10 Uitvinders Omgekomen Door Hun Eigen Uitvinding

Een ongelukje zit in een kleine hoek, maar soms zijn de gevolgen zo ernstig dat er mensen komen te overlijden. Als je een uitvinder bent is je risico hierop natuurlijk aanzienlijk vergroot, immers, je werkt vaak met explosieven, grote machines, en voornamelijk met ‘nieuwe’ dingen waar we nu eenmaal weinig tot niets vanaf weten. Dit laatste is de reden dat er uitvindingen gedaan moeten worden; we moeten meer van die dingen af weten om ze veiliger te maken, te gebruiken, of te vermijden. Afijn, als uitvinder loop je dus het risico om jezelf of anderen te beschadigen. We zijn in dit lijstje vooral bezig met zelfbeschadiging. Om iets preciezer te zijn, dit lijstje geeft tien uitvinders weer die zichzelf hebben weten te raken met hun uitvinding, met hun eigen dood tot gevolg.

Helaas is een top tien lijst veel korter dan de daadwerkelijke lijst aan uitvinders die door eigen uitvinding zijn omgekomen. En omdat je nu eenmaal niet doder kan zijn dan dood, is er ook geen echte rangorde te bedenken. Hoe rangschikken we het ene slachtoffer ten opzichte van andere slachtoffers? Wiens dood is ‘beter’ in top tien termen? Dat is natuurlijk allemaal een subjectieve kwestie, en daarom hebben we hier slechts tien diverse, en merkwaardige uitvinders beschreven. Met name vliegeniers komen veel voor in onze top tien, omdat er simpelweg enorm veel uitvinder-piloten (zowel vliegend als niet-vliegend) zijn omgekomen in de zoektocht naar een werkende vliegmachine. Daarnaast hebben we nog een aantal andere uitvinders die vrij tragisch door hun eigen machinaties om het leven zijn gekomen, of zichzelf een ziekte hebben aangedaan.

Overigens hoeft ‘dood door uitvinding’ niet direct een knal, explosie en een hoop vuur te betekenen. Dit is natuurlijk wel eens voorgekomen, maar lang niet alle uitvindingen hebben met explosieven te maken, en dus zijn niet alle ongelukken van ‘explosieve’ aard. Neem onze nummer één op deze lijst: zij stierf jaren na haar uitvinding aan chronische blootstelling. Kan je al raden wie op nummer één staat? Lees toch ook eerst even nummers 10 tot 2, het zijn interessante verhalen, stuk voor stuk!

10. Michael Dacre – Jetpod

Michael Dacre - Jetpod

Op 16 augustus 2009 testte Michael Dacre zijn Jetpod prototype. De Jetpod? Een Jetpod was een uitvinding die werd ontworpen door het bedrijf Avcen Limited, een deel van het in Hong Kong gebaseerde bedrijf Profit Sky Group. Het was een ontwerp voor een superstil vliegtuig dat kon opstijgen en landen op hele korte afstanden (bijvoorbeeld een dek van een normaal schip, of in een druk bevolkt gebied zonder landingsbanen). Het idee was dat zo’n Jetpod geschikt zou zijn voor (uiteraard) militaire doeleinden maar ook vele andere functies kon hebben, zoals bijvoorbeeld een lucht-taxi.
De Jetpod zou een maximum snelheid hebben van 550 km/h en zou slechts 125 meter nodig hebben voor het landen en opstijgen, zodat de vliegvelden voor deze vliegtuigen niet meer mijlenver buiten de steden hoeven te liggen, maar vlakbij kunnen worden gebouwd. Bovendien zou het superstil zijn, zodat 125 meter boven de stad vliegen óók geen geluidsoverlast zou brengen. Dat was in ieder geval het idee.
Afijn, op 16 augustus dus ging het prototype de lucht in, met Michael Robert Dacre als bestuurder in de cockpit. Na drie gefaalde pogingen om op te stijgen lukte het de vierde keer … tot de motor ermee ophield en het geheel als een baksteen naar beneden stortte. De testvluchten waren overigens ook niet officieel aangevraagd, dus erg goed aangepakt was het niet. Echter, de crash werd Michael fataal, dus over boetes heeft hij zich zelf niet hoeven bekommeren.

9. Aurel Vlaicu – Vliegtuig

aurel vlaicu

Omdat het toch altijd mooie verhalen oplevert, en het luchtruim veel mensen aanspreekt, blijven we er nog even in hangen. Want ook Aurel Vlaicu was een vlieger, of in ieder geval iemand die het probeerde. Aurel leefde echter veel eerder dan Michael, van 1882 tot 1913. Aurel was een Roemeense ingenieur en bouwde vliegtuigen die hij ook meteen vloog. Hij had zijn eigen vliegtuig gemaakt, genaamd Vlaico II, waarin hij uiteindelijk omkwam, in een poging om over de Karpaten te vliegen. De motor hield er plotsklaps mee op. Tja, dan houdt het natuurlijk snel op voor de meeste constructies. Op 13 september (wie vliegt er dan ook op de dertiende) stortte hij neer nabij Campina in Roemenië. Vlaicu’s vrienden waren er heilig van overtuigd dat zijn vliegtuig (een oud model) niet was gesaboteerd, en zij hadden de eerste kans gehad om de wrakstukken te onderzoeken, dus ze konden het weten. Het meest waarschijnlijk was dat de fout zat in de landing. Toendertijd landden vliegtuigen met de motor uit, hetgeen het bijna onmogelijk maakte voor een piloot om last-minute fouten te corrigeren. Een feilloze inschatting van landingen was dus een absolute vereiste om te overleven. Tja, dat gaat 10 keer goed, misschien honderd keer maar blijkbaar niet altijd…
Overigens is de 17e Juni, de dag dat Aurel zijn eerste gemotoriseerde vlucht startte, uitgeroepen tot de Nationale Aviatie Dag in Roemenië. Andere interessante weetjes: het op één na grootste vliegveld van Roemenië is naar hem vernoemd, evenals een TAROM Airbus type en een universiteit (de Aurel Vlaicu Universiteit). Tot slot staat zijn afbeelding op het 50 Lei biljet.

8. William Bullock – Rotatiepers

William Bullock

We nemen nog een stap verder terug in de tijd en gaan van de aviatie naar de industrialisatie. William Bullock leefde van 1813 tot 1867 en was een Amerikaanse uitvinder die maarliefst 163 verbeteringen van de ‘rotatiepers’ heeft gemaakt. Dit kwam vooral de efficiëntie en snelheid van het printen ten goede. Het werd hem echter ook fataal, want hij is omgekomen in een ongeluk met diezelfde pers.
Een merkwaardig feitje van William’s leven is zijn gezinssituatie. Hij huwde een dame genaamd Angelina Kimball en kreeg maarliefst zeven kinderen met haar. Toen zij stierf in 1850, huwde hij Angelina’s zus en kreeg vervolgens nog eens zes kinderen. Een hechte familie, dus. Ondertussen ging hij maar door en door met uitvinden, en hij zou er waarschijnlijk nooit mee zijn opgehouden, ware het niet voor een vreemd ongeluk.
Op 3 april in 1867 was hij, zoals gewoonlijk, aanpassingen aan het maken aan een van zijn nieuwe prototype- persen, eentje die hij aan het installeren was voor de ‘Philedelphia Public Ledger’ krant. Hij poogde een aanpassing te maken door een trap te geven tegen een van de voortdrijvingsbanden (fijne mechanica was er toen nog niet, techniek was grof werk!). Afijn, hoe het precies is gebeurd weet men niet, maar het gevolg was dat William’s been vast geklemd raakte en werd vermorzeld terwijl de pers deed waar hij voor gemaakt was, namelijk persen. Hij overleefde dit ongeluk, maar stierf nog geen 9 dagen later aan de rot die door de gapende wond zijn lichaam infecteerde. Hij stierf nota bene tijdens de operatie die hem van zijn rottende been moest afhelpen. Een pijnlijke en zeer voortijdige dood dus, voor William. En hij heeft nog niet eens de eer gekregen om een munt of bankbiljet naar zich vernoemd te hebben!

7. Alexander Bogdanov – Bloedtransfusie

Alexander Bogdanov

Terug naar Oost Europa, of liever gezegd, via Europa door naar Wit Rusland. Ongeveer 6 jaar na William’s dood werd Alexander Bogdanov geboren (1873) in Wit Rusland. Hij is gestorven aan een van zijn eigen medische uitvindingen, maar naast medicus was hij ook een filosoof, een science-fiction schrijver en een revolutionaire Bolshevik. Sterker nog, Alexander was een van de directe rivalen van Lenin, tot hij in 1909 uit Rusland werd verbannen.
Al die politieke activiteit zou hem echter geen schade opleveren. Het waren de bloedtransfusie experimenten, die hij in 1924 startte, die hem de das om zouden doen. Alexander was op zoek naar de eeuwige jeugd, en er waren genoeg ‘gewillige’ deelnemers aan zijn experimenten, wie wil er immers geen eeuwige jeugd. Sterker nog, de zus van Lenin, Maria Ulianva, was een van zijn ‘slachtoffers’. Hij zelf overigens ook. Na maarliefst elf bloedtransfusies merkte hij zelf op dat hij een beter zicht had, niet meer kalend was en nog een aantal andere positieve symptomen ervoer. Een collega van hem merkte op “Boganov schijnt 7, nee, 10 jaar jonger te zijn na zijn operatie”. Latere transfusies kosten hem echter zijn ‘hernieuwde’ leven, toen hij per ongeluk het bloed toegediend kreeg van een student die zowel malaria als tuberculose had. Alexander stierf, hoewel de student die het bloed had gedoneerd een wonderbaarlijk herstel ervaarde. Helaas, hij was dus toch niet zo onsterfelijk als hij had gedacht.

6. Otto Lilienthal – Vliegen

Otto Lilienthal

Het vlieg-wezen brengt toch wel veel spectaculaire ongelukken met zich mee en dus keren we weer terug naar dit onderzoeksgebied. Twee eeuwen lang heeft men gepoogd om de lucht te domineren (nog wel langer, zelfs, maar pas de laatste twee eeuwen boeken we enige vorm van resultaat). Zo ook onze Otto Lilienthal, een Duitse pionier (de naam deed het reeds vermoeden) op het gebied van vliegen. Otto werd geboren in 1848, en hij stond bekend als de ‘glider king’ oftewel de ‘glij-koning’. Dat klinkt misschien wat schunnig, in eerste oogopslag, maar met glijden bedoelen we natuurlijk zweefvliegen. Otto was namelijk de eerste persoon die volledig gedocumenteerde, en herhaaldelijk succesvolle zweefvlieg-vluchten maakte. Documentatie was met name belangrijk om het publiek te overtuigen van de vooruitgang in de wetenschap. Men kan wel roepen in de lucht te hebben gezwoven, maar de meeste mensen waren sceptisch, immers, de mens is niet gemaakt voor het luchtruim. Echter, de veelvuldige foto’s van Otto tijdens zijn zweef-escapades heeft bijgedragen aan de algemene verandering in de mening van het publiek over vliegen. Het was dus tóch mogelijk, blijkbaar.
Hij werd niet oud, maar kwam om tijdens een van zijn vluchten. Overigens, hoewel hij dus relatief jong stierf, is het toch noemenswaardig dat hij op de respectabele leeftijd van 48 jaar nog gevaarlijke zweef-tochten ondernam. Zo ook zijn laatste, waarin het vliegtuig opeens haperde en een kleine 15 meter naar beneden stortte. Die afstand werd hem fataal, hij brak zijn nek en kwam hieraan te overlijden. Niet direct, hij leefde nog toen men hem bij de crash-site vond, maar hij verloor snel het bewustzijn, en is sedertdien niet meer wakker geworden. Zijn beroemde laatste woorden zouden zijn geweest: “Opfer mussen gebracht werden!” oftewel “Offers moeten worden gebracht!”. Het drukste vliegveld in Berlijn is vernoemd naar Otto, het Berlin Tegel ‘Otto Lilienthal’ Vliegveld.

5. J. G. Parry-Thomas – Snelheidsrecord op land

J. G. Parry-Thomas

Terug op aarde waren er in diezelfde tijd ook allerlei waaghalzen bezig met landrecords. Het luchtruim was dan wel minder ontdekt dan de aarde zelf, desalniettemin waren er genoeg technici die ook hier de randjes van het mogelijke opzochten. Zo ook de technisch ingenieur John Godfrey Parry-Thomas, geboren te 1884, in Wrexham, in Wales. Hij was de eerste (maar niet de enige) racer die om zou komen in de strijd om het snelheidsrecord op land.
John werd na een technische opleiding een ingenieur bij Leyland Motors, en na een paar patenteer-waardige uitvindingen begon hij na de eerste wereldoorlog samen met zijn assistent Reid Railton aan het bouwen van de Leyland Eight luxury, een bedoelde concurrentie voor de Rolls Royce van die tijd. Echter, na een proef-test in deze auto zag hij het licht, veranderde van gedachten, en besloot full-time racer en race-motor ingenieur te worden. Samen met Majoor Ken Thomson startte hij zijn eigen race-bedrijfje, Thomas Inventions Development Co. Zijn bedrijfje zou later Thomson & Taylor gaan heten, en nog een reeks aan beroemde race-wagens produceren.
In 1926 brak hij het wereldrecord land snelheid, ondanks slechte weersomstandigheden, bij de Pendine Sands. De dag daarna brak hij zijn eigen record tot 270 km per uur, en dat record bleef maarliefst een jaar lang staan (een grote prestatie in deze periode, want de records volgden elkaar snel op).
De auto die voor het wereld record zorgde, genaamd Babs, werd echter ook John’s einde. In een poging het record te verbreken, dat inmiddels alweer was verhoogd door Malcolm Campbell op hetzelfde Pendine Sands, ondernam hij de race, ondanks dat hij de griep had. Bovendien, zo wil het verhaal, weigerde hij een zwarte-kat mascotte aan te nemen van een klein meisje, met de woorden “I will put my faith in my maker”, oftewel “ik leg mijn lot in de handen van de Maker”. De Maker had blijkbaar niet zijn dag, of vond het wel welletjes voor John. Hoe dan ook, zijn auto crashte, en hij overleed aan verwondingen die hij ongetwijfeld opliep terwijl de kar met 160 kilometer per uur over het strand rolde en gleed.
Geheel volgens de wensen van haar makers werd Babs begraven in de duinen rondom Pendine Sands. John zelf werd begraven in Byfleet, te Surrey, vlakbij de Brooklands Cirquit (waar auto races gehouden werden). Overigens is Babs opgegraven en hersteld in haar volle glorie. Ze is te zien in het Pendine Museum van Snelheid, mocht je haar willen bezichtigen.

4. Thomas Midgley, Jr. – Speciaal bed

Thomas Midgley, Jr.

Thomas Midgley (junior, hetgeen betekent dat er op dat moment ook een andere Thomas Midgley rondliep, die zijn senior was (vermoedelijk zijn – tevens uitvinder- vader)), werd geboren op 18 mei 1889, en was van Amerikaanse oorsprong (Pennsylvania). Hij was een chemist en mechanische ingenieur. Over de hele strekke van zijn carrière wist Thomas een plethora aan patenten te vergaren, en hij heeft onder andere meegewerkt aan het creëren van de beruchte CFCs en het verbeteren van onze tegenwoordige benzine.
Voor al zijn werkzaamheden kreeg Thomas overigens genoeg erkenning. Zo kreeg hij in 1941 de hoogste prijs die het Amerikaanse Chemische Gezelschap te vergeven had, namelijk de Priestley Medaille. Ook in 1942 kreeg hij een prijs, de Willard Gibbs prijs. Daarnaast hield hij twee honoris causa, of eredoctoraten, en werd verkozen tot de raad van de Verenigde Staten Nationale Academy of Sciences. In 1944 was hij bovendien president en voorzitter van het Amerikaanse Chemische Gezelschap.
Tijdens al deze erkennings-evenementen, echter, ontwikkelde Thomas poliomyelitis, een ziekte die hem ernstig gehandicapt maakte. Hij verzon een ingewikkeld mechanisme waarmee men hem gemakkelijker uit zijn bed kon tillen, maar helaas, deze contraptie zou hem fataal worden. Het apparaat was zo ingewikkeld dat hij er letterlijk in verstrikt raakte, en zo werd Thomas door zijn eigen fabricatie gewurgd, op een leeftijd van 55 jaar(in 1944). Een zeer trieste dood voor zo’n doorzetter als Thomas.

3. Henry Smolinski – Vliegende auto

Henry Smolinski
foto: Doug Duncan / Wikicommons

We weten niet zeker wanneer Henry Smolinski geboren is, maar wel waar hij voor bekend is: de vliegende auto. Henry bouwde een vliegmachine-en-auto-in-een, onder de naam van het bedrijf Advanced Vehicle Engineers (oftewel Vooruitstrevende Wagen Ingenieurs). Het bedrijf was door Henry zelf gesticht en in de jaren ‘71 tot ‘73 waren ze voornamelijk bezig met het construeren en testen van deze vliegende auto. Een grappig feitje is dat de auto die voor deze prototypen gebruikt werd, de Ford Pinto was.
Op 11 september, een illustere datum om andere redenen, in 1973 zou een testrun gehouden worden in Camarillo. De testpiloot Janisse was helaas niet beschikbaar en dus stapte Henry zelf achter het stuur. Het is niet helemaal duidelijk of het kwam doordat de auto losraakte van het vliegtuig, of doordat de vleugel door boog, maar het resultaat was explosief: het geheel crashte en zowel Henry als zijn partner-in-crime Harold Blake kwamen om. Het idee van vliegende auto’s werd vrij snel daarna verlaten voor meer lucratieve ontwerpen. Wie weet komt het idee ooit nog terug?

2. Franz Reichelt – Parachute

Franz Reichelt

Een uitzonderlijke uitvinder, deze Franse Franz Reichelt. Hij was overigens een Oostenrijker van origine, maar een Fransoos sinds hij een baan als kleermaker op zich had genomen en daarnaast als hobbyist ook nog eens parachutes uitvond. En uittestte…
Franz werd geboren in 1879 en ontving na een paar gedurfde escapades al snel de bijnaam ‘vliegende kleermaker’ (flying tailor, in het Engels, en dat klinkt wel iets hipper, moeten we toegeven). Hij is echter pas echt bekend geworden om zijn laatste fatale sprong van de Eiffeltoren. Hij was bezig met een test-run voor zijn eigen-gemaakte ‘draagbare’ parachute. Een soort van vliegeniers pak, als het ware. Het idee was dat zo’n pak gedragen kon worden door vliegeniers, die hem konden benutten als ze hun vliegtuig moesten verlaten. Onthoudt, in die tijd crashten vliegtuigen aan de lopende band, en het was dus geenszins vreemd om hier een remedie op te willen vinden. Er was grote vraag naar.
Franz had al een aantal experimenten gedaan vanuit zijn eigen appartementen blok, vanaf de vijfde verdieping (met poppen). Die waren allemaal succesvol, en dus zocht hij het hoger op. Echter, volgende experimenten faalden herhaaldelijk, en Franz was overtuigd dat het lag aan het gebrek aan een hoog platform om van te starten. Hij wou daarom graag vanaf de Eiffeltoren zelf springen. Na herhaaldelijk de gemeente om toestemming te vragen, kreeg hij het eindelijk in 1912. Hij had echter niet ontsloten dat hij van plan was zelf te springen. Helaas, ondanks het afraden van vrienden en kijkers, was Franz vastberaden. Hij sprong op 4 februari en viel zijn dood tegemoet toen zijn parachute weigerde te openen. Hoewel het vrij apert was dat hij door die val was overleden, werd hij desalniettemin naar een ziekenhuis gebracht, en daar uiteraard tot dood verklaard. Het was het nieuws van de dag, mede omdat er ontzettend veel foto’s en zelfs het eerste film materiaal beschikbaar van was. Hij sprong dus wel zijn dood tegemoet, maar ook zijn faam.

1. Marie Curie – Radioactiviteit

marie currie

In deze hevig door mannen gedomineerde lijst hebben we gelukkig toch nog één dame te bespreken. En wat een dame! Marie Curie is mogelijkerwijze de bekendste dame uit de geschiedenis van het onderzoek. Geboren te Polen op 7 november 1867, getogen in Polen maar uiteindelijk officieel inwoonster van Frankrijk, Marie Curie was een chemiste en fysicus, en ze is het meest bekend om haar revolutionaire en baan-brekende onderzoek rondom radioactiviteit. Bovendien is ze de eerste dame die een Nobel Prijs heeft gekregen, en de enige vrouw die in meer dan één onderzoek gebied een Nobel prijs won (namelijk zowel chemie als fysica). Daarnaast is ze de eerste vrouwelijke professor aan de universiteit van Parijs en de eerste vrouw die in het Pantheon te Parijs begraven is omwille van haar eigen prestaties (andere vrouwen werden enkel daar begraven omwille van de prestaties van hun man of familie). Boven dat alles is Marie Curie nu ook de eerste op deze lijst. Dat verhaal is helaas niet zo vreugdevol als het winnen van al die Nobel Prijzen.
Marie (haar geboortenaam is Maria Salomea Skłodowska) kwam pas op 24-jarige leeftijd naar Parijs, in 1891. Nog geen 12 jaar later deelde ze al haar eerste Nobel prijs met haar man Pierre Curie, en Henri Becquerel. In 1911 won ze vervolgens nog een Nobel Prijs, alsof één keer winnen niet genoeg was.
Onder andere hebben we de theorie van radioactiviteit aan haar te danken, het isoleren van radioactieve isotopen, de ontdekking van twee nieuwe elementen, polonium en radium en het opzetten van medische veldhospitalen gespecialiseerd in radioactiviteit. Echter, ondanks al haar werk in medische hospitalen, stierf Marie uiteindelijk toch aan aplastische anemia, oftewel bloedarmoede, veroorzaakt door het langdurige blootstelling aan radioactieve stoffen in haar eigen onderzoek. In haar tijd was het nog niet bekend dat langdurige blootstelling aan deze straling zeer schadelijk, en zelfs dodelijk, kan zijn. Ze droeg test-tubes met radioactieve stofjes in haar labjas-zakken, hield ze opgeborgen in de lades van haar bureau, en merkte zelfs op dat ze zacht licht afwierpen in het donker. Bovendien werd ze regelmatig blootgesteld aan röntgenstraling van het apparatuur van de radiologen in de veld-ziekenhuizen die ze had helpen opstellen tijdens de Eerste Wereld Oorlog. Marie Curie zelf heeft echter altijd beweert dat al haar medische kwalen, tot het einde toe, niet kwamen van radiatie. Helaas, tegenwoordig weten we dat dit wel het geval is, en dat ze zichzelf dus min of meer heeft om gebracht, zij het op een vertraagde wijze. Gelukkig heeft de kennis die haar onderzoek de wetenschap bracht later vele levens gered.

Uitvinden vereist experimenteren en testen. Het is dus niet verwonderlijk dat er zo nu en dan slachtoffers vallen. Het is echter altijd jammer en zonde, want de mensen die omkomen zijn vaak de uitvinders zelf. Doorgaans vinden uitvinders geen grote aantallen vrijwilligers voor hun experimenten (vreemd genoeg) en stellen zichzelf dus bloot aan de grootste risico’s. In sommige gevallen overleven ze het, maar soms ook niet. Of ze het overleven of niet, de bereidheid om tot grote risico’s te gaan om dingen te testen levert de maatschappij in ieder geval voortgang op. Soms in de vorm van een nieuw product (bijvoorbeeld de rotatiepers), soms in de vorm van een waarschuwing voor gezondheids- effecten (neem nu het onderzoek van Marie Curie en Alexander Bogdanov). Soms, omdat we simpelweg leren dat zoiets niet werkt (bijvoorbeeld de vliegtuig-auto of het parachute-pak). Vaak zijn zelfs mislukte ideen een inspiratie voor toekomstige uitvinders. Hoe dan ook, we hebben een hoop te danken aan de bovengenoemde genieen en hun on-genoemde collega’s.

    1. Frank augustus 16, 2015
    2. Draco september 6, 2015
    3. Patent oktober 6, 2015

    Jouw Reactie?