Top 10 Weetjes over Woodstock – Het legendarische muziekfestival uit 1969

Van 15 tot 18 augustus 1969 bereikten het flowerpowertijdperk en de tegencultuur hun hoogtepunt met het Amerikaanse muziekfestival Woodstock. Bijna een half miljoen jongeren verzamelden voor ‘3 Days of Peace & Music’. Wantrouwige omwonenden omklemden ondertussen hun mestrieken en hagelbuksen na een blik op de met cannabis en patchoeli geparfumeerde kuddes langharig werkschuw tuig.

Er bestaan heel wat indianenverhalen over het meest legendarische festival ooit. De échte feiten zijn anders ook al wild genoeg. Steek bloemen in je haar, knal wat Joe Cocker en Jefferson Airplane door de speakers en neem een weldadig trekje van deze 10 waanzinnige Woodstock-weetjes.

10. Woodstock moest vooral centen opleveren

woodstock was comercieel

Woodstock was de hoogmis van de hippiebeweging. De iconische festivalaffiche pakte uit met een vredesduif en de slogan ‘3 Days of Peace & Music’. Maar de jonge organisatoren doelden eigenlijk op iets anders: knaken, en liefst zoveel mogelijk!
John Roberts, Joel Rosenman, Artie Kornfeld en Mike Lang waren 4 twintigers die droomden van een eigen opnamestudio nabij Woodstock. Kornfeld en Lang waren ondanks hun jeugdige leeftijd al gepokt en gemazeld in de muziekindustrie. Roberts en Rosenman hadden als jonge durfkapitalisten dan weer de poen en financiële kennis.
De opbrengst van een muziekfestival voor 50.000 mensen zou hun droom wel even waarmaken. De hippies moesten dokken, of ze kwamen er mooi niet in. Een dagticket voor de ‘Woodstock Music and Art Fair’ kostte 7 dollar. Voor 18 dollar zat je 3 dagen lang gebeiteld.

woodstock tickets

De beoogde 50.000 geïnteresseerden bleek een forse onderschatting. 186.000 kaartjes vlogen vooraf de deur uit. Uiteindelijk daagden minstens 400.000 jongeren op, terwijl nog honderdduizenden gestrande pechvogels nooit uit de verkeerschaos raakten. De onafgewerkte omheining bleek geen partij voor de volksstroom hippies die al dagen vooraf op het terrein kampeerden. De kassacontrole stelde weinig voor. Uiteindelijk liet de organisatie gewoon iedereen gratis binnen. En zo werd een in wezen kapitalistische onderneming plots het grootste gratis openluchtconcert ter wereld.

9. Woodstock vond niet plaats in Woodstock

lokatie woodstock
Derek Redmond and Paul Campbell/ CC BY-SA 3.0

Woodstock vond plaats op het landgoed van melkveehouder Max Yasgur. Zijn hooivelden lagen helemaal niet in Woodstock, maar 97 km verder zuidwestwaarts in het stadje Bethel in de staat New York. De gewiekste organisatie doopte haar festival en het bijhorende investeringsvehikeltje ‘Woodstock Ventures’ naar Woodstock, omdat het stadje bekend stond als een idyllische kunstenaars- en muzikantenkolonie. Goed volk als Bob Dylan, The Band en andere artistieke snuiters hadden er een domicilie. Marketing, heet dat.

woodstock max yasgur

In de befaamde artiestenretraite was geen geschikt terrein voorhanden, dus verhuisde de organisatie naar het grotere Howard Mills Industrial Park in Wallkill. De achterdochtige bevolking vermoedde daar al snel dat er niet zomaar een handjevol hippies zou verschijnen. Met een slinks verbod wegens niet-vergunde toiletten dwarsboomde Wallkill het festival. Daardoor moest de organisatie 1 maand voor de opening halsoverkop een nieuwe locatie zoeken.

Op de valreep vonden de ambitieuze ondernemers die bij melkveehouder Max Yasgur. Yasgur was de grootverdiener van de Bethelse boerenbevolking in Sullivan County. Zijn landgoed te White Lake was geknipt. De glooiende Catskills Mountains omringden Yasgurs 243 hectaren en creëerden zo een natuurlijk amfitheater. Het meer vormde een leuk sanitair extraatje – en leende zich als decor voor het iconische beeldmateriaal van poedelnaakte flowerpoweradepten.

De conservatieve 49-jarige veehouder was best wel ruimdenkend voor een republikein. De vergoeding van 75.000 dollar sloeg ome Yasgur uiteraard ook niet af. De nobele melkboer overleed in 1973 aan een hartaanval. Sinds 2017 pronkt zijn mythische landgoed op het ‘National Register of Historic Places’: de monumentenlijst van de VS.


8. Waanzinnige verkeersellende & ronkende helikopters

verkeersellende
Ric Manning /CC BY 3.0

Al na dag 1 viel er niets meer te bikken op de weide. De derde dag herschiepen de weerselementen na Joe Cockers sublieme doortocht het festivalterrein in een gigantische modderpoel. Maar de grootste ellende? Dat was het verkeer. De verkeersopstoppingen en ellenlange files (tot 32 kilometer!) waren zo verschrikkelijk, dat lokale radiostations hun luisteraars smeekten thuis te blijven. Openingsact Sweetwater haalde het podium niet. De organisatie grabbelde dan maar een stomverbaasde Richie Havens vast bij zijn oranje kaftan en liet hem onverwacht de spits afbijten.

En hoe! De folkzanger speelde werkelijk elk nummer uit zijn oeuvre. Ondertussen timmerden de Woodstock-medewerkers naarstig verder aan het podium. Aan het einde van Richie Havens’ zweterige marathonset zat Sweetwater nog steeds stokvast in het verkeer. Eric Oxendine, Havens basgitarist, was ondertussen eindelijk opgedoken. Zijn frontman morrelde aan de gitaarstemknoppen en sloeg wat akkoorden aan. Hij keek naar de eindeloze mensenzee en dacht plots aan het woord ‘Freedom’. En zo improviseerde Richie Havens ter plekke zijn gelijknamige monsterhit. Ondertussen pikte een helikopter Sweetwater op, zodat de band alsnog als tweede act kon opdraven.

Ronkende helikopterschroeven waren een bevreemdend beeld in volle Vietnamoorlogtijden. Maar zonder de Sikorsky S-58 heli’s was het festival beslist op een ramp uitgedraaid. De tweede dag dropten ze eten en vlogen ze koortsige hippies naar het ziekenhuis. Richie Havens’ assen werden na zijn dood in 2013 per vliegtuig over de site gestrooid.
De band Iron Butterfly had minder succes. Het ‘In-A-Gadda-Da-Vida’-kwartet eiste iets te nadrukkelijk dat een helikopter hen onmiddellijk moest escorteren zodat ze meteen het podium op en af konden. De organisatie beantwoordde dat boertig verzoek met een telegram waarvan de eerste letters van elke nieuwe zin samen ‘FUCK YOU’ spelden.

7. Het publiek gedroeg zich onberispelijk

woodstock publiek onberispelijk
Mark Goff /publiek domein

Uiteraard verwacht je van hippies dat ze zich vredevol gedragen. Maar dat er met ruim een half miljoen jongeren geen enkel gewelddadig voorvalletje oprees? Dát was ongezien. Tenslotte verbanden de bewoners van Wallkill het festival uit vrees voor allerlei wangedrag. Ook in de definitieve locatie Bethel stond niemand te springen voor de harige volksverhuizing. De lokale boerenbevolking schermde zelfs met een boycot tegen de gastvrije melkboer Max Yasgur. Nelson Rockefeller, gouverneur van de staat New York, dreigde dan weer met het leger.

Zorgen om niets. Lou Yank, de politiechef van het nabijgelegen Monticello, verklaarde in zijn 24-jarige politieloopbaan nog nooit zulke beleefde, welopgevoede jongeren ontmoet te hebben. Sommige uitgehongerde festivalgangers plunderden weliswaar het graan van de omringende landbouwgronden, of knepen zelfs eigenhandig melk uit de lonkende koeienuiers. Maar verder? Een alleraardigst publiek. Verschillende overblijvers van de naar 25.000 diehards die Jimi Hendrix afsluitend optreden uitzaten, hielpen de organisatie achteraf zelfs een handje met de grote schoonmaak.

Was er dan echt helemaal geen geweld? Nou. Niet helemaal. Toen activist Abbie Hoffman de set van The Who op de tweede dag bestormde voor een driftige uitzetting over het gevangenschap van White Panther Party-leider John Sinclair, gaf Pete Townshend hem een dreun met zijn gitaar. Niet dat Pete Townshend op dat moment een flauw benul had wat Abbie Hoffmans probleem was. Je blijft gewoon van Pete Townshends podium, punt.


6. Topacts als Bob Dylan, The Doors, Led Zeppelin en The Beatles bedankten voor de eer

Bob Dylan woonde dan wel in de artiestenkolonie Woodstock, hij liet het festival mooi links liggen. Daar had de ‘The Bard’ een reden voor: hij hield niet van hippies. Een beetje sneu, want Bob Dylan was een van de eerste én grootste namen op het verlanglijstje.
Ook andere grootheden als The Doors (Jim Morrison gruwde van openluchtconcerten – drummer John Densmore werd echter compleet extatisch gespot tijdens Joe Cockers set), The Beatles (John Lennon was naar verluidt pissig dat Yoko Ono’s Plastic Band geen uitnodiging kreeg), The Rolling Stones (Mick Jagger draaide liever de schabouwelijke western ‘Ned Kelly’ in Australië), Led Zeppelin (hadden volgens hun manager wel wat beters te doen en schitterden dat weekend in de Asbury Park Convention Hall van New Jersey) en anderen bedankten voor de eer.

Het legde de 32 namen die wél de line-up haalden anders geen windeieren. Vele artiesten braken dankzij Woodstock definitief door. En dat was grotendeels de verdienste van Creedence Clearwater Revival. Zodra John Fogerty en co als eerste hun handtekening zetten voor 10.000 dollar, volgden de 31 anderen al snel. Quill was met 375 dollar hét koopje. De wederdienst was niet evenredig. Quill haalde de uiteindelijk filmmontage niet en sukkelde al snel weer in de vergetelheid.

5. Woodstock werd een financiële ramp voor de organisatie

Onnodig te zeggen dat Woodstock met een flinke schuldenput achterbleef. Nadat de organisatie iedereen noodgedwongen gratis binnenliet, stuitte ze al snel op een nieuw probleem. De artiesten wouden boter bij de vis, en snel wat. Janis Joplin, The Grateful Dead en anderen weigerden te spelen voordat ze wapperende groene briefjes zagen. Het hielp ook niet dat veel performers hun vraagprijs verdubbelden omdat ze vooraf niet wisten of zo’n grootschalig openluchtconcert wel zou renderen. En helikopters vliegen uiteraard ook niet voor niets.

John Roberts, één van de 4 Woodstock-bezielers, zat ondanks zijn 24 lentes gelukkig goed in de slappe was. De Polident-erfgenaam peuterde met zijn trustfonds als onderpand op zaterdagavond een lening los bij de lokale bank. Ondertussen stapelden de kosten zich op. Tegen de slotdag zat de organisatie op een schuldenberg van miljoenen. Pas na het succes van de Oscarwinnende documentaire en plaat stroomde er eindelijk geld binnen.

Maar ach. Het viertal verzilverde wel eeuwige roem als stichters van misschien wel het belangrijkste muziekevenement ooit. Latere jubileumedities waren minder memorabel. Woodstock ‘79, ’89 en ’94 stelden teleur. Woodstock ’99 eindigde in mineur met brandstichting, rellen en verkrachtingen. De 50-jarige feesteditie in 2019 werd na een crescendo van narigheid (Afzeggende headliners! Terugtrekkende geldschieters! Locatieproblemen! Tijdstekort!) 2 weken voor startdatum afgelast.


4. Iedereen zat tjokvol drugs

Het waren de jaren 60. Uiteraard zat iedereen aan de drugs. Hippies rookten wiet en slikten LSD als ware het olympische disciplines. In haastig geïmproviseerde headshops in het nabijgelegen bos vonden ze vloei, bongs en andere nuttige attributen. De meer ervaren grootgebruiker lustte ook wel wat heroïne, paddo’s, mescaline, amfetamines, cocaïne en opium. De arm der wet kneep ondertussen een oogje toe. Want waar moesten de ordehandhavers überhaupt 400.000 drugsdelinquenten opsluiten?

De artiesten waren geen uitzondering. De Grateful Dead schepte er zoals altijd een duivels genoegen in de concullega’s wat spul toe te stoppen. Zo gaf Jerry Garcia de sowieso al onstuimige Carlos Santana een behoorlijk straffe portie mescaline. Santana dacht dat hij pas de volgende ochtend op moet. Mispoes. Toen zijn band 2 uur later al het podium op moest, tripte de frontman zo hevig dat hij dacht dat zijn gitaar een slang was. Een giftige, afgaande op het overgeleverd beeldmateriaal.
Waarvoor dank, Jerry Garcia. Ondanks, of misschien wel juist dankzij, Carlos Santana’s hallucinaties zette de aanstormende gitaargod met zijn toen nog onbekende band een van de onvergetelijkste optredens van het festival neer. Een blik op het extatische smoelwerk van de piepjonge drummer Michael Shrieve tijdens ‘Soul Sacrifice’ doet overigens vermoeden dat Carlos de acid netjes met zijn bandleden deelde.

3. Gruwelijke hongersnood

Voor de catering ging Woodstock Ventures in zee met ‘Food For Love’. Aardige jongens, maar van massaevenementen hadden ze weinig kaas gegeten. Nadat ze noodgedwongen de hamburger- en hotdogsprijzen van 25 cent naar 1 dollar joegen, staken enkele misnoegde festivalgangers een voedselkraampje in brand. Tegen de tweede dag was er sowieso nergens nog een kruimeltje te eten.
De alarmerende berichten lieten de bevolking van Bethel en Sullivan County niet onberoerd. De barmhartige boeren openden hun voorraadkasten, waarna legerhelikopters de broodnodige proviand op het festivalterrein dropten. Broodjes, waterflesjes, conservenblikjes, fruit, hopen hardgekookte eieren en vonden zo hun weg naar een half miljoen hongerige hippiemagen.
Communeleider ‘Wavy Gravy’ en zijn ‘Hog Farm’ maakten hun naam als onvolprezen gaarkeukenhelden waar en roerbakten tonnen bruine rijst en groente. Op zondag klusten ze een monsterlijke portie granola (een culinaire openbaring voor heel wat jongeren) bij elkaar, terwijl de Yasgur-familie melk en yoghurt aanvoerde.

2. De ‘Hog Farm’: een wel héél merkwaardig security team

De provincie Sullivan County riep de noodtoestand uit over het festivalterrein. Gouverneur Rockefeller dreigde met het leger en noemde het Woodstock-weideveld smalend een rampgebied. Een ietwat overdreven reactie. Tenslotte hielden vredesactivist Hugh – ‘Wavy Gravy’ – Romney en de ‘Hog Farm’ een oogje in het zeil.
Het was een heel merkwaardige keuze om een commune uit Californië aan te stellen als veiligheidsdienst. Zelf verkoos ‘Wavy Gravy’ de term ‘Please Force’ in plaats van ‘Police Force’. Zijn commune hielp wegkwijnende hippies uit hun bad trip, fungeerde als vitaminrijke gaarkeuken, en bracht balorige herrieschoppers met slagroomtaarten en spuitwatersifons op andere ideeën. Woodstock bleek een uitstekend visitekaartje. 2 weken later mocht de Hog Farm de orde bewaken tussen de cowboys en hippies op het ‘Texas International Festival’.
Toch kwamen er 2 festivalgangers om het leven. De jonge marinier Richard Bieler wou nog even met volle teugen van het leven genieten alvorens hij naar Vietnam voer. Dat eindigde in een overdosis heroïne – andere bronnen houden het op myocarditis door LSD. Het tweede dodelijke slachtoffer was Raymond Miszak. De onfortuinlijke 17-jarige sukkelde onder de wielen van een nietsvermoedende tractor in zijn met modder bezaaide slaapzak.
De legende wil dat er ook verschillende baby’s het leven zagen op de Woodstock-weide. Toch zwaaide achteraf nooit een Woodstock-spruit met een bevestigend geboortecertificaat.

1. Bijna niemand zag het iconische Hendrix-moment

Jimi Hendrix’ mismeestering van het Amerikaanse volkslied staat te boek als één van de meest iconische momenten van de jaren 60. Opmerkelijk. Want slechts een minuscule fractie van het publiek zag hoe de mythische performer met zijn Fender Stratocaster en een batterij effectpedalen een hele lading supersonische raketten, bommen en geweersalvo’s door ‘The Star-Spangled Banner’ scheurde.

De gitaarvirtuoos sloot als best betaalde artiest het festival af. Door de talrijke vertragingen, doffe verkeersellende en apocalyptische weersomstandigheden op zondagmiddag, kroop Jimi uiteindelijk pas maandag 17 augustus om 9 uur ‘s morgens op het podium. Toen stonden er nog zo’n 25.000 dappere overblijvers in de modder.
Kenners zeggen dat Jimi Hendrix die dag niet op zijn best was. Hij had nauwelijks gerepeteerd met zijn gelegenheidsband Gypsy Sun & Rainbows. Zijn set kabbelde eerst wat doelloos rond, maar vanaf de tweede helft had Jimi het uitgedunde publiek bij hun smoezelige nekvel. Hij zou ze niet meer loslaten en de revelatie van hun leven geven met een weergaloze versie van het Amerikaanse volkslied.

De cover was al sinds najaar 1968 vaste prik op Jimi Hendrix’ setlist. Maar op Woodstock ging de artiest zo tekeer, dat je niets anders dan een striemende aanklacht tegen de Vietnamoorlog in Jimi’s furieuze interpretatie kon horen.

Gelukkig voor ons leven Jimi Hendrix en zijn legendarische ‘The Star-Spangled Banner’ voor altijd voort op celluloid en vinyl. Een jong en later wereldberoemd Amerikaans-Italiaans broekje zat overigens in de montagekamer van de befaamde documentaire ‘Woodstock’: Martin Scorsese.