10 Meest voorkomende elementen in het menselijk lichaam

meest voorkomende elementen menselijk lichaam

Het menselijk lichaam is een ingewikkeld kluwen van organen, botten, spieren, zenuwen, weefsel, lichaamsvloeistoffen en tal van andere structuren.

Net zoals bij alle materie op aarde is het kleinste bouwsteentje van ons lichaam een atoom. Er zijn meer dan 110 atoomsoorten of elementen bekend, netjes gerangschikt volgens hun eigenschappen in het zogeheten periodiek systeem van de elementen. In het menselijk lichaam komen er ongeveer 60 verschillende atoomsoorten voor. Hieronder een lijstje van de tien meest voorkomende elementen in ons lichaam.

10. Magnesium

Het element magnesium neemt ongeveer 0,05% van het lichaamsgewicht in beslag. De helft ervan is terug te vinden in botten en beenderen. Het menselijk lichaam heeft magnesium broodnodig om botten en spieren te vormen.

Magnesium speelt ook een belangrijke rol in de regeling van de hartslag, de bloeddruk en het glucosegehalte in het bloed. Het element draagt bij tot een goed werkend immuunsysteem en een goede overdracht van zenuwprikkels.

Magnesium is een mineraal zout dat niet door het lichaam zelf wordt aangemaakt. Alle magnesium dat we nodig hebben moet dus uit onze voeding gehaald worden. Vooral groene bladgroenten als spinazie, andijvie en boerenkool zijn rijk aan magnesium.

9. Natrium

0,10% tot 0,15% van het lichaamsgewicht bestaat uit natrium. Natrium is een mineraal en het hoofdbestanddeel van gewoon keukenzout (natriumchloride).

In het menselijk lichaam is natrium onontbeerlijk voor het regelen van de vochtbalans. Het element speelt ook een belangrijke rol in de regeling van de bloeddruk en de goede werking van spier- en zenuwcellen.

Over het algemeen krijgen we in onze westerse maatschappij meer dan voldoende natrium binnen via het zout in ons voedsel. Een teveel aan natrium is echter schadelijk voor de gezondheid. De gevolgen van een te hoge inname van natrium zijn onder meer een te hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en botontkalking.

8. Zwavel

De zwavelconcentratie in het menselijk lichaam draagt zo’n 0,20% tot 0,25% bij tot het lichaamsgewicht. Het element zwavel is een belangrijke bouwsteen van eiwitten en aminozuren.

Zwavel is nodig voor de aanmaak van keratine, een eiwit dat aanwezig is in haar, nagels en huid. Het element draagt bij tot een stevige structuur van kraakbeen, gewrichten, huid, nagels en haar. Bovendien zorgt zwavel voor een correcte werking van enzymen. Dit zijn eiwitten die ervoor zorgen dat de chemische reacties in ons lijf snel en vlot verlopen.

We krijgen zwavel binnen via voedingsmiddelen als kip, eieren, kaas, biefstuk, sardines, zalm, mosselen, asperges, spinazie, spruitjes en kool.

7. Kalium

Op de vierde plaats in ons lijstje vinden we kalium, een element dat goed is voor 0,20% tot 0,35% van ons lichaamsgewicht. Kalium speelt een hoofdrol in de overdracht van zenuwimpulsen en de contractie van spieren. Samen met natrium en chloor zorgt kalium ook voor de regeling van de bloeddruk en het op peil houden van de vochtbalans in het lichaam.

Kalium is terug te vinden in vrijwel alle voedingsmiddelen, vooral in vlees, vis, fruit, groenten, brood en melkproducten.

6. Fosfor

Het mineraal fosfor neemt 1,2% tot 1,5% van het menselijk lichaamsgewicht in beslag. Fosfor zorgt samen met calcium voor een stevige structuur van tanden en botten. Het element is daarom vooral terug te vinden in het skelet en het gebit.

Heel belangrijk is de rol van fosfor als bouwsteen van het zogenaamde ATP (adenosinetrifosfaat). ATP is een van de belangrijkste energiedragers in het lichaam. Fosfor is terug te vinden in voedingsstoffen als melkproducten, kaas, vis en vlees.

5. Calcium

calcium

Calcium is een hoofdrolspeler in de opbouw van beenderen, botten en tanden. Ongeveer 1,5% van het lichaamsgewicht wordt ingenomen door calcium. Het element gaat botontkalking op latere leeftijd tegen. Calcium draagt eveneens bij tot het transport van andere mineralen, zorgt voor een goede bloedstolling en een ongestoorde werking van spieren.

Calcium nemen we op via zuivelproducten als melk, boter en kaas. Andere bronnen van calcium zijn groenten, noten en peulvruchten.

4. Stikstof

3% van het lichaamsgewicht bestaat uit stikstof. Het gas stikstof maakt voor bijna 80% deel uit van de lucht we allen inademen. In het lichaam vinden we stikstof terug als bouwsteen in eiwitten, nucleïnezuren en andere organische moleculen die een voorname rol spelen in de stofwisseling. Een te hoog gehalte van niet-gebonden stikstof in het bloed kan wijzen op een verstoorde werking van de nieren.

3. Waterstof

Waterstof draagt bij tot niet minder dan 10% van het menselijk lichaamsgewicht. Waterstofatomen vormen samen met zuurstofatomen water, en water is natuurlijk onmisbaar voor de mens.

Water zorgt voor het transport van voedingsstoffen, verwijdert afvalstoffen en regelt de lichaamstemperatuur. Waterstofatomen zijn bouwstenen in de meeste organische moleculen die van belang zijn in ons lichaam.

2. Koolstof

Koolstof is een element dat voorkomt in alle organische verbindingen. 18% van het lichaamsgewicht bestaat uit koolstof. Koolstof komt daarom ongeveer overal voor in ons lijf. Het maakt deel uit van ons DNA, eiwitten, aminozuren, vetten, koolhydraten en alle andere moleculen en verbindingen die een rol spelen in het menselijk lichaam.

Koolstof bevindt zich ook in het koolstofdioxide dat we uitademen. Koolstofdioxide (CO2) is een afvalproduct dat wordt geproduceerd door de lichaamscellen. Ongeveer 4% van de uitgeademde lucht is koolstofdioxide.

1. Zuurstof

zuurstof

Zuurstof is goed voor zo’n 61% tot 65% van de lichaamsmassa. Logisch, want zuurstof is net als waterstof een bestanddeel van water (H2O). In feite bevat het menselijk lichaam in aantal meer waterstofatomen dan zuurstofatomen, maar een zuurstofatoom weegt 16 keer zwaarder dan een waterstofatoom. Vandaar dat de totale zuurstofmassa in het lichaam veel groter is dan de waterstofmassa.

Zonder zuurstof zou er simpelweg geen menselijk leven mogelijk zijn. De lucht die we inademen bevat ongeveer 21% zuurstof (de rest is stikstof). In de longblaasjes wordt zuurstof afgegeven aan het bloed. Een specifiek eiwit, hemoglobine, bindt de zuurstofatomen en transporteert zuurstof door heel het lichaam. Alle cellen hebben zuurstof nodig om door verbranding energie te verkrijgen.

Een afvalproduct van deze verbranding, koolstofdioxide, wordt afgegeven aan het bloed en terug naar de longen getransporteerd. In de longen vindt opnieuw een gasuitwisseling plaats: koolstofdioxide wordt uitgeademd en lucht met verse zuurstof terug ingeademd.

Zuurstofgebrek leidt tot vermoeidheid, duizeligheid en het afsterven van cellen. De hersencellen worden het eerst getroffen door zuurstoftekort. Als een mens helemaal geen zuurstof meer kan inademen, sterft hij binnen 10 minuten.

Meer lijstjes over het menselijk lichaam