Heb je het idee dat de mode vandaag de dag vreemd is? Dan wil je niet weten welke fashion trends er vroeger allemaal normaal werden gevonden. Al eeuwen proberen mensen zichzelf te uiten met kleding. Soms gaat dat geweldig. Soms gaat het compleet de verkeerde kant op en eindig je met schoenen waar je niet op kunt lopen of rokken waarin je amper kunt ademen. Gelukkig zie je de meeste van deze trends nu niet meer op straat, maar vroeger waren ze doodnormaal. Ben jij benieuwd wat voor gekkigheid mensen elkaar hebben aangepraat?
10. Lotusschoenen

In China was het lange tijd gebruikelijk om de voeten van meisjes in te binden. Dat klinkt al pijnlijk, en dat was het ook. De voet werd strak omwikkeld zodat hij klein en smal bleef, met alle gevolgen van dien. Kleine voeten golden als een belangrijk schoonheidsideaal en hoorden voor veel families ook bij status en “netjes” zijn.
Vrouwen met gebonden voeten droegen vervolgens lotusschoenen: prachtig versierde schoentjes met een extreem smalle vorm. Voetbinden werd begin 20e eeuw officieel verboden, maar dat betekende helaas niet dat het overal van de ene op de andere dag stopte. In sommige regio’s hield het gebruik nog jaren aan.
9. Gifgroene jurken
De term gifgroen klinkt vandaag als een hippe kleur. In de 19e eeuw was het soms letterlijk waar. In de victoriaanse tijd waren felle groentinten populair en sommige verfstoffen en pigmenten bevatten arseenverbindingen. Dat leverde een waanzinnig mooie kleur op, maar je zat wel met een risico dat niemand toen écht begreep.
Niet elke groene jurk was meteen gevaarlijk, maar bij bepaalde pigmenten konden mensen last krijgen van irritatie, huidproblemen of andere klachten, zeker als het poeder losliet of als kleding en omgeving slecht ventileerden. Stijlvol, maar je lichaam had er soms een mening over.
8. Crakows

Je zou denken dat schoenen vooral bedoeld zijn om te lopen. Niet altijd dus. Aan het einde van de 14e eeuw werden in Europa schoenen met belachelijk lange punten populair. Ze staan bekend als crakows, ook wel poulaines genoemd. Die punten konden flink lang worden en werden soms zelfs vastgezet met een koordje aan de enkel of het onderbeen, anders liep je jezelf meteen klem.
Het idee was simpel: kijk mij eens. Hoe langer de punt, hoe hoger je status, althans volgens de mode. Praktisch was het natuurlijk nul. Maar ja, mode was in veel tijden vooral een vorm van opscheppen met stof.
7. Hobble skirts

Rond 1910 kwamen hobble skirts in de mode, onder meer door ontwerper Paul Poiret. Het waren rokken die zó smal waren bij de enkels dat je alleen nog kleine stapjes kon zetten. Elegant? Misschien. Handig? Absoluut niet.
Poiret wilde vrouwen af van zware korsetten en grote onderrokken. Dat lukte. Alleen bond hij daarna meteen de benen in. De vrouw was bevrijd aan de bovenkant en gevangen aan de onderkant. Een soort modieuze ruildeal waar je knieen niet blij van werden.
6. Paniers

Paniers horen vooral bij de 18e eeuw, het tijdperk van hofmode, pruiken en overdaad. Het waren frameachtige onderconstructies of verstevigde onderrokken die een jurk aan de zijkanten extreem breed maakten. Van voren leek het soms nog best normaal, maar van opzij was het alsof je twee manden onder je jurk had hangen.
Het doel was een dramatisch silhouet: brede heupen en een imposante houding. Het nadeel laat zich raden. Door deuropeningen gaan werd een project en met zijn tweeën op een bank zitten werd ineens topsport. Een outfit waarmee je letterlijk ruimte opeist.
5. Chopines

Platformschoenen zijn tegenwoordig weer helemaal terug, maar ze zijn dus absoluut geen moderne uitvinding. In de 16e en 17e eeuw droegen vrouwen in onder meer Venetië chopines: platformachtige schoenen die soms extreem hoog waren. Ze werden gemaakt van hout of kurk en daarna luxe afgewerkt met stof, leer of fluweel.
Chopines waren status, show en in sommige steden ook een manier om je kleding uit de modder te houden. Alleen lopen werd er niet makkelijker op. Veel vrouwen hadden ondersteuning nodig om niet om te vallen. Maar hé, je was wel meteen letterlijk een stuk belangrijker.
4. Dodelijke kragen

Een stijf overhemd met kraag ziet er netjes uit. Dat vonden ze in de 19e eeuw ook, alleen sloegen ze soms een tikje door. Afneembare kragen werden hard gesteven zodat ze rechtop bleven staan. Sommige stonden bekend onder de bijnaam “father killers” omdat ze zo hard en scherp konden zijn dat ze in de huid sneden.
Er doen ook sterke verhalen de ronde over ongelukken waarbij iemand viel en zo’n kraag gevaarlijk terechtkwam. Of elk verhaal letterlijk zo gebeurd is, is lastig te bewijzen, maar dat die kragen ongemakkelijk en soms ronduit gemeen waren, staat wel vast.
3. Borstbinders

Jarenlang draaide mode bij vrouwen om rondingen. Tot de jaren twintig. Toen werd het flapper silhouet populair: recht, jeugdig, plat. Jurken kregen een lossere, rechte pasvorm en het “boyish” figuur werd opeens chic.
Om dat effect te krijgen droegen sommige vrouwen borstbinders of bandeaus die de boezem platter maakten. Niet bepaald comfortabel, maar wel effectief als je mee wilde in de trend. Het is een goed voorbeeld van hoe mode niet alleen verandert, maar soms ook volledig omdraait wat “mooi” hoort te zijn.
2. Braguette

De braguette, ook wel codpiece genoemd, is zo’n kledingstuk waarvan je je afvraagt wie het ooit een goed idee vond. Het begon in de late middeleeuwen vrij praktisch: mannen droegen hozen en kleding die ruimte moest geven aan het kruis, en die opening werd afgedekt met een lap of kap die vastzat met linten of knopen.
In de 16e eeuw veranderde dat ding van “handig” naar “kijk mij eens”. De braguette werd een symbool van viriliteit en kreeg soms overdreven vormen, vaak opgevuld. Er wordt ook wel gezegd dat het soms als klein opbergplekje werd gebruikt, maar het belangrijkste was vooral het signaal: zelfvertrouwen, status en een flinke dosis show.
1. Cul de Paris

Deze modetrend kun je letterlijk vertalen als “de kont van Parijs”. En ja, dat is precies wat het doet. De cul de Paris, ook bekend als bustle, was vooral in de late 19e eeuw populair en draaide om één ding: een overdreven silhouet aan de achterkant.
Dat gebeurde met kussens, rollen of frames die onder de rok werden gedragen, zodat de stof achteraan dramatisch uitstak. Strikken, draperieën en extra lagen maakten het effect nog groter. Zitten was een uitdaging en door drukke ruimtes bewegen ook. Maar als je doel was om op te vallen, dan werkte dit kledingstuk als een toeter midden in een stille bibliotheek.
1 reactie
Nou, bizar zijn deze trends zeker, maar ik vind sommige wel mooi (vooral het Hobble Skirt op de foto).