Wanneer we spreken over schade en vernietiging, is geen enkele natuurkracht zo verwoestend als de mensheid zelf. “Oorlogen”, epidemieën en hongersnoden zijn vaak het gevolg van menselijke keuzes. Soms gebeurt dit direct, zoals bij gewapende conflicten, maar vaak ook indirect, bijvoorbeeld door de snelle verspreiding van ziekten in een geglobaliseerde wereld. Hoewel wij als mensen elkaar de meest verschrikkelijke dingen kunnen aandoen, zijn er ook rampen die volledig buiten onze macht liggen.
Natuurrampen zoals tsunami’s, aardbevingen en cyclonen zijn het resultaat van de wispelturigheid van de natuur. Hoewel de impact van een ramp vaak wordt vergroot door menselijke factoren — zoals een gebrekkige voorbereiding of trage hulpverlening — ligt de oorzaak van de natuurkracht zelf niet bij ons.
In dit overzicht kijken we naar de meest dodelijke natuurrampen van de afgelopen honderd jaar. We beperken ons tot deze periode omdat de dodentallen uit deze tijd het meest betrouwbaar zijn, al blijven het vaak schattingen. Overheden kunnen cijfers soms kleuren en het onderscheid tussen directe slachtoffers (door de klap) en indirecte slachtoffers (door ziekte of honger achteraf) is lastig te maken. De volgende tien rampen zijn qua omvang en menselijk leed echter ongekend.
Ter illustratie: de Nederlandse watersnoodramp van 1953, hoe traumatisch ook voor ons land, haalt deze lijst niet. Met ruim 1.800 doden valt deze ramp in het niet bij de enorme aantallen die we hieronder tegenkomen. We beginnen de telling namelijk pas bij ongeveer 138.000 slachtoffers.
10. Bangladesh-cycloon (1991) – 138.000 slachtoffers
In het voorjaar van 1991 werd het zuidoosten van Bangladesh getroffen door een verwoestende tropische cycloon. Met windsnelheden tot wel 250 km/u en een vloedgolf van zes meter hoog werd de regio Chittagong nagenoeg weggevaagd.
Minstens 138.000 mensen kwamen om het leven, waarbij vooral ouderen en kinderen het slachtoffer werden van de enorme watermassa. Miljoenen mensen raakten hun huis kwijt. Hoewel de overheid waarschuwingen had uitgegeven, bleken de schuilplaatsen voor velen onbereikbaar of ontoereikend.
9. Cycloon Nargis (2008) – 138.000–146.000 slachtoffers

In mei 2008 trof de cycloon Nargis de laaggelegen Irrawaddy-delta in Myanmar. Een enorme stormvloed overspoelde dorpen en landbouwgronden, waardoor hele gemeenschappen van de kaart werden geveegd.
Het dodental liep op tot circa 140.000. De ramp werd nog verergerd door de politieke situatie; de toenmalige militaire junta weigerde aanvankelijk internationale hulp, wat leidde tot een tekort aan voedsel en medicijnen voor de overlevers. Nargis blijft de dodelijkste natuurramp uit de geschiedenis van Myanmar.
8. Jangtsekiang-rivieroverstroming (1935) – 142.000 slachtoffers
De Jangtsekiang in China is de op twee na “langste rivier ter wereld” en stroomt door een van de meest dichtbevolkte gebieden op aarde. Hoewel de rivier essentieel is voor de landbouw, kan ze in het regenseizoen levensgevaarlijk zijn.
In 1935 trad de rivier buiten haar oevers, wat resulteerde in een ramp die aan 142.000 mensen het leven kostte. Miljoenen mensen werden dakloos en zagen hun oogsten vernietigd worden. Het was een van de vele keren dat deze rivier liet zien hoe onvoorspelbaar en machtig water kan zijn.
7. Haïti-aardbeving (2010) – 100.000–159.000 slachtoffers

Op 12 januari 2010 werd het arme Haïti getroffen door een zware aardbeving. Omdat het epicentrum vlak bij de hoofdstad Port-au-Prince lag en de gebouwen niet bestand waren tegen de schokken, was de ravage onbeschrijfelijk.
Ongeveer drie miljoen mensen werden direct getroffen. Terwijl de overheid aanvankelijk sprak over meer dan 200.000 doden, schatten onafhankelijke onderzoekers het werkelijke aantal slachtoffers tussen de 100.000 en 159.000. De zwakke infrastructuur van het land zorgde ervoor dat de wederopbouw jaren in beslag nam.
6. Ashgabat-aardbeving (1948) – 110.000–176.000 slachtoffers
In 1948 werd de hoofdstad van Turkmenistan, Ashgabat, getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,3 op de schaal van Richter. Omdat de stad voornamelijk bestond uit bakstenen huizen, stortte bijna alles in.
De Sovjet-autoriteiten hielden de omvang van de ramp lange tijd geheim voor de buitenwereld. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 110.000 tot wel 176.000 slachtoffers. Vrijwel de gehele bevolking van de stad werd getroffen door de beving die in de vroege ochtenduren plaatsvond.
5. Tyfoon Nina / Banqiao-dam (1975) – tot ~229.000 slachtoffers
Deze ramp is een klassiek voorbeeld van hoe een natuurkracht een technisch falen veroorzaakt. Tyfoon Nina bracht extreme regenval naar China, waardoor de Banqiao-dam en tientallen kleinere dammen benedenstrooms het begaven.
Een gigantische vloedgolf van meters hoog raasde door het landschap. Hoewel “slechts” 26.000 mensen direct door de vloedgolf stierven, liep het totale dodental door de daaropvolgende hongersnood en epidemieën op tot circa 229.000. Deze ramp werd pas jaren later volledig bekend bij het grote publiek.
4. Tsunami in de Indische Oceaan (2004) – ~230.000 slachtoffers
Op tweede kerstdag 2004 vond een van de krachtigste zeebevingen ooit plaats nabij Sumatra. De beving veroorzaakte een reeks enorme tsunami-golven die de kusten van veertien landen aan de Indische Oceaan teisterden.
In totaal kwamen ongeveer 230.000 mensen om het leven, van wie de meesten in Indonesië, Sri Lanka, India en Thailand. De beelden van de muren van water die over de toeristische stranden en vissersdorpen sloegen, staan nog bij velen op het netvlies gegrift. Het leidde tot de ontwikkeling van een veel beter waarschuwingssysteem in de regio.
3. Tangshan-aardbeving (1976) – ~242.000 slachtoffers
In de zomer van 1976 werd de Chinese industriestad Tangshan in het holst van de nacht getroffen door een zware aardbeving. Terwijl de inwoners sliepen, veranderde de stad in een puinhoop. Omdat Tangshan destijds niet als aardbevingsgebied werd beschouwd, waren de gebouwen niet versterkt.
Het officiële dodental staat op circa 242.000, hoewel sommige schattingen uitgaan van nog hogere aantallen. De beving was zo krachtig dat ze tot in Peking werd gevoeld. Het blijft een van de dodelijkste seismische gebeurtenissen van de twintigste eeuw.
2. Bhola-cycloon (1970) – 300.000–500.000 slachtoffers
De Bhola-cycloon is de dodelijkste tropische storm die ooit is geregistreerd. In november 1970 overspoelde een enorme vloedgolf de eilanden en kustgebieden van het toenmalige Oost-Pakistan (nu Bangladesh).
De schattingen van het dodental variëren van 300.000 tot wel een half miljoen mensen. De politieke onrust die ontstond door de gebrekkige hulpverlening van de centrale regering leidde uiteindelijk tot een burgeroorlog en de onafhankelijkheid van Bangladesh.
1. Chinese overstromingen (1931) – miljoenen slachtoffers
De absolute nummer één op deze lijst is de reeks overstromingen die China in 1931 trof. Na een periode van extreme droogte volgden zware sneeuwval en moessonregens, waardoor de rivieren Jangtsekiang, de Gele Rivier en de Huai tegelijkertijd buiten hun oevers traden.
De impact was apocalyptisch. Alleen al bij het doorbreken van de dijken van het Gaoyou-meer verdronken honderdduizenden mensen in hun slaap. Inclusief de slachtoffers van de daaropvolgende hongersnood en ziekten zoals cholera, wordt het dodental geschat op 1 tot 4 miljoen mensen. Het is de dodelijkste natuurramp die de mensheid in de moderne geschiedenis heeft meegemaakt.
14 reacties
Natuurrampen zijn NIET, dus ook niet mede de oorzaak van d emens. Dat maken we ervan. Als je het maar vaak genoeg blijft zeggen ga je er zelf in geloven, zo werken die dingen.
miljoenen zo erg
wauw wat erg
boris joris
Zo erg can niet geloven
omg
poeh hé!
blablabla
banaan
bananen zijn lekker
lol glubub
E=mc²
E=engergie
m=mass
c=speed of light ( 3.00×10⁸
²=squared
snappie
ik wist dit al toen ik 10 was