De Colombiaan Pablo Escobar groeide op in een arm gezin, maar werd een van de rijkste en machtigste mensen ter wereld. Niet door hard te werken en eerlijk zijn boterham te verdienen, maar door zijn meedogenloze wereldwijde handel in cocaïne. Geboren in 1949, groeide hij uit tot de leider van het beruchte Medellínkartel. In de jaren tachtig verdiende hij als drugsbaron zulke astronomische bedragen dat hij zijn geld letterlijk niet meer geteld kreeg. Ondanks zijn gruwelijke daden bleef hij voor sommigen een Robin Hood-figuur, een imago dat hij zorgvuldig cultiveerde in de sloppenwijken van Colombia. Zijn gewelddadige leven eindigde uiteindelijk op een dak in Medellín in 1993.
Hieronder 10 weetjes over de grootste drugsbaron van de 20ste eeuw.
1. Escobar wilde president van Colombia worden

Pablo Escobar stamde allesbehalve uit een rijk milieu. Zijn vader was een arme boer en zijn moeder een onderwijzeres. Pablo had echter grootse plannen: hij wilde miljonair zijn op zijn 22ste en droomde er zelfs van om president van Colombia te worden. In zijn tienerjaren begon hij zijn criminele carrière met het stelen van grafstenen, die hij zandstraalde om ze als nieuw door te verkopen.
2. Klein beginnen
Zelfs een ambitieuze crimineel als Escobar moest onderaan de ladder beginnen. In het begin stal hij auto’s en verkocht hij gesmokkelde sigaretten. Al snel stapte hij over op zwaardere misdrijven zoals ontvoeringen. In de jaren 70 zag hij de enorme potentie van de cocaïnehandel. Nadat de lokale drugsbaron Fabio Restrepo in 1975 werd vermoord — waarschijnlijk in opdracht van Escobar zelf — nam Pablo de macht over en bouwde hij zijn imperium uit.
3. 80 ton cocaïne per maand
Op het hoogtepunt van zijn macht controleerde Escobar maar liefst 80% van de cocaïnesmokkel naar de Verenigde Staten. Hij was geobsedeerd door de kwaliteit van zijn product, wat hem een enorme voorsprong gaf op de concurrentie. Om de drugs de grens over te krijgen, gebruikte hij een vloot van vliegtuigen, helikopters en zelfs op afstand bestuurbare onderzeeërs om de Amerikaanse kustwacht te omzeilen.
4. $1.000 aan elastiekjes per week
De hoeveelheid cash die het Medellínkartel binnenhaalde was onvoorstelbaar. Escobar verdiende op zijn piek zo’n 60 miljoen dollar per dag. Omdat hij zoveel contant geld had dat hij het niet bij de bank kon storten, besteedde het kartel wekelijks 1.000 dollar aan rubberen elastiekjes om de stapels biljetten bij elkaar te houden. Ongeveer 10% van zijn opgeslagen vermogen ging jaarlijks verloren omdat ratten aan de biljetten knaagden of omdat het geld verrotte door vocht.
5. Zilver of lood
Bij Pablo Escobar was er geen middenweg. Je werkte met hem mee of je werd uit de weg geruimd. Zijn beruchte motto was plata o plomo: zilver of lood. Wie zijn steekpenningen (zilver) weigerde, kreeg te maken met de loden kogels van zijn huurmoordenaars. Men schat dat hij verantwoordelijk is voor de dood van circa 8.000 mensen, waaronder agenten, politici en onschuldige burgers.
6. Een dierentuin als speeltuin
Wat doe je met miljarden dollars? Escobar kocht een gigantisch landgoed, Hacienda Nápoles, en legde daar een privé-dierentuin aan met exotische dieren zoals olifanten, giraffen en nijlpaarden. Tegenwoordig vormen de nakomelingen van die nijlpaarden een groot ecologisch probleem in Colombia; in 2026 dwalen er honderden van deze ‘cocaine hippos’ rond in de Colombiaanse rivieren, wat een bizarre en gevaarlijke erfenis van zijn rijkdom is.
7. De Robin Hood van de Colombianen
Escobar cultiveerde bewust het imago van een weldoener. Hij liet complete wijken bouwen voor de allerarmsten in Medellín, inclusief voetbalvelden, scholen en ziekenhuizen. Voor veel straatarme Colombianen was hij een held die deed wat de overheid naliet. Deze steun hielp hem zelfs aan een zetel in het Colombiaanse congres in 1982, al werd hij daar een jaar later alweer uitgezet toen zijn criminele achtergrond aan het licht kwam.
8. De opdrachtgever van terreur
Om zijn macht te behouden, schuwde Escobar extreem geweld niet. In 1989 liet hij een bom plaatsen op Avianca-vlucht 203 in een poging presidentskandidaat César Gaviria te vermoorden. Gaviria zat niet in het toestel, maar 110 onschuldige mensen kwamen om het leven. Deze meedogenloosheid zorgde ervoor dat de Colombiaanse overheid, gesteund door de VS, de jacht op hem intensiveerde.
9. De luxecel: La Catedral
Toen de druk te hoog werd, sloot Escobar een deal met de regering: hij zou zichzelf aangeven mits hij zijn eigen gevangenis mocht bouwen. Dit resulteerde in La Catedral, een luxueus resort met een voetbalveld, een bar en een prachtig uitzicht over de stad. Escobar bleef van hieruit zijn drugsimperium leiden en liet zelfs vijanden naar de gevangenis brengen om ze daar te laten vermoorden, totdat de autoriteiten besloten hem over te plaatsen en hij ontsnapte.
10. De dood van Pablo Escobar

Op 2 december 1993 kwam er een einde aan de klopjacht. Een speciaal politieteam, de Search Bloc, wist zijn schuilplaats in een woonwijk van Medellín te traceren via radiosignalen. Tijdens een vluchtpoging over de daken werd Escobar dodelijk geraakt. Zijn dood betekende het einde van het Medellínkartel, maar zijn naam leeft tot op de dag van vandaag voort in talloze boeken en series.
