hereniging, en was het eerste Europese land dat een WK won op Zuid-Amerikaanse bodem.
2018 – Frankrijk
Rusland was in 2018 het decor voor een toernooi vol verrassingen, maar uiteindelijk was het Frankrijk dat met een ijzersterke selectie de titel opeiste. In een doelpuntrijke finale werd Kroatië, de grote verrassing van het toernooi, met 4-2 verslagen.
“Kylian Mbappé” ontpopte zich tijdens dit toernooi tot een wereldster en werd de eerste tiener sinds Pelé die scoorde in een WK-finale. Bondscoach Didier Deschamps trad toe tot een select gezelschap van mensen die het WK wonnen als zowel speler (in 1998) als trainer.
2022 – Argentinië
Het meest recente WK in Qatar eindigde in wat velen beschouwen als de “beste finale ooit”. Argentinië en Frankrijk vochten een zenuwslopend duel uit dat na verlenging in 3-3 eindigde, mede door een hattrick van Mbappé en twee goals van Messi.
In de strafschoppenreeks toonde Argentinië zich de sterkste, mede dankzij de reddingen van keeper Emiliano Martínez. “Lionel Messi” kreeg eindelijk de prijs waar hij zijn hele carrière naar had gezocht. Argentinië werd voor de derde keer wereldkampioen en Messi bevestigde hiermee voor velen zijn status als de “GOAT” (Greatest of All Time).
