Spartanen – 10 Weetjes over deze brute strijders uit de oudheid

Toen het epische actiespektakel 300 in 2007 het witte doek bloedrood kleurde, begreep de hele wereld meteen dat de Spartanen beslist geen doetjes waren. Kenners van de klassieke oudheid wisten dat natuurlijk al lang. Wie aan viriele gedrilde oorlogsmachines denkt, denkt aan Sparta.

Die ongeëvenaarde militaire sterkte kwam er natuurlijk niet zomaar. Van jongs af aan beheerste een spijkerharde opvoeding het Spartaanse leven. Opgroeien in de Griekse stadstaat was bij momenten zo extreem en hardvochtig dat de uitdrukking “spartaans” nog steeds in ons taalgebruik voortleeft. Na deze tien weetjes begrijp je direct waarom. This is Sparta!

10. Sparta overleefde enkel dankzij slavenarbeid

oude sparta
Nicolaes Visscher II/Publiek Domein

In de tiende eeuw v.Chr. vestigden de Doriërs zich op de Peloponnesos, het grootste Griekse schiereiland. Op de vruchtbare rechteroever van de Eurotas smolten vier Dorische dorpjes samen tot een grotere poleis, de kenmerkende Griekse stadstaat. Zo werd Sparta de hoofdstad van de regio Laconië en mettertijd ook een van de belangrijkste Griekse stadsmachten.

Al in zijn vroegste eeuwen was Sparta een buitenbeentje. Griekse stadstaten beantwoordden hun bevolkingsexplosie met kolonisatie, Sparta lijfde doodleuk de naburige gebieden in. De oorspronkelijke populatie van Laconië en Messenië mocht blijven, maar betaalde daar een prijs voor. De perioiken (perioikoi) leefden in kleine gemeenschappen rond Sparta. Ze waren vrij, maar genoten geen volwaardig burgerschap. Dat was het voorrecht van de homoioi: de enige échte Spartanen. Onder de perioiken stonden de heloten (heilotes): de vroegere Laconiërs en Messeniërs. Terwijl deze voortaan als staatsslaven op de landbouwgronden zwoegden, wijdden de Spartanen hun leven exclusief aan het militaire.

graphic novel three - sparta

De heloten waren numeriek overtuigend in de meerderheid. Daarom hielden de altijd achterdochtige Spartanen jaarlijks een meedogenloze zuivering met de Krypteia, zodat de dwangarbeiders nooit vergaten wie de baas was. In Sparta vond je immers de meeste vrije mannen van alle Grieken, en tegelijkertijd de meest beklagenswaardige slaven, zoals de boutade destijds luidde. Ondanks het terreurbewind kwamen de heloten geregeld in opstand. In de geweldige (en historisch accurate!) graphic novel Three ontdek je hoe dat afliep.

9. Het begon al meteen bij je geboorte

selectie van kinderen in sparta

Terwijl steden als Athene de democratie ontdekten, hield Sparta halsstarrig vast aan een merkwaardige mengvorm waarin twee koningen, een Raad van Ouden (Gerousia), de volksvergadering (Apella) en vijf uitvoerende eforen de macht deelden. Sparta bracht weinig kunstenaars, dichters of filosofen voort. Sparta’s talent zat in het militaire staatsapparaat.

De Spartanen begonnen er vroeg aan. Nauwelijks klauterde je uit het geboortekanaal, of enkele oude rakkers inspecteerden je spartelende lijfje minutieus op fysieke en psychische gebreken. Beviel het onderzoeksresultaat hen niet? Dan gooiden ze je zonder verpinken van het ruige Taigetos-gebergte.

infanticide in sparta

Als lakmoesproef dompelden moeders hun pasgeboren spruit vooraf onder in een wijnbad. De zwakkelingen zouden stuiptrekken, en dan wisten de geronten eigenlijk al genoeg. Klinkt wreed, niet? Als Spartaanse baby kwam je dan ook niet ter wereld uit liefde. Kinderen dienden voornamelijk als nieuwe legeraanwinsten. En misvormde of mentaal gehandicapte soldaten, dat kon een grootmacht als Sparta natuurlijk niet gebruiken.

Hedendaagse historici vermoeden dat Spartanen hun afgekeurde baby’s niet lukraak van de bergtop mieterden. De beenderen die archeologen en antropologen in de Taigetos-kloof vonden waren van volwassenen. Allicht gooiden ze in Sparta al eens graag een oorlogsgevangene, afvallige slaaf of misdadiger naar beneden.

De afgekeurde baby’s kregen een doodstrijd op de bergflanken, wat meer bij de Spartaanse ethos paste. Daar krijste je tot honger, kou of wilde dieren je een snelle dood gunden. Waren de goden je gunstig? Dan ontfermde een helotenfamilie zich over je imperfecte lichaampje en groeide je op als slaaf. In het ergste geval knuppelden je bloedverwanten je ooit nog beurs tijdens de jaarlijkse helotenzuiveringsrazzia.

Sparta had geen monopolie op infanticide. Het fenomeen was wijdverbreid in de klassieke oudheid en zelfs het ethisch superieur geachte Athene bezondigde zich aan kindermoord.


8. Stelen en dichten in de agoge

agoge - trainingscentrum voor spartanen
300

Sparta was geen plaats voor moederskindjes. Op je zevende ruilde je mama’s schoot voor de agoge, waar je een strenge en fysiek uitdagende jeugdopleiding volgde. De collectieve opvoeding in de barakken maakte je preventief weerbaar tegen alle latere oorlogsontberingen.

Slapen deed je op een bed van zelf geplukt riet. Een cape en blote voeten volstonden wel als garderobe. Veel viel er niet te bikken, het schrale rantsoen dwong jongens voedsel te stelen. Werd je betrapt tijdens een strooptocht? Dan kreeg je er stevig van langs. Niet zozeer omdat je stal, maar omdat je zo zwak was je te laten betrappen.
Spartaanse jochies namen hun opdracht dan ook bloedserieus. In een stuitende anekdote vertelt de Griekse schrijver Plutarchus hoe een jongetje een vosje onder zijn cape verstopte. Tijdens zijn verhoor verbeet hij ontkennend de pijn. Het beestje klauwde zich ondertussen een weg naar zijn ingewanden, tot het kereltje dood neerviel.

Krypteia in het oude sparta
Screenshot Total War: Rome II

Kreeg jij op je zestiende een scooter? Fijn voor je. In Sparta kreeg je een uitnodiging voor de Krypteia. Dit gewelddadige ontgroeningsritueel vond iedere herfst plaats en leest als een horrorvariant op een Jonge Woutlopers-uitje. De Spartanen dropten de jongeren ’s nachts op afgelegen plaatsen. Gewapend met messen en wat kruimels proviand trokken de kryptes in groepjes door het land om te tonen wat ze waard waren. Onderweg staken ze bosjes kansloze heloten neer. De lefgozers kozen specifiek de sterkste slaven als prooi, want daarmee maakte je pas echt indruk op het Spartaanse leger. Enkel de Spartanen die op jonge leeftijd bereid waren te moorden, maakten later aanspraak op de beste leger- en staatsfuncties.

spartaanse teksten

Toch was de Spartaanse opvoeding meer dan geweld, sport en fysieke ontberingen. Spartanen pepten zich tijdens veldtochten op met opzwepende oorlogshymnes als zongen ze het Wilhelmus in de WK-finale van 2010. Muziek en poëzie ontbrak dan ook niet in de agoge. Vanaf je twaalfde leerde je alle teksten van Tyrtaeus uit je hoofd. Deze nationale huisdichter pende in de zevende eeuw v.Chr. een uitgebreid oeuvre van patriottistische krijgsliederen en marsmuziek bij elkaar. Nog eeuwen na Tyrtaeus’ dood kweelden Spartanen uit volle borst dat ze afstamden van Heracles en er niets zo fijn was als sterven voor het vaderland.

7. Samen bloedsoep slurpen in de syssitia

syssitia

Spartanen volgden van hun achttien tot hun twintig jaar een radicale militaire training en sleten daarna tien actieve dienstjaren in de kazernes. Hoewel je al op je negentiende kon trouwen, stelden de meeste jongemannen het huwelijk uit tot hun dertigste verjaardag. Wat had je aan een vrouw als je niet bij haar kon zijn? Eenzaam waren de Spartaanse soldaten niet, want net als in de rest van Griekenland vierden herenliefde en pederastie hoogtij in de kazernes.

Intieme dinertjes bij kaarslicht zaten er ook na je kazernetijd niet in. Alle mannen schoven een leven lang aan in de syssitia, de gemeenschappelijke eetzalen. Op Michelinsterren moest je daar niet rekenen. De sobere dagmenu bestond steevast uit hompen gerstbrood, vijgen, kaas en mélas zômós: de fameuze zwarte bloedsoep van gekookte varkenspoten, zout, azijn en uiteraard bloed. Nadat een reiziger uit het culinair toonaangevende Sybaris de soep proefde, zei hij: “Nu begrijp ik waarom Spartanen de dood niet vrezen.”

Gelukkig kon je altijd de gore smaak met wijn doorspoelen. Je klem zuipen zat er evenwel niet in. De Spartanen gruwden van dronkenschap. Soms sommeerden ze slaven zich openbaar te bezatten, zodat kinderen konden zien tot welke vernederende wantoestanden overdaad leiden.

Door deze gemeenschappelijke gaarkeukens behielden de Spartanen hun strakke lijn, want op vadsige varkens zat het Spartaanse leger niet te wachten. Dikkerds waren het mikpunt van spot en riskeerden zelfs verbanning. Tegelijkertijd zetten deze zuinige banketten rijkdom deels schaakmat, want zelfs koningen en officieren aten dagelijks wat de pot schafte.


6. Spartanen betaalden niet met klinkende munt

sparta geen muntne met ijzer geld

Nadat je kazernedienstplicht op dertigjarige leeftijd afrondde, bepaalde de volksvergadering unaniem of je het volledig burgerrecht kreeg. Als volwaardige burger (homoioi) kreeg je dan een lap grond (klêros), dat de heloten uiteraard wel voor jou zouden bewerken. Dit landgoed was meteen ook je voornaamste bezit, want Sparta kende geen daadwerkelijk monetair systeem.

Terwijl de Griekse stadstaten vanaf 650 v.Chr. de ene fraaie gouden en zilveren munt na de andere sloegen, zweerde Sparta bij ijzer. IJzer gold als een weinig gewaardeerd metaal en de vorm van het daaruit vervaardigde geld was dan bovendien compleet ridicuul. In plaats van leuke glimmende schijfjes met kekke afbeeldingen, betaalde je in Sparta met zware smalle staven van haast anderhalve meter lengte. Voor een bescheiden citytrip naar Athene had je dus al een vierspan met ossen nodig.

Naast het onhandige formaat, bewerkten de Spartanen het gloeiendhete gietijzer vooraf met azijn, zodat het metaal volstrekt nutteloos werd voor hergebruik. Je kan je wel voorstellen dat buitenlandse verkopers en geldwisselaars dit betaalmiddel beleefd afwimpelden.

5. Gemarkeerde grafstenen en cruciale schilden

spartaanse graf

Beter brak er maar snel een nieuwe oorlog aan, want als Spartaan bestond er maar één waardige dood en die lag op het slagveld. Spartanen die na hun pensioen van ouderdom stierven, konden hun gemarkeerde grafsteen wel vergeten. Funeraire inscripties waren exclusief voor gesneuvelde soldaten en vrouwen die stierven in het kraambed. Bij oorlogscampagnes stonden alle hoplieten tussen de 20 en 60 jaar verplicht paraat, maar ook zestigplussers deden geregeld nog een gooi naar de roem.

Zeker in de vijfde eeuw v.Chr. was er voldoende gelegenheid om je gebeitelde grafsteen te verdienen. Sparta en de overige Griekse stadstaten verkeerden voortdurend in oorlogsmodus. Tegen elkaar in de Peloponnesische (431 – 404 v.Chr.) en Korinthische (395 – 387 v.Chr.) Oorlogen, of tegen buitenlandse imperialisten als Darius en Xerxes in de Perzische Oorlogen (490 – 479 v.Chr.): knokken zou je sowieso.

spartaanse schild - hun belangrijkste bezit

In leven blijven was daarbij niet je belangrijkste taak. Je moest vooral zien dat je je loodzware houten met brons afgewerkte schild (aspis) niet kwijtraakte. Spartaanse vrouwen sisten hun echtgenoten en zonen bij het vertrek toe dat ze moesten terugkeren met hun schild, of erop. Maar in géén geval zonder, of het was je beste dag niet. Lang zou die dag dan overigens niet meer duren. Rhipsaspia, het weggooien van je schild in de strijd, stond synoniem voor desertie.

Een nieuwsgierige buitenlander vroeg Damaratus ooit waarom Spartanen zoveel belang hechten aan het behoud van dat schild en niet aan andere wapenstukken zoals helmen of borst- en scheenplaten. De Spartaanse koning antwoordde droog dat je schild niet jou maar je medesoldaten beschermde.


4. Spartanen verzonnen hilarische oneliners

Voor een volk dat zo weinig intellectuelen voortbracht, goochelden de Spartanen anders wel verdacht goed met woorden. Wanneer onwetende buitenlanders of overmoedige vijanden te veel praatjes verkochten, sloegen de Spartanen hen alvast verbaal KO met een spitante oneliner. Hun reacties waren zo snedig, puntig en vooral hilarisch nonchalant, dat het woord “laconiek” voortvloeit uit de Spartaanse regio Laconië. Waren Spartanen niet zo anti-materialistisch, dan vond je ze vandaag beslist op Twitter.

Sommige uitspraken werden ware evergreens, en dankzij de Griekse schrijver Plutarchus, die in de eerste eeuw zelfs een heuse bloemlezing (Apophthegmata Laconica) samenstelde, overleefden heel wat leuke exemplaren.

molon labe - uitspraak van de spartanen
EntaXoyas/wikipedia

De legendarische koning Leonidas tekende bij aanvang van de Tweede Perzische Oorlog in 480 v.Chr. voor een van de allerbekendste. De Perzische overheerser Xerxes rook de triomfantelijke overwinning al en stuurde overtuigd een gezant naar het Griekse kamp. Toen de Perzische bode de Spartaanse wapens vroeg als teken van overgave, gromde Leonidas enkel Molon labe. Vrij vertaald: “Dat Xerxes ze maar zelf komt halen!” De iconische quote zit ook in 300 en die film bevat nog heel wat andere waarheidsgetrouwe uitspraken.

3. Eén koning Leonidas, 298 Spartanen én duizenden Grieken

Slag bij Thermopylae
John Steeple Davis/Publiek Domein

Zack Snyders glorieuze verfilming van Frank Millers graphic novel 300 verpulverde in 2007 de box-office. Bosjes mannetjesputters stormden na de aftiteling als de wiedeweerga naar de sportschool voor net zo’n stalen sixpack als hoofdacteur Gerard Butler. Daar daadwerkelijk ook in slagen, bleek een pak minder realistisch dan de film zelf. Inderdaad! Tussen de mismaakte schepsels, versplinterende schedelpannen, in testosteron gedrenkte taglines en het werkelijk elk hoekje van het bioscoopscherm opspattende CGI-bloed door bevat 300 meer feiten dan je zou vermoeden.

In 480 v.Chr. rukte Xerxes met 1 miljoen soldaten (hedendaagse historici gokken eerder op 100.000 tot 150.000 manschappen) op naar Griekenland. Het Perzenleger zou die stadsstaatjes wel even platwalsen, maar de Spartaanse vechtlust bleek een duchtig obstakel. Koning Leonidas en zijn 300 Spartanen hielden drie dagen dapper stand aan de nauwe bergpas bij Thermopylae. Met hun heldhaftige offer vertraagden ze de Perzische opmars, waardoor de Slag bij Thermopylae het beslissende kantelpunt in de Tweede Perzische Oorlog markeerde. Tot daar de mythe.

In werkelijkheid leidde Leonidas een alliantie van zo’n 6.000 à 7.000 soldaten uit verschillende Griekse steden. De Spartaanse koning zag al snel de bui hangen en stuurde het merendeel van zijn Griekse bondgenoten naar huis. Leonidas bleef achter met zijn 300 elitesoldaten en stortte zich samen met 700 Thespianen, 400 Thebanen en een honderdtal slaven in een je reinste zelfmoordmissie. De Grieken hielden wonderwel stand tegen de Perzische overmacht, tot een herder de vijand een geheim bergpad over de Thermopylae influisterde.

Slag bij Plataeae
John Steeple Davis/Publiek Domein

De Atheners evacueerden ondertussen tijdig hun poleis, maar niemand kon verhinderen dat Xerxes de bakermat van de democratie in as legde. De wraak was zoet. Het jaar daarop versloegen de verenigde Griekse stadstaten de Perzen definitief in de Slag bij Plataeae. Het roemrijke Spartaanse offer van Thermopylae oversteeg toen al de werkelijkheid.

Als gewiekste oorlogsmarketeers richtten de Spartanen een herdenkingsmonument op aan de bergpas dat exclusief het Spartaanse aandeel vermeldde. De inscriptie van de dichter Simonides verhaalde hoe de Spartanen plichtsgetrouw tot de dood vochten, als bevolen door hun wetten. Thuis in Sparta konden nieuwsgierigen de namenlijst met Spartaanse slachtoffers inkijken. Doorheen de jaren namen schrijvers en geschiedkundigen deze subjectieve voorstelling van elkaar over en raakten de andere oorlogshelden in vergetelheid. Herodotus, de vader van de geschiedschrijving, was zelfs zo onder de indruk van de Spartaanse toewijding, dat hij de namen van de 298 gesneuvelden memoriseerde.

Aristodemos - overlevede de strijd met de 300 spartanen
Screenshot ‘300’

298, ja. Want twee Spartanen overleefden miraculeus de Slag bij Thermopylae. Leonidas stuurde Aristodemus en Eurytus naar huis nadat ze een ooginfectie opliepen, want in de Spartaanse falanx-opstelling keek je als soldaat maar beter uit je doppen. Eurytus draaide zich woest om en stortte zich letterlijk blindelings in het strijdgewoel.

Dat had Aristodemos beter ook gedaan. Thuis werd hij uitgejouwd als lafaard. Een jaar later sprong hij tijdens de Slag bij Plataeae met ware doodsverachting uit de Spartaanse falanx en hakte hij als een dolleman in op het Perzische leger. De Spartanen besloten dat Aristodemos nu wel zijn schande had uitgewist, maar weigerden hem een heldenstatus omdat hij met zijn roekeloosheid zijn medesoldaten in gevaar bracht. Moeilijke jongens, die Spartanen.

Als Eurytus stierf bij Thermopylae, wie was dan die tweede Spartaan die alsnog aan Thermopylae ontsnapte? Dat was Pantites. Leonidas stuurde hem als boodschapper naar Thessalië. Bij zijn laattijdige terugkeer vond Pantites zijn medesoldaten dood. Uit schaamte hing hij zich thuis op.

2. Spartaanse vrouwen waren regelrechte femmes fatales

ook vrouwen trainden mee
Edgar Degas/Publiek Domein

Vrouwen hadden het niet gemakkelijk in de klassieke oudheid. De Grieken behandelden hun echtgenotes als tweederangsburgers die nog het best van al vierentwintig uur per dag aan de haard bleven. In Sparta ging het er heel anders aan toe.

Andere Griekse steden konden nauwelijks geloven welke privileges Spartaanse vrouwen genoten. Dankzij hun soortgelijke trainingsschema stonden de meisjes scherp als een scheermes. Wie zou anders de stad verdedigen als de mannen weer eens op oorlogscampagne waren? Door de vele oorlogen kende Sparta opvallend veel weduwen. Daardoor bezaten Spartaanse vrouwen bij momenten twee vijfde van de landgoederen. Ook konden ze vrijwillig van hun echtgenoten scheiden, en wanneer hun man impotent bleek was een tweede, virielere bedpartner geen uitzondering. Net als de mannen mochten vrouwen in hun blootje deelnemen aan atletische disciplines (op lycra trackpants was het nog enkele millennia wachten) en zelfs onverdunde wijn drinken.

gorgo - vrouw van leonidas koning van sparta

De bekendste Spartaanse was koningin Gorgo, de eega van de heldhaftige Leonidas. Gorgo was net als haar man beslist niet op haar mondje gevallen en reisde vrank en vrij door de Griekse stadstaten. Op een dag vrouw in Attica waarom Spartaanse vrouwen als enige over mannen konden heersen. “Omdat enkel Spartaanse vrouwen échte mannen op de wereld zetten”, repliceerde Gorgo gevat.

Een schrander brein, bovendien. Toen de Grieken tijdens de Perzische Oorlogen een boodschapper met een onbeschreven kleitablet naar het thuisfront stuurden, overhaalde Gorgo de mannen om de waxine van het schrijfbord te schrapen. Daaronder vonden ze de geheime boodschap gekrast. In andere Griekse steden had de koningin ongetwijfeld een oplawaai gekregen voor zoveel bemoeienis, maar in Sparta sloeg men vrouwelijke raad nooit in de wind.

En dan was er nog hun schoonheid. Helena, ’s werelds mooiste vrouw voor wie de Grieken zich in een waanzinnige oorlog met Troje stortten, had uiteraard Spartaans bloed. Sparte kalligynaika: “het Sparta van de mooie vrouwen”, schreef een zwijmelende Homerus.

1. Sparta’s ster taande verbazend snel

val van de spartanen
William Rainey/Publiek Domein

Sparta vocht dapper met de Grieken in de Perzische Oorlogen en bestreed zijn landgenoten later met evenveel furie in de Peloponnesische en Korinthische Oorlogen. En even, heel even, was Sparta de machtigste van allen. Maar als je de top heb bereikt, kan je enkel nog naar beneden vallen. En vallen deed Sparta.

De Spartaanse hoplieten vonden hun meerdere in de geniale generaal Epaminondas. Op 6 juli 371 v.Chr. verraste deze Thebaanse legeraanvoerder Sparta te Leuktra met zijn vernuftige scheve falanx-opstelling en de mythische Heilige Schare, het 300-koppige Thebaanse keurkorps. Achteraf gezien waren de voortekenen duidelijk. Rond zijn hoogtepunt in 490 v.Chr. telde Sparta 8.000 Spartaanse hoplieten. Het leger dat in de Slag bij Leuktra viel bestond uit amper 700 homoioi, gul aangevuld met slaven en allerhande bondgenoten. Hun geestdrift en staatsliefde waren twijfelachtig.

Sparta kwam Leuktra nooit te boven. Het jaar daarop viel Thebe de stad binnen en bevrijdde Epaminondas de heloten. De eens onoverwinnelijke geachte stadstaat vervelde tot een tweederangs macht. De Spartanen vochten nog oorlogen, maar hun onbetwiste militaire hegemonie behoorde voorgoed tot het verleden. De Laconische hoofdstad verkoos het isolement van de Peloponnesos, waar de homoioi bleven volharden in hun rigide trainingsschema.

De Romeinen assimileerden de Griekse stadstaten en het Spartaanse leven symboliseerde nu een romantische, vervlogen tijd. Sparta ontpopte zich onder het Keizerrijk tegen wil en dank tot een bedenkelijke toeristische attractie waar nieuwsgierigen toekeken hoe de jongeren publieke geselingen ondergingen. In 267 plunderden de Goten de Griekse stadstaten Athene, Korinthe, Argos en Sparta. In 396 gaf de Visigotische leider Alarik I de genadeslag. Ook dat was Sparta.