Top 10 Vleesetende planten

Planten die vlees eten? Ja hoor, ze bestaan wel degelijk. Bij het woord ‘vleeseters’ denkt men meestal aan grote roofdieren als leeuwen en tijgers die hun prooi met huid en haar oppeuzelen. Maar er bestaan planten op de wereld die ook vlees eten: ze vangen en verteren insecten. De meeste vleesetende planten bezitten wortels waarmee ze voedingsstoffen opnemen uit de bodem, net als alle andere planten. Ze vullen hun ‘dieet’ echter aan met stikstofrijke voeding uit gevangen insecten. Vleesetende planten zijn meestal felgekleurd en scheiden een geur of nectar af, wat insecten aantrekt. Als een insect landt op de plant, kan het niet meer ontsnappen en wordt het zonder pardon ‘opgegeten’.


10. Aldrovanda vesiculosa of watervliegenval

De watervliegenval of Aldrovanda vesiculosa is een onder water levende vleesetende plant. Hij voedt zich vooral met kleine dieren die in het water leven. De plant heeft geen wortels en bestaat hoofdzakelijk uit een stengel van zo’n 6 tot 11 centimeter lengte die in het water drijft. Rond de stengel bevinden zich de bladstelen en de blaadjes die waterdiertjes ‘vangen’. De blaadjes sluiten zich vliegensvlug als een klem rond de diertjes, in slechts 10 milliseconden. Zo’n bliksemsnelle beweging van een plant is uniek in de natuur.

9. Byblis of regenboogplant

De Byblis of regenboogplant ziet er soms uit als een soort bevroren fontein van waterdruppels. Als de zon erop schijnt, krijgt de plant alle kleuren van de regenboog. Zowel de stam, de bloemen als de bladeren zijn bedekt met fijne druppels. Deze druppels bevatten een kleverige stof waaraan kleine insecten blijven hangen. De plant scheidt verteringsstoffen af op de spartelende prooi en neemt op deze manier voedingsstoffen op uit de gevangen insecten. De Byblis komt voor in het noorden en westen van Australië op voedselarme zandgronden.


8. Drosera of zonnedauw

De zonnedauwfamilie van vleesetende planten telt meer dan 200 soorten, waarvan sommige soorten in Nederland voorkomen. De bladeren van de zonnedauw bevatten kleine tentakels waarop kleverige druppels zitten. Net als bij Byblis vangt de plant insecten met deze klevende druppels. Wanneer een insect zich probeert los te maken, komt het nog meer onder de kleefstof te zitten. De gevangen insecten worden verteerd en zijn een bron van voedingsstoffen, die meestal niet aanwezig zijn in de bodem waarop de zonnedauw leeft.

7. Pinguicula of vetblad

Pinguicula -  vleesetende plant
 vleesetende plant
Noah Elhardt & Petr Dlouhý / wikicommons

Deze familie van vleesetende platen telt zo’n 80 soorten. De meeste soorten komen voor in Zuid- en Midden-Amerika, maar ook in Europa vindt men 12 soorten. De enige soort die in Nederland voorkomt is de Pinguicula vulgaris. Het zijn de bladeren van de Pinguicula die de insecten vangen. De bladeren bevatten twee soorten klieren. De eerste soort klieren, op het uiteinde van steeltjes op het blad, scheidt kleefstof af. Een tweede soort klieren in het blad produceert enzymen die het insect verteren.


6. Utricularia of blaasjeskruid

Niet minder dan 215 soorten telt de familie van het blaasjeskruid. Deze vleesetende soorten komen over heel de wereld voor. Sommige groeien op vaste bodem, andere groeien in het water. De ‘val’ waarmee het blaasjeskruid zijn prooi vangt, bestaat uit een vacuüm ‘blaasje’ met een tasthaar. Van zodra dit tasthaar een insect ‘voelt’, opent het blaasje zich en wordt het diertje naar binnen gezogen door het vacuüm. De meeste slachtoffers van het blaasjeskruid zijn bijvoorbeeld watervlooien of andere diertjes met dezelfde kleine afmetingen.

5. Darlingtonia californica of cobralelie

Hij kan wel tot 90 centimeter hoog worden, de Darlingtonia californica. Deze vleesetende plant groeit in Noord-Amerika, van Zuid-Oregon tot Noord-Californië. Het blad heeft de vorm van de kop van een cobra, vandaar de naam ‘cobralelie’. Op het uiteinde hiervan bevindt zich een gevorkt blad dat doet denken aan een slangentong. Deze ‘slangentong’ bevat nectar om insecten te lokken. Insecten die de ‘kop’ binnendringen, kunnen vrijwel niet meer ontsnappen en worden snel verteerd door de aanwezige enzymen en bacteriën.


4. Genlisea of kurkentrekkerplant

Genlisea vleesetende plant

Deze vleesetende plant vindt men terug in Zuid-Amerika en in Afrika. De plant wordt ook wel ‘kurkentrekkerplant’ genoemd omwille van de vreemde, op een kurkentrekker lijkende wortels. Het is met deze wortels dat de plant kleine diertjes vangt. De wortels lijken eerder op vervormde bladeren, die eindigen in helixvormige ‘vangarmen’. Via deze vangarmen dringen kleine prooien onwetend de plant binnen, waarna ze door kleine haartjes verder getransporteerd worden in de wortel. Daar wordt de prooi verteerd door enzymen.

3. Sarracenia of trompetbekerplant

De trompetbekerplant komt voor in Noord-Amerika. De plant heeft zijn naam niet gestolen: op het uiteinde van de kokervormige bladeren bevindt zich een ‘beker’ die lijkt op het uiteinde van een trompet. Het is met deze beker dat Sarracenia insecten vangt. Aan de rand van de beker bevinden zich kleine druppeltjes nectar die insecten lokken. Als een insect in de beker kruipt, verliest het zijn houvast en valt in de bekervloeistof. Deze vloeistof bevat enzymen en bacteriën die de prooi verteren.

2. Nepenthes of tropische bekerplant

nepenthes -  vleesetende plant

Nog een vleesetende bekerplant, maar nu eentje die in de tropische regenwouden van Zuidoost-Azië voorkomt (vooral in Borneo). Ook op Madagaskar en de Seychellen vindt men Nepenthes terug. De bekers bevinden zich aan ranken aan de uiteinden van de bladeren. Bij sommige soorten kan de beker een lengte van 50 centimeter bereiken. Meestal bevindt er zich een bladvormig ‘deksel’ boven de bekers. Dit ‘deksel’ zorgt ervoor dat de beker niet volloopt met regenwater. Een insect, aangetrokken door nectar op de rand van de opening, valt in de beker en kan via de gladde wand niet meer omhoog kruipen. Het insect valt uiteindelijk in de bekervloeistof, waar de vertering plaatsvindt.

1. Venusvliegenvanger of venusvliegenval

Net als de watervliegenval gebruikt de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) een val die snel dichtklapt. De bladeren van de venusvliegenvanger bestaan uit twee helften. De binnenkant heeft een rode kleur en bevat voelhaartjes. Wanneer een insect of een spin op het blad kruipt en tweemaal een voelhaartje aanraakt, slaan de twee bladhelften razendsnel dicht. De plant scheidt dan sappen af die de prooi verteren. Venusvliegenvanger komt van nature voor in de Verenigde Staten, vooral in moerasachtige gebieden of op bodemsoorten die weinig stikstof bevatten. Spinnen en vliegen zijn de grootste slachtoffers van de venusvliegenvanger.

    1. Anoniem oktober 15, 2018

    Jouw Reactie?