Misdaad loont niet. Maar het levert wel onvergetelijke cinema op. Heel wat piekfijn uitgedoste maffiosi, straatboefjes, meedogenloze henchmen en ander crimineel tuig van de richel gingen aan de haal met prestigieuze filmprijzen op de Oscars en Cannes. Citaten als Tony Montana’s “Say hello to my little friend!” en Don Corleone’s “make him an offer he can’t refuse” zijn inmiddels cultureel erfgoed.

Maffiameesterwerken als ‘The Godfather’ schurken zich in gezaghebbende IMDb- en Rotten Tomatoes-lijstjes zelfs tussen de beste films allertijden. Benieuwd welke briljante, onvergetelijke gangsterfilms zo nog allemaal? Dat ontdek je in deze Top 10 Beste Misdaadfilms.

10. Snatch (2000)

Na ‘Lock, Stock and Two Smoking Barrels’ (1998) gold Guy Ritchie als de meest beloftevolle Britse regisseur die Albion in jaren had gezien. Met ‘Snatch’ schopte hij de Engelse cinema met een loeiharde pegel het nieuwe millennium in.

De halve Londense onderwereld zit achter de gigantische 86-karaats diamant van de gokverslaafde Franky Four Fingers (Benicio del Toro) aan. Ondertussen hebben de beklagenswaardige bokspromotor Turkish (Jason Statham) en zijn stuntelige sidekick Tommy (Stephen Graham) hun handenvol met de even onbetrouwbare als compleet onverstaanbare zigeunerkampvechter Mickey (een ronduit hilarische Brad Pitt). Tussen alle misverstanden door komt de bonkige ex-Leeds United middenvelder Vinnie Jones ook nog eens verhaal halen als de bijzonder dreigende hencher Bullet Tooth Tony.

Guy Ritchie had overduidelijk de hippe montages van Quentin Tarantino bestudeerd. Maar in plaats van klakkeloos te kopiëren, overgoot hij zijn inspiratiebron met een royale portie ‘fish and chips’. Van het heerlijke Londense straattaaltje tot de meesterlijk in beeld gebrachte boksmatch met Oasis’ knetterende ‘Fuckin’ in the Bushes’ als soundtrack: ‘Snatch’ is met voorsprong de coolste Britse misdaadfilm ooit.

9. Reservoir Dogs (1992)

Op 21 januari 1992 maakte een 28-jarige jongeman zijn langspeelfilmdebuut. Over cameralenzen en pellicule hoefde je hem niets te vertellen. Duizenden klassiekers en obscure cultprenten vlogen voorbij tijdens zijn baantje bij videotheek Video Archives. Na de uren schreef hij de scenario’s van ‘True Romance’ en ‘Natural Born Killers’ die later door grootheden als Tony Scott en Oliver Stone zouden verfilmd worden.

Die jongeman was natuurlijk Quentin Tarantino. In ‘Reservoir Dogs’ verzamelt gangsterbaas Joe Cabot (Lawrence Tierney) zes criminelen voor een diamantroof. De mannen werken voor het eerst samen en gebruiken de kleurrijke schuilnamen Mr. White (Harvey Keitel, die een duit in het zakje deed om het budget naar een nog steeds zéér bescheiden $ 1,2 miljoen te verhogen.), Mr. Orange (Tim Roth), Mr. Blonde (Michael Madsen), Mr. Blue (Edward Bunker) en Mr. Pink (Steve Buscemi), terwijl de als acteur bijschnabbelende Tarantino Mr. Brown voor zijn rekening neemt.
Een schijnbaar simpel klusje. Voor de kraak wisselen ze inmiddels iconische wijsheden over Madonna’s ‘Like a Virgin’ en het belang van fooien uit in Pat & Lorraine’s Coffee Shop. En dan is het “Let’s go to work” geblazen. Maar de overval gaat mis. Gruwelijk mis.

Let trouwens goed op die fameuze maatpakken. Het budget was zo bedroevend laag, dat de acteurs zelf maar hun kostuums moesten regelen. Dat is er aan te zien. Zo draagt Buscemi’s Mr. Pink een zwarte spijkerbroek i.p.v. een nette pantalon. En die crèmekleurige Cadillac Coupe DeVille 1966 waaruit Mr. Blonde een onfortuinlijke agent plukt? Die kwam zo uit Michael Madsens thuisgarage gereden.

8. Once Upon a Time in America (1984)

Sergio Leone maakte met ‘The Good, the Bad, and the Ugly’ (1966) en ‘Once Upon a Time in the West’ (1968) twee van de beste spaghettiwesterns ooit. De Italiaanse cineast kreeg daarna de kans om ‘The Godfather’ te verfilmen. Hij bedankte voor de regiestoel. De massieve Romein had namelijk al een ander misdaadepos op ’t oog. Leone zou een decennium van zijn leven wijden aan zijn filmadaptatie van ‘The Hoods’, de memoires van de ex-gangster Harry Grey.

‘Once Upon a Time in America’ is niet bepaald een snelle hap. De ‘Extended Cut’ klokt af op 251 minuten. De alom geprezen ‘European Cut’ is met 229 minuten, vol flashbacks en schijnbaar willekeurig gekozen tijdsprongen is ook niet meteen wat je noemt fast food. Toen de film in 1984 op het Cannes Film Festival opende, was het twintig minuten durende applaus naar verluidt tot in de bistrots rond La Croisette te horen.

Met een ongeëvenaarde verhaaltechniek vertelt de spaghettiwesternregisseur het verhaal van de Joodse schoffies Noodles (Robert De Niro) en Max (James Woods). Het epos slentert van de meurende armoedige achterbuurten, naar de zwarte dollarstroom van de drooglegging tot de spijt die ouderdom met zich meebrengt. Het werd de laatste film van Leone, die zestigjarige leeftijd stierf aan een hartaanval – maar vermoedelijk vooral ook zijn legendarische gulzige appetijt.

De Amerikanen, in wiens land dit magistraal epos zich afspeelt, snapten er natuurlijk geen hol van. De verdeler ging tekeer als Freddy Krueger met internationale ‘U.S. Release’-montage. De briljante flashbackstructuur vloog de prullenmand in, net als zo’n 90 minuten aan beeldmateriaal. Barbaren.

7. Heat (1995)

Al Pacino en Robert De Niro zijn ontegensprekelijk twee van de beste acteurs van hun generatie. Gepokt en gemazeld in het misdaadgenre bovendien. Tel maar na hoe vaak hun namen in dit lijstje opduiken. Toch zou het tot 1995 duren voor de film aficionado ze samen aan het werk kon zien. En ‘The Godfather Part II’ dan? Goed geprobeerd. Daar delen ze geen scènes.
In Michael Manns ‘Heat’ hebben Pacino en De Niro nauwelijks tien minuten gezamenlijke schermtijd. Maar die schaarse scènes behoren wel tot het beste wat het misdaadgenre ooit op het witte doek toverde.

LAPD-detective Vincent Hanna (een de pas en onpas in waanzinnige uitvallen losbarstende Al Pacino) jaagt als een bloedhond op de gesofisticeerde meesterdief Neil McCauley (Robert De Niro). Tijdens de legendarische diner scène wordt de koffie koud, terwijl deze beroepsmatige tegenpolen dure beloftes maken. En vooral beseffen dat ze meer gemeen hebben dan ze ooit hadden durven vermoeden.

De invloed van ‘Heat’ op latere filmmakers is gigantisch. Christopher Nolan bekende schaamteloos dat Manns magnum opus een gigantische inspiratiebron was voor zijn ‘The Dark Knight’. Maar dé bankovervalscène overklassen? Daarvoor was Nolan net een maatje te klein. Spits je oortjes bij de daaropvolgende shootout. De vuursalvo’s die je hoort werden op live op locatie opgenomen i.p.v. achteraf in de geluidsstudio. Een masterclass in realisme.

6. The Usual Suspects (1995)

In 1995 lag elke filmkijker wakker van de brandende vraag “Wie is Keyser Söze?!”. En wat gebeurde er in godsnaam op dat uitgebrand vrachtschip met 27 lijken aan boord in de haven van San Pedro Bay? Van de vijf criminelen in de politieline-up op de inmiddels iconische filmposter kon enkel de praatzieke mankepoot Verbal (Kevin Spacey) het navertellen op het politiekantoor.

U.S. Customs-agent David Kunjani (Chazz Palminteri, die twee jaar daarvoor nog een hoogst overtuigende gangster neerzette in het prachtige ‘A Bronx Tale’) voelt hem aan de tand. Flashbacks met klasbakken als Stephen Baldwin, Gabriel Byrne, Kevin Pollack en een onvergetelijk onverstaanbaar wauwelende Benico del Toro leiden naar één van de beste plottwists van de jaren 90.

‘The Usual Suspects’ leverde de inmiddels in ongenade gevallen Kevin Spacey de Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol op. Met de rol van John Doe in de lugubere misdaadthriller ‘Se7en’ later dat jaar, was zijn superstatus helemaal bevestigd. Scenarist Christopher McQuarries crimineel goede script was eveneens goed voor een blinkende Academy Award.

Ruftig weetje: naar verluidt bleven de acteurs het maar uitproesten tijdens de befaamde line-up scène omdat een winderige Benicio del Toro tot twaalf takes toe bleef scheten laten. Uiteindelijk liet de moegetergde regisseur Bryan Singer het hilarisch staaltje petomanie dan maar in de film.

5. Goodfellas (1990)

“As far back as I can remember, I always wanted to be a gangster. To me, being a gangster was better than being president of the United States.”

Bestaat er een betere openingsquote voor een gangsterepos? Met het drie decennia vol geweld en 246 fucks (toen een wereldrecord!) overspannende ‘Goodfellas’ beitelde Martin Scorsese in 1990 voorgoed de naam van zijn Siciliaanse voorouders in het pantheon van de filmgeschiedenis.

Het beroemde begincitaat is natuurlijk van Ray Liotta’s hoofdpersonage Henry Hill. Scorsese baseerde zijn meesterwerk ‘Wiseguy’, het boek waarin misdaadauteur Nicolas Pileggi het waargebeurde verhaal van ex-gangster Hill op papier zette.

Van een Iers-Italiaans kneusje dat in 1955 klusjes uitvoert voor de lokale caporegime Paulie Cicero (Paul Sorvino) klimt Hill op tot een van de grote jongens naast notoire gangsterkopstukken als Jimmy ‘the Gent’ Conoway’ (Robert De Niro) en de heetgebakerde Tommy DeVito (een bijzonder akelige Joe Pesci). Het feest blijft natuurlijk niet duren. Er is een reden waarom de echte Hill in 1980 in het getuigenbeschermingsprogramma belandde.

Deze Scorsese ‘Grand Cru’ kreeg zes Oscarnominaties. Enkel Joe Pesci wist het beeldje van beste mannelijke bijrol ook daadwerkelijk te verzilveren. Waarschijnlijk omdat de Academy vreesde dat hij anders in een razende furie zou ontsteken zoals zijn opvliegende personage in zowat elke voor hem voorziende schermtijd doet. Een glansrol die Pesci nog een losjes zo overdoen in ‘Casino’ (1995), dat andere grootse maffiaepos van de New Yorkse cineast met de borstelige wenkbrauwen.

Daarin roomt De Niro’s gokspecialist Ace Rothstein voor de Chicago Outfit de kassa’s van het poepchique Tangiers Casino in Las Vegas af, terwijl Pesci’s cholerische Nicky Santoro tussendoor met enkele fikse dreunen van een bakelieten telefoonhoorn het ongemanierde “shit-kicking, stinky, horse-manure-smelling motherfucker”-gelegenheidscliënteel de nodige etiquette bijbrengt hoe zich te gedragen tijdens het edele pokerspel.

4. Scarface (1983)

Moeilijk te geloven. Maar toen in 1983 Brian De Palma’s ‘Scarface’ in de zalen kwam, sabelden de filmcritici deze cultfilm genadeloos neer. Misschien hadden ze voor het uittikken van hun vernietigende recensies een beetje te veel ‘yeyo’ door hun verwaande neusgaten gedouwd? Vandaag wordt de door Giorgio Moroder synthesizers voortgestuwde ‘rise and fall’ van de Cubaanse bootvluchteling Tony Montana (een fenomenale Al Pacino) unaniem geprezen als een invloedrijk meesterwerk.

Martin Scorsese’s latere gangsteroeuvre, videospelletjes als ‘Grand Theft Auto’ en natuurlijk de halve hiphopcultuur: het zijn maar enkel voorbeelden van de bloederige stempel die ‘Scarface’ naliet op de Amerikaanse popcultuur.

Oliver Stone baseerde zijn scenario losjes op Howards Hawks gelijknamige gangsterklassieker uit 1932. Hij maakte van het gehavend hoofdpersonage een Cubaanse immigrant die zich opwerpt tot een gevreesde drugsbaas in het Amerikaanse Miami. Of zoals Tony zelf zegt, terwijl hij met zijn maatje Manny (Steven Bauer) op een strandbar van een kokosnootcocktail slurpt: “In this country, you gotta make the money first. Then when you get the money, you get the power. Then when you get the power, then you get the women.”

En al snel komen de koffers geld, de macht over de drugshandel van Florida, en de hand van de ravissante Elvira (doorbraakrol van Michelle Pfeiffer). Maar niets is voor altijd, zo bewijst de legendarische finale shootout. Al denkt Tony’s ‘little friend’, een volautomatisch Colt M16 machinegeweer met daaraan een M203 40mm granaatwerper, daar beslist anders over.

3. Pulp Fiction (1994)

“All right, everybody be cool, this is a robbery!”, waarschuwt overvaller Pumpkin (Tim Roth) het onfortuinlijke klandizie van de Hawthorne Grill. “Any of you fucking pricks move, and I’ll execute every motherfucking last one of ya!”, voegt zijn liefje Honey Bunny (Amanda Plummer) er aan toe. En hop, daar is die knotsgekke, in tien Olympische zwembaden Fender Reverb borstcrawlende, opgejaagde surfgitaarintro van Dick Dale’s ‘Misirlou’.

Met ‘Pulp Fiction’ leverde Quentin Tarantino in 1994 de beste prent van zijn carrière af. De dialogen vonken als de inhoud van gangsterbaas Marsellus Wallace (Ving Rhames) mysterieuze koffertje. De baanbrekende Amerikaanse cineast verweef met coscenarist Roger Avary op vernuftige wijze drie verhalen boordevol uitzinnig geweld en quotes zo cool dat je er de opwarming van de aarde minstens vijf decennia mee kan vertragen.

De überclevere niet-chronologische vertelstructuur volgt twee dagen in het Red Apples-sigarettenrook badende Los Angeles die de levens van de stijlvolle hitmen Vincent Vega (John Travolta) en de godvrezende Jules Winnfield (Samuel L. Jackson), de begeerlijke Mia Wallace (Uma Thurman), bokser Butch (Bruce Willis) en een koppeltje kruimeldieven voorgoed veranderen. En vergeet vooral ook niet Captain Koons (Christopher Walken) magistraal relaas over een wel zeer kostbaar gouden horloge.

‘Pulp Fiction’ beleefde zijn wereldpremière op het Filmfestival van Cannes. Bob en Harvey Weinstein, de bonzen achter Miramax, toen nog een onbeduidend onafhankelijk filmproductiehuisje, bestormden de Zuid-Franse filmstad met hun overhippe ensemble cast. Ze keerden triomfantelijk terug met de Palme d’Or. Nauwelijks een jaar later verschenen de eerste van duizenden inferieure ‘Pulp Fiction’-rip-offs in de bioscopen.

2. The Godfather: Part II (1974)

Doorgaans komt een vervolg nauwelijks aan de enkels van het origineel. Maar soms, heel soms, evenaart een sequel zijn voorganger. Soms is de opvolger zelfs zó misdadig goed, dat recensenten zelfs menen dat-ie eigenlijk nóg beter is. ‘The Godfather: Part II’ is zo’n zeldzame film. Intrigerend genoeg, fungeert dit tweede deel ook deels als prequel.

Hoe kon een verpauperd Siciliaans weesjongetje opklimmen tot de machtigste maffiabaas van New York? Robert De Niro verwierf zijn eerste Oscar met zijn ronduit voortreffelijke vertolking van de jonge Vito Corleone. Wat de prestatie des te indrukwekkend maakte, was dat-ie dat nagenoeg volledig in het Siciliaans dialect deed. Die drie maand durende voorbereiding op het Italiaans eilandje in de Middellandse Zee wierp duidelijk de vruchten af.

In het heden van 1958 volg je tegelijkertijd Michael (Al Pacino) die nu op de stoel als de nieuwe Don zit. Zoon Corleone regeert met ijskoude hand over het familiaal misdaadsyndicaat dat zich nu uitstrekt over Cuba en Las Vegas. Daarbij blijft hij trouw aan zijn vaders lessen: “Keep your friends close, but your enemies closer.”

Dit sublieme vervolg verzilverde zes van zijn elf Oscarnominaties. Vandaag blijft deze superieure ‘Part II’ samen met de ‘The Lord of the Rings: The Return of the King’ (2003) de enige sequel die ooit de Award voor Beste Film won.

1. The Godfather (1972)

Begin jaren 70 gaf niemand nog een cent voor Marlon Brando’s carrière. De viriele Hollywoodster van weleer was uitgedoofd en vooral ook uitgezakt. Niet hij, maar Laurence Olivier was de eerste keuze voor de titelrol van ‘The Godfather’. Pas toen die laatste het liet afweten wegens zijn wankele gezondheid, kwam Brando in beeld.

De legendarische ‘method actor’ entte zijn dreigend hese gefluister op nagelaten opnames van Frank Castello, een beruchte gangsterbaas die destijds zowel de casino’s als de politici in de zak van smetteloze gesneden Italiaans maatpak had. Een tandprothese gaf Brando de dreiging van een bulldog – tijdens zijn auditie had hij een portie watten tussen zijn kaken gepropt.

Francis Ford Coppola’s filmtrilogie van Mario Puzo’s gelijknamige bestseller uit 1969 volgt de opkomst en onvermijdelijk ondergang van de Siciliaanse maffiafamilie Corleone. De openingsscènes waarin Don Corleone in zijn verduisterde kamer verzoeken inwilligt tijdens het huwelijksfeest van zijn dochter (gespeeld door Coppola’s zus, Talia Shire) zet meteen de toon.

Het drie uur lang, meesterlijk door cinematograaf Gordon Willis op pikdonkere pellicule uitgesmeerde misdaadepos, toont vervolgens hoe de fragiele vrede tussen de vijf maffiafamilies de New Yorkse straten in bloed zal smoren.

De rest is zoals men zegt geschiedenis. Dankzij Robert Duvalls maffia-advocaat Tom Hagen wist voortaan heel de wereld wat een ‘consigliere’ was. De fors onderbetaalde hoofdrolspelers Al Pacino, James Caan en Diane Keaton groeiden uit tot wereldsterren. Brando bevestigde zijn grootse comeback met de Oscar voor Beste Acteur, achttien jaar na zijn eerste beeldje voor ‘On the Waterfront’ (1954).

Ook de prijzen voor Beste Film en Beste Bewerkte Scenario waren niet meer dan logisch. Het was dat, of een afgehakt paardenhoofd onder de zijden beddengoed van de Academy.

Dit artikel is geschreven door Matthias Van de Velde. Hij komt uit de verguisde carnavalsstad Aalst en studeerde Klassieke Geschiedenis en Europese Politiek aan UGent. Hij is nog steeds boos dat hij als 6-jarige dreumes niet mee mocht toen ‘Bram Stoker’s Dracula’ en ‘Jurassic Park’ in de bios draaide. Hij schrijft nooit een woord te veel, tenzij hij zich laat gaan.