Top 10 Dieren met de langste Draagtijd

Het blijft een wonder: de ontwikkeling en de geboorte van een baby. Of een dier. Waar de meeste vrouwen negen maanden zwanger zijn al een behoorlijke opgave vinden – en dat is het ook – kennen bepaalde diersoorten een nog veel langere draagtijd.


10. Tapir

Tapir
foto: harlesjsharp / wikicommons

Als je twee diersoorten moet noemen – waar de tapir het meest op lijkt – dan stel je vast een kruising tussen een varken en een miereneter voor. Maar als je weet wat de draagtijd is van een tapir, dan blijkt dat dit dier nauw verwant is aan het paard. En aan een neushoorn! Zo wordt een tapirkalf na 13 maanden draagtijd geboren. Om zichzelf tegen vijanden te kunnen beschermen, is het kalf van nature uitgerust met camouflagestrepen. Na een paar maanden – als de tapir zich beter kan verweren – verdwijnen die kleuren weer.

9. Ezel

ezel

Opmerkelijk aan ezels is dat de draagtijd van de vrouwelijke dieren varieert van één jaar tot wel 14 maanden. Hoe dat kan? Allereerst verschilt de draagtijd per soort ezel. De leefomgeving is namelijk heel bepalend voor de draagtijd. Overigens is er ook binnen één continent sprake van uiteenlopende levensomstandigheden, die van invloed zijn op de draagtijd. Verder is de periode van het jaar – waarin de ezel moet bevallen – bepalend voor de draagtijd. Die is langer als het dier in het voorjaar moet bevallen.


8. Giraf

Giraf

Ook bij giraffen loopt de draagtijd nogal uiteen: er zijn vrouwtjes die – na een draagtijd van 400 dagen – bevallen. Andere zijn wel 460 dagen onderweg. Overigens brengt de geboorte van een giraf extra risico’s met zich mee. Niet alleen moet het jong een behoorlijke val overleven, ook bestaat de kans dat er zich leeuwen en andere vijanden onderaan het geboortekanaal staan. Een vrouwelijke giraf bevalt namelijk staand! Hoe langer de draagtijd, hoe groter het giraffenjong. Én hoe groter de kans dat het dier dit uiterst risicovolle avontuur overleeft.

7. Fluweelworm

Fluweelworm

In dit lijstje is de fluweelworm een opvallende verschijning. Waar de meeste dieren – met een lange draagtijd – relatief groot zijn, kan dat niet worden gezegd over de fluweelworm. Overigens is de naam wat misleidend: een fluweelworm is geen worm. En ook niet gemaakt van fluweel. Als je het diertje met een vergrootglas bekijkt, dan zul je haren op zijn lijf ontdekken. Hoe dan ook, de draagtijd van een fluweelworm is ongeveer 15 maanden.


6. Neushoorn

neushoorn

Wereldwijd bestaan er vijf verschillende soorten neushoorns. Alle soorten worden met uitsterven bedreigd. De handel in producten, die van de hoorn gemaakt kunnen worden, is hiervan de voornaamste oorzaak. Ook de relatief lange draagtijd – gemiddeld 450 dagen – is een oorzaak van het geringe aantal neushoorns. Daar komt bij dat een neushoorn per zwangerschap maar één jong draagt. Een neushoorntweeling is komt bijna nooit voor! Opmerkelijk is ook dat neushoorns zich maar om de drie jaar voortplanten. Andere dieren zorgen elk jaar voor nageslacht.

5. Walrus

Walrus

Vergeleken met andere zoogdieren, die in het water leven, hebben walrussen de langste draagtijd. Het duurt maar liefst 15 tot 16 maanden voordat het jong wordt geboren. Dat is meer dan drieënhalve maand langer dan de draagtijd van een zeeleeuw. Wat meespeelt is dat de walrus een verlengde draagtijd kent: de eicel wordt de eerste vier tot vijf maanden na de bevruchting slapend gehouden. In die periode ontwikkelt de cel zich niet verder. Daarna gaat de eigenlijke draagtijd in. Net als bij de neushoorn wordt er altijd maar een walrussenjong tegelijk geboren. Het jong kan meteen zwemmen. Toch laat het zich graag voortbewegen tussen de voorpoten van zijn moeder.


4. Walvis en dolfijn

orka
foot: Ed Schipul / flickr

Walvissen en dolfijnen worden gerekend tot de cetaceeën. Deze dieren staan bekend als bijzonder intelligent, sociaal en vredelievend. Juist daarom nemen ze veel tijd voor de voortplanting. Walvissen en dolfijnen gaan heel zorgvuldig te werk! Dat betekent ook een relatief lange draagtijd. Overigens verschilt die weer van dier tot dier. Zo kennen orka’s – familie van de dolfijnen – een draagtijd van ongeveer 17 maanden. Potvissen gaan nog twee maanden door: zij dragen hun jongen 19 maanden bij zich.

3. Olifant

Olifant
foto: Mgiganteus / wikicommons

Als je weet dat olifanten bijna twee jaar zwanger zijn, dan krijgt de uitdrukking ‘olifantendracht’ zeker betekenis! Die lange draagtijd laat zich verklaren door het feit dat de olifant een groot en intelligent dier is. De ontwikkeltijd duurt gewoonweg langer. De hersenen van een pas geboren olifant zijn ver ontwikkeld. Zo zijn ze vrijwel meteen in staat om zich te voeden met hun slurf. Ook begrijpen ze de ingewikkelde sociale orde binnen een kudde. Het waarom is al geruime tijd duidelijk. Over het hoe – het biologische proces – is recent meer duidelijk geworden. Uit onderzoek bleek dat vrouwelijke olifanten via tijdelijke klieren op hun eierstokken een bepaald hormoon afgeven, waardoor het jong bijna twee jaar kan verblijven in de baarmoeder.

2. Zwarte alpenlandsalamander

zZwarte alpenlandsalamande

De zwarte alpenlandsalamander kent een draagtijd van twee tot wel drie jaar. De exacte draagtijd is afhankelijk van de hoogte: hoe hoger in de centraal en oostelijk gelegen Alpen – het leefgebied van deze salamandersoort – hoe langer de draagtijd. Maar dan worden er meteen ook twee geboren. Per zwangerschap draagt de zwarte alpenlandsalamander namelijk twee jongen tegelijk. Bij hun geboorte hebben de jongen geen kieuwen meer. Ze zijn al volledig ontwikkeld.

1. Haai

Haai

Een haai staat erom bekend een gering aantal goed ontwikkelde jongen voort te brengen. Dus niet een groot aantal jongen, die minder goed ontwikkeld zijn. Kwaliteit boven kwantiteit! Die ontwikkeling betekent wel een relatief lange draagtijd. Dan moet je denken aan drieënhalf jaar. Overigens verschilt de draagtijd per haaiensoort. Dat geldt ook voor de wijze waarop de vrouwelijke dieren met hun eieren omgaan. Hoewel de meeste haaien de eieren vasthouden in de buik, zijn er ook haaien die de eieren tussen de waterplanten verstoppen. In het eerste geval worden de jonge haaien uit de buik van het vrouwtje geboren. In het tweede geval komen de eieren uit tussen de planten.