10 Weetjes over Arminius en de Slag bij het Teutoburgerwoud

In het jaar 9 na Christus gaf de Cheruskische krijger Arminius het Romeinse leger een aframmeling van jewelste. De Cherusk slachtte met zijn Germaanse stammenverbond zomaar eventjes 3 Romeinse legioenen af. De Slag bij het Teutoburgerwoud joeg een schokgolf door Rome en dreef keizer Augustus bijna tot waanzin. De anders zo stoïcijnse keizer liep er maandenlang als een zwerver bij terwijl hij jammerde om zijn duizenden verloren soldaten.

Enkele jaren later hielden de Romeinen Germanië (‘Germania Magna’) voorgoed voor bekeken. De barbaren ten oosten van de Rijn mochten het voortaan zelf maar uitvechten. Voor historici was het duidelijk: Arminius redde de Germaanse stammen eigenhandig uit de klauwen van het Romeinse Rijk. De Slag bij het Teutoburgerwoud was een keerpunt in de geschiedenis en minstens even belangrijk als pakweg Napoleons Waterloo of de Slag bij Hastings.

Dankzij de sluwe Arminius kenden het boven-Rijnse Germanië een heel andere ontwikkeling die vandaag nog steeds doorleeft in de gesproken taal en cultuur. Over taal gesproken: de Germanen lieten geen teksten na. Ze hadden wel wat beters te doen. Elkaar de kop inslaan, bijvoorbeeld. Daardoor verdween hun bevrijder uit het collectieve geheugen tot hij na de herontdekking van Tacitus’ ‘Annales’ in de 16de eeuw uitgroeide tot hét symbool van de prille Duitse natie.

Na de Tweede Wereldoorlog was het niet meer zo politiek correct om met nationale helden als ‘Hermann der Cherusker’ te dwepen. Duitse schoolboeken verzwegen wijselijk Arminius’ naam en faam. Je moet de kat niet nóg eens bij de melk zetten. Duitsland zou voortaan wel imponeren met voetbal, auto’s, Jägermeister en Bratwursten.

In 1987 stuitte de Britse amateurarcheoloog Tony Clunn in Kalkriese op de definitieve locatie van Arminius’ brutale hinderlaag. De talrijke vondsten pronken sinds 2002 in een indrukwekkend museum waar de Germaanse vechtjas uiteraard niet ontbreekt. Maar wie was die Arminius nou eigenlijk?

10. De Germaanse Arminius groeide op in Rome en diende in het Romeins leger

Arminius

Na jaren van burgeroorlogen richtten de Romeinen zich onder keizer Augustus weer op hun favoriete bezigheid: gebieden inlijven als nieuwe provincies en de inheemse bevolking romaniseren. Zo kwam ook de ongerepte regio tussen de Rijn, Donau, Main en Wisla in het vizier: Germanië. Het Germaanse gebied ten westen van de Rijn (‘Germania Inferior’) verkende Julius Caesar al in 58 v.Chr. op zijn sloffen tijdens zijn beroemde veldtochten. De oostkant (‘Germania Magna’) bleek nu andere koek. De tientallen lokale stammen lagen voortdurend met elkaar in de clinch en lieten zich niet zomaar in een provincie dwingen. Sommigen kozen partij voor Rome, anderen verafschuwden vreemde potentaten.

De Cherusken vormde een beetje het Bayern München van de bende. Ruige mannen die op een goede dag iedereen konden verpletteren. Zo’n stam hield je beter te vriend. Het was een beproefde tactiek van Rome om zonen van vooraanstaande stamhoofden, al dan niet met medewerking, naar de hoofdstad te voeren en daar hun ruwe kantjes af te vijlen met een Romeins cultuurbad. Eens volwassen kwamen deze romaniseerde barbaren nog goed van pas als aanvoerders van de Romeinse hulptroepen. Ze hadden gezag over hun volk, en zo schaarde Rome een hoop extra soldaten bij haar officiële legioenen.

Zo kwam het dat Arminius (18/17 v.Chr – 21 n.Chr.) samen met zijn broer Flavus op jonge leeftijd in Rome belandde. Daar kreeg de zoon van het Cheruskische krijgshoofd Sigimerus een gesofisticeerde Romeinse opleiding met alles erop en eraan. En de jonge Germaan had duidelijk talent. Hij schopte het tot officier, kreeg het Romeinse burgerschap, en klom zelfs op tot ‘eques’, wat betekende dat hij voortaan tot de goed boerende Romeinse ridderstand behoorde.

Tijdens de Pannonische opstand (6 – 9 n.Chr.) toonde Arminius al meteen wat hij waard was. Deze beruchte ‘Bellum Batonianum’ geselde de Balkan toen de lokale stammen duidelijk maakten dat ze de Romeinen maar een stelletje omhooggevallen en bemoeizuchtige hufters vonden. Na 3 woelige jaren bluste het Romeinse leger eindelijk het brandje, uiteraard ‘with a little help’ van Arminius en zijn strijdmakkers. Wat was het toch fijn om zo’n loyale Germaan aan je zijde te hebben!

9. Arminius verenigde (een deel van) de Germanen tegen de Romeinen

Publius Quinctilius Varus
Dietmar Rabich/wikimediacommons

Na zijn buitenlandse avonturen keerde de inmiddels goed getrainde Arminius terug naar zijn vaderland. Daar zwaaide sinds het jaar 7 de Romeinse generaal Publius Quinctilius Varus de scepter. Varus was geen aangenaam gezelschap. Tijdens zijn gouverneursjaren in Syrië verpauperde hij de plaatselijke bevolking met onmenselijke belastingen. In Jeruzalem spijkerde hij 2.000 Joodse rebellen aan het kruis.

Het koudere Germaanse klimaat temperde de hardvochtige Varus niet bepaald. De Cherusken waren Romeinse bondgenoten, maar dat was voor de sadistische bevelhebber een ruim rekbaar begrip. Hij hief fikse belastingen, liet eeuwenoude heilige bomen omhakken, behandelde de stammen als slaven en gebruikte hun zonen als kanonnenvlees voor het Romeinse leger. Kortom: Varus was een eersteklas teringlijer in een toga. Maar Arminius zou hem een lesje leren om nooit meer te vergeten.

De jonge Cherusk polste in het jaar 9 bij de naburige stammen. Hadden ze ook genoeg van die vervelende Varus? Dan moesten ze maar meedoen met zijn snode plan. Niet alle stammen volgden Arminius. Germaanse stamhoofden kregen namelijk leuke privileges en eerlijk gezegd: zoveel gunden die Germanen elkaar nu ook niet. Al lang voor de komst van de Romeinen rolden ze voor het kleinste akkefietje over de grond. Maar de Chatten, Bructeren, Chauken, Marsen, Sicambren en een handvol Sueben legden deze keer hun twisten bij voor het grotere goed.

Toch koos zelfs binnen Arminius’ eigen stam niet iedereen zijn kant. Ome Inguiomerus hield zich liever afzijdig. Segestes, de vader van Arminius’ geliefde Thusnelda, verklapte zelfs Arminius’ op til staande samenzwering aan Varus. De Romeinse generaal sloeg Segestes’ waarschuwing in de wind. Die ouwe Cheruskische slapjanus was allicht gewoon jaloers. Het was een publiek geheim dat Segestes zijn dochter al aan een andere partij beloofd had en haar ambitieuze minnaar maar een vervelend mannetje vond. Varus wist wel beter. Hij deelde geregeld de maaltijd met Arminius en twijfelde geen seconde aan zijn trouw aan Rome.


8. Arminius was een meester-tacticus

arminius bevreider

Wat was nou Arminius’ briljante plan? De Cherusk wist dat de Romeinen numeriek én tactisch superieur waren. Hun beroepsleger telde naar schatting dubbel zoveel soldaten, was keihard getraind en hanteerde een wapenarsenaal waar de gemiddelde Germaanse boer enkel van kon dromen. In een open veldslag was Arminius’ verbond kansloos. Maar Arminius koos niet voor een open veldslag. Hij koos voor een vernuftige hinderlaag.

Begin september in het jaar 9 ruilde het Romeinse leger haar zomerkamp in voor een veiliger winterkwartier dichtbij de Rijn, wat voor een hele volksverhuizing zorgde. De Romeinse krijgsmacht telde 3 legioenen van elk 5.000 infanteristen, 6 cohorten hulptroepen, 3 cavalerie-eskadrons en nog een hoop figuranten variërend van slaven, hoeren, tot zelfs kinderen. Historici schatten de bonte stoet op 20.000 tot zelfs 25.000 koppen. En niet te vergeten: één trouwe Germaanse bondgenoot luisterend naar de naam Arminius.

“Hoor eens, Varus”, zei Arminius onderweg naar het winterkamp. “Ik vang hier toevallig op dat er vlakbij een Germaanse stam op de loer ligt. Als we snel zijn, drukken we dat opstandje in een handomdraai de kop in. Weet je wat? Ik zal alvast wat versterking halen!” – “Wat een fijne knul toch, die Arminius”, moet Varus gedacht hebben. “Wat zat die Segestes toch zo raar te lullen? Alsof Arminius Rome ooit zou verraden. Hij stelt zelfs voor om hulp te halen bij zijn Germaanse gabbers! Sommige mensen hebben toch echt te veel fantasie …”

En hulp kwam er. Maar niet voor de Romeinen. Want de geslepen Arminius lokte de logge Romeinse colonne naar een smal bospad waar je nauwelijks met 6 man naast elkaar kon lopen. Eén kant leidde naar een akelig ruw gebergte, de andere uitweg was een verraderlijk zompig moeras. En toen stormde een woeste Germaanse meute op het Romeinse leger af.

7. De Slag bij het Teutoburgerwoud was pure horror

Slag bij het Teutoburgerwoud
Otto Albert Koch/publiek domein

Generaal Varus en zijn Romeinse legioenen zaten als ratten in de val. Arminius wist perfect hoe de Romeinen vochten. Tenslotte hadden ze hem jarenlang onderricht in hun militaire methodes. Hij kende hun sterktes én zwaktes. En de hel die hij nu in het Teutoburgerwoud ontketende, overtrof hun ergste nachtmerries. 4 dagen lang beukten Arminius en zijn wilde horde als gekken met speren en zwaarden in op het Romeinse leger. Steeds als de legioenen hun vertrouwde stelling wouden innemen, verdwenen de Germanen alweer in de donkere omgeving die zij als hun broekzak kenden.

Regen en modder maakten de valstrik compleet. De kilometers lange Romeinse colonne spartelde zich voort in de horrorslachting en het duurde even voor de achterhoede überhaupt besefte wat er gebeurde. Tegen de derde dag verschansten de overgebleven soldaten zich aan de voet van de Kalkrieser Berg, waar een geïmproviseerde wal met staken wachtte. Varus zag de bui hangen en stortte zich op zijn eigen zwaard. Ook zijn officieren zagen meer heil in zelfmoord dan een gruwelijke folterdood. Niet meteen de beste peptalk. De cavalerie nam de benen, maar hun vaandelvlucht duurde niet lang.

Weinigen overleefden de drieste guerrilla-aanvallen. Wie geluk had, werd snel vermorzeld. Voor gevangen legionairs wachtte slavernij. Of erger nog: een bot offermes op het altaar. De Germanen stripten de Romeinse uniformen van alles wat maar nuttig leek. De lijken lieten ze achter voor de lokale fauna en flora. Een huiveringwekkende gedachte, voor het Romeinse leger dat er prat op ging haar soldaten te begraven.

arminius met de kop van varus

Arminius gaf Varus’ afgehakte hoofd als relatiegeschenk aan Maroboduus, de grote Marcomannenleider. Maroboduus had net als Arminius zijn tienerjaren in Rome doorgebracht als gijzelaar. Anders dan de Cherusk vond hij de Romeinen wél toffe luitjes, dus bedankte hij vriendelijk voor de eer. Sterker nog, hij zond het bloederige cadeau naar keizer Augustus als teken van trouw.

Toen keizer Augustus de details van de massaslachting in het Teutoburgerwoud vernam, kreeg de zelfverklaarde ‘Primus inter pares’ haast een toeval. Als je de Romeinse historicus Suetonius mag geloven, rukte Augustus zich de kleren het lijf en sloeg hij zijn keizerlijke hoofd meermaals tegen de paleismuren terwijl hij ‘Quinctili Vare, legiones redde!’ brulde: “Quinctilius Varus, geef mij mijn legioenen terug!”

Romes machtigste man schoor zich maanden niet en weigerde zijn haren te knippen, onthutst over de schandelijke nederlaag. Rome zou nooit meer een 17de, 18de en 19de legioen hebben. De schande was te groot, de rangnummers XVII, XVIII en XIX waren voor altijd besmeurd. Varus werd de risee. De militaire tragedie kreeg de naam ‘Clades Variana’: de Varus-ramp.


6. Arminius overleefde de Romeinse vergelding

Uiteraard waren de Romeinen woest. Toch liet de strafexpeditie enkele jaren op zich wachten. Met Germanicus had het Romeins leger dit keer een betere generaal aan het hoofd. Met 80.000 soldaten trok de ambitieuze bevelhebber door het Germaanse binnenland. In het jaar 15 vonden zijn troepen het beruchte slagveld. Duizenden verbleekte botten bezaaiden het Teutoburgerwoud. Vastgespijkerde schedels sierden boomstammen als lugubere parafernalia. Geïmproviseerde altaren herinnerden aan de mensonterende offerdood die menig meegesleepte legionair doorstond. Het was geen fraai zicht, maar de Romeinen konden tenminste eindelijk hun doden begraven. Tussendoor heroverden ze zelfs de felbegeerde adelaarstandaard van het vernietigde 19de legioen.

slag bij Idistaviso

Het jaar daarop werd Arminius hun doelwit. Het Romeinse leger bracht de Cheruskenleider en zijn Germanen zware verliezen toe in de Slag bij Idistaviso. Maar Arminius vangen, laat staan uitschakelen? In hun dromen misschien. Daarbij maakten de Romeinen de fout dat ze de gevallen wapens op een trofeeberg stapelden met daaronder de namen van de overwonnen stammen. Met zulke provocaties moest je bij Arminius niet afkomen. Woest stortten de blijkbaar toch niet zo overwonnen Germaanse stammen zich opnieuw in het strijdgewoel. De muur van de Angrivariërs werd het decor voor het eindconflict. Een beslissende uitslag kwam er niet. Niet veel later riep Tiberius, de nieuwe keizer, Germanicus terug naar Rome.

De generaal kreeg er een indrukwekkende triomftocht, hoewel hij Arminius nooit écht versloeg. De keizer erkende dat Germanicus’ mannen goed gevochten had, maar dat de Romeinse verliezen navenant waren. Oorlog voeren met Arminius’ guerrillalegertjes bleek dweilen met de kraan open. Nee, voortaan bleef Rome wel weg uit dat nare land voorbij de Rijn. Dat de Germanen het zelf maar uitknokten. Zo markeerde de Rijn vanaf het jaar 17 de definitieve grens tussen het Romeinse Rijk en het vrije Germanië.

5. Germanicus sleepte Arminius’ vrouw mee naar Rome als oorlogsbuit

Thusnelda
Karl von Piloty

Op 26 mei in het jaar 17 trakteerde keizer Tiberius generaal Germanicus op een spectaculaire triomftocht in Rome. Eigentijdse geschiedschrijvers fronsten hun wenkbrauwen. Was al die tralala wel terecht? Arminius fladderde anders nog vrij als een vogel door de ongerepte Germaanse bossen. Ook schudden ze vol medelijden hun wijsgerige hoofden bij de vernederende sleeptocht van de geboeide buitenlandse vrouw in de parade.

Segestes was de Romeinsgezinde Cherusk die tevergeefs Arminius’ list aan generaal Varus verklapte. Varus sloeg Segestes’ waarschuwing in de wind, met alle in bloed gedrenkte gevolgen van dien. Na de Slag bij het Teutoburgerwoud was de sowieso al wankele verstandhouding tussen Arminius en zijn schoonvader helemaal naar de vaantjes. Arminius schaakte na een zoveelste schuimbekkende woordenwisseling in het jaar 14 Segestes’ dochter Thusnelda – die daar helemaal niet rouwig om was. Segestes roofde de inmiddels zwangere Thusnelda een jaar later terug van zijn schoonzoon en leverde haar uit aan diens aartsvijand Germanicus.

Dat was geen strak plan. Volgens de historicus Tacitus ging Arminius compleet over de rooie en haalde de furieuze Cherusk zijn beste Latijnse scheldwoorden boven (je ziet, zo’n Romeins cultuurbad werpt zijn vruchten af). Arminius’ geestdrift liet de Germanen niet onberoerd. Neutrale partijen zoals zijn oom Inguiomerus en naburige stammen sloten zich nu ook aan bij Arminius.
Ten langen leste won Arminius de oorlog. Maar zijn teerbeminde Thusnelda hield hij nooit meer vast. Segestes zag vanuit het joelend publiek hoe zijn dochter en haar 1-jarige zoontje Thumelicus door de Romeinse straten strompelden ter glorie van Germanicus. Er gaan geruchten dat Thusnelda kort na de parade geofferd werd in de arena ter ere van Jupiter. Arminius’ zoontje kreeg een opleiding in Ravenna. Tacitus beloofde in zijn geschriften op gepaste tijden meer te vertellen over Thumelicus’ dubieuze lot. De bewuste passage ging verloren. Maar Ravenna stond bekend om haar gladiatorenschool


4. Arminius werd uit de weg geruimd door zijn eigen volk

Qua gezinsgeluk was 17 n.Chr geen boerenjaar voor Arminius. Op professioneel vlak ging het de Cherusk beter af. Er leek maar geen einde te komen aan zijn roem. De Romeinen hadden Germanië verlaten, Arminius’ nieuwe tegenstander Maroboduus (die zich uitriep tot koning van de Sueben en zo een interne bedreiging voor de Germanen vormde) vluchtte na wat spierballengerol snel weer naar de heuvelachtige Boheemse bossen en vond uiteindelijk asiel in Rome.

Maar macht corrumpeert altijd. De Germanen zagen met lede ogen aan hoe hun bevrijder nu zelf met de alleenheerschappij flirtte, waartegen hij zijn volk jarenlang beschermd had. Daarvoor hadden de stammen niet gevochten. Een vooraanstaand lid van de Chatten bood Rome aan om Arminius te vergiftigen – en vroeg langs zijn neus weg of de Romeinen het gif niet konden regelen? Dat vonden de Romeinen niet zo netjes. Als Rome zich wou wreken, zou ze dat wel zelf met wapens doen in plaats van met geniepig gedoe. Ja, soms hadden de Romeinen principes.

Doch ook zonder Romes hulp waren Arminius’ laatste dagen geteld. Zijn eigen stamgenoten verraden hun aanvoerder in het jaar 21 na een onderling dispuut. Op 39-jarige leeftijd staken de Cherusken hun leider neer.

3. Pas in de 16de eeuw ontdekten de Duitsers het verhaal van Arminius

Hermannsdenkmal

Arminius bracht Rome één van haar grootste nederlagen ooit toe. Dat deed hij in een tijd waarin het Romeinse Rijk in volle bloei was en over een hyperprofessionele beroepsleger beschikte. Tacitus concludeerde in zijn ‘Annales’ dat Arminius weliswaar niet elke veldslag won, maar in de totale oorlog ongeslagen bleef. ‘De buitenlandse stammen bezingen nog steeds zijn roem’, aldus de grote Romeinse geschiedschrijver. Toch stokte het Germaanse loflied sneller dan verwacht. Arminius sukkelde in de vergetelheid, en de faam van zijn Cherusken verdween mee in de nevelen der tijd.
Begin 16de eeuw doken Tacitus’ belangrijkste werken op in de Duitse abdij van Corvey. Kopieën circuleerden al snel in de Duitse gebieden. Dit kwam Maarten Luther uitstekend uit. De reformator kon best een mascotte gebruiken in zijn strijd tegen het Vaticaan. Arminius kreeg een tweede leven als ‘Hermann der Cherusker’, incl. flink wat propaganda en dramatiek. ‘Hermann’ was dé onversaagde Duitse held die zijn volk uit de klauwen van Rome redde, zoals nu Luther de protestanten ontvoogde van de paapse tirannie.

In de 18de en 19de eeuw werd de ‘Hermann’-verering big business. Schilderijen, gedichten, romans, toneelstukken en opera’s overspoelden het Duitse taalgebied. Artiesten portretteerden Arminius steevast als een gespierde blonde bonk met een gevleugelde helm. Het ontluikende Duitsland had inmiddels met Frankrijk een nieuwe ‘Erbfeind’. Die snode Fransen, met hun wufte Romaanse taaltje en verheven gebaren, waren bovendien de Romeinse nazaten bij uitstek.

In 1875, 4 jaar na de Duitse eenwording, kreeg Arminius eindelijk zijn 57 meter hoge monument in Detmold. De karakteristieke gevleugelde helm ontbreekt uiteraard niet op dit ‘Hermannsdenkmal’. Arminius leunt relaxed met zijn linkervoet op een vertrappelde adelaar, hét veldteken van het Romeinse leger. Met zijn zwaard wijst hij naar het westen: Frankrijk.

Onder Hitler verkochten ansichtkaarten van het ‘Hermannsdenkmal’ als zoete broodjes. Ironisch genoeg bleek het gigantische standbeeld aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een geknipte wegaanwijzer voor de geallieerde luchtmacht tijdens hun bombardementen op het Derde Rijk. Leuk weetje: Duitse migranten trokken in Amerika een lookalike op. Aan poen ontbrak het blijkbaar niet. Het ‘Hermann Heights Monument’ in New Ulm, Minnesota, is het derde grootste koperen standbeeld in de VS na het Vrijheidsbeeld en de ‘Portlandia’.

2. Arminius’ brutale hinderlaag speelde zich niet het Teutoburgerwoud af

Teutoburgerwoud

Met Suetonius, Strabo, Cassius Dio, Velleius Paterculus en Florus vloeiden er in de Keizertijd aardig wat inkt over Arminius’ brutale hinderlaag. Tacitus (hij weer!) was de enige schrijver die een indicatie over de locatie gaf: de gruwelijke afrekening op 9 september in 9 n.Chr. vond plaats nabij het ‘Saltus Teutoburgiensis’. In de 19de eeuw waren de Duitsers er rotsvast van overtuigd dat dit wel Osning moest zijn. Ze herdoopten de bergrug prompt tot ‘Teutoburger Wald’: het Teutoburgerwoud. Daarom tuurt het ‘Hermannsdenkmal’ ook over het bladgroen vanuit het nabijgelegen Detmold en heet het 156 kilometerlange wandelpad ‘Hermannsweg’.

Teutoburgerwoud 2

In 1987 bleek dat de Duitsers het mis hadden. De Britse amateurarcheoloog Majoor Tony Clunn en zijn piepende metaaldetector ontblootte te Kalkriese in een weiland 160 zilveren ‘denarii’ en 3 loden slingerkogels. Erkende archeologen sprongen 2 jaar later massaal op het terrein. De ene verbluffende vondst volgde de andere op.

Tegenwoordig meent zowat elke onderzoeker dat Kalkriese het bloederige decor van de ‘Varusschlacht’ vormde. Het gelauwerde ‘Museum und Park Kalkriese’ opende in 2002 en graaft onverdroten verder naar de waarheid achter de mythe en de legende. Het goed bewaarde slagveld ten noorden van Osnabrück is een unicum in de geschiedenis en beslist een bezoekje waard als je ooit in Nedersaksen vertoeft.

1. Een keerpunt in de wereldgeschiedenis?

The Fifteen Decisive Battles of the World

In 1851 nam de Britse historicus Edward Creasy de Slag bij het Teutoburgerwoud op in zijn vaak geciteerde ‘The Fifteen Decisive Battles of the World: from Marathon to Waterloo’. Daar waren Duitse geschiedkundigen al langer van overtuigd. Ook in de 21ste eeuw lieten grote namen als Peter S. Wells (‘The Battle that Stopped Rome’) en Adrian Murdoch (‘Rome’s Greatest Defeat: Massacre in the Teutoburg Forest’) weinig aan de verbeelding over.

Naarmate de archeologie vordert, suggereren kritischere stemmen dat Arminius misschien toch niet eigenhandig Romes opmars stuitte. Misschien beseften de Romeinen, keizer Tiberius op kop, dat er simpelweg niet zoveel moois te rapen viel in dat woeste Germanië? Dé echte doekoe zat in het Oosten, in provincies als het welvarende ‘Asia’. Bovendien hadden de Romeinen Keulen en Mainz al én vormde de Rijn een veel logischere rijksgrens dan de Elbe. Waarom zouden ze koste wat kost verder oprukken?

Het publiek heeft altijd sympathie voor de underdog. Terwijl onderzoekers verder discussiëren, herleeft de mythe op nieuwe kanalen. History Channels docudramareeks ‘Barbarians Rising’ wijdde in 2016 een hele aflevering aan Arminius. De fletse Tom Hopper (die je kent als Dickon Tarly uit ‘Game of Thrones’) moet je er helaas bijnemen. Voor een iets minder waarheidsgetrouwe adaptatie strekt de Italiaans-Duitse sandalenproductie ‘Massacre in the Black Forest’ uit 1967 tot aanbeveling. En voor aan de rand van het zwembad op vakantie: Harry Turtledove’s subliem getitelde roman ‘Give Me Back My Legions!’

Meer lijstjes over het oude Rome