10 Trucjes Om Je Brein Voor De Gek Te Houden

Mensen denken, nemen waar, slaan op en stellen zich iets voor. Dit alles vindt bewust of onbewust plaats in het menselijke brein. Dit brein houdt ons voor de gek waar mogelijk. Je ziet dan niet wat iets echt is of je ziet iets dat er niet werkelijk is. Je denkt iets te horen, maar het is er niet. Of je hoort niets, maar er is wel een geluid. In deze lijst staan truckjes om jezelf (of een ander) in de maling te nemen, om te spelen met het brein. Dit is overigens niet schadelijk voor het brein.

10. Bizarre dingen waarnemen (Ganzfeld experiment)

Ganzfeld

Zet de radio aan op een stoorzender en ga op een bank liggen. Plak met plakband twee halve pingpongballen op je ogen. Beschijn deze pingpongballen met gekleurd licht. Na een paar minuten ga je bizarre dingen waarnemen. Wat er voor vreemds wordt waargenomen, verschilt per persoon. De één ziet vissen die in de wolken dansen. Een ander hoort de stem van een overleden naaste. De verklaring hiervoor is dat het brein verslaafd is aan waarnemingen. Als er vervolgens een homogeen blikveld wordt gecreëerd met een blokkade voor visuele en auditieve informatie uit de buitenwereld dan gaat het brein zijn eigen weg.

9. Pijn verminderen

minder pijn

Als je ergens letsel hebt opgelopen, dan kun je door hiernaar te kijken door een omgekeerde verrekijker jouw pijn snel laten verminderen. Deze verrekijker maakt het lichaamsdeel met letsel kleiner, waardoor de pijn niet alleen minder wordt, maar ook de eventuele zwelling afneemt. Hiermee wordt aangetoond dat basis lichamelijke ervaringen, zoals pijn, worden beïnvloed door wat we zien.

8. Je neus laten groeien (Pinokkio-illusie)

pinokkio

Twee personen gaan op twee stoelen achter elkaar zitten, waarbij de achterste een blinddoek om krijgt. Deze persoon raakt met zijn ene hand de neus van de persoon voor hem aan en met zijn andere hand de neus van zichzelf. Over beide neuzen begint de persoon zachtjes te strelen. Na ongeveer een minuut komt het bij ongeveer 50% van de mensen voor dat zij hun neus als extreem lang ervaren. Daarom wordt deze proef ook wel het Pinokkio-illusie genoemd. De illusie wordt hierbij gewekt dat de hand weg beweegt van het gezicht. Omdat de vingers van de andere hand de neus aanraken, lijkt het alsof de neus ook weg beweegt van het gezicht.


7. Een beweging vanzelf de andere kant op laten gaan

beweging veranderen

Til je rechter voet een beetje op en draai hiermee kleine rondjes met de klok mee. Terwijl je dit doet, teken je met je rechter wijsvinger een zes in de lucht. Hierdoor zal jouw rechter voet tegen de klok in gaan draaien zonder dat je daar iets tegen kunt doen. De verklaring hiervoor zit in de linker hersenhelft, die onder anderen verantwoordelijk is voor ritme en timing. Deze kan er niet mee omgaan dat twee tegenovergestelde bewegingen op het zelfde moment worden uitgevoerd. Daarom combineert de linker hersenhelft ze in een zelfde beweging. bron

6. Niet meer horen waar een geluid vandaan komt

geluid

Een proefpersoon gaat in het midden zitten van twee andere personen. De proefpersoon krijgt een koptelefoon op en de twee anderen plaatsen daar aan weerszijden een lange kunststof buis tegenaan. Eén voor één wordt in de buizen gesproken. De proefpersoon weet dan meteen uit welke richting het geluid komt. De buizen worden omgewisseld en er wordt opnieuw in de buizen gesproken. Het brein van de proefpersoon raakt in de war en de tegenovergestelde richting van het geluid zal door de proefpersoon worden aangewezen. Het menselijk gehoor heeft slechts begrensde mogelijkheden als het gaat om het bepalen van de afstand tot een geluidsbron. Door het verwisselen van de buizen wordt perceptie door de tegenovergestelde neuronen in het brein veroorzaakt, waardoor het onmogelijk wordt om de locatie van het geluid te achterhalen.

5. Smaak niet herkennen zonder geur

niet ruiken

Een proefpersoon wordt geblinddoekt en krijgt een wasknijper op zijn neus. De proefpersoon krijgt een stukje wortel en een stukje appel in de mond. Hij moet vervolgens raden wat hij proeft. Herhaal deze proef, maar doe het deze keer zonder wasknijper op de neus. Heel waarschijnlijk zal de proefpersoon het bij de eerste proef fout hebben geraden. Bij de tweede proef zal de proefpersoon het waarschijnlijk wel weten. De verklaring hiervoor is als volgt. Smaak ontstaat grotendeels in samenhang met geur. Mensen proeven slechts het onderscheid in zoet, zuur, zout en bitter. De zoetnuances tussen een wortel en een appel vallen hierdoor weg als je je neus niet gebruikt. Dan voel je alleen het verschil in substantie. Wat er gebeurt als de proefpersoon een knijper op de neus heeft, overkomt ons ook als we verkouden zijn.

4. Iets voelen dat er niet meer is

Het is mogelijk dat je een lichaamsdeel of orgaan voelt dat niet meer fysiek aanwezig is. Meestal komt dit voor na een arm- of beenamputatie. Het kan ook worden ervaren na het verwijderen van een borst of een orgaan. Je bent zo gewend geraakt aan het lichaamsdeel of het orgaan, waardoor de illusie wordt gewekt dat het er nog is.


3. Geluid dat er is niet horen

Als mens ben je in staat om geluiden te horen binnen een bepaalde frequentie, namelijk tussen de 20 en 20.000 Hz. Hoe ouder je wordt hoe minder je de geluiden van een hogere frequentie kunt horen. Het brein bepaalt hierbij welk geluid wel en niet binnen komt. Probeer naar dit geluid te luisteren: Het is een geluid dat alleen kan worden waargenomen door jongere mensen (van ongeveer onder de twintig).

2. Iets zien dat er niet (meer) is

groene vogel

Staar 20 seconden naar de groene vogel en kijk daarna meteen naar een punt in de lege kooi. Het beeld van een lichtblauwe, groenachtige vogel zal in de kooi verschijnen. Doe hetzelfde met de rode vogel. Deze keer zal het beeld van een roze, paarsachtige vogel in de kooi ontstaan.

niet meer is

Kijk minstens 30 seconden naar het centrale punt van de afbeelding (het plusje). Kijk dan naar een witte muur. Je ziet een heldere plek. Als je vervolgens een paar keer knippert met je ogen, dan zie je waarschijnlijk iets anders.
Wat er hier wordt waargenomen, wordt ook wel het nabeeld genoemd. Een verklaring hiervoor is dat de fotoreceptoren in het oog ‘vermoeid’ raken door het staren. De informatie die gegeven wordt door de fotoreceptoren aan het brein is hierdoor niet in balans, waardoor er nabeelden verschijnen. Zodra de fotoreceptoren uit de ‘vermoeidheidstoestand’ geraken, vervaagd het nabeeld.

1.Een tweedimensionaal beeld als driedimensionaal beeld zien

draaiend meisje

Kijk naar het ronddraaiende meisje. Zie je haar met de klok meedraaien of er tegenin? Probeer haar de andere kant op te laten draaien.

Dit lijkt een ronddraaiend meisje, maar is in werkelijkheid een tweedimensionaal beeld dat heen en weer beweegt. Onze hersenen slagen er niet in om dit beeld tot een tweedimensionaal beeld te interpreteren. Ze maken door middel van aanwijzingen (van wat ze al kennen) de keuze om het als driedimensionaal beeld te zien. De hersenen maken hierbij ook gebruik van aanwijzingen voor wat het beste past, met de klok mee of er tegen in.